De Koning van Cyprus, door een Gasconsche dame bestraft, wordt van
een traag een werkzaam man.
Het laatste bevel van de koningin had betrekking op Elisa, die zonder
dit af te wachten, zeer opgeruimd begon:
Jonge dames. Het gebeurt dikwijls, dat, wanneer vele berispingen en
straffen bij iemand niet hielpen, een enkel woord per ongeluk—niet eens
met opzet—gezegd, baatte. Wat duidelijk bleek uit de vertelling van
Lauretta, zal ook ik U in het kort aantoonen. Want dit is iets, hetwelk
goede menschen altijd verheugt, wanneer het door hen aandachtig wordt
aangehoord, wie het ook vertelt.
In den tijd van den eersten koning van Cyprus, na de verovering van het
Heilige Land door Godfried van Bouillon [19] toog een edelvrouw uit
Gascogne ter bedevaart naar het Heilige Graf. Toen zij bij haar
terugreis op Cyprus kwam, werd zij door eenige gemeene lui schandelijk
mishandeld. Haar smart daarover was grenzenloos en zij wilde zich bij
den koning gaan beklagen. Maar men vertelde haar, dat zij moeite deed
voor niets, want de koning was zulk een traag en lui mensch, dat hij op
de klachten van anderen niet inging, en dat hij zelfs niet den smaad,
hem vaak zeer onbeschaamd toegevoegd, wilde vervolgen. Daarom liet
iedereen, die hem al had beleedigd, zich jegens hem met verachting en
schimp uit. De dame, die dit hoorde en alle hoop opgaf, om voldoening
te krijgen, nam zich voor haar toorn wat te bekoelen en daartoe den
koning zijn laffe luiheid voor de voeten te werpen. Met tranen in de
oogen trad ze voor hem en zeide: “Sire, ik kom niet tot u om wraak te
eischen voor den smaad, dien men mij heeft aangedaan, maar ik wil u
slechts om de gunst bidden, dat gij mij leert, hoe gij de vele
beleedigingen verdraagt, die men (naar ik hoor) u dagelijksch toevoegt,
opdat ook ik zal leeren de mijnen gelaten te verduren. Ik zou die bij
God gaarne aan u overdoen, daar gij die zoo goed kunt verdragen.”
De koning, die tot nu toe laksch en traag was geweest, leek uit een
droom te ontwaken. Hij wreekte zich voor de dame op de strengste wijze
over de haar aangedane beleediging en sinds dien tijd strafte hij zoo
zwaar mogelijk, ieder die het waagde, de eer van zijn kroon aan te
randen.