Een monnik vervalt tot een zonde, waarop de zwaarste straf staat.
Hij bewijst echter, dat zijn abt hetzelfde op zijn geweten heeft en
redt zich zoodoende uit zijn verlegenheid.
Reeds zweeg Filomena, toen Dioneo, die naast haar zat, zonder eenig
bevel van de koningin af te wachten, volgens de ingestelde orde aldus
begon te vertellen:
Lieve dames, indien ik van al het voorgaande de strekking goed heb
begrepen, zijn wij hier om ons te amuseeren door verhalen te doen. En
opdat het tegenovergestelde niet gebeurt, meen ik, dat het aan ieder
vrij moet staan de historie te vertellen, welke hij of zij gelooft, dat
het meest u zal vermaken. Nu gij gehoord hebt hoe door de goede
betoogen van Jeannot de Sevigny Abrahams ziel werd gered en hoe
Melchisedek zijn rijkdommen door zijn wijsheid verdedigde tegen de
valstrikken van Saladin, ben ik van plan in het kort te vertellen door
welk een list een monnik aan de zwaarste straf ontkwam, zonder dat ik
van U afkeuring hoef te verwachten.
Er was in Lunigiana, een landstreek niet ver van Florence een klooster,
heiliger en talrijker aan monniken dan er thans een bestaat. Daar
leefde een jonge monnik, wiens kracht en jeugd de vasten noch de
nachtwaken konden verzwakken. Op een middag om twaalf uur, toen al de
andere monniken sliepen en hij alleen buiten de kerk was gekomen, welke
op een eenzame plaats lag, ontmoette hij toevallig een nog al mooi
meisje, waarschijnlijk de dochter van een der boeren uit den omtrek,
die door de velden ging om zekere kruiden te zoeken. Hij had haar nog
niet gezien of hij werd geweldig door vleeschelijke lust aangegrepen.
Toen hij haar genaderd was, begon hij met haar te spreken en kwam zoo
van het een op het ander. Hij kon het best met haar vinden en voerde
haar met zich mede in zijn cel, terwijl niemand er iets van merkte.
Hij, vervoerd door te veel begeerte, minnekoosde onvoorzichtig.
Toevallig ontwaakte de abt en bemerkte, toen hij langzaam de cel
voorbijging, het gerucht dat zij te zamen maakten. Om de stemmen beter
te onderscheiden naderde hij stil de deur van de cel, luisterde en
hoorde duidelijk, dat er een vrouwenstem bij was. Hij was al beslist
van zins om de deur te laten openmaken, toen hij opeens bedacht, dat
een andere tactiek beter zou zijn. Naar zijn kamer teruggekeerd wachtte
hij tot de monnik naar buiten zou komen. De monnik, die nog met het
grootste genoegen en vermaak met het meisje bezig was, bleef toch
voortdurend op zijn hoede. Het scheen hem, dat hij eenig gerucht van
voeten in de slaapzaal had gehoord. Hij loerde door een kleine spleet
en vermoedde, dat de abt het meisje in zijn cel bemerkt had. Daar hij
wist, dat hieruit groote straf voor hem zou kunnen volgen, was hij zeer
ontstemd. Maar hij liet het meisje er niets van merken. Hij overlegde
vlug en haastte zich een redmiddel te vinden. Er viel hem een list in
en hij ging, na er goed over gedacht te hebben, er toe over. Terwijl
hij net deed of hij genoeg van haar had, zeide hij: Ik moet iets
verzinnen om je hier uit te krijgen zonder dat iemand het ziet; houdt
je daarom, stil tot ik terug ben. Hij ging naar buiten, sloot zijn cel,
en ging recht op de kamer van den abt af en bood hem den sleutel aan,
gelijk iedere monnik gewoon was te doen, als hij naar bed toe ging. Hij
zei met een uitgestreken gezicht: Heer, ik kon niet al het hout bij mij
laten bezorgen, dat ik liet hakken, en met uw verlof wil ik daarom naar
het bosch gaan en het laten brengen. De abt om beter de zonde te
onderzoeken, die de monnik had begaan, en meenende, dat hij niet door
hem was opgemerkt, dacht aan toeval, verheugde zich er over, nam gretig
den sleutel aan en gaf hem tegelijkertijd verlof. Toen hij hem zag
weggaan, begon hij na te denken wat hij zou doen; hij kon in
tegenwoordigheid van alle monniken zijn cel openen en hun zijn misdaad
toonen; die hadden dan geen reden tegen hem te mopperen, als hij den
monnik zou straffen, of hij kon eerst van haar hooren hoe de zaak
gebeurd was. Hij bedacht: het kan wel een vrouw of de dochter van een
man zijn, die ik liever de schande wil besparen aan alle monniken
vertoond te worden. Hij nam zich voor eerst te zien wie er was en
daarna te beslissen. Stil ging hij naar de cel, opende die, trad binnen
en sloot de deur. Het meisje zag den abt komen, werd zeer beangst en
begon vreezend voor schande te jammeren. De heer abt, die zijn oogen
den kost gaf, en zag, dat zij mooi en jong was, gevoelde dadelijk,
hoewel hij oud was, niet minder de prikkelingen des vleesches dan de
jonge monnik, en zei tot zich zelf: Wel, waarom zou ik geen plezier
hebben, als ik in de gelegenheid ben! Altijd heb ik verdriet en
onaangenaamheden gehad als ik het niet wilde. Dit is een mooi meisje en
niemand ter wereld weet het; als ik haar er toe kan krijgen, mij
genoegen te doen, weet ik niet waarom ik het zal laten. Wie zal het
weten? Nooit zal iemand het merken en verborgen zonde is al half
vergeven. Dit geval zal misschien nooit meer voorkomen. Ik meen, dat
het zeer verstandig is van het goede gebruik te maken, wanneer God de
Heer het schenkt. Dit zeggend, liet hij geheel het voornemen varen,
waarmee hij gekomen was, en naderde het meisje dichter, troostte haar
langzaam aan en verzocht haar niet te huilen. Hij kwam van het eene in
het andere en deed haar zijn begeerte kennen. Het meisje, dat noch van
ijzer noch van goud was, leende zich gemakkelijk er toe den abt
genoegen te doen Hij omhelsde en kuste haar herhaaldelijk en sprong in
het bed van den monnik; daar hij misschien het groote gewicht van zijn
waardigheid in aanmerking nam en de teedere leeftijd van het meisje en
wellicht vreesde haar door te veel zwaarte te hinderen, legde hij zich
niet op haar boezem, maar haar op zijn borst en langen tijd drukte hij
haar aan zijn hart.
De monnik, die net had gedaan of hij naar het bosch was gegaan en in de
slaapzaal verborgen zat, dacht, toen hij den abt in zijn kamer zag, en
daardoor gerustgesteld, dat zijn list moest geslaagd wezen. En toen de
cel van binnen werd gesloten, was hij er absoluut zeker van. Hij ging
heen, liep voorzichtig naar een spleet, waardoor hij hoorde en zag, wat
de abt deed en sprak. Toen de abt lang genoeg met het meisje samen was
geweest, en haar in de cel had gesloten, ging hij terug naar zijn
kamer. Nadat hij de monnik gewaar was geworden en geloofde, dat die uit
het bosch was teruggekeerd, wou hij hem streng berispen en hem laten
opsluiten, opdat hij de veroverde buit voor zich alleen behield. Nadat
hij hem had laten roepen, onderhield hij hem zeer ernstig met
verontwaardigd gezicht en beval, dat hij naar den kerker gebracht werd.
De monnik antwoordde gevat: Heer, ik ben nog niet zoo lang lid van de
Orde van Sint-Benedictus, dat iedere bijzonderheid van haar mij bekend
is. Gij hebt mij nog niet geleerd, dat de monniken de vrouwen niet tot
last moeten hebben gelijk de vasten en de nachtwaken, maar nadat gij
mij dit hebt voorgedaan, beloof ik u, indien gij mij dit vergeeft,
hierin nooit meer te zondigen, en ik zal altijd doen, wat ik u heb zien
doen. De abt, die een slimmerd was, begreep dadelijk, dat hij meer van
hem wist en dat de monnik gezien had, wat die had uitgehaald. Daarom
spijtig over zijn eigen schuld, schaamde hij zich den monnik aan te
doen, wat hij zelf had verdiend. Hij vergaf hem en legde hem over
hetgeen hij gezien had het zwijgen op, en ze brachten het meisje netjes
naar buiten. En daarna kan men gerust gelooven, dat zij haar meermalen
lieten terugkomen.