Een ander gedeelte van het slagveld.
Trompetgeschal. Koning Hendrik, Prins Hendrik, Prins John, Westmoreland
en Anderen komen op; Worcester en Vernon als gevangenen.
KONING HENDRIK. Zoo vond rebellie nog altoos haar straf.--
Gij boosgezinde Worcester, boden wij
Genadig niet aan allen vrede en vriendschap?
En hebt ge ons aanbod niet geheel verdraaid?
't Vertrouwen van uw neef geheel misbruikt?
Drie ridders, die aan onze zijde vielen,
Een edel graaf en menig ander krijger
Waar' tot dit uur in leven,
Zoo ge als waar christen tusschen beide legers
Een ware boodschap over hadt gebracht.
WORCESTER. Tot wat ik deed, dreef mij mijn veiligheid,
En ik aanvaard gelaten wat mij wacht,
Daar 't onafwendbaar op mij nederstort.
KONING HENDRIK. Voert Worcester heen, en Vernon ook, ter dood;--
Der andren schuld zij nader overwogen.
(Worcester en Vernon af, door een Wacht begeleid.)
Hoe staat het op het slagveld?
PRINS HENDRIK. Heer, de eed'le Schot, Lord Douglas, toen hij zag,
Dat zich de krijgskans tegen hem gekeerd had,
Dat de eedle Percy dood was, en al 't volk
Vol schrik aan 't vluchten, vlood ook zelf, maar werd
Bij 't vallen van een heuvel zoo gekneusd,
Dat wij hem grepen. Zoo bevindt zich Douglas
Thans in mijn tent, en ik verzoek uw hoogheid:
Geef hem in mijne macht.
KONING HENDRIK. Van harte gaarne.
PRINS HENDRIK. Dan, broeder John van Lancaster, zij nu
Deze eervolle edelmoedigheid ùw taak:
Ga tot Lord Douglas, meld hem, dat hij vrij
Kan gaan, waarheen hij wil, en zonder losgeld;
Zijn moed, waar onze helmen van getuigen,
Heeft ons geleerd, hoe zulke grootsche daden
Ook in den vijand te vereeren zijn.
PRINS JOHN. Dank voor dit schoon verleenen van genâ,
Dat ik onmidd'lijk overbrengen ga.
KONING HENDRIK. Dan blijft te doen, dat we onze macht verdeelen.--
Gij, mijn zoon John en neef van Westmoreland,
Trekt op naar York met allen denkb'ren spoed,
Northumberland en den aartsbisschop tegen,
Die ijv'rig, hoor ik, zich ten strijde rusten.
Ikzelf, zoon Hendrik, trek met u naar Wales,
Om met Glendower en Mortimer te kampen.
Gedempt is ras het oproer in dit land,
Als nog een dag als deze 't overmant;
Schoon werd op heden onze taak begonnen;
Dies niet gerust, eer alles is gewonnen.
(Allen af.)