VIERDE TOONEEL.

Londen. Een straat.

Twee Gerechtsdienaars sleepen Vrouw Haastig en Doortje Scheurlaken

voort.

WAARDIN. Neen, jij aartsschelm; bij God, ik wilde, dat ik dood ging,

opdat ik je aan de galg bracht; je hebt mij den schouder uit het

lid getrokken.

EERSTE GERECHTSDIENAAR. De onderschouts hebben haar aan mij

overgeleverd en zij zal zweepkost genoeg krijgen, daar sta ik haar

voor in. Een man of twee zijn er laatst om haar doodgeslagen.

DOORTJE. Jij hapschaar, hapschaar, je liegt. Kom maar hier, ik zal je

wat vertellen, jij vervloekt kalfstrijp-schelmengezicht. Als het mis

loopt met het kind, waar ik van zwanger ga, dan was het nog beter

voor je, als jij je eigen moeder geslagen hadt, jij schurkachtige

papiertronie!

WAARDIN. O lieve God, was Sir John maar weer hier! Dat zou voor enkele

lui een bloedige dag worden. Maar ik bid God, dat het misloopt met

de vrucht van haar lijf.

EERSTE GERECHTSDIENAAR. Als dat gebeurt, zul jij je dozijn kussens weer

vol hebben, je hebt er nu nog maar elf. Komt, ik gelast je beiden, mee

te gaan; want de man is dood, dien jij met Pistool samen geslagen hebt.

DOORTJE. Ik zal je wat zeggen, jij dunne blikken kerel; je zult

hiervoor een behoorlijke vracht slaag krijgen,--jij leelijke blauwe

aasvlieg! jij smerige verhongerde rakker! als jij je pak slag niet

krijgt, wil ik nooit meer korte rokken dragen.

EERSTE GERECHTSDIENAAR. Kom, kom, jij straatjuffer, vooruit!

WAARDIN. O God, dat het recht zoo boven geweld gaat! Nu, na lijden

komt verblijden.

DOORTJE. Ja, kom, jij schoft! Kom, breng mij voor een rechter.

WAARDIN. Ja kom, jij uitgehongerde bloedhond!

DOORTJE. Baas Dood! baas Karkas!

WAARDIN. Jij Atomie, jij!

DOORTJE. Kom, jij puthaak, kom, scharminkel!

EERSTE GERECHTSDIENAAR. Genoeg, genoeg!

(Allen af.)

Koning Hendrik de Vierde · 第 74 / 79 题