Om zes uur was Eduard al wakker geworden door 't gebons op den
tusschenmuur, en met zijn kussen onder zijn arm en een deken achter
zich aan sleepend was hij naar de kamer van de neven getrokken. Een
woest spiegelgevecht volgde, waarbij kussens, kousen, pantoffels en
verdere projectielen in het rond vlogen, tot groot plezier van de
drie jongens en tot groot ongenoegen van Keetje, die boven op de
zolderverdieping het lawaai duidelijk kon hooren en daar al een
visioen kreeg van een wanhopig slordige kamer waarin geen stuk op
zijn plaats stond.
Daarna had het edele drietal, met behulp van hockeystokken, hengels
en lakens, Hugo's bed in een tent herschapen, en zelfs Hugo, die
zich gewoonlijk te groot vond voor zulke spelletjes, had met zooveel
plezier meegedaan, dat hij evenmin als de twee anderen tot
aankleeden te bewegen was geweest, toen de juffrouw om acht uur riep
dat het hoog tijd was om op te staan. -- Oom Tom, wien de
voortdurende herrie boven zijn hoofd al lang verveeld had, was
eindelijk zelf de trap opgekomen, maar nauwelijks hadden de jongens
zijn stap gehoord of plotseling was de rust in de slaapkamer
teruggekeerd. -- 't Tooneel dat de Kapitein te zien kreeg toen hij
de deur geopend had was wel bizonder. In artistieke bevalligheid
lagen de verschillende eigendommen van zijn zoons door de kamer
verspreid; op een vreemdsoortige verzameling van allerlei artikelen
in Hugo's bed lag dit jongmensch met zijn gezicht naar den muur
gekeerd kalm te slapen; op het andere bed lag Piet, het tafelkleed
half over zich heen getrokken en zijn handen onder zijn hoofd; een
luid gesnurk moest verkondigen dat ook hij in diepe rust was. En ten
slotte zag de Kapitein zijn neef, die in een deken gerold op den
grond lag, zijn oogen dicht en de punt van een kussen in zijn mond.
Een halve minuut lang bleef Oom Tom staan kijken, toen barstte hij
in lachen uit, welk oogenblik Piet zeer geschikt oordeelde om zich
geeuwend uit te rekken en wakker te worden.
"He, he!" zuchtte Piet, en toen doodnuchter Eduard aanziende: "Wat
doe jij hier?"
Eduard proestte 't opeens uit, en ook Hugo's rug maakte een verdacht
schuddende beweging.
"Nou," zei de Kapitein eindelijk, "nu moet het uit zijn, hoor
jongens! 't Is veel te mooi weer om zoo lang in je bed te liggen!
Kijk de zon eens mooi schijnen!" En daarmee was hij naar beneden
gegaan.
Zoo hadden ze de Paaschvacantie ingewijd. En ook onder 't aankleeden
waren ze in de vacantie-stemming gebleven. Telkens begon Eduard in
zijn eentje te lachen als hij dacht aan de malle vertooning van
straks, en met 't heerlijke gevoel van geen haast te hebben teutte
hij bij alles wat hij deed. Geen haar op zijn hoofd dacht meer aan
't goede voornemen van den vorigen avond, om geregeld iederen morgen
van negen tot tien uur sommen te maken. --Mijnheer Snijders had hem
gelegenheid willen geven zijn cijfer voor rekenen wat te verbeteren
voor het Juli-rapport, en daarom had hij Eduard voor de vacantie
twintig sommen opgegeven. "Meer dan een uur per dag hoef je er niet
aan te werken!" had Mijnheer Snijders er bij gezegd, en al had
Eduard niet veel zin in de taak, hij wist zelf toch heel goed dat
het hoognoodig was om eindelijk eens iets te gaan uitvoeren.
Toen Eduard naar beneden ging om te ontbijten was 't kwart over
negen. -- Ze waren er allemaal al, en Tante Lina bromde omdat 't zoo
laat geworden was. -- Eduard zei maar niks en begon te lachen om een
verhaal van Oom Tom, die juist beneden was gekomen toen er gebeld
werd, en bij het opendoen de een of andere kleine krent op de stoep
gevonden had die vroeg: "Is Verhey thuis?" En de Kapitein stelde
heel aanschouwelijk voor hoe hij eerst op het punt gestaan had de
kleine krent een draai om zijn ooren te geven voor zijn brutaliteit,
maar op het juiste moment nog tot de conclusie gekomen was dat Tommy
bedoeld werd.
Tommy vertelde dat hij 't niets bizonder aardig vond. "We noemen
elkaar altijd bij onze achternaam," zei hij, "als 'k Holdert zie zeg
ik ook 'zoo Holdert, ga je mee?'"
"Nou, vraag jij dan maar aan Holdert of hij vanmorgen hier in de
tuin komt spelen," lachte Tante Lina, en Tommy holde weg om zijn
vriend, die door den Kapitein zoo oneerbiedig met den naam "krent"
betiteld was, te gaan halen. -- Ook de kleintjes liepen naar den
tuin om in den zandhoop te spelen, en Lineke verdween met een boek.
Oom Tom stak een sigaar op en ging naar de kazerne.
"Ziezoo," zei Piet, zich eens flink uitrekkende, "en nu ga ik in de
vacantie eens lekker niks doen. Ma, weet u waar de hangmat gebleven
is?"
"'k Geloof boven in jullie kast," antwoordde Tante Lina.
Een kwartier later amuseerde Piet zich met op de zolder zijn hangmat
vast te maken, was Hugo met een paar vrienden op weg naar 't
voetbalveld en zat Eduard in de leerkamer met een nieuw schrift en
't sommenboek open voor zich, verdiept in de wandeling van A en B
uit P naar Q en omgekeerd. Deze soort sommen vond Eduard altijd nog
zoowat het gemakkelijkst, maar met de tweede, een kranen-som, begon
de ellende al, en een heele poos bleef hij aan 't probeeren zonder
dat het hem lukte de goede manier te pakken te krijgen. 't Maakte
hem ongeduldiger en ongeduldiger. Die lamme dingen ook! Daar kon je
nu je vacantie aan opofferen! Prettig!
Nog even werkte hij door, mopperend en scheldend op de sommen, toen
verveelde 't hem zóó en had 't hem zóó uit zijn humeur gebracht, dat
hij met een harden klap zijn schrift dichtsloeg en 't met zoo'n
vaart over de tafel keilde dat 't aan den anderen kant open op den
grond terecht kwam. 't Vloeitje dwarrelde achteraan.
Met zijn handen in zijn zakken liep Eduard de gang in, waar hij
bijna tegen Lineke aanbonsde.
"Waar zit je toch?" vroeg ze, "ik zoek je overal! Weet je nog wel
wat je beloofd hebt, zeg?"
"Nou, wat dan?"
"Je zou me leeren fietsen!"
"O ja, da's waar," herinnerde Eduard zich, "moet dat juist vandaag?"
"Moeten niet natuurlijk, maar 't is nou mooi weer, enne ...."
"Maar m'n fiets is nog thuis!"
"Nou, ga 'm dan halen!"