NEGENDE VERTELLING.

De Koning van Cyprus, door een Gasconsche dame bestraft, wordt van

een traag een werkzaam man.

Het laatste bevel van de koningin had betrekking op Elisa, die zonder

dit af te wachten, zeer opgeruimd begon:

Jonge dames. Het gebeurt dikwijls, dat, wanneer vele berispingen en

straffen bij iemand niet hielpen, een enkel woord per ongeluk—niet eens

met opzet—gezegd, baatte. Wat duidelijk bleek uit de vertelling van

Lauretta, zal ook ik U in het kort aantoonen. Want dit is iets, hetwelk

goede menschen altijd verheugt, wanneer het door hen aandachtig wordt

aangehoord, wie het ook vertelt.

In den tijd van den eersten koning van Cyprus, na de verovering van het

Heilige Land door Godfried van Bouillon [19] toog een edelvrouw uit

Gascogne ter bedevaart naar het Heilige Graf. Toen zij bij haar

terugreis op Cyprus kwam, werd zij door eenige gemeene lui schandelijk

mishandeld. Haar smart daarover was grenzenloos en zij wilde zich bij

den koning gaan beklagen. Maar men vertelde haar, dat zij moeite deed

voor niets, want de koning was zulk een traag en lui mensch, dat hij op

de klachten van anderen niet inging, en dat hij zelfs niet den smaad,

hem vaak zeer onbeschaamd toegevoegd, wilde vervolgen. Daarom liet

iedereen, die hem al had beleedigd, zich jegens hem met verachting en

schimp uit. De dame, die dit hoorde en alle hoop opgaf, om voldoening

te krijgen, nam zich voor haar toorn wat te bekoelen en daartoe den

koning zijn laffe luiheid voor de voeten te werpen. Met tranen in de

oogen trad ze voor hem en zeide: “Sire, ik kom niet tot u om wraak te

eischen voor den smaad, dien men mij heeft aangedaan, maar ik wil u

slechts om de gunst bidden, dat gij mij leert, hoe gij de vele

beleedigingen verdraagt, die men (naar ik hoor) u dagelijksch toevoegt,

opdat ook ik zal leeren de mijnen gelaten te verduren. Ik zou die bij

God gaarne aan u overdoen, daar gij die zoo goed kunt verdragen.”

De koning, die tot nu toe laksch en traag was geweest, leek uit een

droom te ontwaken. Hij wreekte zich voor de dame op de strengste wijze

over de haar aangedane beleediging en sinds dien tijd strafte hij zoo

zwaar mogelijk, ieder die het waagde, de eer van zijn kroon aan te

randen.

De Decamerone van Boccaccio · 第 12 / 116 题