DE TAKTIEK VAN "PRESSIE-UITOEFENEN."

Wij zullen nu, na den oorsprong en den conservatieven ondergrond van

de enkel-vakvereenigingstaktiek te hebben leeren kennen, haar nog

eenigszins verder vervolgen in haar historisch verloop.

"De politieke, zoowel als de industrieele zijde van de

arbeidersbeweging zijn beide zulke noodzakelijke levensuitingen

van het proletariaat, en zijn zoo innig met elkander verbonden,

dat een verwaarloozing van de eene ten koste van de andere

een abnormaliteit is, die slechts uit abnormale toestanden

kan voortkomen, en die op den duur geen stand houdt. Overal

dringt de arbeidersklasse op gelijke wijze naar industrieele

zoowel als politieke aktie. Niets is bedriegelijker dan de van

anarchistischen kant verbreide beschouwing, dat de engelsche

vakvereenigingsmannen, in zooverre ze geen sociaal-demokraten

zijn, van politiek niets wilden weten en dat zij al hunne

resultaten bereikt hadden, zonder zich om de politiek te

bekreunen. De engelsche vakvereenigingsmannen hebben altoos aan

politiek gedaan. De kwestie was voor hen slechts deze, of zij

hun doeleinden op politiek gebied het beste konden bereiken door

middel van een bijzondere, onafhankelijke arbeiderspartij of door

het verkoopen van hunne stem, tegen zekere concessies, aan eene van

de heerschende partijen. Niet of zij aan politiek zouden doen, was

en is voor hen een kwestie, maar of deze politiek een zelfstandige,

dan wel een staart- en pressiepolitiek zou moeten wezen."

In deze treffende woorden heeft Karl Kautsky eenmaal duidelijk

weergegeven van welken geest de engelsche vakvereenigingen steeds

bezield waren en wat de drijfkracht was van hun handelen in politiek

opzicht. Zuiver anti-politiek was de engelsche vakbeweging inderdaad

nooit; doch de politieke aktie van de engelsche vakvereenigingen nam

onder de specifiek engelsche omstandigheden zeer eigenaardige vormen

aan. De engelsche arbeidersklasse heeft deze soort politieke aktie

moeten aanvaarden, bij gebrek aan een anderen, duidelijker en meer

tastbaren vorm van zelfstandige arbeiderspolitiek, omdat de gansche

politieke ontwikkeling van een land als Engeland zich onder gansch

bizondere en hoogst eigenaardige, historisch-noodwendige vormen

voltrok.

Zij was en is nog de eigenlijke en eigenaardige klassenstrijdvorm

waaronder het grootste deel van de engelsche arbeiders zijn kamp

tegen het kapitaal voert.

Om duidelijk in te zien waarom de engelsche arbeidersklasse, in

weerwil harer grootsche organisatie in vakvereenigingen, tot op

den laatsten tijd geen eigen parlementair-politieke partij vormde,

moet men er zich rekenschap van geven, dat zij tot het jaar 1867

het kiesrecht nog niet had en dat toen nog maar alleen de beter

gesitueerde arbeiders het kiesrecht verkregen. Eén van de vele manieren

van behandeling, die de engelsche bourgeoisie--de slimste zeker van

alle landen--op de arbeidersbeweging toepaste en door middel waarvan

zij de arbeidersbeweging steeds haar algemeen, dus ook revolutionair

karakter wist te onthouden, is ook die broksgewijze uitbreiding van het

kiesrecht geweest. Een definitieve kwam eerst in 1885. Maar eenmaal

het kiesrecht verkregen hebbend, zelfs in den hoogst gebrekkigen

vorm waarin de Reform-Bill van 1867 het haar verleende, begreep de

georganiseerde arbeidersklasse, reeds op het vakvereenigingscongres

van 1869, uiting te moeten geven aan den eisch eener zelfstandige

arbeidersvertegenwoordiging; een eisch die sedert dien niet van

de dagorde der engelsche vakvereenigingscongressen is verdwenen,

alvorens een voorloopige oplossing te hebben verkregen in het voor

enkele jaren opgerichte "Labour Representation Committee" (Comité

voor Arbeidersvertegenwoordiging) door welks werken nu reeds twee

zelfstandige vertegenwoordigers van de arbeidende klasse, William

Crooks en D. Shackleton, in het Parlement zitting hebben.

Met dat al is het te begrijpen, dat de reeds zeer ver doorgevoerde

taktiek van het uitoefenen van pressie op de burgerlijke partijen,

ten einde hervormingen te verkregen, althans de beloften daartoe af

te persen, waarvoor dan in ruil de hulp bij de stembus geboden wordt,

een taktiek die bij sommige van de grootste vakvereenigingen een heele

machinerie in het leven heeft geroepen, [17]--niet maar eensklaps door

een andere kan worden vervangen. Zij was in hooge mate samengeweven

met de politieke ontwikkeling van de engelsche arbeidersklasse zelve

en met de politieke verhoudingen in het land over het algemeen.

Of de hervormingen, die aldus verkregen zijn, tot dien prijs

niet te duur gekocht waren, is een vraag die van het positieve

klasse-standpunt onbetwist bevestigend moet worden beantwoord,

maar dat neemt niet weg dat het instinkt van de arbeidersklasse

om den haar geschonken politieken invloed te gebruiken, de groote

politieke partijen tegenover elkander te doen balanceeren,--een

gevolg van de eigenaardige verhouding dat het grondbezit en het

industrieele kapitaal in Engeland elkander historisch de plaats aan

het staatsroer betwistten,--nooit heeft getuigd voor die politieke

onverschilligheid, welke de propagandisten voor een anarchistischen

weerzin tegen arbeiderspolitiek zoo gaarne ingang zouden doen vinden

onder hunne volgelingen.

Over het geheel is een aktie als die van de engelsche arbeidersklasse

slechts dan volkomen te begrijpen, als men haar psychologie in het oog

weet te vatten. Het stuk klassebeweging dat zij in zich belichaamde,

maakte natuurlijk verschillende veranderingen door, al naarmate de

verhoudingen in het land zelve andere waren.

Arbeidersmassa's zullen, als zij georganiseerd te zamen gehouden

worden, in gesloten gelederen marcheerend, nu eens een meer, dan

eens een minder revolutionaire stemming toonen; zij kunnen niet

altijd in dezelfde, gelijke spanning gehouden worden. Al naar de

omstandigheden zullen zij aktief op den voorgrond treden, of meer

passief zich verhouden en de dingen meer den loop laten nemen dien

zij van zelf gaan. Het zal zijn nu een meer of minder sterk ingrijpen

in den loop der ontwikkeling, dan weer een blijken van vermoeidheid

en een daaruit voortvloeiende neiging om te trachten te oogsten wat

vroeger gezaaid was. Dat geldt voor massabewegingen in het algemeen en

in nog veel sterker mate voor de engelsche vakvereenigingsarbeiders,

die nooit door groote principes werden geleid, maar door overwegingen

van opportunistische, dus van "oogenbliks"politiek. Wat echter voor

de massa een stemming is van meer of minder voorbijgaanden aard,

kan en zal na verloop van tijd voor de leiders een formule worden,

een zekere methode, waarop, gelijk in Engeland in belangrijke mate het

geval is geweest, theorieën en principes van taktiek worden opgebouwd.

Het sterkst kwam dit uit in de groote periode van reaktie in de

geschiedenis van het engelsche vakvereenigingswezen van 1875/85. Wat

toen als leidend gezichtspunt der vakbeweging werd vooropgesteld en

wat in dien tijd als de opperste sociaal-politieke wijsheid gold, dat

is inderdaad niet te zacht gekwalificeerd als men het de geestelijke

verstarring eener klassebeweging tot burgerlijke klassegeborneerdheid

noemt. Hooren wij de Webb's in hunne "Geschiedenis" daarover maar eens:

[18]

"De op den voorgrond tredende vakvereenigingsmannen waren bekeerd

geworden tot het economisch individualisme, dat in dien tijd

de liberale partij beheerschte. Een veelbeteekenend bewijs dezer

onbewuste bekeering is te vinden in de eenstemmigheid, waarmede een

congres van vakvereenigingsmannen kon aandringen op "hervormingen"

als: klein grondbezit, de aankoop van arbeiderswoningen door de

bewoners, het stichten van zich-zelf-regeerende werkplaatsen, het

vermeerderen van patenten in handen van individueele arbeiders, en

andere veranderingen, die den wortel van het vakvereenigingswezen

en van alle gemeenschappelijk bezit der produktiemiddelen moesten

aantasten....

"In geen enkel ander punt evenwel komt de bekeering van de

trade-union-leiders tot zuiver burgerlijke begrippen zoo helder

aan het licht, als in hunne houding tegenover het roepen der

arbeiders in zekere industrieën om wettelijke bescherming hunner

levenspositie. Sedert ondenkbare tijden was de wenschelijkheid

van de wettelijke handhaving van een minimum-levensstandaard

der arbeiders een van de leidende principes geweest van het

trade-unionisme en nog werd zij door twee beduidende sekties van de

trade-unionwereld, door de vakvereenigingen der katoenspinners en

die der mijnarbeiders, standvastig hooggehouden. Maar zoowel het

Parlementaire Comité uit den tijd van 1875-1885 als den liberalen

wetgevers leek elk voorstel tot wettelijke regeling van de

arbeidsvoorwaarden een hoogst bedenkelijke uitzonderingsmaatregel,

die alleen maar in gevallen van de uiterste hulpeloosheid en

machteloosheid van de aanvragers gerechtvaardigd was."

En verder:

"De aanpassing van het politieke credo van de

vakvereenigingsleiders aan dat van de officieele liberale

partij was een zaak van oprechte overtuiging.... De geschikte

en nauwgezette menschen, die in den tijd van 1875 tot 1885

met het leiderschap van de trade-unioncongressen belast waren,

waren zonder eenige politieke theorie, die hun een anderen weg

gewezen had, opgegroeid en hadden dientengevolge den afkeer van

de inmenging van de wetgeving of het bestuur van overheidswege

tot een absoluut dogma verheven.

"Het princiep van het laisser faire was (dus) de politieke en

sociale geloofsbelijdenis van de vakvereenigingsleiders van

dien tijd"....

De reaktie die in de engelsche vakvereenigingswereld gevolgd is op deze

periode van verburgerlijking, leverde een door de invallende crisis

in de nijverheid begunstigde levendige socialistische propaganda op

en aan de andere zijde een nieuwen geest onder vele van de nieuwere

vakvereenigingsleiders als: Tom Mann, John Burns etc., om zich het

lot van de "ongeschoolde" arbeiders, van de verschoppelingen der

groote Trade-Unions te gaan aantrekken.

Het Anarchisme in de Arbeidersbeweging · 第 28 / 50 题