Teodoro, verliefd op Violante, de dochter van messire Amerigo, zijn
heer, maakt haar zwanger en wordt tot de galg veroordeeld. Na er
met geeselslagen heen te zijn geleid, wordt hij door zijn vader
herkend en in vrijheid gesteld en neemt Violante tot vrouw.
De donna’s, die allen in spanning vreesden te hooren, dat de twee
gelieven verbrand waren, en vernamen, dat ze ontkwamen, prezen God en
verheugden zich allen opnieuw. En de koningin, die het einde gehoord
had, droeg aan Lauretta de volgende vertelling op, die met een blij
gelaat begon te spreken: Zeer schoone donna’s. Toen de goede koning
Guiglielmo [103] Sicilië regeerde, was er op dat eiland een edelman,
messire Amerigo Abate van Trapani, die onder andere aardsche goederen
wel van kinderen was voorzien. Daarom toen hij dienaars noodig had en
er eenige galeien van Genueesche zeeroovers van den Levant waren
gekomen, waar zij vele jonge slaven hadden gevangen bij het kruisen op
de kust van Armenië, kocht hij er eenigen van in de meening, dat dit
Turken waren. Onder dezen, waarvan de meesten herders schenen te zijn,
was er een van aardig en beter uiterlijk, die Teodoro heette. Bij het
opgroeien, hoewel hij steeds als lijfeigene werd behandeld, werd hij
toch opgevoed met de kinderen van messire Amerigo en daar hij zich meer
liet leiden door de natuur dan door het noodlot, begon hij beschaafd te
worden en van goede manieren, zoodat hij dermate aan messire Amerigo
beviel, dat die hem tot een vrij man maakte en daar hij geloofde, dat
hij Muzelman was, liet hij hem doopen en Pietro noemen, maakte hem tot
zijn rentmeester en stelde in hem veel vertrouwen. Gelijk de andere
kinderen van messer Amerigo opgroeiden, gebeurde dit ook zijn dochter
Violante, een schoon en bevallig jong meisje, welke daar haar vader
haar te lang liet wachten met trouwen, verliefd werd op Pietro. Hoewel
zij hem lief had en hem hoog achtte om zijn goed voorkomen en zijn
talenten, schaamde zij zich toch dit aan hem te bekennen. Maar Amor
ontnam haar die moeite, omdat Pietro, die haar meermalen in het geheim
had gade geslagen, zoo verliefd op haar was geworden, dat hij zich niet
wel voelde, als hij haar niet zag; toch vreesde hij haar te toonen wat
hij gevoelde, daar dit hem niet wenschelijk scheen.
Het meisje, dat hem gaarne zag, bemerkte dit en om hem meer zekerheid
te geven, toonde zij er zich zeer gelukkig mede, van welken stand ze
ook was. En zoo bleef het lang, en zij durfden niets aan elkaar te
zeggen, hoezeer elk het ook begeerde. Maar terwijl beide van dezelfde
liefdevlam brandden, vond de fortuin, alsof die overlegd had, dat dit
zou geschieden, een weg om hun vrees, die ze schuchter maakte en het
belette, te verjagen. Messire Amerigo had op misschien een mijl afstand
van Trapani een schoon landhuis, waar zijn vrouw met zijn dochter met
andere vrouwen en donna’s dikwijls heen placht te gaan om zich te
ontspannen. Terwijl zij daar heengegaan waren op een dag, dat het zeer
warm was en zij Pietro mee hadden genomen en daar bleven, werd de
hemel, gelijk wij dat dikwijls zien gebeuren, opeens bedekt met donkere
wolken. Daarom begaf zich de donna met haar gezelschap, opdat het
slechte weer haar daar niet zou verrassen, weer op weg terug naar
Trapani en zij liepen zoo snel ze konden. Maar Pietro die jong was en
ook het meisje, liepen haar moeder en de andere gezellinnen een eind
vooruit, misschien niet minder gedreven door de liefde dan door de
vrees voor het weer. En daar zij de donna en de anderen al zoover
vooruit waren, dat men hun ternauwernood zag, viel er opeens na
verscheidene donderslagen een zware en onophoudelijke hagelbui, welke
de donna en haar gezelschap ontvluchtte in het huis van een boer.
Pietro en het meisje, die niet eerder een schuilplaats vonden, traden
een oude en geheel vervallen hut binnen, waarin niemand woonde en
waarin zij onder een overgebleven stuk dak zich borgen en waar de
weinig ruimte noodzakelijk ze dwong elkaar aan te raken. Deze aanraking
was de oorzaak, dat zij de zielen een weinig moed gaf voor elkaar hun
liefde te bekennen en Pietro begon het eerst te spreken: God mocht
geven, dat ik hier mocht blijven en die regen nooit ophoudt. En het
jonge meisje sprak: Dat zou mij zeer aangenaam zijn. Na die woorden
kwamen zij er toe elkaar bij de hand te nemen en wederkeerig te drukken
en hierop elkaar te omarmen en dan te kussen, terwijl het maar altijd
hagelde. En om mij niet bij elke bijzonderheid op te houden: het weer
werd niet beter, voor zij de hoogste verrukkingen der liefde gekend
hadden en hun maatregelen genomen hadden om in ’t geheim van elkaar te
genieten. Het slechte weer hield op en bij de poort van de stad, die
daar niet ver vandaan was, wachtten zij de donna en keerden met haar
terug naar huis.
Zij vonden elkaar meermalen terug met groote voorzichtigheid en in
stilte tot elkanders groot genoegen. En het ging zoo, dat het meisje
zwanger werd, wat beide zeer hinderlijk was. Daarom zocht zij met vele
kunstmiddelen tegen den loop der natuur de vrucht af te drijven, maar
kon het niet gedaan krijgen. Daarom zeide Pietro haar, dat hij voor
zijn eigen leven vreesde en plan had te vluchten. Toen zij dit hoorde,
zeide zij: Als gij vlucht, zal ik mij zeker van kant maken. Hierop
antwoordde Pietro, die veel van haar hield: Hoe wilt gij, mijn donna,
dat ik hier blijf? Uw zwangerschap zal onzen misstap openbaren. U zal
men het licht vergeven, maar ik, ongelukkige, zal het zijn, die voor Uw
zonde en de mijne de straf zal moeten dragen. Het meisje hernam:
Pietro, men zal mijn zonde wel kennen, maar wees er zeker van, dat men,
indien gij de Uwe niet zult vertellen, dit nooit zal weten. Toen sprak
Pietro: Nu gij mij dit belooft, zal ik blijven, maar denk er aan Uw
belofte te houden.
Het jonge meisje, dat zooveel zij kon, haar zwangerschap had verborgen
gehouden en zag, dat de omvang, die haar lichaam kreeg, haar niet
veroorloofden dien langer te verbergen, bekende die een dag met vele
tranen aan haar moeder en smeekte die haar te redden. De donna ten
zeerste bedroefd hoonde haar zeer en wilde weten, hoe dit gebeurd was.
Het jonge meisje verzon, opdat er aan Pietro niets kwaads zou
geschieden, een historie en vertelde de zaak op haar manier. De donna
geloofde haar en om den misstap van haar dochter te verbergen, zond zij
haar naar een van haar landhuizen. Toen daar de tijd der bevalling
gekomen was, schreeuwde het meisje, gelijk de vrouwen in dergelijke
omstandigheden doen en daar haar moeder niet voorzag, dat messer
Amerigo, die bijna nooit op die plaats kwam, er juist zou komen,
verwonderde hij zich, die terugkwam van de vogelvangst en langs de
kamer ging, waar zijn dochter schreeuwde, kwam opeens binnen en vroeg,
wat er gaande was. De donna, die haar man op het onverwachtst zag,
stond zeer onthutst op en vertelde hem, wat er met haar dochter was
gebeurd. Maar hij—minder spoedig geneigd om te gelooven, wat men hem
vertelde dan de donna—zeide, dat het niet waar kon zijn, dat zij niet
wist, van wien ze zwanger was en verklaarde, dat hij alles wilde weten
en dat door het te zeggen zijn dochter zijn genegenheid kon herwinnen,
maar als ze het niet deed, dat ze er dan aan moest denken zonder genade
te sterven.
De donna deed haar best, zooveel ze kon, haar echtgenoot tevreden te
stellen met wat zij gezegd had, maar dat hielp niets. Hij, in woede
ontbrand, liep met uitgetogen degen in de hand op zijn dochter toe,
welke, terwijl de moeder haar vader met woorden tegenhield, van een
knaapje beviel en zei: Of gij bekent van wien gij dit kind hebt
gekregen of gij zult dadelijk sterven. Het meisje brak in doodsangst de
belofte aan Pietro gedaan en openbaarde, dat het van hem en haar was.
Toen de ridder dit hoorde en haast razend was geworden van woede,
weerhield hij zich ternauwernood haar te vermoorden, maar nadat hij
gezegd had, wat de toorn hem ingaf, steeg hij te paard, kwam te Trapani
en liet door een zekeren Currado, die door den koning tot kapitein was
benoemd, Pietro onverhoeds gevangen nemen na hem den hoon verteld te
hebben hem door deze aangedaan en op de pijnbank leggen, waar hij alles
bekende. Na eenige dagen werd hij door den kapitein veroordeeld door de
gemeente heen gegeeseld te worden en daarna opgehangen. Opdat een
zelfde uur de twee minnenden en het kind van de aarde deed verdwijnen,
goot messer Amerigo, wiens toorn door de ter dood veroordeeling van
Pietro nog niet was gestild, vergift in een beker wijn, gaf die aan een
van zijn knechts, overhandigde dien met een ontbloote dolk en zeide: Ga
Violante zoeken met die twee dingen en zeg haar uit mijn naam, dat zij
spoedig een van beide kiest om te sterven: gift of metaal; zoo niet,
dan zal ik haar voor de oogen van alle burgers laten verbranden gelijk
zij het heeft verdiend en daarna zult gij het kind nemen door haar
gebaard en na dit het hoofd tegen den muur verpletterd te hebben, zult
gij het den honden als voedsel voorwerpen. Toen de beestachtige vader
zulk een wreed bevel tegen zijn dochter en kleinkind gegeven had, ging
de dienaar meer ten kwade dan ten goede geneigd weg.
Pietro, veroordeeld, liep naar de galg, gegeeseld door de
beulsknechten, die hem er heen voerden, toen hij naar den wil van hen,
die de groep leidden, langs een herberg kwam, waar zich drie edellieden
uit Armenië bevonden, welke hun koning als gezanten naar Rome had
gestuurd om met den Paus te onderhandelen over gewichtige zaken
betreffende een doortocht van troepen, die plaats moest hebben en die
daar waren afgestegen om zich te verfrisschen en er eenige dagen te
blijven. Zij werden met veel eer ontvangen door de edellieden van
Trapani en in het bijzonder door messire Amerigo. Toen zij degenen
zagen voorbijgaan, die Pietro leidden, kwamen zij aan een venster om te
kijken. Pietro was tot op den gordel naakt en had de handen op den rug
gebonden. Een der gezanten, een bejaard man en van groot gezag, Fineo
genaamd, die hem per toeval had aanschouwd, zag op zijn borst een
groote, roodachtige plek niet geschilderd maar op natuurlijke wijze op
de huid afgedrukt, als die, welke de vrouwen gewoon zijn rozen te
noemen. Bij dat gezicht herinnerde hij zich plotseling een van zijn
zonen, die hem reeds voor vijftien jaar geleden door zeeroovers op de
kust van Lajazzo ontvoerd was en waarvan hij nooit meer iets had
gehoord en toen hij over den leeftijd dacht van den ongelukkige, die
gegeeseld werd, meende hij, indien zijn zoon nog leefde, dat hij dit
moest zijn en denzelfden leeftijd moest hebben als deze en hij begon te
vermoeden door dit teeken, dat hij het werkelijk was. En hij meende,
dat, als hij het zou wezen, hij zich nog zijn naam en dien zijns vaders
en de taal van Armenië herinneren moest. Toen hij in zijn nabijheid
was, riep hij derhalve: O Teodoro! Pietro hoorde die stem en hief
dadelijk het hoofd op. Hierop zeide Fineo in het Armenisch: Waar ben je
vandaan? Wiens zoon ben je? De wachters, die Pietro geleidden, hielden
uit eerbied voor den waardigen man stand, zoodat Pietro kon antwoorden:
Ik kwam uit Armenië als zoon van iemand, die Fineo heette, waarvan ik
als klein kind door ik weet niet wat voor lieden werd geroofd. Fineo
vernam dit en wist nu zeker, dat hij de zoon was, dien hij had
verloren: daarom liep hij klagend met zijn metgezellen naar beneden en
vloog hem tusschen de soldaten om den hals en na hem een mantel van
zeer rijk laken te hebben omgeworpen, dien hij aan had, bad hij hen,
die hem naar de strafplaats leidden, te wachten, gelijk hij wilde en te
blijven tot zij een order zouden ontvangen. Zij antwoordden, dat zij
dit gaarne deden. Fineo had de reden al vernomen, waarom Pietro ter
dood zou worden gebracht, daar het nieuws zich overal had verbreid.
Daarom ging hij haastig met zijn gezelschap en hun bedienden naar
messer Currado en sprak tot hem: Messere, hij, die zich ter dood wil
laten brengen als bediende is een vrij man en mijn zoon en hij is
bereid haar tot vrouw te nemen van wie men zegt, dat hij haar
maagdelijkheid heeft geroofd. En derhalve moge het U behagen de
terechtstelling zoo lang op te schorten, dat men kan weten of zij hem
tot man wil, opdat zij, zoo zij wil, niet tegen de wet handelt. Toen
Messer Currado hoorde, dat deze de zoon was van Fineo, was hij verbaasd
en zich schamend over de zonde, die het noodlot hem deed begaan en na
herkend te hebben, dat hij werkelijk, die het zeide, Fineo was, liet
hij hem snel naar huis terugkeeren en liet messere Amerigo halen en
vertelde hem alles.
Messer Amerigo, die dacht, dat zijn dochter en kleinzoon al dood waren,
was de bedroefdste man ter wereld over wat hij had gedaan, met het
besef, dat, als zij niet dood was, daar veel goeds uit kon voortkomen,
maar niettemin zond hij iemand er op uit naar de dochter, opdat, als
zijn bevel nog niet was opgevolgd, dit niet zou gebeuren, Hij, die
ging, vond den knecht door messere Amerigo afgezonden, die de dolk en
het gift voor zich had geplaatst, en omdat zij niet zoo spoedig koos,
haar beleedigde en haar wilde dwingen er een te kiezen. Doch na het
bevel van zijn heer gehoord te hebben, liet hij haar met rust, keerde
naar hem terug en zeide hem, hoe het met de zaak stond. Hierover was
messere Amerigo tevreden, begaf zich naar Fineo, klagend, daar hij nu
beter wist, en verontschuldigde zich over hetgeen er was voorgevallen,
vroeg vergeving en beweerde, als Teodoro zijn dochter tot vrouw
wenschte, dat hij zeer verheugd zou zijn die hem te geven. Fineo nam
gaarne de verontschuldigingen aan en antwoordde: Ik wil, dat mijn zoon
Uw dochter neemt en als gij niet wilt, ga dan voort met het vonnis, dat
hem is voorgelezen. Daar Fineo en messer Amerigo het eens waren,
terwijl Teodoro nog geheel in doodsangst verkeerde en blijde was zijn
vader te hebben teruggevonden, vroegen zij op hun beurt hem, wat hij
wilde. Teodoro hoorend, dat Violante, mits hij wilde, zijn vrouw zou
zijn, was zoo verheugd, dat de hel hem in den hemel scheen te
veranderen en zeide, dat dit voor hem de hoogste genade zou wezen,
wanneer dat beide ouders behagen kon. Men vond iemand om den wil te
vernemen van het meisje; toen zij hoorde, wat Teodoro overkomen was en
wat hem te wachten stond, terwijl zij bedroefder dan welke vrouw ook
den dood afwachtte, hechtte zij na lang praten geloof aan die woorden,
vroolijkte een weinig op en antwoordde, dat, als zij daarin haar
verlangen mocht volgen, niets blijders haar kon gebeuren dan de vrouw
te worden van Teodoro, maar dat zij in elk geval zou doen, wat haar
vader gelasten zou.
Toen zoo allen het eens waren geworden, huwde men het meisje uit en het
feest was zeer groot tot het hoogste genoegen van alle burgers. Het
meisje, na zich hersteld te hebben en haar zoontje te laten zoogen,
werd na korten tijd schooner dan ooit en na van het kraambed te zijn
opgestaan, wachtte zij Fineo bij zijn terugkeer van Rome af en eerde
hem als haar vader. En hij zeer tevreden met zijn zoo mooie
schoondochter, maakte met zeer groote vreugde en blijdschap voor hen
bruiloft en ontving en behield haar altijd als zijn dochter. Nadat
eenige dagen later zijn zoon en zijn kleinzoon op een galei waren
gestegen, nam hij ze met zich mede naar Lajazzo, waar de twee gelieven
in rust en vrede, zoolang zij leefden, bleven wonen.