ZEVENDE VERTELLING.

Teodoro, verliefd op Violante, de dochter van messire Amerigo, zijn

heer, maakt haar zwanger en wordt tot de galg veroordeeld. Na er

met geeselslagen heen te zijn geleid, wordt hij door zijn vader

herkend en in vrijheid gesteld en neemt Violante tot vrouw.

De donna’s, die allen in spanning vreesden te hooren, dat de twee

gelieven verbrand waren, en vernamen, dat ze ontkwamen, prezen God en

verheugden zich allen opnieuw. En de koningin, die het einde gehoord

had, droeg aan Lauretta de volgende vertelling op, die met een blij

gelaat begon te spreken: Zeer schoone donna’s. Toen de goede koning

Guiglielmo [103] Sicilië regeerde, was er op dat eiland een edelman,

messire Amerigo Abate van Trapani, die onder andere aardsche goederen

wel van kinderen was voorzien. Daarom toen hij dienaars noodig had en

er eenige galeien van Genueesche zeeroovers van den Levant waren

gekomen, waar zij vele jonge slaven hadden gevangen bij het kruisen op

de kust van Armenië, kocht hij er eenigen van in de meening, dat dit

Turken waren. Onder dezen, waarvan de meesten herders schenen te zijn,

was er een van aardig en beter uiterlijk, die Teodoro heette. Bij het

opgroeien, hoewel hij steeds als lijfeigene werd behandeld, werd hij

toch opgevoed met de kinderen van messire Amerigo en daar hij zich meer

liet leiden door de natuur dan door het noodlot, begon hij beschaafd te

worden en van goede manieren, zoodat hij dermate aan messire Amerigo

beviel, dat die hem tot een vrij man maakte en daar hij geloofde, dat

hij Muzelman was, liet hij hem doopen en Pietro noemen, maakte hem tot

zijn rentmeester en stelde in hem veel vertrouwen. Gelijk de andere

kinderen van messer Amerigo opgroeiden, gebeurde dit ook zijn dochter

Violante, een schoon en bevallig jong meisje, welke daar haar vader

haar te lang liet wachten met trouwen, verliefd werd op Pietro. Hoewel

zij hem lief had en hem hoog achtte om zijn goed voorkomen en zijn

talenten, schaamde zij zich toch dit aan hem te bekennen. Maar Amor

ontnam haar die moeite, omdat Pietro, die haar meermalen in het geheim

had gade geslagen, zoo verliefd op haar was geworden, dat hij zich niet

wel voelde, als hij haar niet zag; toch vreesde hij haar te toonen wat

hij gevoelde, daar dit hem niet wenschelijk scheen.

Het meisje, dat hem gaarne zag, bemerkte dit en om hem meer zekerheid

te geven, toonde zij er zich zeer gelukkig mede, van welken stand ze

ook was. En zoo bleef het lang, en zij durfden niets aan elkaar te

zeggen, hoezeer elk het ook begeerde. Maar terwijl beide van dezelfde

liefdevlam brandden, vond de fortuin, alsof die overlegd had, dat dit

zou geschieden, een weg om hun vrees, die ze schuchter maakte en het

belette, te verjagen. Messire Amerigo had op misschien een mijl afstand

van Trapani een schoon landhuis, waar zijn vrouw met zijn dochter met

andere vrouwen en donna’s dikwijls heen placht te gaan om zich te

ontspannen. Terwijl zij daar heengegaan waren op een dag, dat het zeer

warm was en zij Pietro mee hadden genomen en daar bleven, werd de

hemel, gelijk wij dat dikwijls zien gebeuren, opeens bedekt met donkere

wolken. Daarom begaf zich de donna met haar gezelschap, opdat het

slechte weer haar daar niet zou verrassen, weer op weg terug naar

Trapani en zij liepen zoo snel ze konden. Maar Pietro die jong was en

ook het meisje, liepen haar moeder en de andere gezellinnen een eind

vooruit, misschien niet minder gedreven door de liefde dan door de

vrees voor het weer. En daar zij de donna en de anderen al zoover

vooruit waren, dat men hun ternauwernood zag, viel er opeens na

verscheidene donderslagen een zware en onophoudelijke hagelbui, welke

de donna en haar gezelschap ontvluchtte in het huis van een boer.

Pietro en het meisje, die niet eerder een schuilplaats vonden, traden

een oude en geheel vervallen hut binnen, waarin niemand woonde en

waarin zij onder een overgebleven stuk dak zich borgen en waar de

weinig ruimte noodzakelijk ze dwong elkaar aan te raken. Deze aanraking

was de oorzaak, dat zij de zielen een weinig moed gaf voor elkaar hun

liefde te bekennen en Pietro begon het eerst te spreken: God mocht

geven, dat ik hier mocht blijven en die regen nooit ophoudt. En het

jonge meisje sprak: Dat zou mij zeer aangenaam zijn. Na die woorden

kwamen zij er toe elkaar bij de hand te nemen en wederkeerig te drukken

en hierop elkaar te omarmen en dan te kussen, terwijl het maar altijd

hagelde. En om mij niet bij elke bijzonderheid op te houden: het weer

werd niet beter, voor zij de hoogste verrukkingen der liefde gekend

hadden en hun maatregelen genomen hadden om in ’t geheim van elkaar te

genieten. Het slechte weer hield op en bij de poort van de stad, die

daar niet ver vandaan was, wachtten zij de donna en keerden met haar

terug naar huis.

Zij vonden elkaar meermalen terug met groote voorzichtigheid en in

stilte tot elkanders groot genoegen. En het ging zoo, dat het meisje

zwanger werd, wat beide zeer hinderlijk was. Daarom zocht zij met vele

kunstmiddelen tegen den loop der natuur de vrucht af te drijven, maar

kon het niet gedaan krijgen. Daarom zeide Pietro haar, dat hij voor

zijn eigen leven vreesde en plan had te vluchten. Toen zij dit hoorde,

zeide zij: Als gij vlucht, zal ik mij zeker van kant maken. Hierop

antwoordde Pietro, die veel van haar hield: Hoe wilt gij, mijn donna,

dat ik hier blijf? Uw zwangerschap zal onzen misstap openbaren. U zal

men het licht vergeven, maar ik, ongelukkige, zal het zijn, die voor Uw

zonde en de mijne de straf zal moeten dragen. Het meisje hernam:

Pietro, men zal mijn zonde wel kennen, maar wees er zeker van, dat men,

indien gij de Uwe niet zult vertellen, dit nooit zal weten. Toen sprak

Pietro: Nu gij mij dit belooft, zal ik blijven, maar denk er aan Uw

belofte te houden.

Het jonge meisje, dat zooveel zij kon, haar zwangerschap had verborgen

gehouden en zag, dat de omvang, die haar lichaam kreeg, haar niet

veroorloofden dien langer te verbergen, bekende die een dag met vele

tranen aan haar moeder en smeekte die haar te redden. De donna ten

zeerste bedroefd hoonde haar zeer en wilde weten, hoe dit gebeurd was.

Het jonge meisje verzon, opdat er aan Pietro niets kwaads zou

geschieden, een historie en vertelde de zaak op haar manier. De donna

geloofde haar en om den misstap van haar dochter te verbergen, zond zij

haar naar een van haar landhuizen. Toen daar de tijd der bevalling

gekomen was, schreeuwde het meisje, gelijk de vrouwen in dergelijke

omstandigheden doen en daar haar moeder niet voorzag, dat messer

Amerigo, die bijna nooit op die plaats kwam, er juist zou komen,

verwonderde hij zich, die terugkwam van de vogelvangst en langs de

kamer ging, waar zijn dochter schreeuwde, kwam opeens binnen en vroeg,

wat er gaande was. De donna, die haar man op het onverwachtst zag,

stond zeer onthutst op en vertelde hem, wat er met haar dochter was

gebeurd. Maar hij—minder spoedig geneigd om te gelooven, wat men hem

vertelde dan de donna—zeide, dat het niet waar kon zijn, dat zij niet

wist, van wien ze zwanger was en verklaarde, dat hij alles wilde weten

en dat door het te zeggen zijn dochter zijn genegenheid kon herwinnen,

maar als ze het niet deed, dat ze er dan aan moest denken zonder genade

te sterven.

De donna deed haar best, zooveel ze kon, haar echtgenoot tevreden te

stellen met wat zij gezegd had, maar dat hielp niets. Hij, in woede

ontbrand, liep met uitgetogen degen in de hand op zijn dochter toe,

welke, terwijl de moeder haar vader met woorden tegenhield, van een

knaapje beviel en zei: Of gij bekent van wien gij dit kind hebt

gekregen of gij zult dadelijk sterven. Het meisje brak in doodsangst de

belofte aan Pietro gedaan en openbaarde, dat het van hem en haar was.

Toen de ridder dit hoorde en haast razend was geworden van woede,

weerhield hij zich ternauwernood haar te vermoorden, maar nadat hij

gezegd had, wat de toorn hem ingaf, steeg hij te paard, kwam te Trapani

en liet door een zekeren Currado, die door den koning tot kapitein was

benoemd, Pietro onverhoeds gevangen nemen na hem den hoon verteld te

hebben hem door deze aangedaan en op de pijnbank leggen, waar hij alles

bekende. Na eenige dagen werd hij door den kapitein veroordeeld door de

gemeente heen gegeeseld te worden en daarna opgehangen. Opdat een

zelfde uur de twee minnenden en het kind van de aarde deed verdwijnen,

goot messer Amerigo, wiens toorn door de ter dood veroordeeling van

Pietro nog niet was gestild, vergift in een beker wijn, gaf die aan een

van zijn knechts, overhandigde dien met een ontbloote dolk en zeide: Ga

Violante zoeken met die twee dingen en zeg haar uit mijn naam, dat zij

spoedig een van beide kiest om te sterven: gift of metaal; zoo niet,

dan zal ik haar voor de oogen van alle burgers laten verbranden gelijk

zij het heeft verdiend en daarna zult gij het kind nemen door haar

gebaard en na dit het hoofd tegen den muur verpletterd te hebben, zult

gij het den honden als voedsel voorwerpen. Toen de beestachtige vader

zulk een wreed bevel tegen zijn dochter en kleinkind gegeven had, ging

de dienaar meer ten kwade dan ten goede geneigd weg.

Pietro, veroordeeld, liep naar de galg, gegeeseld door de

beulsknechten, die hem er heen voerden, toen hij naar den wil van hen,

die de groep leidden, langs een herberg kwam, waar zich drie edellieden

uit Armenië bevonden, welke hun koning als gezanten naar Rome had

gestuurd om met den Paus te onderhandelen over gewichtige zaken

betreffende een doortocht van troepen, die plaats moest hebben en die

daar waren afgestegen om zich te verfrisschen en er eenige dagen te

blijven. Zij werden met veel eer ontvangen door de edellieden van

Trapani en in het bijzonder door messire Amerigo. Toen zij degenen

zagen voorbijgaan, die Pietro leidden, kwamen zij aan een venster om te

kijken. Pietro was tot op den gordel naakt en had de handen op den rug

gebonden. Een der gezanten, een bejaard man en van groot gezag, Fineo

genaamd, die hem per toeval had aanschouwd, zag op zijn borst een

groote, roodachtige plek niet geschilderd maar op natuurlijke wijze op

de huid afgedrukt, als die, welke de vrouwen gewoon zijn rozen te

noemen. Bij dat gezicht herinnerde hij zich plotseling een van zijn

zonen, die hem reeds voor vijftien jaar geleden door zeeroovers op de

kust van Lajazzo ontvoerd was en waarvan hij nooit meer iets had

gehoord en toen hij over den leeftijd dacht van den ongelukkige, die

gegeeseld werd, meende hij, indien zijn zoon nog leefde, dat hij dit

moest zijn en denzelfden leeftijd moest hebben als deze en hij begon te

vermoeden door dit teeken, dat hij het werkelijk was. En hij meende,

dat, als hij het zou wezen, hij zich nog zijn naam en dien zijns vaders

en de taal van Armenië herinneren moest. Toen hij in zijn nabijheid

was, riep hij derhalve: O Teodoro! Pietro hoorde die stem en hief

dadelijk het hoofd op. Hierop zeide Fineo in het Armenisch: Waar ben je

vandaan? Wiens zoon ben je? De wachters, die Pietro geleidden, hielden

uit eerbied voor den waardigen man stand, zoodat Pietro kon antwoorden:

Ik kwam uit Armenië als zoon van iemand, die Fineo heette, waarvan ik

als klein kind door ik weet niet wat voor lieden werd geroofd. Fineo

vernam dit en wist nu zeker, dat hij de zoon was, dien hij had

verloren: daarom liep hij klagend met zijn metgezellen naar beneden en

vloog hem tusschen de soldaten om den hals en na hem een mantel van

zeer rijk laken te hebben omgeworpen, dien hij aan had, bad hij hen,

die hem naar de strafplaats leidden, te wachten, gelijk hij wilde en te

blijven tot zij een order zouden ontvangen. Zij antwoordden, dat zij

dit gaarne deden. Fineo had de reden al vernomen, waarom Pietro ter

dood zou worden gebracht, daar het nieuws zich overal had verbreid.

Daarom ging hij haastig met zijn gezelschap en hun bedienden naar

messer Currado en sprak tot hem: Messere, hij, die zich ter dood wil

laten brengen als bediende is een vrij man en mijn zoon en hij is

bereid haar tot vrouw te nemen van wie men zegt, dat hij haar

maagdelijkheid heeft geroofd. En derhalve moge het U behagen de

terechtstelling zoo lang op te schorten, dat men kan weten of zij hem

tot man wil, opdat zij, zoo zij wil, niet tegen de wet handelt. Toen

Messer Currado hoorde, dat deze de zoon was van Fineo, was hij verbaasd

en zich schamend over de zonde, die het noodlot hem deed begaan en na

herkend te hebben, dat hij werkelijk, die het zeide, Fineo was, liet

hij hem snel naar huis terugkeeren en liet messere Amerigo halen en

vertelde hem alles.

Messer Amerigo, die dacht, dat zijn dochter en kleinzoon al dood waren,

was de bedroefdste man ter wereld over wat hij had gedaan, met het

besef, dat, als zij niet dood was, daar veel goeds uit kon voortkomen,

maar niettemin zond hij iemand er op uit naar de dochter, opdat, als

zijn bevel nog niet was opgevolgd, dit niet zou gebeuren, Hij, die

ging, vond den knecht door messere Amerigo afgezonden, die de dolk en

het gift voor zich had geplaatst, en omdat zij niet zoo spoedig koos,

haar beleedigde en haar wilde dwingen er een te kiezen. Doch na het

bevel van zijn heer gehoord te hebben, liet hij haar met rust, keerde

naar hem terug en zeide hem, hoe het met de zaak stond. Hierover was

messere Amerigo tevreden, begaf zich naar Fineo, klagend, daar hij nu

beter wist, en verontschuldigde zich over hetgeen er was voorgevallen,

vroeg vergeving en beweerde, als Teodoro zijn dochter tot vrouw

wenschte, dat hij zeer verheugd zou zijn die hem te geven. Fineo nam

gaarne de verontschuldigingen aan en antwoordde: Ik wil, dat mijn zoon

Uw dochter neemt en als gij niet wilt, ga dan voort met het vonnis, dat

hem is voorgelezen. Daar Fineo en messer Amerigo het eens waren,

terwijl Teodoro nog geheel in doodsangst verkeerde en blijde was zijn

vader te hebben teruggevonden, vroegen zij op hun beurt hem, wat hij

wilde. Teodoro hoorend, dat Violante, mits hij wilde, zijn vrouw zou

zijn, was zoo verheugd, dat de hel hem in den hemel scheen te

veranderen en zeide, dat dit voor hem de hoogste genade zou wezen,

wanneer dat beide ouders behagen kon. Men vond iemand om den wil te

vernemen van het meisje; toen zij hoorde, wat Teodoro overkomen was en

wat hem te wachten stond, terwijl zij bedroefder dan welke vrouw ook

den dood afwachtte, hechtte zij na lang praten geloof aan die woorden,

vroolijkte een weinig op en antwoordde, dat, als zij daarin haar

verlangen mocht volgen, niets blijders haar kon gebeuren dan de vrouw

te worden van Teodoro, maar dat zij in elk geval zou doen, wat haar

vader gelasten zou.

Toen zoo allen het eens waren geworden, huwde men het meisje uit en het

feest was zeer groot tot het hoogste genoegen van alle burgers. Het

meisje, na zich hersteld te hebben en haar zoontje te laten zoogen,

werd na korten tijd schooner dan ooit en na van het kraambed te zijn

opgestaan, wachtte zij Fineo bij zijn terugkeer van Rome af en eerde

hem als haar vader. En hij zeer tevreden met zijn zoo mooie

schoondochter, maakte met zeer groote vreugde en blijdschap voor hen

bruiloft en ontving en behield haar altijd als zijn dochter. Nadat

eenige dagen later zijn zoon en zijn kleinzoon op een galei waren

gestegen, nam hij ze met zich mede naar Lajazzo, waar de twee gelieven

in rust en vrede, zoolang zij leefden, bleven wonen.

De Decamerone van Boccaccio · 第 54 / 116 题