II. 3. 22. Mylord van York. De Aartsbisschop.

II. 3. 38. Hoe gaat het, vrouw? Het Engelsch heeft Kate. Eigenlijk

heette zij Elizabeth (bij Holinshed verkeerd Eleanor); zij was een

Mortimer, zie de Geslachtslijst.

II. 3. 56. Veldslangen, gotelingen en kanonnen. In 't Engelsch staat:

of basilisks, of cannon, culverin. Het zijn oude namen van geschut:

de basilisk woog 9000 pond en schoot een kogel van 60 pond, het cannon

woog 7000 pond, de culverin woog 4000 pond en schoot een kogel van

18 pond.

II. 3. 74. Espérance! Heetspoor zit in gedachte alreeds te paard en

laat zijn wapenmotto en strijdkreet hooren.

II. 3. 96. Neen, koppen klieven, kronen Inkerven en toch in betaling

nemen Voor schuld, dat is ons spel. In 't Engelsch: We must have

bloodnoses and cracked crowns And pass them current too. In 't

Engelsch een woordspeling: cracked crowns zijn stukgeslagen schedels

en ingekorven kronen (munten), die nu tegen den regel toch gangbaar

moeten blijven. De vertaling kon hier niet getrouw blijven.

II. 4. 13. Corinthiër. Iemand, die veel geld verteert, losbandig

leeft. Corinthe was bij de Ouden bekend als weelderige en zedelooze

stad. In Sh.'s tijd werden de tooneelstoffen dikwijls aan de Oudheid

ontleend, zoodat uitdrukkingen en namen als Trojaan, Corinthiër,

Ephesiër, Hector, Ajax enz. aan het publiek zeer bekend waren en

dikwijls gebruikt werden.

II. 4. 25. Dit stuiverszakske suiker. In de wijnhuizen kregen de

gasten bij den wijn een zakje suiker. Men mag er uit vermoeden,

dat òf de wijn òf die hem dronk vaak niet al te best van smaak was.

II. 4. 30. Voor de Halvemaanskamer. In de herbergen hadden de kamers

elk haar naam en versiering; men sprak dus van de Halvemaanskamer,

of korter van de Halvemaan, de Granaatappel, de Dolfijn enz.

II. 4. 55. Ik zou op alle boeken in Engeland durven zweren. In

Engeland wordt een eed afgelegd op den bijbel, of op "het boek",

zooals de uitdrukking is.

II. 4. 77. Hem met leêren wambuis. De hier beschreven dracht is

die van een eerzamen Londenschen burger. Wil men niet aannemen,

dat de Prins hier eenvoudig onzin praat om Frans te overbluffen,

dan kan men aannemen, dat hij den waard van het wijnhuis beschrijft,

aan wien Frans dat zakje suiker zal ontstolen hebben.

II. 4. 124. Rivo. Een algemeen gebruikelijke uitroep bij het drinken,

waarschijnlijk uit Spanje gekomen, zoodat men ook het woord Castiliano

er bij vindt. Beteekenis onbekend.

II. 4. 136. Daar is nu ook kalk in deze sek. Er werd kalk gedaan in

de Spaansche wijnen om ze duurzamer te maken; bij Sh.'s tijdgenooten

vindt men meermalen klachten over deze bijmenging.

II. 4. 145. Ik wenschte, dat ik een wever was. De wevers stonden in

dien tijd in den reuk van vroomheid; velen van hen waren Calvinistische

vluchtelingen uit de Nederlanden en zongen psalmen bij hun werk.

II. 4. 151. Met een houten zwaard. In de Oud-Engelsche spelen trad

als comische persoon de Ondeugd, Vice, dikwijls op; hij was met een

houten zwaard gewapend.

II. 4. 187. Ecce signum. "Zie het teeken"; een aanhaling uit de

Latijnsche kerktaal.

II. 4. 238. Toen ik er op had losgeveterd. In het Engelsch staat het

woord points, dat Falstaff in de beteekenis van degenspits, Poins in

die van nestel voor het ophouden der broek opvat.

II. 4. 262. Aan de wipgalg. In 't Engelsch: at the strappado. Bij

deze pijniging trok men het slachtoffer met een koord, dat over een

katrol liep, omhoog, liet het tot halfweg vallen en hield het dan op

met een ruk, zoodat de schouders ontwricht werden.

II. 4. 320. Dan is het een koninklijk maal. Dat op de tafel der

koningin behoort gedragen te worden. In het Engelsch leest men, dat

vrouw Haastig zegt: "er staat een nobleman voor de deur, die van uw

vader komt"; de Prins antwoordt: "Voeg er zooveel bij, dat hij een

royal man wordt en stuur hem naar mijn moeder." Een noble en royal

waren beide gouden munten, de eerste 6 schellingen en 8 stuivers,

de tweede 10 schellingen waard.

II. 4. 351. Ziet gij die vuurvlammen? Bardolf wijst op zijn rood

drinkebroêrs-gezicht.--Een oogenblik later spreekt Bardolf van choler,

toorn, wat de Prins als collar, halsband, opvat, waarom hij zegt,

dat het een halter, een strop, moest zijn; ook if rightly taken,

"naar eisch opgevat" of "gevat", is dubbelzinnig.

II. 4. 370. Hij uit Wales. Owen Glendower ging voor een toovenaar door,

die macht had op booze geesten. Een Wallisische hellebaard, iets lager,

heet in 't Engelsch a Welsh hook, naar de sikkelvormig gekromde spits.

Koning Hendrik de Vierde · 第 38 / 79 题