DE POLYPKWALLEN (Polypomedusae).
De vrij levende vormen dezer klasse--de Kwallen (Medusae)--werden
vroeger in een orde vereenigd en dus gescheiden van hunne vastzittende
verwanten, de Polypen; toen men beider ontwikkelingsgeschiedenis
had leeren kennen, kon deze scheiding niet gehandhaafd worden. Vele
Polypen brengen n.l. door knopvorming Kwallen voort en uit de bevruchte
eieren dezer Kwallen ontstaan weer Polypen. Hier heeft men dus te
doen met heterogonie, met een ontwikkelingskring, samengesteld uit een
geslachtlooze generatie (van Polypen) en een daarop volgende sexueele
(van Kwallen). In de 3 onderklassen (Echte Kwallen, Pijpkwallen en
Hydrozoën), waarin men tegenwoordig de Polypkwallen verdeelt, maakt
nu eens de vastzittende, dan weer de vrij levende generatie het beste
figuur. Groot en hoog georganiseerd zijn de geslachtsdieren bij de
Echte Kwallen (Acalephae), zeer klein daarentegen de zoogenaamde
Scyptzistoma-polypen, waaruit zij langs ongeslachtelijken weg zijn
ontsproten. De omgekeerde verhouding merkt men op bij de Pijpkwallen
(Syphonophora), welker vastzittende individuën ("polypoïden") vereenigd
zijn tot drijvende koloniën. Sommige van deze polypoïden (meer
bepaaldelijk "medusoïden" genoemd) spelen de rol van geslachtsdieren
en nemen min of meer den vorm van Kwallen aan. Deze geraken bij eenige
soorten los en zwemmen vrij rond; bij andere blijven zij deelen van
de kolonie uitmaken. Vele leden van de onderklasse der Hydrozoën
(Hydromedusae) vertoonen een enkelvoudige ontwikkelingskring. Dit
is o.a. het geval met die, welke men in de orde der Trachymedusen
samenvat; bij hen ontwikkelen de bevruchte eicellen zich niet tot
Polypen, maar direct (na gedaantewisseling) tot Kwallen. Gelijk hier de
polyptoestand, zoo ontbreekt de kwaltoestand geheel (en worden zelfs
geen medusoïden gevormd) in de orde der Zoetwaterpolypen (Hydridae),
welke direct geslachtscellen in het ectoderm voortbrengen. Tusschen
deze beide uitersten staan de orden der Campanulariën, Tubulariën
en Hydrocoralliën: bij sommige van deze wordt de Polypengeneratie
gevolgd door een generatie van Kwallen, die eerst na een lang leven
in vrijen toestand rijpe geslachtscellen bezitten; andere soorten
komen uitsluitend in den polyptoestand voor, vormen een stok, die
uit individuën van verschillende gedaante en verrichting bestaat;
sommigen van deze brengen spermatozoïden of eieren voort, hebben min
of meer den vorm van Kwallen en heeten daarom medusoïden.