Tofano sluit een nacht zijn vrouw buiten de deur, die niet bij
machte door smeekbeden binnen te komen, doet alsof zij zich in een
put werpt. Tofano loopt het huis uit, gaat er heen en zij komt er
in, sluit hem buiten, en beleedigt hem met luid geschreeuw.
Toen de koning zag, dat de historie van Elisa geëindigd was, keerde hij
zich zonder verwijl naar Lauretta en toonde haar daardoor, dat zij zou
volgen; daarom zonder af te wachten, begon zij aldus: O Liefde,
hoedanige en welke zijn Uw krachten! Hoe groot Uw raadgevingen en Uw
oordeel! Welke wijsgeer, welke kunstenaar kon ooit die listen toonen,
dit doorzicht, die aanwijzingen, die gij dadelijk geeft aan wie Uw
sporen volgt? Zeker, alle andere wetenschap is achterlijk bij de Uwe.
Verliefde donna’s, ik zal U een list vertellen aangewend door een zeer
eenvoudige vrouw, die alleen Amor haar had kunnen leeren.
In Arezzo leefde een rijk man, Tofano. Hij kreeg een zeer schoone vrouw
tot echtgenoote, monna Ghita, waarop hij zonder te weten waarom spoedig
jaloersch werd. Toen de donna dit merkte, was zij zeer verontwaardigd
en omdat hij niet anders dan vage en ongeldige redenen daarvoor kon
opgeven, besloot zij hem aan het kwaad te doen sterven, waar hij zonder
reden bang voor was. Zij bemerkte, dat een jonkman haar begeerde en
begon zich stilletjes met hem te verstaan. Aan hunne verhouding ontbrak
slechts van het woord tot de daad over te gaan. Zij kende onder de
slechte gewoonten van haar man zijn drankzucht en begon hem niet alleen
dit aan te bevelen, maar hem zelfs kunstmatig daartoe aan te sporen.
Als zij hem goed dronken zag, en hij in slaap was, begaf zij zich naar
haar minnaar en ging zoo voort hem te ontmoeten. Door zijn drinken
kreeg zij niet alleen den moed haar minnaar in huis te laten komen,
maar zij ging een groot deel van den nacht in het zijne doorbrengen,
wat daar niet ver vandaan was. De ongelukkige echtgenoot bemerkte, dat,
als zij hem aanspoorde te drinken, zij het zelf nooit deed. Dit gaf hem
argwaan en hij vermoedde, dat de donna hem beschonken maakte om haar
genoegen te kunnen waarnemen, terwijl hij sliep. Hij wilde er de proef
van nemen, en hield zich, zonder dat hij iets op had, een avond geheel
buiten westen.
De donna meende, dat hij niet meer hoefde te drinken en spoorde hem aan
te gaan slapen. Toen hij dit deed, ging zij het huis uit naar dat van
haar minnaar en bleef daar tot het midden van den nacht. Tofano stond
op, sloot de deuren van binnen en ging aan de vensters zitten, totdat
hij de donna zou zien huiswaarts keeren om haar te toonen, dat hij haar
rondsluipen bemerkt had. Zij keerde huiswaarts en toen zij het huis van
buiten gesloten vond, was zij zeer treurig en beproefde met geweld de
deur te openen. Na eenigen tijd zeide Tofano: Vrouw, gij maakt U
vergeefs moe, omdat gij er toch niet in kunt komen. Ga, keer terug,
vanwaar gij komt en wees er zeker van, dat gij nooit hier terug zult
keeren, tot ik U in tegenwoordigheid van Uw ouders en buren die eer heb
aangedaan, die U toekomt. De donna begon hem toen bij de liefde van God
te smeeken, dat het hem zou behagen haar open te doen, omdat zij niet
kwam, vanwaar hij meende, maar van het waken bij een harer buurvrouwen,
omdat de nachten lang waren en zij altijd slecht sliep. De gebeden
hielpen niets, omdat die wreedaard besloten had, dat al de bewoners van
Arezzo haar schande zouden weten. De donna, die zag, dat het bidden
niet baatte, ging tot bedreigingen over en zeide: Als gij mij niet open
doet, zal ik U tot den rampzaligsten man maken. Tofano antwoordde
hierop: Wat kunt gij mij doen? Amor had den geest der donna met zijn
raadgevingen verscherpt en antwoordde: Voor ik de schande wil dragen,
die gij mij ten onrechte wilt veroorzaken, zal ik mij in gindschen put
werpen en dood daar in gevonden zal iedereen gelooven, dat gij in
dronkenschap mij er in hebt gesmeten en aldus zult gij moeten vluchten,
verliezen wat gij bezit en in ballingschap leven of men zal U het hoofd
afslaan als mijn moordenaar, wat gij ook werkelijk geweest zult zijn.
Tofano raakte evenwel van zijn dwaze meening niet af. Daardoor zeide de
donna: Nu dan, ik kan die behandeling van U niet meer dulden; God
vergeve het U, gij kunt mijn spinrokken komen halen, dat ik hier achter
laat. En bij die woorden, terwijl de nacht zoo donker was, dat de een
den ander ternauwernood kon zien, ging de donna naar de put, nam een
grooten steen, die ter zijde lag en liet hem met een schreeuw van God
vergeve het mij er in vallen. De steen op het water ploffend maakte een
groot gedruisch. Tofano dacht bepaald, dat zij zich er in had geworpen,
nam den emmer met het touw en snelde naar de put om haar te helpen. De
donna, die zich bij de deur van haar huis had verborgen, nam, zoodra
zij hem naar de put zag loopen, de vlucht in huis, sloot het van
binnen, ging naar de vensters en zeide: Men moet bijtijds water in zijn
wijn doen.
Tofano, die dit hoorde, zag, dat hij er in was geloopen en daar hij de
deur niet kon openen eischte hij dit van haar. Zij, die hem stilletjes
liet praten gelijk hij het eerst haar had gedaan, begon hem toe te
schreeuwen: Bij het kruis van God, vervelende dronkelap, gij komt
vannacht niet de deur in: ik kan die manieren niet meer dulden, het is
noodig, dat ik aan iedereen laat zien, wie je bent en op welk uur je
naar huis komt. Tofano op zijn beurt verbitterd begon haar te
beleedigen en te schreeuwen, waardoor de buren die het rumoer hoorden,
opstonden, naar de vensters gingen en vroegen wat er aan de hand was.
De donna begon huilend te spreken: Het is die slechte kerel, die me ’s
avonds dronken thuis komt of in de kroegen in slaap valt en daarna op
dit uur huiswaarts keert. Lang heb ik dat verdragen, maar nu duld ik
het verder niet en ik heb hem de schande aangedaan hem buiten de deur
te sluiten om te zien of hij zich wil verbeteren. Van den anderen kant
vertelde de beestachtige Tofano, hoe het feit had plaats gehad en
bedreigde haar zeer. De donna zeide tot haar buren: Kijk, wat een
kerel? Wat zoudt gij zeggen, als ik op straat zou staan en hij in huis
zou zijn? Bij het geloof in God, dan zou ik denken, dat gij gelooft,
dat hij de waarheid zegt. Gij kunt nu zijn verstand kennen. Want hij
zegt juist, dat ik dat heb gedaan, wat ik geloof, dat hij heeft
uitgevoerd. Hij dacht mij te verschrikken door zich in een put te
werpen; had het God mogen behagen, dat hij er zich werkelijk in gegooid
had en verdronken was, dan had hij een weinig water in den wijn gedaan,
dien hij te veel heeft gedronken. De buren gaven Tofano de schuld en
begonnen hem te beleedigen over hetgeen hij de donna toevoegde. Het
rumoer werd zoo groot, dat het eindelijk de ouders van de donna
bereikte. Deze kwamen daar en hoorden de zaak van de buren. Zij pakten
Tofano beet en gaven hem zooveel slagen, dat zij hem geheel gebroken
achterlieten. Daarna in het huis gekomen, namen zij tot zich, wat aan
de donna behoorde, voerden haar mede naar hun woning en bedreigden
Tofano met nog erger. Tofano, die zich door de jaloezie in dien
slechten toestand zag, nam, daar hij het goed met zijn vrouw voor had,
eenige vrienden als bemiddelaars en deed zijn best de donna in vrede in
zijn huis terug te krijgen, aan welke hij beloofde nooit meer naijverig
te zijn. Behalve dat gaf hij haar verlof alles naar haar genoegen te
doen maar zoo, dat hij het niet zou merken. En aldus als een dwaze
stommeling, sloot hij na de schade deze overeenkomst. En leve de liefde
en dood aan de tweedracht en de heele boel.