De groote dag kwam eindelijk. Tony's verjaardag. De knikkerzak was
met ijverig werken gelukkig afgekomen. Van boven was er een rood
bandje doorgeregen, dat had moesje gedaan, prachtig! vond zus zelve
en moeder vond het heel mooi en knap van die kleine prul, vooral,
dat het op tijd af was.
Tony draaide zich slaperig om op zijn buik en drukte zijn gezicht in
het kussen, terwijl hij de dekens over de ooren trok, alsof hij nog
eens rustig een dutje wilde doen. Wip! zij bij hem in bed; met haar
knikkerzakje in de eene hand trekt zij met de andere de dekens weer
van zijn hoofd.
"Tony, ik feliciteer je met je verjaardag! Tony!" [1]
Nu werd Tony op eens bewust van de heerlijkheid van dezen dag
en schudde de slaap van zich af. Met een ruk kwam hij overeind en
knipoogend greep hij de mooien knikkerzak. "O, ik ben jarig vandaag! Hé
zus, mooi; heb je hem zelf gemaakt?" "Ja, zelf gemaakt." "Nu dat is
mooi, ik dank je wel hoor! geen een jongen heeft zoo'n mooien." En
hij kuste haar ontstuimig. "Wat zullen de jongens er wel van zeggen,
prachtig! fijn!" "Ja, hè," zei zus, "en dat rooie bandje. Dat
kan je toetrekken. En kijk eens op het tafeltje. Wat staat daar
allemaal?" Ze kroop naast Tony onder de dekens en greep de pakjes van
het tafeltje, dat voor zijn bed stond. Samen pakten ze alles uit en
allebei waren ze even verheugd, bij het zien van al het moois. Een
koker met de Koningin--en het prinsesje ook.--Een sponsedoos met
twee dwergjes.--Een tol! rood--wit en blauw! "Van de vlag hè?" zei
zus.--"Nou en echt,.." zei broer weer "Knikkers! wat een boel geen
kalke daaien, echte knarren!" "Mag ik dan ook 's knikkeren," vroeg
zus. "Ja, natuurlijk als je maar goed schiet. Daar die stuiter mag jij,
om te bikkelen." "Nog wat zeg, kijk!"
"Wat een plak, o!" "Lust je een stukje!" "Nou of." Hmm!! "lekkere
melkchocolade."
"Wat zitten jelui daar toch te doen?" vroeg moeder, die wakker werd
door het drukke praten.
"Hè, moes," riep Tony "allemaal voor mij, zoo mooi," en hij wipte uit
bed, om zijn schatten aan moeder te laten zien en haar te zoenen voor
al dat moois.
"Ben je nog al tevreden," vroeg moeder schalks lachend. "Nou
of," antwoordde Tony met overtuiging. "Kijk U eens dit
boek. 'Lentegroen.' Wat een leuke plaatjes."
"Zoo," zei vader nu ook ontwakend. "Heb je al je presenten al gekregen
en wat zeg je van het mijne?"
"Wel neen" zei moeder, "dat heeft hij nog niet."
"Krijg ik dan nog meer," vroeg Tony opspringend van pleizier.
"Ja, we zullen ons vlug aankleeden en dan gauw gaan kijken naar het
cadeau, dat vader en grootvader en -moeder samen voor je gekocht
hebben."
"Wat is dat, moeder, toe zeg 't eens?"
"Ik weet 't, ik weet 't," riep zus, sprong op moeder toe en riep, "Is
't toch, hé moesje," maar moeder lachte en zei "Ik zeg niets. Eerst
aankleeden."
Of Tony zich wel zoo heel goed waschte en niet vergat zijn tanden te
poetsen, ik geloof 't haast, maar hij was heel vlug klaar en zus was
zoo gejaagd, dat ze haar linker schoen aan den rechter voet wilde
wringen en moeder vroeg, vandaag maar eens niet haar krullen uit te
kammen, omdat Tony anders eerder klaar was dan zij.
Eindelijk waren ze beiden klaar beneden en toen vader even later ook
binnenkwam was het: "Nu 't cadeau. Ga maar mee jongens."
Mee--waar mee? Vader stapte lachend naar den tuin.
Tony keek onder vaders beenen door en zus riep telkens springend van
pleizier: "Ik weet 't, zus weet 't."
Daar stond een klein, groen huisje op de plaats, dat er vroeger nooit
gestaan had.
"O, vader," riep Tony; hij kon zijn oogen haast niet gelooven en schoot
onder vaders beenen door, deed de deur open en.... "Pas op" riep vader
nog--sprong meteen achteruit, want een groote, geelharige hond vloog
luid blaffend naar buiten. Met een kreet van schrik school zus achter
moeders rokken weg, maar Tony ging op hem af en zijn oogen schitterden.
"Ik dacht niet, dat hij zoo groot zou zijn," riep hij verrukt.
Vader greep den hond bij den nek en streelde zijn kop, toen kwam Tony
vlak naast hem staan en aaide het mooie dier over den rug.
De hond besnuffelde beiden aan alle kanten en wendde ook den kop naar
moeder en zus.
"Kom, Emy, niet bang zijn," zei moeder en bracht haar bij den hond,
maar ze wilde hem niet aaien.
Plotseling zette hij zijn voorpooten vooruit en met de achterpooten
schoppend rekte hij zich eens ter dege uit, terwijl hij zijn bek
opensperde en gaapte. Zus schoot gauw terug, maar Tony lachte om dien
grooten bek.
"Is die nu heusch voor mij, vader?" vroeg hij ongeloovig.
"Heusch voor jou," zei vader, "als je goed voor hem zorgen kunt,
zijn hok schoonhoudt en voor zijn eten zorgt. Hem wasschen zullen
moeder of ik vooreerst wel doen. Maar jij moet hem opvoeden tot een
netten hond en zorgen, dat hij je gehoorzaamt. Het is een prachtig
beest en een aardige speelkameraad. Hij moet nog grooter worden,
want hij is nog jong. Kijk!" vader liet hem los en de hond bedacht
zich niet lang, maar rende eenige malen den tuin rond. Toen ging hij
allen besnuffelen. "Zeker om kennis te maken," zei Tony.
"O, vader ik vind het zoo heerlijk. Ik zal heel goed voor hem zijn,
dan zal hij wel veel van me gaan houden."
"Dat is best," zei vader, "maar niet verwennen. Hij mag vooreerst
niet in de kamer komen--alleen in het speelkamertje en hij moet ook
leeren niet in den tuin om te dollen en de bloemen en perken ontzien."
"Ik vind hem zoo mooi."
"Maar zoo groot," zei zus.
"Juist mooi. Jammer dat ik hem niet mee naar school kan nemen. Hoe
heet hij?"
"Ja, hoe heet hij? Geef hem zelf maar een naam."
"Désiré! vader, want ik heb zoo naar hem verlangd. Zoo heet dat buiten
van dien timmerman, immers."
"Noem hem dan--Verlangd of gewenscht--Dat is Hollandsch."
"Maar ik kan toch niet roepen: Verlangd--Verlangd! of Gewenscht,
kom eens hier. Het hindert toch niet."
"Ga je gang maar, noem hem zooals je wil. Je mag wel een doopmaal
geven en je vrienden en kennissen uitnoodigen."
"Hè moe, mag dat heusch?" vroeg Tony.
"Wel ja jongen, breng om 4 uur de jongens maar mee. Maar nu moeten
we ontbijten, anders kom je te laat en moet je voor je verjaardag
nog schoolblijven."
"Dat doet de Meester toch niet!--Wat zullen ze kijken.--Hij is nog
grooter, dan Nero van den slager en mooier ook."
Vader zei, dat Désiré maar wat op de plaats moest loopen om het
terrein te verkennen en ze gingen naar binnen om te ontbijten.
Toen ze zaten te eten, zei moeder, "ik geloof, dat je vader nog niet
eens bedankt hebt." "O nee," zei Tony en met een reepje in zijn mond
sprong hij op vader toe en zoende hem op beide wangen. Toen op moeder
af, die hij half smoorde onder zijn onstuimige kussen. Daarna draaide
hij zus met stoel en al in de rondte en deed toen eenige luchtsprongen,
om zijn vreugde uit te juichen.
Voordat hij heenging moest hij even Désiré goeden dag zeggen. Het dier
berook hem aan alle kanten, doch schonk hem verder geen aandacht meer
en ging door met het besnuffelen van muren en hekken en van den grond.
"Désiré," riep Tony bij de plaatsdeur. De hond lichtte langzaam den
kop op. "Hij hoort zijn naam al, moeder. Zal ik de jongens maar niet
om twaalf uur meebrengen?"
"Nee zeker niet, we moeten vandaag om twaalf uur eten voor vader,
dat weet je wel."
"Nou dan maar om vier uur, dag vader, dag moeder, dag zus, dag
Désiré!" en weg was hij.
Tony was geen erg beste leerling dien ochtend en zijn onrust scheen
de halve klasse te hebben aangetast. Meester wilde ook graag den
hond zien en begreep best, dat de jongens het ook graag wilden,
maar hij was toch genoodzaakt te zeggen, dat wie niet beter oplette,
's middags niet naar huis mocht en dus niet bij Désiré's doopmaal
wezen kon. Dat hielp gelukkig en de jongens deden hun best den hond
te vergeten en met hun gedachten bij de sommen te blijven, die nu
juist zoo heel moeielijk waren vandaag.
Vier uur!--hè.--Verruimd stoof het heele troepje mee om Tony heen en
stormde met hem, het tuinhek door, maar Désiré was er niet.
"Désiré, Désiré," riep de baas. In het speelkamertje?
Ja, daar lag hij te slapen. Toen de jongens hem omringden, vloog hij
op, keek hen onderzoekend aan en blafte even.
"Wat een fijn dier! Prachtig! Wat een kop! Wat een mooi haar! Laten
we hem meenemen naar buiten!"
Daar stoeiden en holden ze weldra met het vlugge dier in het zand. Hij
maakte allerlei kluchtige sprongen en rende harder, dan een van hen
allen. Totdat moeder de jongens binnen riep en het doopfeest begon.
Tony hield Désiré vast en zus zou hem heusch doopen, maar moeder kwam
juist met een stuk worst, dat hij in één hap verslond. Toen bracht
moeder beschuiten met muisjes voor de kinderen en kopjes chocolade
en boterhammen en toen werd er op de gezondheid van den baas en zijn
hond lekker gegeten en gedronken.
Daar kwam Tante ook nog met de beide nichtjes en die brachten
presentjes mee ook, Tony was er heel blij mee, maar toch het meest
met zijn prachtigen hond.
Ze deden samen nog allerlei spelletjes, toen vader Désiré weer naar het
hok had gebracht en dronken nog limonade en aten koekjes en speelden
nog in den tuin, totdat het klokje van 7 sloeg. Toen ging de visite
naar huis en broer en zus moesten naar bed.
"Mag ik Désiré nog even goeden nacht zeggen," vroeg Tony.
"Nu van avond dan," zei moeder. "Hè lekker, toe zus ga je mee!" Samen
vlogen ze naar het hok. Tony pakte zijn rechter poot. "Nacht hoor,
droom je eens van me!"
Of de hond het deed? Maar Tony wel van hem. Den halven nacht reed
hij op den rug van Désiré de geheele wereld door.