ARBEID OVERWINT.

Het spreekt van zelf, dat waar de arbeidersbeweging hare utopische

en klein-burgerlijke trekken verliest, ook het anarchisme op den duur

wijken moet. Het biedt de beweging geen enkel hoûvast, geen steunsels

in den klassenstrijd. Ware er aan dezen klassenstrijd nu te ontkomen,

het anarchisme zou nog een langer leven kunnen hebben, maar ongelukkig

voor het anarchisme en gelukkig voor de arbeidersklasse moet die

strijd worden gevoerd en dwingt de bourgeoisie de arbeidersklasse

hoe langer hoe meer dien strijd op.

Wat het anarchisme kan bieden, bewijst een land in welks

arbeidersbeweging het een menschenleeftijd lang de baas was,

n.l. Spanje. Inderdaad heeft het daar de arbeidersbeweging gedurende

dien tijd misbruikt voor allerlei doldwaze experimenten, werkstakingen

zonder voorbereiding, opstanden en dynamiet-bewegingen, die haar

bijna reddeloos ten grave gesleept hebben.

Wat in Spanje gedurende de laatste jaren aan arbeidersbeweging weder

is gekomen, is er tot groote woede van een zich in dolheid uitrazend

anarchisme, door socialisten moeizaam opgebouwd.

De ontwikkeling van het vakvereenigingswezen aldaar, is in de eerste

plaats aan het werken van de gehate sociaal-demokratie te danken. Zij

kan blijken uit de volgende tabel: [74]

Aantal Secties: Aantal Leden:

1889 22 3,535

1890 36 3,896

1891 54 5,457

1892 58 5,304

1893 97 8,553

1899 65 15,264

1900 125 26,088

1901 191 31,558

1902 226 37,778

Het is overigens opmerkelijk dat waar de industrieele ontwikkeling

zeer snel gaat en dus de verschillende utopische en klein-burgerlijke

tendenzen die er onder de arbeiders leven, snel uitsterven, ook het

leven van het anarchisme het kortst is. Het anarchisme representeert

ook in zijn theorie nog veel van het agrarische karakter dat de afkomst

van de moderne arbeidersklasse in hare breede lagen heeft gekenmerkt.

Werner Sombart wees reeds op den samenhang tusschen het agrarische

karakter van een land en de uitbreiding die de anarchistische

propaganda daarin neemt. [75]

Ook Dr. W. Borgius wijst nadrukkelijk op het agrarisch karakter van

de anarchistische theorie. "Inderdaad," zegt hij, [76] "vertoonen

zich bij de anarchistische theoretici allerhande beslist agrarische

neigingen en gedachtengangen, inzonderheid bij Kropotkine, die

onbetwistbaar voor den tegenwoordigen tijd de invloedrijkste en

meest beteekenende theoreticus is. Agrarisch is de verwerping van

een noodzakelijke en zegenrijke ontwikkeling van de voortschrijdende

kapitaalsconcentratie, zooals Marx ze leert; agrarisch de sympathie

voor het klein-bedrijf en den middelstand; agrarisch de verwerping

van de internationale arbeidsverdeeling en het nastreven van het

economische zelfbeheer van zoo klein mogelijke gebiedsoppervlakten;

agrarisch is de overtuiging van de grenzenlooze, haast fabelachtige

stijging van den bodemopbrengst, agrarisch de overschatting van

het landleven en de verwerping van de groote stad met hare tot

fabrieksidiotisme ontaardende arbeidsverdeeling."

Het anarchisme te overwinnen in de arbeidersbeweging wil dan

ook zeggen die klein-burgerlijke en klein-boersche gevoelens

overwinnen die in de moderne arbeidersbeweging leven, omdat zij

voor een groot deel wordt gerecruteerd uit de landbewoners, die

door de ontwikkeling der industrie en het opzuigingsproces van de

groote steden, telkenmale aan het land worden onttrokken. Een goed

inzicht in deze analogie tusschen de voorstellingen die op het platte

land overheerschend zijn omtrent de maatschappelijke ontwikkeling

en de feitelijke voorstelling van het anarchisme daaromtrent; een

schifting van de arbeidersbeweging in de oorspronkelijke stads- en

plattelandselementen, zou ons wellicht nog verdere bijdragen kunnen

leveren tot een psychologie van de anarchistische propaganda en haren

bodem in de moderne arbeidersbeweging.

Gelukkig, zeiden we, voor het proletariaat, dat het strijden moet en

het is dan ook in en door dien strijd dat het ten slotte zijn eigen weg

in de maatschappelijke beweging vindt. Zijn revolutionaire taak als

klasse, die tevens alle klassen bevrijden moet, omdat het de laatste

klasse is die bevrijd moet worden, is alle krachten eerst bijeen te

brengen, daarna aan het werk te stellen, vervolgens te concentreeren.

In deze drie noodzakelijkheden kan het anarchisme haar niet helpen,

het kan haar slechts een rem tegen die ontwikkeling, een looden blok

aan het been zijn. Een arbeidersbeweging die door het anarchisme

gehinderd wordt, kan zich dan ook niet ontwikkelen; daarentegen zal

een arbeidersklasse die niet besmet is met het gif der moedeloosheid

en machteloosheid die het anarchisme den arbeiders inent, haast met

gelijken tred, als het kapitalisme voortschrijdt, zich ontplooien.

Nemen wij twee groote landen, Duitschland en Frankrijk, en vergeleken

wij de ontwikkeling van de arbeidersbeweging. Nemen wij in aanmerking

dat de arbeidersbeweging van het laatste land zooveel ouder is dan

die van het eerste. Welnu, bij de fransche, die jaren lang onder

anarchistischen invloed heeft gestaan en ten deele nòg staat, heerscht

nog steeds hopelooze verwarring en sektairisme. Niet het minst in de

fransche vakbeweging is dat in sterke mate het geval.

De duitsche vakbeweging, die steeds onder sociaal-demokratischen

invloed gestaan heeft, wijst de volgende buitengewoon belangrijke

ontwikkeling aan:

Jaar: Ledental: Stijging: In procenten.

1894 246,494 22,964 = 10,2

1895 259,175 12,681 = 5,2

1896 329,230 70,055 = 27,0

1897 412,359 83,129 = 25,2

1898 493,742 81,383 = 19,7

1899 580,473 86,731 = 17,5

1900 680,427 99,955 = 17,2

1901 [77] 677,510 -2,917 = 0,4

1902 733,206 55,696 = 8,2

1903 887,698 154,492 = 21,0

1903 (slot) 941,524 53,831

En in 1904 (1ste helft) was het millioen bereikt!

Het anarchisme is niet bruikbaar in de vakbeweging, het is even

onbruikbaar voor de arbeiders in den politieken strijd. Het eenige

middel waartoe het in de laatste jaren is kunnen komen--en dit weder

krachtens zijn ouden aard van het uitlokken van catastrophen--is

de algemeene werkstaking. Het lost daarin den ganschen strijd van

het proletariaat op, het laat evenwel na daarbij den arbeiders een

weg te wijzen op welke manier zij tot die phantastische "algemeene

werkstaking" moeten komen, zonder voorafgaande vaste organisatie,

straffe discipline, ervaring en onderling vertrouwen, en het laat

eveneens na den arbeiders ook maar met een woord aan te geven, wat

er na de "algemeene werkstaking," als volgens de anarchistische

utopie de burgerlijke maatschappij ontredderd zal zijn, door hen

zal moeten worden gedaan. Ten slotte zal er, gesteld dat men zijn

doel eens bereikt heeft, naar de staatsmacht gegrepen moeten worden

om die in bezit te nemen. Een andere weg is er niet. De fraaie

toekomstberedderingen van Kropotkine staan louter op het papier en de

"decentralisatie" van de industrie is een utopie waarop de anarchisten

nog niet zoo heel erg hebben te rekenen.

Een zoodanige algemeene werkstaking zonder organisatie, dus zonder

weerstandsvermogen, zonder discipline, dus zonder vasten wil; zonder

eenig vast doel, dus volkomen bodemloos, kan slechts een experiment

zijn, waarbij de arbeidersbeweging het kind van deze heillooze rekening

wordt. Maar ook dat is een van die vele anarchistische methoden om

in de arbeidersbeweging eenigen vasten voet te houden, die opkomen,

uitwoeden en daarna weder verlaten worden.

De sociaal-demokratie is de eenig aangewezen leidster der moderne

arbeidersbeweging en wordt dit overal, hoe langer hoe meer.

Het Anarchisme in de Arbeidersbeweging · 第 44 / 50 题