ACHTSTE VERTELLING.

Girolamo bemint Salvestra; toegevend aan de beden van zijn moeder,

gaat hij naar Parijs, keert terug en vindt haar gehuwd. Hij treedt

heimelijk in haar huis en sterft aan haar zijde. Men draagt hem in

een kerk, waar Salvestra aan zijn zijde sterft.

Het verhaal van Emilia vond haar einde, toen op bevel des konings,

Neifile aldus begon: Waardige donna’s. Naar mijn meening zijn er

lieden, die meenen meer te weten dan anderen en die minder weten en

daarom zijn ze niet alleen verwaten genoeg tegen den raad der menschen

maar ook tegen de natuur der dingen hun denkwijze te stellen, uit welke

aanmatiging reeds zeer groote kwalen zijn voortgekomen, terwijl men er

nooit iets goeds uit zag volgen. En omdat onder de andere, natuurlijke

dingen, zij, die het minst raadgevingen of tegenspraken duldt, de

liefde behoort, wier aard het is, dat zij eer zich zelf verteert dan

dat zij zich ophoudt bij een ontvangen waarschuwing, is het mij te

binnengevallen U een vertelling te doen van een donna, die trachtend

wijzer te zijn dan zij behoorde te wezen en was en die de zaak niet

gedoogde, waarin zij haar verstand wou toonen en gelooft de liefde uit

het hart te kunnen rukken van een minnaar, welke de sterren wellicht er

in geplaatst hadden, er toe kwam tegelijkertijd de liefde en de ziel

uit het lichaam van haar zoon te verdrijven.

Er was dan in onze stad, naar hetgeen de ouden verhalen, een zeer groot

en rijk koopman, wiens naam Leonardo Sighieri [85] luidde, die van zijn

donna een zoon Girolamo had en na diens geboorte, nadat hij zijn zaken

met zorg had geregeld, uit dit leven scheidde. De voogden van het kind

met zijn moeder te samen leidden goed en eerlijk zijn zaken. Het kind

groeide op met de anderen van de buren en sloot met meer dan eenig

ander uit den omtrek vriendschap met een meisje van zijn leeftijd, de

dochter van een kleermaker. Toen de ouderdom toenam, veranderde de

vriendschap in liefde en zoo vurig, dat Girolamo zich niet goed voelde,

als hij haar soms niet zag en zeker had zij hem niet minder lief dan

hij haar.

De moeder van den jongen, die dit gezien had, schold hem verscheidene

malen en sloeg hem. Daarna, daar Girolamo zich niet weerhouden kon,

beklaagde zijn moeder zich er over bij zijn voogden en daar zij

geloofde, door den grooten rijkdom van haar zoon, van den pruimenboom

een oranje-appel te kunnen plukken, zeide zij tot hen: Die jongen van

ons, die nauwelijks veertien jaar is, is zoo verliefd op de dochter van

onzen buurman, den kleermaker, die Salestra heet, dat, indien wij haar

niet uit zijn oogen weg halen, hij haar tot zijn ongeluk op een goeden

dag tot vrouw zal nemen, zonder dat iemand het weet en ik zal daarna

nooit meer vroolijk zijn of hij zal verteren, als hij haar met een

ander zal zien trouwen en daarom schijnt het mij, dat gij om het te

ontwijken hem ergens ver hier vandaan moet sturen om in een winkel te

dienen, opdat zij op die manier van hem verwijderd, hem niet zien kan

en daar uit de gedachte zal gaan en wij hem later een welgeboren donna

tot vrouw kunnen geven. De voogden zeiden, dat de donna gelijk had en

dat zij naar hun vermogen zouden handelen. Nadat zij het kind in den

winkel hadden laten roepen, begon er een te zeggen op beminnelijken

toon: Mijn jongen, je wordt nu groot; het is goed, dat gij zelf uw

zaken leert behartigen; daarom zouden wij er zeer mee ingenomen zijn;

als gij eenigen tijd in Parijs zoudt vertoeven, waar gij zult zien, hoe

een groot deel van uw geld verhandeld wordt zonder te rekenen, dat gij

er veel beter en meer opgevoed en rijker zult worden, wat hier niet

gebeuren kan, daar gij er vele ridders en baronnen en edellieden zult

zien, en als gij hun zeden hebt leeren kennen, kunt gij hier later

terugkeeren. De jongen luisterde ingespannen en antwoordde kort, dat

hij er niets van wilde weten, omdat hij even goed als een ander meende

in Florence te kunnen blijven. De waarde heeren hoorden dit en

berispten hem nog meer, maar daar zij uit hem geen ander antwoord

konden krijgen, vertelden zij het aan de moeder.

Deze fel vertoornd, niet wegens zijn weigering naar Parijs te gaan maar

om zijn liefde, beleedigde hem zwaar en toen om het te verzoeten met

lieve woordjes begon zij hem te vleien en hem zacht te vragen, of hij

wou doen, wat zijn voogden wenschten en zij wist hem zoo te bepraten,

dat hij toestemde er een jaar en langer te blijven en dat gebeurde.

Girolamo ging dus zeer verliefd naar Parijs en werd er met uitstel op

uitstel twee jaar gehouden. Vandaar keerde hij meer dan ooit ontvlamd

terug, vond zijn Salvestra gehuwd met een goed jonkman, tentenmaker van

beroep en was daarover uiterst bedroefd. Maar toen ziende, dat het niet

anders kon, deed hij zijn best zich rust te verschaffen en na ontdekt

te hebben, waar zij woonde, begon hij volgens de gewoonte der verliefde

jongelieden daar langs te gaan in het geloof, dat zij hem niet vergeten

had, gelijk hij haar niet. Maar de zaak nam een anderen keer; zij dacht

niet meer aan hem, alsof zij hem nooit had gezien en als zij er zich

nog iets van herinnerde, toonde zij het tegendeel, wat de jongeling in

korten tijd gewaar werd en niet zonder zeer groote smart. Maar

niettemin deed hij, al wat hij kon om dit in zijn ziel te verbergen;

daar echter niets scheen te helpen, besloot hij om niet weg te kwijnen

haar te spreken. Nadat hij door een buurman ingelicht was, hoe het huis

van zijn vriendin was gebouwd, trad hij er op een avond, toen zij en

haar man waren gaan waken bij buren, in ’t geheim binnen en verborg

zich in haar kamer achter tentendoeken, die er waren uitgespannen en

wachtte, totdat zij huiswaarts gekeerd en te bed waren en hij zag, dat

de man sliep en ging toen naar die zijde, waar hij gemerkt had, dat

Salvestra was gaan liggen, legde zijn hand op haar borst en zeide

zachtjes: O mijn ziel, slaapt gij al! De vrouw, die niet sliep, wilde

schreeuwen, maar de jonkman sprak haastig: Bij God, schreeuw niet, want

ik ben uw Girolamo. Toen zij dit hoorde, zeide zij sidderend: Zeg, bij

God, Girolamo, ga heen; de tijd is voorbij, dat het in onze kindsheid

niet verboden was verliefd te zijn; ik ben, gelijk gij ziet gehuwd;

daarom past het niet meer, dat ik op een anderen man acht geef dan op

mijn echtgenoot en nu bid ik u bij den eenigen God, dat gij heengaat.

Want als mijn man u zou bespeuren, kunnen wij onderstellen, dat, zoo er

geen ander kwaad uit voortkomt, er toch uit zou volgen, dat ik noch in

vrede noch in rust meer met hem zou kunnen leven, waar ik door hem

bemind in rust met hem leef. De jonkman hoorde die woorden en voelde

diepe smart en toen hij aan den vroegeren tijd dacht en aan zijn liefde

nooit door den afstand verminderd en er de vele beden en beloften van

vroeger bijvoegde, bezat hij er niets meer van. Daarom met het

verlangen te sterven, bad hij haar ten slotte, dat zij, als loon voor

zooveel liefde, zou toestaan, dat hij naast haar ging liggen, zoodat

hij zich een weinig kon verwarmen, want hij was door het wachten als

ijs geworden. Hij beloofde haar, dat hij er niets van zou zeggen, noch

haar zou aanraken en dat hij heen zou gaan, als hij een weinig verwarmd

was.

Salvestra, die medelijden met hem had, stond hem dit onder die

voorwaarden toe. Aldus strekte hij zich naast haar uit zonder haar aan

te raken en in een opwelling herdenkend de langdurige liefde, haar

toegedragen, en haar tegenwoordige hardheid en de verloren hoop,

besloot hij niet langer te leven en zijn geest in zich zelf

vernietigend, sloot hij de vuist en stierf aan haar zijde. Na eenigen

tijd verwonderde zich de jonge vrouw over zijn standvastigheid,

vreesde, dat haar man zou wakker worden en begon te zeggen: Wel,

Girolamo, waarom ga je niet weg? Maar daar zij hem niet hoorde

antwoorden, dacht zij, dat hij was ingeslapen. Daarom de hand

uitstrekkend om hem te wekken, begon zij hem te betasten en hem

aanrakend, voelde zij een ijzige koude, waarover zij zich zeer

verbaasde. Toen zij hem met meer kracht beroerde en voelde, dat hij

niet bewoog, zag zij na dit meermalen te hebben herhaald, dat hij dood

was. Hierover was zij zeer bedroefd en bleef in groote verlegenheid

niet wetend wat te doen. Ten slotte bedacht zij te zien, wat haar

echtgenoot zou zeggen alsof het een ander persoon betrof en na hem te

hebben gewekt, vertelde zij wat haar overkomen was, alsof het met een

ander gebeurd was en vroeg hem daarop, wat, indien het haar gebeurde,

te doen stond. De goede man antwoordde, dat het hem scheen, dat men

hem, die dood was in stilte naar zijn huis moest voeren en hem daar

laten, zonder eenige kwaadwilligheid jegens de vrouw te hebben, welke

hem niet voorkwam te hebben gefaald. Toen zeide de jonge vrouw: Wel,

dat moeten wij dan doen, en zijn hand nemend liet zij hem den dooden

jonkman aanraken. Hij, zeer ontsteld, stond op, stak een licht aan en

zonder met de vrouw verder te spreken, trok hij het lijk zijn eigen

kleeren aan, en zonder uitstel, overtuigd van de onschuld zijner vrouw,

tilde hij dit op zijn schouders, droeg het naar de deur van diens huis,

legde het neer en liet het daar achter.

Bij het aanbreken van den dag, toen men den man dood voor de deur zag,

ontstond er een groot rumoer, vooral door de moeder en nadat men overal

gezocht had en gekeken en noch wond noch stoot ontdekte, geloofden de

doktoren algemeen, dat hij van verdriet was dood gebleven, zooals hij

daar lag. Het lichaam werd dan ook in een kerk gebracht en hier kwam de

moeder met vele andere verwante donna’s en buurvrouwen en zij begonnen

over hem zeer heftig te weenen en te treuren. Terwijl het geklaag zeer

groot werd, zeide de goede man, in wiens huis hij gestorven was, tot

Salvestra: Zeg, doe een mantel over je hoofd, ga naar de kerk, waar

Girolamo is heen gevoerd, begeef je tusschen de vrouwen en luister,

naar wat men u vertelt. Ik zal hetzelfde doen onder de mannen, opdat

wij vernemen of men iets kwaads van ons zegt. Dit beviel aan de jonge

vrouw, die door een laat medelijden was aangegrepen, want zij verlangde

hem te zien, aan wien zij bij zijn leven met niet één kus genoegen had

willen doen en ging er heen. Maar het is wonderlijk te denken, hoe

moeilijk de krachten der liefde zijn te verklaren. Het ongeluk opende

dat hart, dat de blijde fortuin van Girolamo niet had kunnen

doordringen en al de oude vlammen laaiden weer omhoog en veranderden

dit tot zooveel erbarmen, toen zij het gelaat van den doode zag, dat

zij verborgen onder haar mantel en gemengd tusschen de andere donna’s

geen stand hield, voor zij tot het lijk was genaderd. Daar stiet zij

een schrillen kreet uit, wierp zich op het gelaat van den jonkman en

had den tijd niet zijn gelaat met tranen te baden, want ternauwernood

had zij hem aangeraakt of, gelijk het Girolamo gebeurd was, ontnam de

smart haar het leven. De andere vrouwen wilden haar bemoedigen, zeiden,

dat zij wat op zou staan en herkenden haar nog niet. Toen zij zich nog

niet verhief en men haar wilde doen oprijzen en onbewegelijk vond en

haar toch zich deed verheffen, zag men dat zij Salvestra was en

tegelijk bespeurde men, dat zij was gestorven. Daarop begonnen de

vrouwen, door dubbel medelijden bewogen, nog meer te weeklagen. De

tijding verspreidde zich buiten de kerk onder de mannen, en bereikte

ook haar echtgenoot, die tusschen hen stond en die zonder te hooren

naar troost of steun van wie ook, langen tijd weende. En toen hij de

geschiedenis, die dien nacht gebeurd was van dien jonkman en zijn vrouw

aan een genoegzaam aantal van hen had verteld, deed die elkeen leed.

Toen de overleden jonge vrouw was opgenomen en versierd gelijk men dit

gewoon is met de dooden te doen, legde men haar op dezelfde baar naast

den jongen man en nadat daar lang was getreurd, werden beide in

eenzelfde graf begraven en hen, die de liefde niet als levenden had

kunnen vereenigen, verbond onafscheidelijk de dood.

De Decamerone van Boccaccio · 第 44 / 116 题