De kleine zus groeide op onder de zorgen van vader, moeder en grooten
broer en was nu al een aardig dribbeltje van vier jaar geworden.
"En ik zeg, dat je zusje toch niet aardig is, Tony."
Het kleine wijsneusje stampvoette, terwijl ze dit zei en stak haar
tong uit tegen Tony, die met zijn zusje aan de hand op het pleintje
voor het postkantoor stond.
"Welles," antwoordde Tony met overtuiging.
"Nietis," zei het meisje weer, "kijk dan, ze heeft mij een duw
gegeven en toen ben ik gevallen. Kijk mijn schort! heelemaal vuil,"
en ze houdt Tony het bewijsstuk voor.
"Ja," zegt Tony, "maar ze deed het niet exprès. Ze kon het niet
helpen."
"Nee, ik dee het niet imspres; ik kon het niet helpen," zei Emy nu,
"ga je mee naar moeder, Tony?" en ze trok haar broer mee naar huis. Hij
hield haar stevig vast. Hij was zoo trotsch op zus, met die mooie,
blonde krulletjes. "Net poppehaar," zeiden de menschen en dat vond
Tony leuk om te hooren.
Niemand mocht van zus iets kwaads zeggen. "Hij bederft haar," zei
Moeder vaak, als hij alles aan zus wou geven, of het grootste stuk
voor haar uitzocht.
"Eerst kijken, wat het mooiste is," zegt hij dan. "Hier, dit is
beter, laten we ruilen." Maar nu begint zus te zeggen, "kijken wat
het grootste is," en dat neemt zij dan, alsof het haar toe komt.
"Dat is niet lief van zus en ik wil het niet hebben," zegt moeder,
"geef Tony dien grooten appel, hij is de oudste." "Och, laat u maar,
moesje," en Tony springt tevreden weg met het kleinste deel, als moeder
niet doorzet. Moeder is wel trotsch op haar jongen, maar zegt toch,
"neen, jij maakt van zus een egoïstje en dat zou vreeselijk zijn."
"Wat is dat, moe?" zegt Emy.
"Iemand, die het beste voor zichzelf uitzoekt en niet om een ander
denkt," antwoordt moeder, "niets lief."
"Nee, niets lief," zegt Tony, maar zus en niet lief kan hij zich niet
denken en even later is het vergeten, en geeft hij zus het meeste van
de dropjes, die hij bij den apotheker toekreeg. Als moeder of vader
zelve deelen, geven ze opzettelijk aan Tony het grootste en het kleine
ding ziet het dadelijk. "Ja," zegt vader, "Tony krijgt het grootste,
omdat hij zooveel grooter is dan zus," en dan trekt ze heusch soms
een lipje.
Het was winter. Een gure wind blies door de ruiten naar binnen en
had zus verkouden gemaakt. Niezen en hoesten van belang. Het was
Zondag. "In de kamer blijven" zei moeder, "of je zou naar bed moeten."