"Jullie moet je vandaag maar alleen amuseeren, jongens!" zei Oom
Tom, toen hij op een regenachtigen Zondagmorgen in Maart beneden
kwam om te ontbijten. "Mama heeft erge hoofdpijn en blijft in bed."
"Wat saai!" zuchtte Piet, en Broertje gaf door een knorrig gebrom
zijn ontevredenheid te kennen. De kinderjuffrouw was gisterenmiddag
voor 't eten uitgegaan en zou vanavond pas laat terugkomen; Lineke
had daarom vanmorgen de kleintjes helpen aankleeden, maar heel vlug
was 't niet gegaan en er was al heel wat afgekibbeld voor ze
eindelijk allemaal beneden waren, en Broertje was dan ook tot het
besluit gekomen, dat het veel plezieriger was, door een vertellende
en grapjes makende juffrouw aangekleed te worden, dan door een
ongeduldig zusje!
"Komt Maatje vandaag heelemaal niet beneden?" vroeg Beppie.
"'k Weet niet, prul, misschien na de koffie als 't dan wat beter
is," antwoordde de Kapitein, Bep over haar krullen strijkend, en
tegen de anderen: "Komen jullie ontbijten, en wil jij thee schenken,
Lineke?"
"Ik moet ook altijd alles doen," mopperde Lineke. 't Gezeur boven
had haar al lang uit haar humeur gebracht, maar ze begreep wel dat
er nu niet veel aan te veranderen viel.
"Wil Ma ook thee?"
"Dat denk ik wel; ik zou maar een kopje inschenken en naar boven
brengen, en dan wilde Mama je meteen iets vragen."
Langzaam begon Lineke de kopjes klaar te zetten.
Eduard, die aan Tommy de moppen van 't scheurkalenderblaadje en een
recept tegen zomersproeten had voorgelezen, eindigde met het
raadsel, dat er op stond: "Welk water is onthoofd een deugd?" Toen
zette hij zijn stoel bij de tafel, en opeens kreeg hij een inval
toen hij Linekes ongelukkig gezicht zag.
"Wil ik je eens helpen, zeg?" vroeg hij. "Geef maar hier, ik zal
suiker in de kopjes doen. Hoeveel moeten 't er zijn? Vier?"
Lineke keek hem ongeloovig aan, en Eduard begon te lachen. "Ik kan
't heusch wel," verzekerde hij, "ik schenk thuis heel dikwijls
thee!"
En zonder zich aan het gegrinnik van Piet te storen hielp hij zijn
oudste nichtje heel voorzichtig, totdat eindelijk alle kopjes op
tafel stonden en Lineke naar boven ging.
"Jongens," vroeg Oom Tom, toen ze allemaal aan hun boterhammen
begonnen waren, "willen jullie nu niet eens iets bedenken waarmee je
samen een prettigen Zondag kunt hebben? Mama vertelde me dat Hannie
en Kees Beekman zouden komen koffiedrinken, en als al dat kleine
grut met elkaar speelt komt er niets van terecht. Kunnen jullie
drieën nu niet een beetje de wijsheid bewaren, en zorgen dat ze niet
al te luidruchtig worden?"
"Laten we die kinderen maar liever afzeggen," vond Hugo, "Ma zei
gisteren dat ze al om elf uur zouden komen en ik geloof dat ze tot
't eten moesten blijven, en 'k was nu juist van plan eens flink aan
mijn telefoon te werken."
"Wel ja," voegde Piet er bij, "we kunnen best zeggen dat Ma ziek is,
dan zullen ze toch wel snappen dat we geen kindervisite kunnen
hebben. Ik had nu juist eens genoegelijk willen lezen vandaag, maar
als je met die twee van hiernaast opgescheept bent komt daar
natuurlijk niets van."
"Afzeggen kan nu niet meer," zei de Kapitein ongeduldig, "Mijnheer
en Mevrouw Beekman zouden den heelen dag uit de stad gaan, en om nu
op 't laatste nippertje met de boodschap aan te komen dat Hannie en
Kees niet hier kunnen komen is te gek. Heb je dat nu niet eens voor
Ma over dat je een beetje met die kinderen speelt? Daar zul je toch
heusch niet van bederven!"
"Ik wist toch niet dat 't niet afgezegd kon worden?" bromde Hugo,
"nee, natuurlijk zal ik er niet van bederven, 'k vind 't alleen
misselijk taai."
"Zijn die kinderen zoo vervelend?" vroeg Eduard.
"Och nee, ze zijn wel aardig," en Piet haalde zijn schouders op. --
"Had jij vanmorgen soms ook iets anders uit willen voeren?"
"Nou, 'k moet noodig eens viool studeeren, maar ik vind ...."
"'t Kan me nu verder niets schelen wat jullie vindt," besloot de
Kapitein, "je hebt gehoord wat ik gezegd heb." -- Daarmee verdiepte
hij zich in het ochtendblad, en aan zijn gezicht was duidelijk te
zien dat het verstandig zou zijn niet langer tegen te pruttelen.
"Wat kijkt Hugo kwaad," merkte Tommy op, nadat Beppie verteld had
dat ze Hannie eigenlijk aardiger vond dan Kees, maar dat Kees toch
ook heel leuk was.
"Hou je gezicht!" snauwde Hugo tegen zijn broertje.
"Ma voelt zich niets prettig," vertelde Lineke; toen ze weer beneden
kwam, "en Ma vraagt of wij de ontbijtboel willen afwasschen, want
Trijntje heeft het toch al zoo druk nu de juffrouw en Keetje uit
zijn."
"Wij? Wie zijn die wij?" informeerde Piet.
Lineke aarzelde. "Nou, ik dacht: jullie wilt me misschien wel
helpen!" zei ze toen. "Als ik alles alleen moet doen kom ik nooit
klaar!"
Niemand antwoordde.
"Weet je wat," bedacht Hugo eindelijk, "wasschen jullie nu met
elkaar af, dan zal ik in die tijd wat leuks bedenken om te gaan
spelen als Hannie en Kees komen, maar dan moet je me tot elf uur ook
rustig aan mijn telefoon laten werken."
"Hoe vindingrijk!" merkte de Kapitein van achter zijn courant op, en
Beppie vertelde, dat ze best kon wegzetten.
"Dat doe ik voor juf ook altijd!"
"Dat kan ik ook wel!" beweerde Tommy.
Lineke begreep wel dat er van de groote broers niet veel hulp te
verwachten was, en daarom probeerde ze 't maar eens bij haar neef.
-- "Wil jij dan afdrogen, Ee?"
Eduard keek eens even schuins naar Piet. "Jawel," zei hij toen.
Piet beloofde dat hij 't gezelschap in dien tijd dan wel aangenaam
bezig zou houden, en Broer, die ook niet achter wilde blijven,
verkondigde dat hij zijn bordje wel zoo schoon af zou likken dat 't
niet meer omgewasschen hoefde te worden.