HET LIJDELIJK VERZET.

In de laatste jaren voornamelijk hebben wij nog een anderen vorm van

"persoonlijke aktie" zien geboren geworden, die, hoewel van veel

minder schadelijken aard naar buiten, in den grond evenwel van

hetzelfde anarchistische gezichtspunt uitgaande en de waarde van

persoonlijke daden evenzoo overschattende, voor de arbeidersbeweging

van even weinig nut en voor de enkelen die er zich door aangetrokken

gevoelen, ook van schadelijke uitwerking is. Wij bedoelen hier den

passieven weerstand of het lijdelijk verzet van individuen, wat ten

onzent in den laatsten tijd vooral hierop neerkomt, dat men zijn

militairen dienstplicht weigert. In beginsel richt zich deze aktie

meer tegen den staat, van wien men zich het geweld laat welgevallen,

maar wien men daartegenover zijn persoonlijke diensten weigert. Zij

komt ook wel vermengd voor met de christelijke beschouwing, op grond

van christelijk-ethische bezwaren, dat men zich niet leenen moet om

de wapens te dragen, geen eed moet doen enz. enz.

Konsekwent zag men tot nog toe deze persoonlijke aktie

nergens doorgevoerd; immers hare konsekwentie zou verlangen

dat men weigerde belasting te betalen, dat men zich aan geen

politieverordeningen stoorde, dat men iedere aanraking met de staats-

of gemeentevoorschriften ontweek en weigeren zou aan de verplichtingen,

daarin opgelegd, te voldoen. [33]

In deze halfheid ligt dan ook de veroordeeling van het middel als

werkzaam oppositiewapen tegen den gehaten staat opgesloten. Een

middel dat zijn doel hoogstens maar van één kant kan treffen, is geen

middel. Want nog sterker veroordeeling ligt in het feit, dat niemand

zijner aanhangers het zelfs ook maar voor de helft of voor een kwart

openlijk durft aanbevelen. Dat veroordeelt het reeds moreel; maar nog

veel meer treft het die veroordeeling als middel in den klassenstrijd.

Het moge een zekere ethische waarde hebben--ook dat evenwel lijkt

ons zeer betwistbaar--om met zijn persoon te staan tegen hetgeen men

in strijd acht met zijn heilige overtuiging; voor wat men er mede

bereikt is het middel evenwel te duur.

De taktiek van de arbeidersbeweging in den klassenstrijd strekt

om met zoo weinig mogelijke persoonlijke offers een zoo groot

mogelijk resultaat te bereiken. Zoo er al in den strijd offers van

persoonlijken aard moeten vallen, dan staat toch bij iedere wèl

overlegde handeling, bij elken beraamden stap van het proletariaat,

deze gedachte voorop, om het kapitalisme, hetzij op economisch,

hetzij op politiek terrein op zoodanige wijze afbreuk te doen, dat

de minst mogelijke persoonlijke offers te betreuren zijn. Anders

is deze aktie van den passieven tegenstand, die juist het gansche

zwaartepunt--precies als bij de propaganda van de daad--van uit de

beweging naar den individu verlegt en als het ware door deze leidende

gedachte wordt beheerscht: hoe doen wij de kapitalistische instellingen

met de grootst mogelijke hoeveelheid offers van persoonlijken aard,

de geringst mogelijke afbreuk! Iedere daad in deze aktie vordert de

eindelooze opofferingsgezindheid van de gansche persoon; gegeven de

eisch, dat de daad eenig effekt hebbe, dan is toch hetgeen er mede op

zijn hoogst kan worden bereikt, niets dan een ethische veroordeeling

van de dwangmiddelen, waarover de staat beschikt, in de oogen van

enkele burgerlijk- of christelijk-ethisch aangelegde menschen.

De bizondere schadelijkheid die deze aktie van het passieve verzet

heeft, hare uitwerking op sommige groepen van arbeiders, doet ons bij

haar nog enkele oogenblikken stilstaan. Want zou zij zich alleen tot de

bourgeoisie richten, aan haar "ethisch gemoed" trachten te appelleeren,

allicht zou niemand er zich om bekreunen. Maar zij wendt zich tot de

arbeidersklasse, en zij meent deze te moeten voorhouden, dat "geweld

niet door geweld vernietigd kan worden," theorieën die natuurlijk de

uitwerking hebben, dat zij de arbeiders moedeloos maken en hen van het

werk dat zij hebben te doen, hun klasse mede bevrijden, afhouden. [34]

Tolstoï's vermeend logische stellingen zijn een samenstel van

sophismen, al is hij in zekeren zin de meest konsekwente onder

de anarchisten, waar hij de eischen van de moderne cultuur gladweg

verwerpt, omdat zijn reaktionair ideaal zich daarmede niet vereenigen

laat. Tolstoï haat onze beschaving, onze fabrieken, onze groote steden,

onze manier van werken en leven [35]. Hij roept luide om een teruggang

tot den allerprimitiefsten vorm van het leven in de natuur. Maar ook

dat is niet nieuw; voor meer dan anderhalve eeuw heeft Jean Jacques

Rousseau het al der menschheid als ideaal voorgehouden, dat zij meer

tot de natuur terugkeeren moest.

Voor iemand, die als Tolstoï klassetegenstellingen loochent, is

het natuurlijk heel gemakkelijk om in het kapitalistisch stelsel een

uiting te zien van persoonlijk onrecht en geweld. Doch het kapitalisme

is, in onzen tijd, niet eens meer een persoonlijk geweld. Er is

geen eigenlijk persoonlijk geweld meer, dat de arbeiders dwingt om

zich te laten exploiteeren. De menschen worden in onzen tijd van

hooge kapitalistische ontwikkeling door de produktie beheerscht, en

aldus is het "geweld" van het kapitalisme niet eens persoonlijk meer

bestrijdbaar. Elk arbeider die in onzen tijd op de wijze van Tolstoï

zou willen strijden, d.w.z. niet-strijden, slaat in de lucht, raakt

niets en niemand. Tolstoï ziet een maatschappij-inrichting, waarin

elkeen, zelfstandig, voor zijn maatschappelijke daden verantwoordelijk

is en het is op dat, vermeende, gevoel dat hij een beroep doet.

Het spreekt van zelf, dat iemand die, gelijk Tolstoï e.d., in het

kapitalisme niets dan een groote ontaarding ziet, in alles wat hij

waarneemt als de uitingen van dat stelsel, barbarisme zal zien. En dan

heeft hij een probaat middel meenen te ontdekken om aan het geweld een

einde te maken, n.l. er niet aan deel te nemen. Hij vordert dat van de

arbeiders ook, de arbeiders die in geen enkel opzicht aansprakelijk

zijn voor het geweld van de bourgeoisie en zich als de onderliggende

klasse hebben te onderwerpen aan de wetten die hun opgelegd worden

door de macht van de bezittende en dus ook wetgevende klasse! Het is

alsof men een gevangene aansprakelijk stelt voor den toestand waarin

zijn cel verkeert.

Overigens miskent ook dit anarchisme niet minder dan dat van de daad,

van het feitelijke geweld dus, de noodzakelijkheid van organisatie

en is dus voor de arbeidersbeweging a priori veroordeelenswaardig.

Van ieder middel dat in den klassenstrijd door de moderne

arbeidersbeweging wordt gebruikt, moet kunnen gelden dat wat één doet,

allen kunnen, en wat allen doen, ook één kan doen. Martelaarschap van

persoonlijken aard is een ongeoorloofde krachts- en machtsverspilling,

die de arbeidersbeweging, van wier strijd juist samentrekking van àl

hare krachten een voorwaarde is, niet dan schadelijk kan wezen. Doch

men zal het steeds zien, waar de beweging uit haren aard zwak is,

daar zullen deze en dergelijke persoonlijke daden altijd het hoogst

worden aangeslagen. Het is alweer het kenmerk van een zwak inzicht

of van algeheele afwezigheid van inzicht in het wezen van den strijd

tegen de politieke machtsinstellingen van den klasse-staat, dat ieder

voor zich en ieder op zijn eigen wijze meent daartegen den strijd te

kunnen voeren. Dit zal dáár het sterkst zich openbaren, waar men òf

zich niet in staat ziet een massabeweging op de been te brengen, òf

men geenerlei kans ziet haar behoorlijk te scholen en haar die wapens

te doen aanwenden waarmede zij op den duur de machtsinstellingen van

den bourgeoisstaat behoorlijk kan bekampen.

In beide gevallen wordt uit zwakte, bij gebrek aan een uiting van

de massa, allengs de persoon naar den voorgrond gedrongen en wordt

het terrein voor de persoonlijke aktie geëffend. Deze draagt echter,

juist om hetgeen haar wezen uitmaakt, de kiemen der ontbinding reeds

bij hare geboorte in zich; zij treft hoogstens in een enkel geval,

bij een enkel persoon doel, en ook daar nog gaat ten slotte het effect

van de daad verloren, omdat èlk persoonlijk martelaarschap in onzen

niet-romantischen tijd, op den duur vervelen gaat.

Uit dien hoofde is de aktie van den passieven weerstand een

reaktionaire aktie te noemen, alhoewel, en dit heeft zij overigens

met zoo menig strijdmiddel van het anarchisme gemeen, zij op het oog

nog al radikaal lijkt.

Dat zij zoogenaamd de verantwoordelijkheid van den strijd van uit de

beweging naar de persoon verlegt, geeft haar, zoo men den maatstaf

van het effectieve aan de strijdmiddelen der arbeidersbeweging

aanlegt, bovendien geen moreel, maar een immoreel cachet. De

verantwoordelijkheid van de daad berust maar voor een deel bij

de personen die haar verrichten, terwijl een voornamer deel dier

verantwoordelijkheid thuis hoort bij hen, die haar wel slechts

zijdelings propageeren, maar toch terdege propageeren door haar een

doeltreffend middel te noemen.

Het Anarchisme in de Arbeidersbeweging · 第 35 / 50 题