ZEVENDE VERTELLING.

Madonna Filippa wordt door haar echtgenoot met een minnaar gevonden

en voor de rechtbank geroepen. Zij bevrijdt zich met een vlug en

aardig antwoord en doet de wet wijzigen. [128]

Reeds zweeg Fiammetta en nog lachte iedereen om de nieuwe redeneerwijze

door Scalza gebruikt om boven allen de Baronci tot den adel te rekenen,

toen de koningin aan Filostrato beval te vertellen en hij begon te

zeggen: Waardige donna’s. Het is een schoone zaak in alle opzichten

goed te kunnen spreken, maar ik vind dit het schoonste het dáár te

kunnen doen, waar de noodzakelijkheid het vereischt. Dit verstond een

edelvrouw, waarvan ik wil spreken, die niet alleen haar hoorders tot

vroolijkheid en lachen bracht, maar zich uit de strikken van een

smadelijken dood losmaakte gelijk gij zult hooren.

In de gemeente van Prato bestond vroeger een wet, waarlijk niet minder

schandelijk dan hard, welke zonder eenig onderscheid te maken beval,

dat de vrouw verbrand moest worden, welke door den echtgenoot met een

minnaar op overspel werd betrapt evenals die, welke voor geld met een

ander man gevonden werd. Terwijl die wet bestond, werd een edelvrouw,

schooner en verliefder dan welke andere ook, die madonna Filippa

heette, in haar eigen kamer op een nacht gevonden door Rinaldo de’

Pugliesi, haar man, in de armen van Lazzarino de’ Guazzagliotri, een

adellijk en knap jonkman uit die gemeente, dien zij meer dan zich zelf

lief had. Toen Rinaldo dat zag, weerhield hij zich zeer verwoed

ternauwernood ze na te zitten en ze te vermoorden en indien hij niet

aan zich zelf getwijfeld had, had hij het, den aandrang van zijn toorn

volgend, gedaan. Daar hij zich daarvan weerhouden had, kon hij zich

niet bedwingen dat te wenschen door de wet van Prato, wat hem zelf niet

veroorloofd was teweeg te brengen, namelijk den dood van zijn vrouw. En

daar hij om de schuld van de donna te bewijzen genoegzame gegevens had,

liet hij, zoodra het dag werd, zonder verder raad in te winnen en de

vrouw te hebben aangeklaagd, haar voor het gerecht roepen. De donna,

die een groot hart had, gelijk gewoonlijk zij plegen te hebben, die van

nature hartstochtelijk zijn, was, hoewel haar ouders en vrienden het

haar afraadden, geheel gereed te verschijnen en zij wilde liever door

de waarheid te bekennen met sterke ziel sterven dan laf vluchten, bij

verstek veroordeeld in ballingschap leven en zich onwaardig toonen

jegens zulk een minnaar, in wier armen zij den verloopen nacht had

doorgebracht.

Terwijl zij vergezeld was van een groot aantal donna’s en mannen, en

door allen werd aangeraden te ontkennen, vroeg zij voor den magistraat

met een flink gelaat en een vaste stem, wat hij van haar wilde. De

magistraat, die haar aanzag en vond, dat zij zeer schoon was en van

zeer lofwaardige manieren en gelijk haar woorden het getuigden, van

grooten moed, begon medelijden met haar te krijgen en vreesde, dat zij

dat zou bekennen, waardoor hij haar moest doen sterven, terwijl hij

haar eer wilde redden. Maar toch, daar hij zich niet kon onthouden haar

te vragen, wat hem haar had doen dagvaarden, zeide hij tot haar:

Madonna, gelijk gij ziet, is hier Rinaldo, uw man en hij beklaagt zich

over U, van wie hij zegt, dat hij U met een ander man op echtbreuk

heeft betrapt; en daarom vraagt hij, dat ik volgens een wet hier

geldig, U daarvoor straf door U te doen sterven; maar ik kan dat niet

doen, wanneer gij het niet bekent en pas daarom wel op wat gij

antwoordt en zeg mij of het waar is, waarvan Uw echtgenoot U

beschuldigt. De donna, zonder een oogenblik te vreezen, antwoordde met

zeer bekoorlijke stem: Messire, het is waar, dat Rinaldo mijn

echtgenoot is en dat hij mij in den afgeloopen nacht in de armen vond

van Lazzarino, waarin ik door de goede en volmaakte liefde, die ik hem

toedroeg, dikwijls was en dit zal ik nooit ontkennen, maar gelijk ik

zeker ben, dat U bekend is, moeten de wetten gelijk zijn en gemaakt met

de toestemming van hen, op wien zij betrekking hebben. Dat gebeurt

evenwel niet, daar zij alleen de arme vrouwen dwingt, welke veel beter

dan de mannen voor vele wetten bevoegd zouden zijn. En bovendien heeft

geen enkele donna, toen die wet gemaakt werd, er niet alleen geen

toestemming bij gegeven, maar geen een werd er bij geraadpleegd; daarom

mag men die terecht slecht noemen. En indien gij daar de uitvoerder van

wilt zijn ten koste van mijn lichaam en ziel, ben ik tot Uw

beschikking, maar eer gij voortgaat met eenige zaak te beoordeelen bid

ik U, dat gij mij een kleine gunst bewijst, namelijk dat gij mijn man

vraagt of ik elken keer en zooveel keer als hem beviel zonder ooit te

weigeren uit mij zelf mij hem geheel overgaf of niet. Hierop antwoordde

Rinaldo zonder af te wachten, wat de rechter zou vragen, haastig, dat

de vrouw zonder eenigen twijfel aan elk verlangen van hem geheel tot

zijn genoegen had voldaan. Dan, vervolgde de donna gevat, mijnheer de

rechter, indien hij altijd van mij heeft gekregen, wat hij noodig had

en begeerde, wat moest ik of wat moet ik doen met wat hij mij vrij

laat? Moet ik dat aan de honden voor werpen? Is het niet beter er een

edelman mee te dienen, die mij meer dan zich zelf lief heeft dan het

verloren te doen gaan of het te laten bederven?

Bij dit onderzoek van zulk een bekende vrouw waren alle bewoners van

Prato toegeloopen, die na deze geestige vraag lachend als met één stem

schreeuwden, dat de donna gelijk had. Op aanraden van den rechter,

veranderde men de wreede wet zóó, dat deze alleen betrekking had op die

vrouwen, welke voor geld ontrouw werden. Rinaldo verliet verlegen het

verhoor en de donna ging in glorie vroolijk naar huis.

De Decamerone van Boccaccio · 第 65 / 116 题