VIERDE VERTELLING.

Een monnik vervalt tot een zonde, waarop de zwaarste straf staat.

Hij bewijst echter, dat zijn abt hetzelfde op zijn geweten heeft en

redt zich zoodoende uit zijn verlegenheid.

Reeds zweeg Filomena, toen Dioneo, die naast haar zat, zonder eenig

bevel van de koningin af te wachten, volgens de ingestelde orde aldus

begon te vertellen:

Lieve dames, indien ik van al het voorgaande de strekking goed heb

begrepen, zijn wij hier om ons te amuseeren door verhalen te doen. En

opdat het tegenovergestelde niet gebeurt, meen ik, dat het aan ieder

vrij moet staan de historie te vertellen, welke hij of zij gelooft, dat

het meest u zal vermaken. Nu gij gehoord hebt hoe door de goede

betoogen van Jeannot de Sevigny Abrahams ziel werd gered en hoe

Melchisedek zijn rijkdommen door zijn wijsheid verdedigde tegen de

valstrikken van Saladin, ben ik van plan in het kort te vertellen door

welk een list een monnik aan de zwaarste straf ontkwam, zonder dat ik

van U afkeuring hoef te verwachten.

Er was in Lunigiana, een landstreek niet ver van Florence een klooster,

heiliger en talrijker aan monniken dan er thans een bestaat. Daar

leefde een jonge monnik, wiens kracht en jeugd de vasten noch de

nachtwaken konden verzwakken. Op een middag om twaalf uur, toen al de

andere monniken sliepen en hij alleen buiten de kerk was gekomen, welke

op een eenzame plaats lag, ontmoette hij toevallig een nog al mooi

meisje, waarschijnlijk de dochter van een der boeren uit den omtrek,

die door de velden ging om zekere kruiden te zoeken. Hij had haar nog

niet gezien of hij werd geweldig door vleeschelijke lust aangegrepen.

Toen hij haar genaderd was, begon hij met haar te spreken en kwam zoo

van het een op het ander. Hij kon het best met haar vinden en voerde

haar met zich mede in zijn cel, terwijl niemand er iets van merkte.

Hij, vervoerd door te veel begeerte, minnekoosde onvoorzichtig.

Toevallig ontwaakte de abt en bemerkte, toen hij langzaam de cel

voorbijging, het gerucht dat zij te zamen maakten. Om de stemmen beter

te onderscheiden naderde hij stil de deur van de cel, luisterde en

hoorde duidelijk, dat er een vrouwenstem bij was. Hij was al beslist

van zins om de deur te laten openmaken, toen hij opeens bedacht, dat

een andere tactiek beter zou zijn. Naar zijn kamer teruggekeerd wachtte

hij tot de monnik naar buiten zou komen. De monnik, die nog met het

grootste genoegen en vermaak met het meisje bezig was, bleef toch

voortdurend op zijn hoede. Het scheen hem, dat hij eenig gerucht van

voeten in de slaapzaal had gehoord. Hij loerde door een kleine spleet

en vermoedde, dat de abt het meisje in zijn cel bemerkt had. Daar hij

wist, dat hieruit groote straf voor hem zou kunnen volgen, was hij zeer

ontstemd. Maar hij liet het meisje er niets van merken. Hij overlegde

vlug en haastte zich een redmiddel te vinden. Er viel hem een list in

en hij ging, na er goed over gedacht te hebben, er toe over. Terwijl

hij net deed of hij genoeg van haar had, zeide hij: Ik moet iets

verzinnen om je hier uit te krijgen zonder dat iemand het ziet; houdt

je daarom, stil tot ik terug ben. Hij ging naar buiten, sloot zijn cel,

en ging recht op de kamer van den abt af en bood hem den sleutel aan,

gelijk iedere monnik gewoon was te doen, als hij naar bed toe ging. Hij

zei met een uitgestreken gezicht: Heer, ik kon niet al het hout bij mij

laten bezorgen, dat ik liet hakken, en met uw verlof wil ik daarom naar

het bosch gaan en het laten brengen. De abt om beter de zonde te

onderzoeken, die de monnik had begaan, en meenende, dat hij niet door

hem was opgemerkt, dacht aan toeval, verheugde zich er over, nam gretig

den sleutel aan en gaf hem tegelijkertijd verlof. Toen hij hem zag

weggaan, begon hij na te denken wat hij zou doen; hij kon in

tegenwoordigheid van alle monniken zijn cel openen en hun zijn misdaad

toonen; die hadden dan geen reden tegen hem te mopperen, als hij den

monnik zou straffen, of hij kon eerst van haar hooren hoe de zaak

gebeurd was. Hij bedacht: het kan wel een vrouw of de dochter van een

man zijn, die ik liever de schande wil besparen aan alle monniken

vertoond te worden. Hij nam zich voor eerst te zien wie er was en

daarna te beslissen. Stil ging hij naar de cel, opende die, trad binnen

en sloot de deur. Het meisje zag den abt komen, werd zeer beangst en

begon vreezend voor schande te jammeren. De heer abt, die zijn oogen

den kost gaf, en zag, dat zij mooi en jong was, gevoelde dadelijk,

hoewel hij oud was, niet minder de prikkelingen des vleesches dan de

jonge monnik, en zei tot zich zelf: Wel, waarom zou ik geen plezier

hebben, als ik in de gelegenheid ben! Altijd heb ik verdriet en

onaangenaamheden gehad als ik het niet wilde. Dit is een mooi meisje en

niemand ter wereld weet het; als ik haar er toe kan krijgen, mij

genoegen te doen, weet ik niet waarom ik het zal laten. Wie zal het

weten? Nooit zal iemand het merken en verborgen zonde is al half

vergeven. Dit geval zal misschien nooit meer voorkomen. Ik meen, dat

het zeer verstandig is van het goede gebruik te maken, wanneer God de

Heer het schenkt. Dit zeggend, liet hij geheel het voornemen varen,

waarmee hij gekomen was, en naderde het meisje dichter, troostte haar

langzaam aan en verzocht haar niet te huilen. Hij kwam van het eene in

het andere en deed haar zijn begeerte kennen. Het meisje, dat noch van

ijzer noch van goud was, leende zich gemakkelijk er toe den abt

genoegen te doen Hij omhelsde en kuste haar herhaaldelijk en sprong in

het bed van den monnik; daar hij misschien het groote gewicht van zijn

waardigheid in aanmerking nam en de teedere leeftijd van het meisje en

wellicht vreesde haar door te veel zwaarte te hinderen, legde hij zich

niet op haar boezem, maar haar op zijn borst en langen tijd drukte hij

haar aan zijn hart.

De monnik, die net had gedaan of hij naar het bosch was gegaan en in de

slaapzaal verborgen zat, dacht, toen hij den abt in zijn kamer zag, en

daardoor gerustgesteld, dat zijn list moest geslaagd wezen. En toen de

cel van binnen werd gesloten, was hij er absoluut zeker van. Hij ging

heen, liep voorzichtig naar een spleet, waardoor hij hoorde en zag, wat

de abt deed en sprak. Toen de abt lang genoeg met het meisje samen was

geweest, en haar in de cel had gesloten, ging hij terug naar zijn

kamer. Nadat hij de monnik gewaar was geworden en geloofde, dat die uit

het bosch was teruggekeerd, wou hij hem streng berispen en hem laten

opsluiten, opdat hij de veroverde buit voor zich alleen behield. Nadat

hij hem had laten roepen, onderhield hij hem zeer ernstig met

verontwaardigd gezicht en beval, dat hij naar den kerker gebracht werd.

De monnik antwoordde gevat: Heer, ik ben nog niet zoo lang lid van de

Orde van Sint-Benedictus, dat iedere bijzonderheid van haar mij bekend

is. Gij hebt mij nog niet geleerd, dat de monniken de vrouwen niet tot

last moeten hebben gelijk de vasten en de nachtwaken, maar nadat gij

mij dit hebt voorgedaan, beloof ik u, indien gij mij dit vergeeft,

hierin nooit meer te zondigen, en ik zal altijd doen, wat ik u heb zien

doen. De abt, die een slimmerd was, begreep dadelijk, dat hij meer van

hem wist en dat de monnik gezien had, wat die had uitgehaald. Daarom

spijtig over zijn eigen schuld, schaamde hij zich den monnik aan te

doen, wat hij zelf had verdiend. Hij vergaf hem en legde hem over

hetgeen hij gezien had het zwijgen op, en ze brachten het meisje netjes

naar buiten. En daarna kan men gerust gelooven, dat zij haar meermalen

lieten terugkomen.

De Decamerone van Boccaccio · 第 7 / 116 题