X.

"Jullie moet je vandaag maar alleen amuseeren, jongens!" zei Oom

Tom, toen hij op een regenachtigen Zondagmorgen in Maart beneden

kwam om te ontbijten. "Mama heeft erge hoofdpijn en blijft in bed."

"Wat saai!" zuchtte Piet, en Broertje gaf door een knorrig gebrom

zijn ontevredenheid te kennen. De kinderjuffrouw was gisterenmiddag

voor 't eten uitgegaan en zou vanavond pas laat terugkomen; Lineke

had daarom vanmorgen de kleintjes helpen aankleeden, maar heel vlug

was 't niet gegaan en er was al heel wat afgekibbeld voor ze

eindelijk allemaal beneden waren, en Broertje was dan ook tot het

besluit gekomen, dat het veel plezieriger was, door een vertellende

en grapjes makende juffrouw aangekleed te worden, dan door een

ongeduldig zusje!

"Komt Maatje vandaag heelemaal niet beneden?" vroeg Beppie.

"'k Weet niet, prul, misschien na de koffie als 't dan wat beter

is," antwoordde de Kapitein, Bep over haar krullen strijkend, en

tegen de anderen: "Komen jullie ontbijten, en wil jij thee schenken,

Lineke?"

"Ik moet ook altijd alles doen," mopperde Lineke. 't Gezeur boven

had haar al lang uit haar humeur gebracht, maar ze begreep wel dat

er nu niet veel aan te veranderen viel.

"Wil Ma ook thee?"

"Dat denk ik wel; ik zou maar een kopje inschenken en naar boven

brengen, en dan wilde Mama je meteen iets vragen."

Langzaam begon Lineke de kopjes klaar te zetten.

Eduard, die aan Tommy de moppen van 't scheurkalenderblaadje en een

recept tegen zomersproeten had voorgelezen, eindigde met het

raadsel, dat er op stond: "Welk water is onthoofd een deugd?" Toen

zette hij zijn stoel bij de tafel, en opeens kreeg hij een inval

toen hij Linekes ongelukkig gezicht zag.

"Wil ik je eens helpen, zeg?" vroeg hij. "Geef maar hier, ik zal

suiker in de kopjes doen. Hoeveel moeten 't er zijn? Vier?"

Lineke keek hem ongeloovig aan, en Eduard begon te lachen. "Ik kan

't heusch wel," verzekerde hij, "ik schenk thuis heel dikwijls

thee!"

En zonder zich aan het gegrinnik van Piet te storen hielp hij zijn

oudste nichtje heel voorzichtig, totdat eindelijk alle kopjes op

tafel stonden en Lineke naar boven ging.

"Jongens," vroeg Oom Tom, toen ze allemaal aan hun boterhammen

begonnen waren, "willen jullie nu niet eens iets bedenken waarmee je

samen een prettigen Zondag kunt hebben? Mama vertelde me dat Hannie

en Kees Beekman zouden komen koffiedrinken, en als al dat kleine

grut met elkaar speelt komt er niets van terecht. Kunnen jullie

drieën nu niet een beetje de wijsheid bewaren, en zorgen dat ze niet

al te luidruchtig worden?"

"Laten we die kinderen maar liever afzeggen," vond Hugo, "Ma zei

gisteren dat ze al om elf uur zouden komen en ik geloof dat ze tot

't eten moesten blijven, en 'k was nu juist van plan eens flink aan

mijn telefoon te werken."

"Wel ja," voegde Piet er bij, "we kunnen best zeggen dat Ma ziek is,

dan zullen ze toch wel snappen dat we geen kindervisite kunnen

hebben. Ik had nu juist eens genoegelijk willen lezen vandaag, maar

als je met die twee van hiernaast opgescheept bent komt daar

natuurlijk niets van."

"Afzeggen kan nu niet meer," zei de Kapitein ongeduldig, "Mijnheer

en Mevrouw Beekman zouden den heelen dag uit de stad gaan, en om nu

op 't laatste nippertje met de boodschap aan te komen dat Hannie en

Kees niet hier kunnen komen is te gek. Heb je dat nu niet eens voor

Ma over dat je een beetje met die kinderen speelt? Daar zul je toch

heusch niet van bederven!"

"Ik wist toch niet dat 't niet afgezegd kon worden?" bromde Hugo,

"nee, natuurlijk zal ik er niet van bederven, 'k vind 't alleen

misselijk taai."

"Zijn die kinderen zoo vervelend?" vroeg Eduard.

"Och nee, ze zijn wel aardig," en Piet haalde zijn schouders op. --

"Had jij vanmorgen soms ook iets anders uit willen voeren?"

"Nou, 'k moet noodig eens viool studeeren, maar ik vind ...."

"'t Kan me nu verder niets schelen wat jullie vindt," besloot de

Kapitein, "je hebt gehoord wat ik gezegd heb." -- Daarmee verdiepte

hij zich in het ochtendblad, en aan zijn gezicht was duidelijk te

zien dat het verstandig zou zijn niet langer tegen te pruttelen.

"Wat kijkt Hugo kwaad," merkte Tommy op, nadat Beppie verteld had

dat ze Hannie eigenlijk aardiger vond dan Kees, maar dat Kees toch

ook heel leuk was.

"Hou je gezicht!" snauwde Hugo tegen zijn broertje.

"Ma voelt zich niets prettig," vertelde Lineke; toen ze weer beneden

kwam, "en Ma vraagt of wij de ontbijtboel willen afwasschen, want

Trijntje heeft het toch al zoo druk nu de juffrouw en Keetje uit

zijn."

"Wij? Wie zijn die wij?" informeerde Piet.

Lineke aarzelde. "Nou, ik dacht: jullie wilt me misschien wel

helpen!" zei ze toen. "Als ik alles alleen moet doen kom ik nooit

klaar!"

Niemand antwoordde.

"Weet je wat," bedacht Hugo eindelijk, "wasschen jullie nu met

elkaar af, dan zal ik in die tijd wat leuks bedenken om te gaan

spelen als Hannie en Kees komen, maar dan moet je me tot elf uur ook

rustig aan mijn telefoon laten werken."

"Hoe vindingrijk!" merkte de Kapitein van achter zijn courant op, en

Beppie vertelde, dat ze best kon wegzetten.

"Dat doe ik voor juf ook altijd!"

"Dat kan ik ook wel!" beweerde Tommy.

Lineke begreep wel dat er van de groote broers niet veel hulp te

verwachten was, en daarom probeerde ze 't maar eens bij haar neef.

-- "Wil jij dan afdrogen, Ee?"

Eduard keek eens even schuins naar Piet. "Jawel," zei hij toen.

Piet beloofde dat hij 't gezelschap in dien tijd dan wel aangenaam

bezig zou houden, en Broer, die ook niet achter wilde blijven,

verkondigde dat hij zijn bordje wel zoo schoon af zou likken dat 't

niet meer omgewasschen hoefde te worden.

Eduard Kerner · 第 22 / 42 题