"Viezerd!" zei Bep verontwaardigd.
-----
Oom Tom was na 't ontbijt naar zijn studeerkamer gegaan, en ook Hugo
maakte aanstalten om te verdwijnen.
"Zeg Huug, bedenk je vooral _niet_ iets voor de speelkamer?" riep
Lineke hem na.
"Wat vertel je, kind?" vroeg Hugo.
"Laten we maar niet op de speelkamer gaan," herhaalde Lineke, "ik
denk dat Ma liever niet zoo'n lawaai naast zich wil hebben."
"'t Is goed, hoor." En Hugo trok af.
Lineke haalde het teiltje warm water uit de keuken en duwde Eduard
de theedoeken in zijn handen. Toen begon ze ijverig te wasschen en
de kleintjes dribbelden heen en weer om alles aan te geven.
"Welk water is onthoofd een deugd?" herhaalde Piet, die 't
scheurkalenderblaadje weer opgenomen had; "afwaschwater", zei
Eduard, en Lineke probeerde: "Rivier-ivier."
"Vaart, aart," schreeuwde Tommy.
"Wat 'n onzin!" lachte Eduard.
"Onzin? Niets geen onzin! Aart is echt een woord!"
"Hou je gemak!" kalmeerde Piet hem, "aart is toch geen deugd, he?
Nou, wat zanik je dan?" en zelf noemde hij vlug op: "Kanaal, anaal,
stroom, troom, plas, las."
"Zee, ee;" riep Lineke.
"He ja, dat 's aardig!" vond Piet, "Ee als een deugd. De deugd,
laten we zeggen, die kopjes afdroogt. -- Grappig bedacht van de
scheurkalender!"
Eduard trok zijn neus op.
"Flauw!" zei hij, "'k weet al lang wat 't is!"
"Nou, wat dan?"
"Meer, eer, natuurlijk!"
"Niet waar!" riep Lineke, met de afwaschkwast zwaaiend, "eer is geen
deugd!"
"Wel waar!"
"'t Is niet!"
Eduard gooide de theedoek op tafel en pakte Lineke de kwast af, en
gillend holde Lineke om de tafel heen, doodsbenauwd voor de natte
kwast die haar steeds achtervolgde.
Hijgend smeekte ze eindelijk om genade.
"Wil ik je nou eens vertellen wat het antwoord is?" vroeg Tommy,
toen Lineke weer bij 't afwasch-teiltje stond.
"Nou?"
Tommy liep naar de scheurkalender toe, trok het bovenste blaadje er
af, en las op: "Vijver, ijver."
"Ja, dat 's nogal glad," merkte Piet op, "'k wist het al lang."
"Je jokt 't! Waarom zei je het dan niet?" Met de druipende kwast
wuifde Lineke in Piets richting.
"Nou, 'k wou jullie plezier niet bederven!" antwoordde Piet, en
tegen Tommy: "Geef hier!" Toen las hij het nieuwe raadsel op: "In
welk geval is vier maal drie elf?"
"Zeg 't nu maar ineens als je 't soms weet!" vond Eduard.
"In géén geval natuurlijk!" zei Piet, het volgende kalenderblaadje
afscheurend: "Zie je wel, 't staat er, in geen geval!" En hard
lachend kwam hij met het nieuwe raadsel aan.
"Zou je nou niet eens ophouden?" vroeg Lineke eindelijk, toen Tommy
en Piet samen een veertiental blaadjes afgescheurd hadden. "Pa zal
woedend zijn als hij 't ziet!"
"Dat 's niks," zei Piet, "geef me de gom maar eens." En heel netjes
plakte hij de blaadjes achtereenvolgens aan het bovenste puntje weer
vast. De twintigste Maart ontbrak, want die had Bep gebruikt om een
steek van te vouwen voor een van haar kleine poppetjes.
Piet sloeg hem heel leuk over. -- "Pa zal wel denken: dat is een
vreemdsoortig schrikkeljaar," merkte hij op. -- En Tommy, die met
aandacht naar de opplakkerij stond te kijken, een likje gom op zijn
neus gevend: "Dat 's voor jou, omdat je me zoo mooi hebt helpen
afscheuren!"
-----
't Sloeg elf uur toen Hannie en Kees de kamer binnenstapten. -- Een
blond meisje van tien jaar in een witte jurk en een jongen van negen
in een donker fluweelen pakje.
De ontbijtboel was juist opgeruimd, en haastig gooiden de jongens
het kleed over de tafel.
"Wat zijn jullie mooi!" zei Lineke, en ze keek naar haar eigen
wollen jurk, waarop de waterspatten duidelijk zichtbaar waren.
"We komen ook op visite!" antwoordde Hannie. "We hadden eerst al om
halfelf willen komen, maar Moeke zei dat 't niet beleefd was om zoo
vroeg te gaan, en 'k moest de groeten aan je Ma doen."
"Ma is ziek," verkondigde Tommy, Hannie strak aanstarend.
"O," zei Hannie, en Kees vroeg: "Wat zullen we gaan spelen?"
"Verstoppertje door 't heele huis," stelde Piet voor, "aftellen wie
hem is."
"Welnee, dat maakt immers veel te veel leven voor Ma!" en Lineke
keek hem verontwaardigd aan.
"Laten we dan aan Huug vragen wat voor leuks hij bedacht heeft,"
vond Eduard, "wil ik hem eens gaan halen?" Bep vertelde dat ze
meeging om eens te kijken hoe het met Maatje ging, en samen liepen
ze de kamer uit.
Na lang zoeken en roepen vond hij Hugo op zolder. "Ze zijn er!"
hijgde Eduard, "heb je wat bedacht?"