VIERDE NACHT.

Den volgenden nacht zette Scheherazade met vergunning des sultans haar

verhaal aldus voort.

Sire, als de grijsaard met de hinde zag, dat de geest den koopman had

gegrepen en hem zonder mededoogen wilde dooden, wierp hij zich aan de

voeten van het monster, kuste die met eerbied en zeide: „Vorst van

het geestenrijk, ik bid u demoedig uwen toorn op te schorten en mij

goedgunstig aan te hooren. Ik zal u mijne geschiedenis en die van de

hinde, welke gij bij mij ziet, verhalen, doch indien gij dezelve

wonderbaarlijker vindt dan de lotgevallen van dezen koopman, dien

gij wilt dooden, mag ik dan hopen dat gij aan dezen ongelukkigen het

derde deel van zijne schuld zult kwijtschelden?” De geest was eenige

oogenblikken met zich zelven in tweestrijd of hij het aanbod zou

aannemen of afwijzen, maar het slotwoord was: „Welnu! laat hooren,

ik sta het toe.”

Duizend en één Nacht. Arabische vertellingen. Eerste deel · 第 13 / 29 题