... "Wat is het anarchisme in den grond anders dan een nieuwe vorm
van het zuivere revolutionisme als methode, met klein-burgerlijke
idealen als doel?"...
Werner Sombart.
In vergelijking met een vroegere phase, is het anarchisme zoowel in
zijn politieke als in zijn literaire uitingen, tegenwoordig hoogst
mak en gedwee. Men kan zeggen dat, naarmate het eenigszins terrein
is beginnen te winnen in de arbeidersbeweging, het aan revolutionair
élan tamelijk wel alles heeft ingeboet. Hoogstens eens hier en daar
nog sporen van de oude wildheid, hier of daar verspreid nog wel eens
een enkele aanslag, maar voor het overige is het doodstil geworden
in zijne gelederen. Ja, wie de tegenwoordige geschriften van de
"wetenschappelijke" anarchisten nagaat, zal daarin niets anders
vinden dan een voorkeur voor de uiterste vredelievendheid. Noch van
revolutionisme, noch van terrorisme meer eenig spoor; de taktiek van
het geweld wordt tegenwoordig als niets met het anarchisme uitstaande
hebbend, verworpen.
"Zoolang menschen over andere menschen heerschen of heerschen
willen, was er geweld: oorlog, moord, aanslagen. De
wereldgeschiedenis wemelt ervan, zij is zelfs daaruit
samengesteld. Maar altoos kwam het geweld van boven af.... Het
anarchisme... is geen bevorderaar van het geweld; integendeel,
het is zijn doelbewuste vijand. Waar ooit een anarchist van
een misdaad, van geweld beschuldigd werd, daar was het niet
het anarchisme, die hem tot dit geweld verlokt of gedreven had,
maar... de tot in haar binnenste geschokte menschelijke natuur,
die uit toorn of vertwijfeling geen anderen uitweg zien kon dan
dood en vernietiging".... [36]
Hoe dit nu verder ook moge wezen, een feit is het, dat de eigenlijke
"revolutietaktiek" blijkbaar is afgezworen; dat de methode om
door middel van "de bestudeering der technische en chemische
wetenschappen"--gelijk het vroeger listig heette, waar men openlijk
niet durfde aansporen tot het werpen van dynamietbommen--te trachten
de burgerlijke maatschappij te terroriseeren en op hare grondslagen te
doen wankelen, als ondoeltreffend is verlaten. Wie eens goed wil zien,
hoezeer het anarchisme, in den "wetenschappelijken" zin althans, zijn
karakter geheel heeft veranderd en zich tot de meest vredelievende en
meest zoetsappige "leer" van de wereld "ontwikkeld" heeft, moet maar
eens Kropotkine's "Paroles d'un révolté" (Woorden van een opstandige)
uit het jaar 1885 vergelijken met hetgeen door hem tegenwoordig over
de methode en de taktiek van het anarchisme geschreven wordt.
Vroeger geheel de wilde romantiek van den Blanquistischen opstandeling;
thans niets dan de resultaten van dikwijls heel belangrijke, maar,
wat originaliteit betreft, gansch onbeteekenende onderzoekingen van
een kamergeleerdheid, die wel iets van pedanterie heeft en naar de
lamp riekt. De korte inhoud van het hoofdstuk over de "taktiek van
het anarchisme," in Kropotkine's allerjongste wetenschappelijke
geschrift, munt door niets bizonder methodisch', noch door iets
bizonder taktisch' uit. Het is samen te vatten in den raad aan de
anarchisten om te "studeeren" en speciaal om de geschiedenis eens te
"bestudeeren," wat natuurlijk op zichzelf niet bijster revolutionair
is. Deze studie zou nog tot revolutionaire resultaten kunnen leiden,
mits daarbij niet de methode gevolgd worde, die Kropotkine speciaal
op het gebied der geschiedenis gebruikt, want deze is allesbehalve
revolutionair, integendeel in hooge mate spitsburgerlijk.
Dit neemt evenwel niet weg, dat het eigenlijk anarchisme, als deel
van de sociale beweging van de laatste dertig jaren, geboren is
uit de wederopleving van twee tendenzen die het moderne socialisme
overwinnen moest en meerendeels dan ook overwonnen heeft. Het zijn
de romantiek in de voorstellingen van de ontwaakte arbeidersmassa en
de sporadische neiging om telkens in het oude utopisme terug te vallen.
Daardoor werd het anarchisme, gelijk het zich voornamelijk in de
romaansche landen demonstreerde, een renaissance (wedergeboorte) van
het haken naar de revolutie en het verlangen om de maatschappelijke
ontwikkelingsphase van het kapitalisme, die nog komen moest, óver te
springen en met pak en zak liefst dadelijk in den communistischen hemel
te vallen. Nà de storm- en drangperiode van de bommenwerperij, nà de
bittere ervaring, dat langs dien weg niet anders dan de zeer wrange
vruchten van de reaktie te oogsten waren, ontstond op dien bodem een
uitgebreide anarchisten-litteratuur, die, met Kropotkine's "Verovering
van het Brood" ingeleid, door Grave, Faure, Malato, Malatesta etc. werd
voortgezet. Deze literatuur is een uiting van dekadentie (verval).
Wij zagen reeds bij eene voorafgaande behandeling van het communistisch
anarchisme, gelijk het zijn ontstaan aan zijnen vader Kropotkine
te danken heeft gehad, welk een voorstelling dit zich maakt van
de eigenlijke verovering van de communistische maatschappij en wij
zullen thans de gelegenheid hebben om dezen gedachtengang nog wat
nader te ontleden.
De kinderlijke voorstellingen, hoe de revolutie er eigenlijk zal
komen en hoe die revolutie zal moeten leiden tot de communistische
maatschappij, zijn het eerste kenmerk van dat revolutionaire utopisme
geweest. Wij zullen zoo straks zien wat er van is overgebleven.
Over de "komende revolutie" te redeneeren, te discuteeren en er
gansche vertoogen over te houden, was in het algemeen eenmaal het
kinderspel van de pas-geboren arbeidersbeweging. In de hoofden van
hén die pas revolutionair werden, d.w.z. het gevoel van verzet tegen
de heerschende toestanden in zich voelden ontwaken, weêrspiegelde
zich de gansche arbeidersbeweging als een bloedige herleving van
de revolutiegedachte, die niet het minst in Frankrijk een sterk
klein-burgerlijk idealistische traditie had. Over het algemeen kwam
dit redeneeren over de "naderende" revolutie voort uit een geweldige
overschatting van de gevolgen die de door het kapitalisme onder de
massa der menschen veroorzaakte sociale ellende zou hebben. Het was
de karikatuur van de socialistische kritiek op de kapitalistische
maatschappij, samengevat onder den meer bekenden naam van de
"Verelendungstheorie", die natuurlijk iets geheel anders zegt.
Het is het meest kenteekenend voor deze literatuur, dat zij ten
tijde van perioden van crisis in de nijverheid is ontstaan, en aan de
eigenaardige gevoelens, die de massa, welke niet sociaal-demokratisch
is opgevoed en geschoold, in zulke tijden van ellende geheel
beheerschen kan, dan ook trachtte te beantwoorden.
De eerste groote en ernstige crisis die de nijverheid in Europa hevig
aangreep, kwam na een periode van intensieven bloei in 1873 en breidde
zich tot 1880 uit over zoowat alle moderne industrielanden. Het was
aanvankelijk een beurscrisis, die zich evenwel eenige jaren later
over de gansche nijverheid uitstrekte: 1875 crisis in de kolen-
en ijzerindustrie; 1878 een zware crisis in de katoennijverheid,
die vooral Engeland geweldig aanpakte; daarop, na eenige jaren van
opbloei, wederom in 1882 het begin van een nieuwe, even hevige crisis,
die van uit Frankrijk haren loop begon en tot in het begin van het
jaar 1890 bleef aanhouden.
Deze crisissen wierpen de arbeiders, bij duizenden tegelijk, als
werkeloozen, als de overcompleeten, op de straat en de stemming die
zoodanige gebeurtenissen onder de arbeidersmassa te voorschijn roepen,
vormt een bij uitstek geschikten bodem voor de bovenaangeduide soort
van literatuur. Zij stelt zich een verandering van de maatschappij niet
anders voor den geest dan in den vorm van een of andere, min of meer
plotselinge catastrophe, die uitbreekt zonder dat men er eigenlijk op
verdacht kan zijn. Daaraan ontleent dan ook het beeld der voorbereiding
van de aanstaande revolutie dat Kropotkine, Grave e. a. geven, zijn
ontstaan. Als alles maar op papier klaar is, zoo meenen dezen, dan
weet het opgestane volk den dag na de revolutie wel alles te vinden.
Er is in deze bladzijden reeds meer op gewezen, dat men er
bij de beoordeeling van het anarchisme, zooals het zich in de
arbeidersbeweging voordeed, rekening mee moet houden dat het altoos
meer van stemmingen dan van eenigerlei methode is uitgegaan. En het
is dan ook een stemming waarop deze gansche revolutietheorie, deze
leer eener plotselinge catastrophe gebaseerd was. Doch, een stemming
is iets dat niet blijft, dat wisselt, en het is dan ook hieraan te
wijten dat men van die verschillende oude methoden van het anarchisme
thans niet meer hoort reppen. Zij verdwenen met de stemming die zij
tot basis hadden.