TWEEDE DAG.

De eerste dag van de Decamerone eindigt; de tweede vangt aan,

waarop onder het bewind van Filomena besproken wordt, wie door

verschillende oorzaken gekweld is en boven alle verwachting met een

heugelijk einde slaagt.

Reeds had de zon met zijn licht overal den nieuwen dag aangekondigd en

zongen de vogels op de groene takken lieve liederen en gaven er aan de

ooren getuigenis van, toen de donna’s en de drie jongelieden tegelijk

opstonden, in de tuinen traden, waar zij de van dauw volle grassprieten

met de voeten doorwoelden, voor elkaar schoone kransen vlochten en

gedurende een lange wandeling zich vermaakten. Gelijk zij den vorigen

dag hadden gedaan, deden zij ook dezen; gedurende den tocht aten zij en

gingen zij na een kort bal rusten. Toen zij na den noen opgestaan

waren, kwamen zij aan een groene weide en zetten zich, gelijk het de

koningin behaagde, rondom haar in een kring neer. De koningin was

schoon en van zeer aangenaam uiterlijk. Zij bleef met haar krans

gekroond een oogenblik staan, zag het gansche gezelschap aan, en beval

aan Neifile, dat die een begin maken zou met de volgende vertellingen

en deze, zonder eenigen omhaal begon opgeruimd aldus te spreken:

De Decamerone van Boccaccio · 第 14 / 116 题