Michele Scalza bewijst aan zekere jongelieden, dat de Baronci de
oudste edellieden ter wereld zijn en van de Maremma en wint er een
avondmaal mee.
De donna’s lachten nog om het gevatte antwoord van Giotto, toen de
koning aan Fiammetta beval te volgen, die aldus begon te spreken: Jonge
dames. Pamfilo, [126] door aan de Baronci te herinneren, die gij
toevallig niet kent als hij, heeft mij een verhaal in het geheugen
geroepen, waarin zonder van ons onderwerp af te wijken, u wordt
aangetoond hoe groot hun adel was en daarom behaagt het mij u dit te
vertellen.
Nog niet lang geleden was er in onze stad een jonkman, Michele Scalza
genaamd, die de aardigste en aangenaamste mensch ter wereld was en die
de nieuwste nieuwtjes bij de hand had. Daarom zorgden de florentijnsche
jongelieden er wel voor hem in hun gezelschap te hebben. Toen hij op
een goeden dag met eenigen van hen te Mont’ Ughi was, deed zich onder
hen de vraag op wie de edelste en oudste lieden van Florence waren.
Enkelen van hen beweerden, dat het de Uberti’s waren, en anderen de
Lamberti’s en deze die en gene weer anderen, naar het hun inviel.
Scalza hoorde deze, glimlachte en sprak: Ga heen, simpelen, die jullie
bent, gij weet niet, wat ge zegt: de edelste en oudste lieden niet van
Florence maar van de heele wereld en van de Maremma [127] zijn de
Baronci en alle philosoofjes en elk, die ze kent, zijn het er met mij
over eens. En opdat gij begrijpt, dat ik van geen anderen dan van hen
spreek, zeg ik u, dat ik de Baronci bedoel, uw buren van Santa Maria
Maggiore. Toen de jongelieden, die van hem iets anders verwachtten, dit
hoorden, begonnen zij allen met hem te spotten en zeiden: Gij scheert
met ons den gek, alsof wij de Baronci niet zouden kennen als gij.
Scalza zeide: Neen, bij de heilige Evangeliën, ik zeg integendeel de
waarheid, en indien er iemand onder u is, die er een avondmaal om wil
verwedden om dit aan te bieden aan hem, die overwint, met de zes
kameraden, die hem bevallen, zal ik mij gaarne daartoe verbinden en nog
meer: ik zal mij er bij onderwerpen aan het oordeel van elk, dien gij
wilt. Een van hen, Neri Mannini sprak: Ik ben bereid om dit avondmaal
te wedden en nadat zij het er over eens waren geworden tot rechter
Piero di Fiorentino te nemen, in wiens huis zij woonden, gingen zij
naar hem toe en al de anderen om Scalza te zien verliezen en hem te
plagen en vertelden alles, wat door hem gezegd was.
Piero, die een voorzichtig jongmensch was en die eerst de woorden van
Neri had aangehoord, keerde zich daarna tot Scalza en zeide: En hoe
kunt gij bewijzen, wat gij beweert? Scalza antwoordde: Wat? Ik zal het
zóó bewijzen, dat niet alleen gij, maar hij, die het ontkent, zal
zeggen, dat ik de waarheid vertel. Gij weet, dat, naarmate het geslacht
van menschen ouder is, het ook als edeler beschouwd wordt en daarvan
was juist zoo pas onder hen sprake en de Baronci zijn ouder dan eenige
andere familie, zoodat zij edeler zijn en als ik bewijs, dat zij de
oudsten zijn, zal ik zonder twijfel bij de zaak hebben overwonnen. Gij
moet weten, dat de Baronci al geschapen zijn door God den Heer in den
tijd, dat hij schilderen begon te leeren, maar de anderen in den tijd,
toen Hij het kon. En om te weten, dat ik hierin de waarheid zeg,
herinner u daartoe de Baronci en de andere menschen; waar gij alle
anderen kunt zien met goed gebouwde gezichten en behoorlijk van
verhoudingen, kunt gij de Baronci zien: den een met een heel lang en
smal gelaat, den ander met een buitengewoon breed gezicht en dezen met
een heelen langen neus en dien met een korten en genen met de kin
vooruit en om zich zelf gebogen en met kaken, welke die van een ezel
schijnen. En deze heeft het eene oog grooter dan het andere en die nog
het eene lager dan het andere gelijk de gezichten plegen te wezen,
welke de kinderen maken, als zij pas beginnen teekenen te leeren.
Daaruit, zooals ik reeds zeide, blijkt voldoende, dat God de Heer ze
maakte toen hij leerde schilderen, zoodat zij aldus ouder zijn dan de
andere lieden en daardoor adellijker. Hierover dachten toen zoowel
Piero, die scheidsrechter was als Neri, die om het avondmaal had gewed
en ieder ander en nadat zij de geestige redeneering van Scalza hadden
gehoord, begonnen allen te lachen en te bevestigen, dat Scalza gelijk
had en dat hij het avondmaal gewonnen had en dat voorzeker de Baronci
de edelste en de oudste familie waren niet slechts van Florence, maar
van de wereld en van de Maremma. En het is daarom, dat Pamfilo, die de
leelijkheid van het gezicht van messer Forese wou weergeven, met recht
had gezegd, dat hij leelijk had geschenen naast een der Baronci.