DOOR EIGEN KRACHT.

In een klein stadje, Port-Huron genaamd, in den staat Michigan,

Noord-Amerika, zaten op een winteravond van het jaar 1859 drie menschen

bij elkaar: Vader, Moeder en twaalfjarige zoon. De vader was een

koopman in oudheden, d. w. z. zijn winkel bevatte een allegaartje

van oude meubelen, schilderijen, lijsten, koffers, klokken, lampen,

aardewerk, enz. Maar de meubelen waren òf zeer oud, of stuk, de

schilderijen gescheurd of zonder eenige waarde, de koffers zonder

deksels of met onbruikbare sloten, de klokken zonder slingers, het

aardewerk gelijmd, gekramd of gescheurd.

't Was niet veel meer dan een rommelzoodje en alles te zamen niet

meer waard dan enkele dollars. Toch moest de eigenaar met den handel

in deze en dergelijke waardelooze dingen den kost zien te verdienen

voor zijn gezin.

Jaren geleden uit Nederland naar het Verre Westen vertrokken, had

hij daar nog niet veel weelde gekend. Eerst had hij als kleermaker

zijn dagelijksch brood zien te verdienen, daarna had hij zich op de

boomkweekerij toegelegd en was hij tegelijk een handeltje in zaden

begonnen, maar 't was hem niet meegeloopen. De Fortuin had hem

steeds den rug toegekeerd, hoewel het hem aan ijver noch verstand

ontbrak. Eindelijk na van de eene plaats naar de andere getrokken te

zijn, had hij zich in Port-Huron gevestigd en was daar zijn handel in

oude voorwerpen begonnen. Maar 't ging hem nog in het geheel niet

naar den vleeze, wat duidelijk blijkt uit het karige avondmaal,

dat thans door het drietal wordt gebruikt.

Er heerscht stilte in de kamer. Vader en moeder zwijgen, en de zoon

is, terwijl hij eet, in een boek verdiept. 't Is een eigenaardigheid

van den jongen, dat hij altijd leest. Hij was teruggetrokken van

aard en deed niets liever, dan lezen en leeren. Hij had nooit een

school bezocht. Wat hij wist, had zijn moeder hem geleerd, die voor

haar huwelijk onderwijzeres was geweest. Haar zoon was een dankbaar

leerling, vlug van bevatting en ijverig, en al spoedig wist hij

evenveel als zijn moeder. Hij liep de halve stad af om boeken te

leenen, en als hij er weer een machtig was geworden, zocht hij een

eenzaam plekje, om er ongestoord in te kunnen lezen. En hij las van

alles, zonder een bepaalde voorkeur. 't Gevolg was, dat hij over

velerlei zaken kon meepraten, maar toch slechts verwarde begrippen

daarover had.

Toen het avondmaal afgeloopen was, verbrak de vader de stilte, en zei:

"Hoor eens, Thomas, ik moet je even spreken."

"Mij, vader?"

"Ja, m'n jongen. Je bent nu twaalf jaar oud, en 't wordt dus tijd,

dat je je eigen brood gaat verdienen. We zouden het graag anders

hebben gewild en je liever bij ons gehouden hebben,--maar 't gaat

met de verdiensten slecht..."

"Ik begrijp het, vader,--maar wat zal ik doen? In den winkel met al

die oude dingen heb ik geen lust..."

"We hebben al iets voor je gevonden, jongen. Je zult bagagemeester

worden op de treinen van den Canada- en Central Michigan-spoorweg."

"Ah bah!" zei Thomas met een zuur gezicht. "'t Is me nog al een

mooie betrekking!"

"Och, 't zal je wel meevallen. Je rijdt steeds van de eene plaats

naar de andere, ziet altijd wat nieuws, spreekt honderden menschen,

en--de trein houdt om den anderen dag te Port-Huron op, zoodat je dan

thuis kunt komen. We zijn elkander dan nog niet geheel en al kwijt."

De moeder keek haar eenig kind met een blik vol liefde aan, en zei:

"Neen,--Goddank niet."

"Ik heb alles al met den Stationschef afgesproken, m'n jongen. Je moet

de bagage van de reizigers opladen, plaatsen en weer afladen,--maar

bovendien draagt de pachter van het buffet je op, taartjes, brood en

saucijzen bij de passagiers te gaan venten. Je loopt dus den geheelen

trein door. En voor jezelven mag je daarbij een handeltje beginnen

in plaatwerken en couranten, wat misschien nog een aardig voordeeltje

kan opleveren."

"Dus 't is alles al afgesproken?" vroeg Thomas.

"Ja,--morgenochtend om half acht komt de trein aan, en dan moet

je present zijn. Met den buffetpachter en den boekverkooper in het

station is alles al geregeld."

Thomas had zijn aanvankelijken weerzin voor zijn aanstaande betrekking

spoedig overwonnen en stapte den volgenden morgen om half acht

vroolijk en welgemoed den trein in. En weldra was hij druk bezig met

den verkoop van taartjes, boterhammetjes, fruit en sigaren, die in

de Amerikaansche treinen veel meer gebruikt worden dan in ons land,

omdat daar de afstanden veel grooter zijn. En de verkoop van platen en

couranten leverde hem een aardig winstje op, waarmede hij niets beters

meende te kunnen doen, dan er eenige boeken voor te koopen, die hij

meenam naar zijn bagage-wagen. Maar dat pakte al spoedig verkeerd uit,

want als Thomas eenmaal aan het lezen was, wist hij van geen ophouden,

zoodat de reizigers zoowel van hunne versnaperingen als van hunne

couranten verstoken bleven. De buffetpachter was daar zeer ontevreden

over en gaf hem te kennen, dat hij beter voor zijn zaken moest zorgen.

Nu zat Thomas in zak en asch, want hij wilde veel liever lezen. Onder

zijne boeken was er een over scheikunde, dat hem buitengewoon veel

belang inboezemde, al begreep hij er niet bijster veel van.

Hij wist zich echter te redden. Voor enkele centen daags huurde hij

een paar kinderen uit de buurt, om voor hem te venten, en zelf bleef

hij in zijn bagage-wagen van zijn lectuur gemeten. En bij lezen bleef

het niet. Neen, hij vond die scheikunde zoo mooi, dat hij besloot, ook

proeven te gaan nemen. Hij maakte van zijn bagage-wagen langzamerhand

een laboratorium in optima-forma, en hield zich bezig met het nemen

van proeven, terwijl zijn jonge knechtjes het werk voor hem deden.

Dat ging zoolang goed, tot op een dag de trein een hevigen schok

kreeg, met het gevolg, dat een flesch met phosphorus aan scherven

op den grond terecht kwam. De phosphorus vloog in brand en de wagen

begon ook vlam te vatten.

Dal gaf bij Thomas een geweldigen schrik. Gelukkig wist een conducteur

de vlammen te blusschen, en toen hij dat gedaan had, gaf hij Thomas

een geducht pak slaag en wierp zijn heele laboratorium den trein uit.

In het stadje Détroit hield de trein telkens eenige uren stil, en

Thomas meende dien tijd niet beter kunnen besteden, dan door de geheele

stadsbibliotheek te gaan lezen. Hij begaf er zich heen en greep het

eerste boek van de plank, dat hij achter elkaar uitlas. Den volgenden

keer nam hij het volgende boek, en, zoo ging het geregeld door. De

bibliothecaris was over zooveel volharding niet weinig verwonderd,

en voelde zich tot den leergierigen jongen zeer aangetrokken. Hij

gaf hem goeden raad en wees hem de boeken, die hem voor den knaap

het meest geschikt toeschenen. Zoo kwam er althans eenige leiding

bij het lezen van Thomas.

Ook van zijn oogen maakte hij een goed gebruik. Had hij een oogenblik

vrij, dan kon men er zeker van zijn hem daar te vinden, waar iets

belangwekkends te zien was. Zoo trok onder anderen het telegrafeeren

bijzonder zijn belangstelling, en toen hij eens eenige uren thuis was,

maakte hij zelf een volledige telegraaf. Zijn batterijen bestonden

uit oude potten en overgeschoten metaal uit den winkel van zijn vader.

Het station lag twintig minuten van zijne ouderlijke woning verwijderd,

en het verdroot Thomas, telkens dat eind te moeten loopen, wat hem veel

te veel tijd kostte. Zoo dicht mogelijk bij zijn huis wierp hij daarom

langs de spoorlijn een grooten zandhoop op, en toen de trein daar weer

langs reed, sprong Thomas den trein uit, op zijn zandheuvel. 't Liep

goed af, en nu was hij veel eerder thuis dan vroeger. Voortaan koos hij

altijd dezen korteren weg, en er gebeurde nooit een ongeluk bij. Bij

die Amerikaansche treinen gaat het blijkbaar heel anders toe, dan hier.

Dat Thomas niet bang was, bewees hij ook, toen hij op een morgen te

Port-Clément op den trein stond te wachten, en juist toen deze met

volle kracht naderde, op twintig meters afstand van de locomotief een

kind tusschen de rails zag spelen. Zonder een oogenblik te weifelen,

sprong Thomas tusschen de rails, greep het kind, sleurde het in zijn

vaart meê, en was juist over de rails, toen de locomotief rakelings

langs hem heen snorde. Twee seconden later zouden beiden verpletterd

geweest zijn.

't Geredde kind was van den Chef zelven, die hem zijn grooten dank

toonde, door hem te leeren seinen met de telegraaf, waar Thomas zeer

blijde meê was.

Op een dag was er op de drukkerij van een courant in Détroit eene

verkooping van oude drukletters, en Thomas werd er voor eenige dollars

eigenaar van. Hij kocht nu ook nog de verschillende benoodigdheden

voor eene kleine drukkerij, en bracht alles naar zijn bagage-wagen,

die voor hem de halve wereld vertegenwoordigde.

En nu begon Thomas iets nieuws. Hij schreef eenige artikelen,

knipte wat nieuwtjes uit verschillende tijdschriften, zette wat hij

geschreven had,--en verscheen in de personenwagens met een nieuwe

courant, "The grand Trunk Herald", die hij zelf geschreven, gezet,

gedrukt en gecorrigeerd had. Zoo iets was den reizigers nog nooit

overkomen, en iedereen wilde er een exemplaar van hebben. Men vond

zijn denkbeeld zoo oorspronkelijk, dat er zelfs in de groote bladen

over geschreven werd. Dàt was nog eens iets echt Amerikaansch! 't Is

te begrijpen, dat Thomas er een aardig duitje meê verdiende.

Door zijn succes aangemoedigd besloot hij ook in Port-Huron een courant

uit te geven. Zij heette de Paul Pry, en iedereen, die lust had,

mocht er in schrijven, als men maar geen betaling voor de artikelen

eischte. Thomas nam alles op, wat hem ter plaatsing aangeboden werd,

maar dat bekwam hem slecht. Zijn courant werd een echt scheldblaadje,

waarin menigeen diep beleedigd werd. Alle instellingen, en zaken,

ja zelfs personen werden over den hekel gehaald, met het gevolg, dat

een zijner stadgenooten zich zoodanig gegriefd en beleedigd gevoelde,

dat hij Thomas, den Redacteur, bij den nek pakte en in het water wierp.

Thomas was nu geen jongen meer, hij was een jonge man geworden. Hij

liet zijn blad en zijn bagagewagen in den steek, en werd telegrafist,

maar kon alleen geplaatst worden voor den nachtdienst. Nu pas

had hij eene betrekking naar zijn zin, want nu was hij prachtig

in de gelegenheid, om zijne bekwaamheden te toonen en verder te

ontwikkelen. 't Duurde dan ook maar kort, of hij kende de telegrafie

tot in de puntjes. Maar Thomas was veel te afgetrokken, om goed

zijne plichten waar te nemen. In de stilte van den nacht hield hij

zijn geest voortdurend bezig met het nemen van proeven en het doen

van wetenschappelijke onderzoekingen. En daardoor vergat hij te

seinen, wat er geseind moest worden. Zijn directeur was daar zeer

ontevreden over, en besloot hem tot het vervullen van zijn plichten

te dwingen. Hij beval hem namelijk elk half uur een zeker woord naar

een naburig station over te seinen, in de meening, dat Thomas daardoor

gedwongen zou worden, zijne aandacht bij zijn werk te bepalen. Maar

't bevel was Thomas in het geheel niet naar den zin, want hij had zich

juist voorgenomen, dien nacht eens flink te studeeren. Hoe zich te

redden? Hoe zou hij elk half uur een woord naar een naburig station

kunnen seinen, zonder zijne geliefkoosde studie in den steek te laten?

Weldra hielp zijn vindingrijke geest hem uit de moeilijkheid. Hij

bedacht een eenvoudig instrumentje, dat precies elk half uur door

den grooten wijzer van het uurwerk werd aangeraakt en waardoor het

voorgeschreven woord overgeseind werd. Zoo kreeg men aan het naaste

station wel geregeld dat woord geseind, maar overige berichten werden

er niet ontvangen.

De directeur vond zijn middel wel verbazend vernuftig, maar was

er niet bijster mede ingenomen. Hij had liever een goed ambtenaar

dan een uitvinder in zijn dienst, en verplaatste hem daarom naar

Memphis. Thomas was toen 17 jaar. In zijn nieuwe standplaats vond hij

het middel, om twee depeches in tegengestelde richting langs een zelfde

lijn te seinen, wat men tot dien tijd toe voor eene onmogelijkheid had

gehouden. Men verklaarde hem dan ook gewoon voor gek, maar een der

beambten, die de uitlegging van Thomas gehoord had, nam er dadelijk

patent op en verdiende er goed geld mede.

't Was niet prettig voor den jongen uitvinder, maar hij trok er eene

goede les uit, n.l. om voortaan voorzichtiger in zijne mededeelingen

te zijn. Eenigen tijd later vond hij het middel uit, om twee treinen,

die in beweging zijn, telegrafisch met elkander te verbinden. Men gaf

hem verlof, zijn toestel te beproeven op twee treinen op den spoorweg,

waaraan Memphis gelegen is. Hij was nu echter zoo voorzichtig geweest,

aan niemand iets van zijn geheim te vertellen, en dat werd nù weer

zijn ongeluk. De toestellen werden niet goed geplaatst, zoodat de

twee treinen met elkander in botsing kwamen in plaats van elkander

te waarschuwen. Er gebeurden geen ongelukken bij, dan alleen, dat

Thomas uitgelachen en uit zijne betrekking ontslagen werd.

Toch was zijn naam in Amerika door dit voorval vrij algemeen bekend

geworden, waaraan hij te danken had, dat hij naar New-York ontboden

werd, om eene machine te herstellen, die mechanisch den koers der

verschillende effecten op de beurs aanwees.

Het gelukte Thomas, de defecte machine te herstellen, maar tevens

vond hij een toestel uit, dat veel beter aan de eischen voldeed,

en dat hem een grooten naam als werktuigkundige bezorgde.

De _West Telegraph Union_ besloot van den bekwamen jongen man gebruik

te maken. Zij bouwde dicht bij New-York een groot laboratorium, de

beroemde werkplaats van Menlo-Park, en benoemde Thomas tot ingenieur

daarvan. Hij kreeg een leger van bekwame assistenten tot zijne

beschikking, ieder uitmuntende in zijn vak, en men liet hem geheel vrij

om te werken in de richting, die hij zelf verkoos. Wel een bewijs,

dat men overtuigd was van zijne groote bekwaamheden, en van de hooge

verwachtingen die men koesterde over de groote uitvindingen, die hij in

de toekomst zou doen. En die verwachtingen zijn niet beschaamd, want

over de geheele wereld kent men thans den naam _Thomas Alva Edison_,

een van de beroemdste uitvinders van het tegenwoordige geslacht.

Zoo kon nu Thomas Edison, in den bloei zijner jeugd, volkomen

onafhankelijk, zich geheel aan de wetenschap wijden. Hij kon voor

zijne proeven en onderzoekingen zooveel geld gebruiken, als hij zelf

verkoos,--maar de uitvindingen, die hij deed, waren ten voordeele

van de _West Telegraph Union_, die hem honderd dollars per week als

salaris uitbetaalde.

Eens, bij een bezoek aan eene fabriek, werd zijne aandacht getrokken

door het lieve uiterlijk van een meisje, dat daar arbeidde. Dadelijk

besloot hij haar tot vrouw te vragen, wat hij dan ook deed. Maria

Stilvelle bedacht zich niet lang, en weldra brak de dag van hun

huwelijk aan. Toen het bruidspaar uit de kerk kwam, bracht Thomas

Edison zijn jong vrouwtje naar zijne woning, en toonde haar ook zijne

werkplaatsen. Daar herinnerde hij zich opeens, dat hij aan een proef

bezig was, die nog voltooid moest worden. Hij verzocht haar dus

verlof, even naar zijn laboratorium te mogen gaan. Weldra zou hij

aan het bruidsmaal komen.

Dat gebeurde des middags,--maar 's avonds was Thomas Edison nog

niet teruggekeerd. Het bruidsmaal was al lang afgeloopen, toen hij

eindelijk naar huis kwam. De afgetrokken geleerde had zoowel zijn

feestmaal als zijne bruid vergeten!

Menlo-Park, de werkplaats van Edison, is eene kleine plaats op ongeveer

een uur afstands van New-York. Het huis is van één verdieping, vijf

en dertig meter lang en tien meter breed. Zijn woonhuis is op korten

afstand daarvan verwijderd.

Beneden in de werkplaats staat eene stoommachine, die de beweegkracht

levert, welke Edison noodig heeft, verder vindt men er een prachtige

verzameling werktuigen van allerlei aard, waarmede alle bekende stoffen

bewerkt kunnen worden. Een geheel leger uitgezochte werktuigkundigen

zijn onder zijne directie voortdurend bezig met allerlei werkzaamheden,

waarvan hèm alleen het doel bekend is.

Op de eerste verdieping is het laboratorium van Edison, waar hij

het grootste deel van zijn leven doorbrengt. Daar ziet men tallooze

flesschen, bekers, glazen, vazen en doozen, men vindt er alle bekende

mineralen, metalen, zouten, zuren, de fijnste werktuigen en toestellen.

In een hoek van zijn laboratorium staat een fornuis met een grooten

rookvang er boven, waar voortdurend een aantal lampen staan te branden,

zoo ingericht en geregeld, dat zij zooveel mogelijk roet geven. Dit

roet wordt aan sterke drukking blootgesteld, tot plaatjes geperst,

en voor de koolplaten van telefonen en mikrofonen gebruikt. Verder

ziet men er electrische batterijen, electro-magneten, en allerlei

toestellen, zeer verschillend van bestemming en vorm. Er loopen

telegraafdraden in alle richtingen langs de zoldering, die verbonden

zijn met toestellen, welke onmiddellijk in werking kunnen worden

gebracht.

In dit reusachtig laboratorium werken vele geleerden onder zijne

leiding. Men vindt er scheikundigen, natuurkundigen, werktuigkundigen

en zelfs wiskundigen, die hem allen bij zijne onderzoekingen behulpzaam

zijn.

Sedert Edison zijn intrek in deze grootsche inrichting nam, heeft

hij verscheidene ontdekkingen gedaan, die de wereld in verbazing

hebben gebracht.

Voor het eerst in 1878 hield Edison zich bezig met het vraagstuk der

electrische verlichting. De telefoon, mikrofoon en fonograaf hadden

toen reeds hun intrede in de wereld gedaan, maar het electrisch

licht verkeerde nog in zijn kindsheid. Edison meende echter, dat het

mogelijk was het electrisch licht zoo te volmaken, dat het 't gaslicht

verre overtreffen kon. En nu begon hij eene reeks van onderzoekingen,

die met de schitterendste resultaten werden bekroond.

't Ligt niet op onzen weg, hier al die onderzoekingen, hoe

belangwekkend ook, te beschrijven. Genoeg zij het te weten, dat het

hem gelukte het electrisch licht zoo te volmaken, dat het thans reeds

geheele steden verlicht, en dat wij het veilig het licht der toekomst

mogen noemen.

De beroemde Edison, die zijn loopbaan eenmaal begon als treinjongen,

is thans een van de beroemdste mannen der wereld, en met het volste

recht kan van hem getuigd worden, dat hij dit werd door eigen kracht.

Gouden Daden · 第 12 / 36 题