VIERDE VERTELLING.

Tofano sluit een nacht zijn vrouw buiten de deur, die niet bij

machte door smeekbeden binnen te komen, doet alsof zij zich in een

put werpt. Tofano loopt het huis uit, gaat er heen en zij komt er

in, sluit hem buiten, en beleedigt hem met luid geschreeuw.

Toen de koning zag, dat de historie van Elisa geëindigd was, keerde hij

zich zonder verwijl naar Lauretta en toonde haar daardoor, dat zij zou

volgen; daarom zonder af te wachten, begon zij aldus: O Liefde,

hoedanige en welke zijn Uw krachten! Hoe groot Uw raadgevingen en Uw

oordeel! Welke wijsgeer, welke kunstenaar kon ooit die listen toonen,

dit doorzicht, die aanwijzingen, die gij dadelijk geeft aan wie Uw

sporen volgt? Zeker, alle andere wetenschap is achterlijk bij de Uwe.

Verliefde donna’s, ik zal U een list vertellen aangewend door een zeer

eenvoudige vrouw, die alleen Amor haar had kunnen leeren.

In Arezzo leefde een rijk man, Tofano. Hij kreeg een zeer schoone vrouw

tot echtgenoote, monna Ghita, waarop hij zonder te weten waarom spoedig

jaloersch werd. Toen de donna dit merkte, was zij zeer verontwaardigd

en omdat hij niet anders dan vage en ongeldige redenen daarvoor kon

opgeven, besloot zij hem aan het kwaad te doen sterven, waar hij zonder

reden bang voor was. Zij bemerkte, dat een jonkman haar begeerde en

begon zich stilletjes met hem te verstaan. Aan hunne verhouding ontbrak

slechts van het woord tot de daad over te gaan. Zij kende onder de

slechte gewoonten van haar man zijn drankzucht en begon hem niet alleen

dit aan te bevelen, maar hem zelfs kunstmatig daartoe aan te sporen.

Als zij hem goed dronken zag, en hij in slaap was, begaf zij zich naar

haar minnaar en ging zoo voort hem te ontmoeten. Door zijn drinken

kreeg zij niet alleen den moed haar minnaar in huis te laten komen,

maar zij ging een groot deel van den nacht in het zijne doorbrengen,

wat daar niet ver vandaan was. De ongelukkige echtgenoot bemerkte, dat,

als zij hem aanspoorde te drinken, zij het zelf nooit deed. Dit gaf hem

argwaan en hij vermoedde, dat de donna hem beschonken maakte om haar

genoegen te kunnen waarnemen, terwijl hij sliep. Hij wilde er de proef

van nemen, en hield zich, zonder dat hij iets op had, een avond geheel

buiten westen.

De donna meende, dat hij niet meer hoefde te drinken en spoorde hem aan

te gaan slapen. Toen hij dit deed, ging zij het huis uit naar dat van

haar minnaar en bleef daar tot het midden van den nacht. Tofano stond

op, sloot de deuren van binnen en ging aan de vensters zitten, totdat

hij de donna zou zien huiswaarts keeren om haar te toonen, dat hij haar

rondsluipen bemerkt had. Zij keerde huiswaarts en toen zij het huis van

buiten gesloten vond, was zij zeer treurig en beproefde met geweld de

deur te openen. Na eenigen tijd zeide Tofano: Vrouw, gij maakt U

vergeefs moe, omdat gij er toch niet in kunt komen. Ga, keer terug,

vanwaar gij komt en wees er zeker van, dat gij nooit hier terug zult

keeren, tot ik U in tegenwoordigheid van Uw ouders en buren die eer heb

aangedaan, die U toekomt. De donna begon hem toen bij de liefde van God

te smeeken, dat het hem zou behagen haar open te doen, omdat zij niet

kwam, vanwaar hij meende, maar van het waken bij een harer buurvrouwen,

omdat de nachten lang waren en zij altijd slecht sliep. De gebeden

hielpen niets, omdat die wreedaard besloten had, dat al de bewoners van

Arezzo haar schande zouden weten. De donna, die zag, dat het bidden

niet baatte, ging tot bedreigingen over en zeide: Als gij mij niet open

doet, zal ik U tot den rampzaligsten man maken. Tofano antwoordde

hierop: Wat kunt gij mij doen? Amor had den geest der donna met zijn

raadgevingen verscherpt en antwoordde: Voor ik de schande wil dragen,

die gij mij ten onrechte wilt veroorzaken, zal ik mij in gindschen put

werpen en dood daar in gevonden zal iedereen gelooven, dat gij in

dronkenschap mij er in hebt gesmeten en aldus zult gij moeten vluchten,

verliezen wat gij bezit en in ballingschap leven of men zal U het hoofd

afslaan als mijn moordenaar, wat gij ook werkelijk geweest zult zijn.

Tofano raakte evenwel van zijn dwaze meening niet af. Daardoor zeide de

donna: Nu dan, ik kan die behandeling van U niet meer dulden; God

vergeve het U, gij kunt mijn spinrokken komen halen, dat ik hier achter

laat. En bij die woorden, terwijl de nacht zoo donker was, dat de een

den ander ternauwernood kon zien, ging de donna naar de put, nam een

grooten steen, die ter zijde lag en liet hem met een schreeuw van God

vergeve het mij er in vallen. De steen op het water ploffend maakte een

groot gedruisch. Tofano dacht bepaald, dat zij zich er in had geworpen,

nam den emmer met het touw en snelde naar de put om haar te helpen. De

donna, die zich bij de deur van haar huis had verborgen, nam, zoodra

zij hem naar de put zag loopen, de vlucht in huis, sloot het van

binnen, ging naar de vensters en zeide: Men moet bijtijds water in zijn

wijn doen.

Tofano, die dit hoorde, zag, dat hij er in was geloopen en daar hij de

deur niet kon openen eischte hij dit van haar. Zij, die hem stilletjes

liet praten gelijk hij het eerst haar had gedaan, begon hem toe te

schreeuwen: Bij het kruis van God, vervelende dronkelap, gij komt

vannacht niet de deur in: ik kan die manieren niet meer dulden, het is

noodig, dat ik aan iedereen laat zien, wie je bent en op welk uur je

naar huis komt. Tofano op zijn beurt verbitterd begon haar te

beleedigen en te schreeuwen, waardoor de buren die het rumoer hoorden,

opstonden, naar de vensters gingen en vroegen wat er aan de hand was.

De donna begon huilend te spreken: Het is die slechte kerel, die me ’s

avonds dronken thuis komt of in de kroegen in slaap valt en daarna op

dit uur huiswaarts keert. Lang heb ik dat verdragen, maar nu duld ik

het verder niet en ik heb hem de schande aangedaan hem buiten de deur

te sluiten om te zien of hij zich wil verbeteren. Van den anderen kant

vertelde de beestachtige Tofano, hoe het feit had plaats gehad en

bedreigde haar zeer. De donna zeide tot haar buren: Kijk, wat een

kerel? Wat zoudt gij zeggen, als ik op straat zou staan en hij in huis

zou zijn? Bij het geloof in God, dan zou ik denken, dat gij gelooft,

dat hij de waarheid zegt. Gij kunt nu zijn verstand kennen. Want hij

zegt juist, dat ik dat heb gedaan, wat ik geloof, dat hij heeft

uitgevoerd. Hij dacht mij te verschrikken door zich in een put te

werpen; had het God mogen behagen, dat hij er zich werkelijk in gegooid

had en verdronken was, dan had hij een weinig water in den wijn gedaan,

dien hij te veel heeft gedronken. De buren gaven Tofano de schuld en

begonnen hem te beleedigen over hetgeen hij de donna toevoegde. Het

rumoer werd zoo groot, dat het eindelijk de ouders van de donna

bereikte. Deze kwamen daar en hoorden de zaak van de buren. Zij pakten

Tofano beet en gaven hem zooveel slagen, dat zij hem geheel gebroken

achterlieten. Daarna in het huis gekomen, namen zij tot zich, wat aan

de donna behoorde, voerden haar mede naar hun woning en bedreigden

Tofano met nog erger. Tofano, die zich door de jaloezie in dien

slechten toestand zag, nam, daar hij het goed met zijn vrouw voor had,

eenige vrienden als bemiddelaars en deed zijn best de donna in vrede in

zijn huis terug te krijgen, aan welke hij beloofde nooit meer naijverig

te zijn. Behalve dat gaf hij haar verlof alles naar haar genoegen te

doen maar zoo, dat hij het niet zou merken. En aldus als een dwaze

stommeling, sloot hij na de schade deze overeenkomst. En leve de liefde

en dood aan de tweedracht en de heele boel.

De Decamerone van Boccaccio · 第 73 / 116 题