De zesde dag van de Decamerone eindigt, de zevende vangt aan. Onder
het bewind van Dioneo wordt gesproken over de streken, welke de
vrouwen, gedreven door liefde of tot hun redding tegenover hun
echtgenooten hebben uitgehaald, die het al of niet merken.
Alle sterren waren reeds in het Oosten geweken, behalve die wij Lucifer
noemen en die nog schitterde in den blankenden dageraad, toen de
hofmeester opstond en met veel goed zich naar de Dames-Vallei begaf om
er alles te ordenen. Niet lang na zijn vertrek ontwaakte de koning,
dien het rumoer van de badende bedienden en der lastdieren had gewekt
en hij liet al de donna’s en de jongelieden volgen. Ternauwernood
schenen de zonnestralen, toen allen zich op weg begaven en nooit was
het hun voorgekomen, dat de nachtegalen en de andere vogels zoo lustig
hadden gezongen als dien morgen; door hun liederen begeleid gingen zij
tot aan de Vallei der Donna’s, waar, omdat zij door nog meer vogels
werden toegekweeld, het hun leek, dat die zich over hun komst
verheugden. Zij wandelden er weer in rond en die scheen hun nog zooveel
te schooner dan den vorigen dag, naarmate het uur meer met zijn
schoonheid overeen kwam. En nadat zij met goeden wijn en meelspijs zich
hadden ontnuchterd, begonnen zij, opdat zij niet werden overtroffen
door de vogels, te zingen en de vallei met hen zong steeds dezelfde
liederen als zij, waarbij de vogels, alsof zij niet overwonnen wilden
worden zoete, nieuwe tonen kweelden. Maar toen het dansuur was
aangebroken en de tafels gezet waren onder de levendige laurierboomen
en de andere schoone stammen dicht bij het meertje, zaten zij aan en
onder het eten zagen zij de visschen in zeer talrijke scholen het meer
doorzwemmen, wat hun meermalen even goed reden tot kouten als tot
kijken gaf. Maar toen het verblijf was geëindigd, begonnen zij nog
opgeruimder dan te voren te zingen. Vervolgens, toen er op
verschillende plaatsen rustbedden waren opgeslagen, en die allen door
den zeer bescheiden hofmeester waren omgeven en gesloten met fransche
serge gordijnen, kon elk, met verlof des konings, wien dit beviel, gaan
slapen, en wie dit niet verkoos, kon naar welbehagen van hun andere
genietingen gebruik maken. Toen het uur gekomen was, dat allen
opstonden en het tijd was om te gaan vertellen, werden niet ver van die
plaats, tapijten op het gras uitgespreid; en zij zetten zich dicht bij
het meer neder en de koning beval, dat Emilia zou aanvangen, die blijde
glimlachend aldus met verhalen begon: