Eduard hoorde hem de voordeur achter zich dichttrekken. --

Nee, 't kon hem nu allemaal niks meer schelen, alles was ook even

lam, dat lange in bed liggen hier, en dat ellendige examen, en Vader

kwam maar niet thuis ... En stil bleef hij liggen soezen, uit

verveling de streepjes in 't behang tellend, en dan deed hij zijn

oogen weer dicht omdat ze zoo moe werden van het kijken naar die

warrelende figuurtjes. --

Opeens schrikte hij weer op. Daar werd gebeld! 't Was niet heel

hard, maar toch had hij het duidelijk gehoord -- zou Vader daar

zijn?

En weer bleef hij luisteren, half overeind, aldoor naar de deur

kijkend -- wat duurde 't weer lang! Daar kwam iemand naar boven, --

nee, met hun tweeën kwamen ze naar boven, Eduard kon het hooren aan

de voetstappen, en ook hoorde hij ze praten -- een lage mannenstem

-- Vader! -- Wat liepen ze langzaam! Nu antwoordde Tante Lina, --

vervelend dat die nu mee naar boven kwam, ze kon toch wel begrijpen

-- wild bonsde het in Eduards hoofd en een schok ging door hem heen

toen de deurknop werd omgedraaid --

De dokter kwam binnen, en Tante Lina volgde hem en sloot de deur

weer. Met groote oogen keek Eduard de dokter aan, toen liet hij zich

weer achterover in het kussen vallen. --

Nog altijd was Vader er niet!

"Hoe is 't met onzen held?" vroeg de dokter vroolijk, maar Eduard

kon er niets aan doen dat zijn lip trilde bij het "Goed dokter," en

dat er tranen in zijn oogen kwamen. De dokter zag het wel, maar hij

zei niets en begon naar het verband te kijken, alleen toen Tante

Lina even later naar beneden gegaan was om nieuw linnen te halen

keek hij Eduard aan en vroeg vriendelijk: "Wat scheelt mijn

patientje?"

"'t Duurt allemaal zoo vreeselijk lang!" snikte Eduard opeens, maar

de dokter liet hem niet verder praten: "Niet huilen, niet huilen!"

zei hij, "kom, je moet je dapper houden, tot nu toe ben je aldoor

zoo'n flinke jongen geweest! -- Kijk, ik had je juist willen

vertellen dat je morgen eens mocht probeeren om op te staan, heb je

daar zin in?"

Eduard knikte, en de dokter vervolgde: "Je moet niet zoo ongeduldig

worden, me dunkt dat we al weer een heel eind op streek zijn! Je

ligt hier bijna als een prins, de zomerlucht komt zoo lekker naar

binnen! Je hebt het heusch heel wat beter dan de meeste van mijn

patienten, geloof dat maar!" en tegen Tante Lina, die weer

binnengekomen was: "Is die prachtige jasmijn uit uw tuin, Mevrouw?

Wat 'n mooie groote bloemen!" --

"U mag wel een takje van de jasmijn hebben voor uw knoopsgat!" zei

Eduard, toen de dokter wegging, en hij keek er naar hoe Tante Lina

een schaar nam en een klein takje afknipte. -- Hij mocht het zelf in

't knoopsgat steken, 't ging wel een beetje lastig met één hand,

maar 't ging toch.

"Dus morgen mag hij eens probeeren op te staan!" zei de dokter nog

eens, en weer bleef Eduard alleen, en weer hoorde hij Tante Lina en

de dokter praten op de trap.

Hoe dom ook om daarnet te denken dat Vader naar boven kwam; Vaders

stem leek immers niets op de stem van den dokter! Och, maar wanneer

zou Vader nu toch ook eindelijk komen! -- Met een zucht draaide

Eduard zich weer naar den muur toe. Maar weer figuurtjes tellen,

misschien viel hij dan wel in slaap, daarnet sliep hij ook bijna

toen die dokter opeens kwam ....

-----

Hoe Iaat was 't nu? Eduard keek op zijn horloge; 'n minuut of zeven

voor vier; een uur zoowat had hij geslapen. Nu kwamen straks de

anderen weer uit school, en dan gingen ze zeker in den tuin spelen

of misschien kwamen ze ook wel boven, maar 't kon Eduard niks

schelen, ze mochten weg blijven ook, hij had nou toch geen zin om

naar die vervelende verhalen van ze te luisteren. --

Daar kwam er al weer eentje naar boven, nou kreeg hij zeker weer

zoo'n glas melk met een ei, akelig flauw goed; dan was 't altijd

maar 't best om je slapend te houden; als je wakker was moest je 't

nog dadelijk opdrinken ook!

Eduard maakte zich gereed om Tante Lina, of de juffrouw, of wie er

anders komen mocht, slapend op te wachten, en weer kneep hij zijn

oogen dicht.

De voetstappen kwamen dichter bij, Eduard hoorde hoe de knop van de

deur omgedraaid werd en hoe er iemand naar 't bed toekwam -- nou,

wat bleven ze nou staan zaniken, waarom zetten ze nou dat glas niet

neer, dan konden ze immers weer verdwijnen! Maar er werd niets

neergezet, en opeens voelde Eduard hoe een hand op zijn voorhoofd

gelegd werd. --

"Vader!" riep Eduard, nu met wijd-open oogen, en daar zat hij al

overeind en stak zijn hand naar Vader uit -- en daar zat Vader ook

al op de rand van 't bed, en Eduard legde zijn arm om Vaders hals en

zoende Vader, en nog eens, en nog eens, en nog eens weer. --

"Eddy!" zei Vader zacht, en even de verbonden arm aanrakend: "Stoute

jongen, wat heb je gedaan? Wat heb je je oude Vader aan 't schrikken

gemaakt!"

Maar Eduard gaf geen antwoord, en aldoor bleef hij maar naar Vader

kijken, als kon hij nog maar half gelooven dat Vader er werkelijk

was.

"U bent het toch wel heusch?" vroeg hij eindelijk, "ik droom toch

niet dat u er bent, he Vader?"

"Nee, nee, je droomt niet," antwoordde zijn Vader, "ik ben 't echt!"

-- en Eduard zuchtte, zacht over Vaders hand strijkend: "ik ben zoo

vreeselijk, zoo vreeselijk blij dat u weer thuis bent!"

"Ja, ik ben ook vrééselijk blij!" lachte Vader, en toen nam hij

Eduards hoofd tusschen zijn handen en ernstig keek hij zijn jongen

aan. "Hoe is 't er mee?" vroeg hij.

"Goed Vader!" zei Eduard zacht.

Eduard Kerner · 第 41 / 42 题