8. In gevaar.

Het was Zondag en prachtig weer.

Bruin werd voor den tentwagen gespannen. Koo ging op den bok zitten

met de Zondagsche spullen aan. Hij zou grootvader, grootmoeder, moeder

en vader met het gerij naar de kerk brengen, die veel te ver was,

om er heen te loopen. Het was stil op de boerderij, alles blonk tegen

je aan--tot zelfs het straatje voor de deur glom op zijn Zondags. De

kinderen stonden voor het hekje met Trijntje de huismeid en wuifden

de vertrekkenden na.

"Dag, jongens!" riep vader en boog zich nog even uit het wagentje. "Ga

niet te ver uit de buurt, hoor!"

"Dag zus, zoet zijn," riep moeder en wuifde met de hand, boog zich

om het zeil van den kap, nog eens en nog eens. "Dag! dag!!"

Toen de kerkgangers om den hoek waren verdwenen, holden Tony en Désiré

het erf op en lieten zich onder luid gejuich en geblaf door zus en

Trijntje nazetten.

Toen ze allen buiten adem waren, gingen ze de laan een eindje

inwandelen. Maar Trijntje kon niet ver van het hek, want ze was

maar alleen thuis. Ze ging weer terug, want ze moest nog voor het

eten zorgen.

"Mogen wij nog even verder," vroeg Tony. "Even naar het bloemenveld."

"Ja, dat is goed," zei Trijntje, "dat is niet zoo ver. Maar dan weer

thuis komen, hoor."

"Ja, we gaan alleen naar het bloemenveld, een boeketje plukken voor

grootmoeder," zei zus.

"Ja, heerlijk." Trijntje ging langzaam terug en Tony, zus en Désiré

gingen de laan weer in, staken den rijweg over die naar het dorp

voerde, en kwamen op een voetpad dat door de wei- en bouwlanden

liep. Spoedig waren ze op een groote vlakte, die bezaaid was met

allerlei wilde bloemen. Hier konden ze naar hartelust plukken.

Zus ging dadelijk aan den gang. Tony liep met Désiré wat op. Hij

wou eens zien, waar die laan eigenlijk op uit liep, en wat er achter

die hooge boomen was aan de andere zijde van het bloemenveld, zooals

moeder het voor de grap noemde.

Désiré scheen het warm te hebben van het hollen; hij liep met de tong

uit den bek langzaam naast Tony voort. Doch eensklaps snoof hij in

de lucht, bleef even stilstaan, nam toen een sprong en stoof recht

op de boomen af.

"Wat moet dat? Wat heb je," riep zijn kleine baas verwonderd en volgde

hem wat langzamer.

Toen hij bij de boomen kwam achter het struikgewas uit, hoorde hij

een klokkend geluid en zag Désiré aan den kant van een vrij breed

water lustig staan drinken.

"O, is daar de rivier al. Is die zoo dicht bij. Dat wist ik niet

eens," zei Tony bij zich zelven. "Wacht, jongetje, je kon wel weer

eens zwemmen, net als gisteren met vader.

"Kom hier, Désiré." Hij zocht een grooten tak, ging naar den kant

en wilde hem in het water gooien, maar bedacht zich ineens, dat hij

eerst wel eens naar zus mocht kijken. Die zou het ook zeker graag zien.

"Zus! zus!" riep hij terugkeerend naar het bloemenveld. Hij zag haar

niet. Ze was achter de hooge struiken verborgen. Hij zette zijn

handen als roeper aan zijn mond en riep "zus, zus, Emy!!" Désiré

snelde hem vooruit en had heel gauw haar spoor gevonden. Daar kwam

hij weer tusschen de struiken uit, gevolgd door zus, die de beide

armen vol bloemen had.

"Kijk, Tony, mooi hè," draag jij ook wat, dan maken we er thuis een

boeket van."

"Ja prachtig," antwoordde Tony, "leg ze maar even neer en kom eens

mee, zeg. Daar achter die boomen, vlak bij, is een groot water. Je

weet wel, dat we laatst ook gezien hebben, toen we wandelden. Daar

zullen we Désiré even in laten zwemmen, niet. Kom mee" en hij trok

zus haastig mee naar de rivier.

Spoedig stonden ze aan den oever. Tony wierp nu een tak in het water

en riep: "Désiré pak ze." Désiré bedacht zich niet en met aandacht

keken de kinderen toe, hoe de hond heenzwom en met den stok in den

bek terugkeerde.

Wat lachte zus om het afschudden van de druppels.

"Kijk," zei ze, "nu moet je daar verder op eens gaan. Daar waar die

punt uitsteekt, gooi daar nog eens, dan komt de stok misschien aan

den overkant."

"Ja," zei Tony, "dat is leuk, kom mee!"

Langs den schuinen kant ging hij naar beneden. Hij dacht er niet aan,

dat hij iets verkeerds deed. Een smalle strook steenachtige grond

stak een eind de rivier in.

"Ik durf eigenlijk niet verder," zei hij nog.

"He flauw!" zei zus.

"Nou ga jij dan."

"Ja maar ik ben een klein meisje," zei de wijsneus.

"Nou vooruit," zei Tony, die graag een held was in zusjes oogen.

Voorzichtig sprong hij van den eenen steen op den anderen en kwam

zoo een aardig eindje naar voren.

Désiré stond aan den kant en blafte jankend.

Zus klapte in haar handen van pleizier: "Gooi nou!" riep ze.

"Désiré! pak ze!" riep Tony, slingerde zijn arm en wierp met zoo'n

kracht, dat hij zijn evenwicht verloor en voordat hij besefte wat er

gebeurde, links afgleed en met een plons in het water terecht kwam.

"Tony! O, moeder, help!" riep zus en snelde naar den kant. Maar Tony

was een heel eind af.... "Moeder! Vader!" gilde ze in haar angst.

"Vader," gilde Tony ook spartelend met handen en voeten.

Hij trachtte de steenen te grijpen, maar of hij daardoor zichzelf

afduwde of dat de stroom hem weg voerde, hij schoot in eens verder

de rivier in. Zooals hij van Désiré gezien had, sloeg hij met handen

en voeten en hield zich zoo nog boven, schreeuwend om hulp.

Zus liep wanhopig heen en weer.

De hond echter had zich niet lang bedacht. Hij was te water gesprongen

en zwom met alle kracht naar de plaats, waar zijn kleine baas dreef.

"Gauw, Désiré, gauw," riep het kind, voelend, dat hij zonk.

Zus gilde maar steeds door. Ze zag haar lieve Tony al dieper en

dieper in het water zinken, ze zag, dat hij verdween, voordat de

hond hem nog had bereikt en ze sloeg de handen voor de oogen. Toen

kwam het ineens in haar op, dat ze iemand moest gaan halen. Ze had

een boerderij gezien, daar bij de laan. Ze wilde er heen gaan, maar

het was of ze niet kon loopen. Ze keek weer naar het water. Daar

kwam Désiré terug. Heel langzaam. Zijn kop hield hij hoog op. In den

bek had hij den riem van Tony. Zijn hoofd kwam even boven het water

uit. Zijn lijf en zijn beenen hingen er in.

Wat tante Dora vertelde · 第 12 / 35 题