De oppositie van de fransche Proudhonisten droeg over het algemeen een
principieel karakter. Zij was een poging om de arbeiders-internationale
den weg van een soort hervormingsarbeid op te drijven, die, binnen
het raam van de kapitalistische produktiewijze blijvend, eerder nog
de strekking had deze te conserveeren dan te revolutioneeren. Deze
pogingen konden door de toenmaals vooral reeds in Engeland bestaande,
praktische arbeidersbeweging genoegzaam bestreden worden. Reeds
de werkelijkheid leerde toch met één oogopslag dat in eenigermate
vergevorderde industrielanden een zoodanige terugkeer naar verouderde
economische verhoudingen niet meer mogelijk was.
In 1869 betrad Bakoenine de kampplaats van de "Internationale"
en aan zijn naam zou sinds dien het desorganiserend werken van een
geestdrijverssekte verbonden zijn, die deze jonge plant weldra zoude
doen verdorren.
De "Internationale" was min of meer een wereldbeweging geworden en
hare roepstem had allerwege het proletariaat wakker gemaakt. Door haar
en in haar was er beweging gekomen, proletariërsbeweging. Maar het
spreekt van zelf, dat, gegeven de groote onklaarheid onder de arbeiders
zelven, hier tevens een terrein was geschapen voor allerhande soort
van sektegeest en demagogenlust, waaraan geen enkele jonge beweging
in staat is te ontkomen.
Bakoenine wendde zich tot het Congres van Brussel eerst met het
verzoek dat de "Internationale" zich zou verbinden met de "Liga voor
Vrede en Vrijheid", een soort burgerlijk vredesverbond, bestaande
uit een allegaartje van republikeinen en vrienden van den vrede;
het Congres wees dit voorstel van de hand. Toen ging Bakoenine zelf
naar de "Liga" en stelde voor dat haar Congres zich zou uitspreken
voor de "economische en sociale gelijkstelling der klassen", waarmede
hij echter in de minderheid bleef. Na aldus bij de burgerlijke heeren
afgedaan te hebben, zocht Bakoenine het bij de arbeiders. Hij stichtte
tegelijkertijd reeds aparte sekties van genoemde "Liga", die tevens
sekties van de "Internationale" zouden kunnen zijn. Dat de Generale
Raad van laatstgenoemde organisatie zich daartegen wel verzetten moest,
spreekt van zelf. Het was de desorganisatie binnenvoeren. Toen begon
Bakoenine een felle campagne tegen de bevoegdheden van den Generalen
Raad, tegen diens centrale macht en dictatoriale aanmatiging, hij,
die op het congres van Basel, dus kort te voren, nog van meening was
dat de bevoegdheden van den Generalen Raad niet ver genoeg reikten
en, met het oog op het internationale karakter van de Associatie,
het noodzakelijk was, die bevoegdheden uit te breiden, gelijk hij
dan ook voorstelde.
Den 22en December 1868 schreef Bakoenine aan Karl Marx een langen,
plechtigen brief, in de meest vleiende, liefelijke bewoordingen
vervat, waarin hij verklaarde, "sedert zijn afscheid van het
(burgerlijk) vredescongres van Bern geen ander genootschap meer
te zullen erkennen dan de Internationale." "De Internationale tot
welker meest beteekenende oprichters gij behoort, is van nu af mijn
vaderland. Gij ziet, mijn lieve vriend, dat ik uw leerling ben--en ik
ben trotsch er op, dat ik het ben.--Dat is genoeg om u mijn positie
en mijn persoonlijke gezindheid te verklaren".... [11]
Verder verklaart Bakoenine in dienzelfden brief dat hij het met Marx
volkomen eens is, dat de uitdrukking van de "gelijkmaking van klassen
en individuen" door hem op dat vredescongres gebruikt valsch was,
maar dat hem die formuleering "was opgedrongen door de domheid en de
eindelooze onervarenheid van ons bourgeoispubliek."
Niettemin, dit hier tusschen haakjes, verklaarde zijn eigen, eenigen
tijd later, in 1869, opgerichte "Alliance" in paragraaf 2 van hare
statuten eveneens: "Zij (de Alliantie) wil voor alles de politieke,
economische en sociale gelijkstelling van de klassen." En dit nog
wel in tegenstelling tot de zeer klare woorden, die het antwoord
van den Generalen Raad der Internationale bevatte, dat: "niet de
gelijkmaking van de klassen, die een logische tegenspraak was, maar
veel meer de afschaffing van de klassen... het groote doel was van
de Internationale Associatie der Arbeiders."
Bakoenine ging, terzelfdertijd dat hij Marx deze verklaring deed,
reeds met de plannen rond, om de "Internationale" uiteen te doen
springen. Hij zocht dat te doen door de stichting eener geheime
Alliantie. Hij maakte zich meester van de romaansche sektie te
Lachaux-de-Fonds, stelde toen aan den Generalen Raad bepaalde eischen,
en toen die werden afgewezen, begon hij zijn campagne openlijk. Hij
kreeg de federatie der Jura, de spaansche en de belgische federaties
aan zijn zijde en bracht met zijn werken gedurende enkele jaren
de Internationale zooveel schade in haar prestige toe, dat deze,
èn door inwendige tweespalt èn nog meer door de caricatuur die hij
van haar en hare beginselen, doel en taktiek maakte, wel niet lang
meer leven kon. Bakoenine had haar voor een deel door sluipmoord
ondermijnd, voor een ander deel zoodanig gecompromitteerd, dat haar
leven onmogelijk werd.
Dit alles hoort hier thuis, omdat het de oorsprong van het
anarchisme als beweging is geweest, de overplanting van op zichzelf
onschadelijke en reaktionaire theorieën van enkelen, van eenlingen,
in de arbeidersbeweging. Het was een zich bij elkander voegen van
allerlei verwards, overleefds en kleinburgerlijk utopisch, dat
zich natuurlijk in de arbeidersbeweging bevond en daarin, eveneens
natuurlijk, naar uiting zocht.
Bakoenine verstond het, zeer zeker, aan al die verwarde voorstellingen,
klein-burgerlijke vooroordeelen en utopische gedachten uitdrukking
te geven. Zoo werd voor het eerst in de arbeidersbeweging het
anarchisme geschapen, dat als een deel van die beweging voortaan
zou leven. Door Bakoenine's werken in de theorie vooral kreeg deze
chaos van dikwijls fel tegen elkander indruischende denkbeelden, dat
mengsel van radikalisme en achterlijkheid, vasten vorm; hij kneedde
er een theorie van, die echter veel meer taktiek dan theorie was. De
taktiek was saam te vatten in hetgeen Bakoenine zelf in een zijner
programs als het doel van de Revolutie omschreef.
"Wij vatten de revolutie op in den zin eener ontketening van al
wat men heden ten dage de booze hartstochten noemt."
Was het wonder dat zijn tegenstanders in de arbeidersbeweging
Bakoenine toeriepen: "Als gij geen betaald regeeringsagent zijt,
dan is het toch wel zeker, dat geen betaald agent de beweging meer
schade zou hebben kunnen doen dan gij!"
Het congres van de "anti-autoritaire" alliantie, de volgelingen van
Bakoenine, besloot te St. Imier in 1872 tot deze regelen van taktiek:
1e dat de omverwerping van elke politieke macht de eerste taak
van het proletariaat was;
2e dat elke organisatie eener zoogenaamde voorloopige en
revolutionaire politieke macht, niets was dan bedriegerij
en even gevaarlijk voor het proletariaat als die van de
thans bestaande regeeringen.
Op het congres in 1872 te 's Gravenhage gehouden, werd tot uitsluiting
van Bakoenine en dergelijken, op grond van dat desorganiseerend
optreden besloten en de zetel van de "Internationale" naar New
York verlegd, wat praktisch met een opheffing van de gansche
"Internationale" gelijkstond.
Bakoenine's "Alliantie" leefde evenwel voort, nadat zij door hem zelven
geheel en al met zijn geest van desorganiseerend, vernielend anarchisme
was vervuld. Haar doel was overal den sociaal-demokratischen geest
uit te roeien en in plaats van de organisch werkende taktiek van de
arbeidersklasse, de catastrophe-taktiek te plaatsen, die vooral in
Italië, Spanje en ook in België hare vernielende uitwerking op een
normale ontwikkeling van de arbeidersbeweging niet heeft gemist.
Reeds bij de behandeling van Bakoenine's theorieën en van zijne
propaganda hebben wij de herkomst van zijn anarchisme gezien. En het is
alweer merkwaardig dat ook deze "theoreticus" van het anarchisme, die,
evenals Stirner zijn vereerder in John Henry Mackay gekregen had, den
zijne vond in een zekeren Dr. Max Nettlau, door de latere anarchisten
van de school van Kropotkine nauwelijks meer wordt genoemd. De meester
van het neo-anarchisme zelf gaat hem ook smadelijk voorbij. En toch,
het moet worden geconstateerd, heeft niemand zooveel gedaan voor het
anarchisme in de arbeidersbeweging, dan Bakoenine.