Kleine Loe krijgt theevisite;
Op het mooiste aangekleed
Zit ze in haar leuningstoeltje,
Voor d' ontvangst geheel gereed.
Op haar tafeltje staat alles.
Op een blaadje 't theeservies
Heel licht blauw met rozeknopjes
Een geschenk van Tante Wies.
Naast het blad op 't tafelkleedje,
Blauwe schaaltjes keurig net;
Met gekleurde poppeschuimpjes,
Bitterkoekjes en banket.
Op heel kleine stoeltjes zitten:
Joopje in 't matrozenpak,
Roosje in haar witte jurkje
Beiden heel op hun gemak.
Voor de dames grooter stoelen
Naast de kleintjes van de pop;
Daarnaast staat een voetenbankje
En daar zit het poesje op.
O, daar komen de vriendinnen
Met haar kindren op den arm.
"Dag, Mevrouwtje, Wel hoe gaat het?
Foei wat is 't verbazend warm!"
"Ja," zegt Loe, "maar hier is 't heerlijk,
In de kamer is het koel--
Gaat u zitten, lieve dames,
Net voor ieder is een stoel."
"En, wat zal u nu gebruiken,
Zeker wel een kopje thee?"--
Heel graag, met veel melk en suiker.--
Waarom kwam uw kind niet mee?"
"Och,'t is ziek," zucht Carolientje
"Gist'ren brak 't in eens zijn hoofd.
"'k Heb zoo vreeselijk moeten schreien,
Toen heeft Pa m' een nieuw beloofd."
"Mijne heeft een arm gebroken.
En dat is de schuld van Piet,"
Zegt Phie, "maar met lange mouwen
Zie je 't nog gelukkig niet."
"Ja, die broertjes zijn toch lastig,"
Zegt heel neuswijs Antoinet.
"Zoo gezellig onder meisjes
Hebben wij de meeste pret."
Tikketakke gaan de lepels,
Suiker, melk en thee smaakt goed.
Knibbelknabbel gaan de tandjes--
En de meisjes zijn heel zoet.
Zachtjes gaat de tuindeur open,
Om een hoek gluurt broertje Bob.
"Zeg, mag ik ook binnenkomen,
Of heb jullie alles op?"
En hij stapt parmantig binnen;
Met hem komen Kees en Roel,
Vragen ook, om thee met koekjes
En het wordt een dolle boel.
"'k Wou nog wel een beetje suiker."
"Geef mij nog een kopje, Loe."
Bob en Kees en Roeltje likken,
Eten nog een koekje toe.
't Duurt niet lang, of op is alles.
Koekjes, melk en suiker, thee.--
"Kom," zegt Roeltje, "Nu den tuin in!"
En de dames hollen mee.
Romlig liggen nu de kopjes
Op 't bemorste tafelkleed,
Waarvan poes de druppels oplikt
En de koekjeskruimels eet.
De verlaten poppekindren
Staren treurig voor zich uit,
Want hun moeders stoeien buiten
Met haar broertjes tot besluit.