IX.

"Is er een brief van Vader voor me gekomen?"

Tante Lina keek verwonderd op van haar naaiwerk. -- "Een brief van

Vader? Welnee! Hoe kom je daar zoo bij?"

"Ik dacht het zoo maar," zei Eduard teleurgesteld. Vanmiddag onder

de aardrijkskundeles had hij er ineens aan gedacht: "Misschien is er

straks als ik thuis kom wel een brief van Vader!" En nu was er

niets!

"'t Zal nog wel een dag of wat duren voor je een brief krijgt,"

vervolgde Tante Lina. "'t Is vandaag Dinsdag -- laat eens zien --

nee, voor Donderdag kan er toch geen brief zijn. -- Zou Vader uit

Port Saïd schrijven?"

"Ja, dat heeft Vader beloofd," verzekerde Eduard. Maar Tante ging er

niet verder over door. "In de maat spelen," zei ze tegen Lineke, die

piano studeerde, "Een twee drie vier, een twee drie vier!"

Eduard ging voor 't raam staan en trommelde tegen 't glas. Alles was

ook zoo vervelend! Op school en thuis, overal was 't even akelig, en

iedereen deed zoo vervelend, en hij was verkouden, en hij had zoo'n

naar gevoel in zijn hoofd, en 't regende aldoor. -- En was er nu

maar een brief van Vader geweest!

[Illustratie - 13_verkouden.jpg]

Dat was tenminste iets prettigs!

Donderdag pas. -- Dat duurde nu nog zoo'n eeuwige tijd! -- En was

't hier nu maar niet zoo ongezellig! Dat vervelende getjingel op die

piano, en Tante Lina die verder maar niets meer zei! En waar zaten

de anderen toch allemaal? Zeker boven ergens, maar 't kon hem

eigenlijk ook niet schelen, hij had toch geen zin om iets te gaan

uitvoeren! En stil bleef hij door het raam naar buiten kijken, in

den tuin, waar alles er ook al zoo nat en saai uitzag.

Op school was 't al even ellendig tegenwoordig. 't Was vandaag nu al

de tweede keer geweest sinds Vader weg was, dat hij had moeten

schoolblijven omdat hij zijn Fransche les niet kende. Wat zou Vader

er wel van zeggen als hij 't wist! Hier vertelde je 't natuurlijk

niet, niemand vroeg er naar, 't ging ook niemand iets aan! Als Vader

er geweest was had hij 't ook zeker die tweede keer wel gekend!

Vader zou wel gemaakt hebben dat hij 't wist, maar als je hier aan

Hugo vroeg om je te overhooren zei hij dadelijk: "'k Heb wel wat

anders te doen!" en Piet wou wel, maar die vroeg zulke gekke dingen

dat je er heelemaal niets mee opschoot. En Oom Tom wou hij 't niet

vragen, want Piet en Hugo's lessen werden ook niet overhoord.

Lineke hield op met studeeren, vertelde dat ze niet meer kon zien.

"'t Is nog licht genoeg," zei Tante Lina, "ik kan ook nog wel zien

te naaien. En anders speel je maar gamma's en vingeroefeningen, die

heb je toch ook nog niet gehad."

"Die hoeven niet elken dag," zeurde Lineke.

"Nu, gisteren heb je ze ook niet gestudeerd."

"Toen had ik les!" En na een halve minuut, want haar Moeder naaide

rustig verder: "Moeten ze nu toch?"

"Ja natuurlijk."

't Pianokrukje piepte toen Lineke zich weer omdraaide, en ze begon

met haar loopjes.

Zuchtend stopte Eduard zijn handen in zijn zakken en duwde zijn

voorhoofd tegen 't koude glas. Dat afschuwelijke eentonige

pianospelen maakte hem nog ellendiger dan hij al was, en was er nu

tenminste maar eens iemand die iets vriendelijks tegen hem zei, maar

't was net of alle menschen hem even naar vonden.

"Edu!"

"Ja Tante."

"Waarom ga je zelf niet eens een brief aan Vader schrijven? Vader

vroeg nog of je vooral gauw schreef, weet je wel?"

Eduard kwam bij de tafel staan. "'k Weet niet wat ik schrijven

moet." Tante Lina keek hem verbaasd aan.

"Weet je niet wat je schrijven moet? Je kunt toch vertellen over 't

schaatsenrijden, en hoe 't je hier bevalt, en over school, en ...."

"Ik heb geen zin in schrijven ook," viel Eduard in de rede. In ieder

geval hoefde Tante Lina hem niet te vertellen wat hij zetten moest!

Als hij schrijven wou schreef hij toch wat hij zelf wilde!

"Nu, ga dan viool studeeren, dat heb je van de week bijna niet

gedaan en morgen heb je immers les?"

"'k Heb Vrijdag pas les."

"Ik dacht dat je verteld hadt dat je 's Woensdags les hadt."

"Och ja, dat had ik vroeger ook," zei Eduard ongeduldig, "maar

verleden week kon mijnheer Hofman niet, en daarvóór had Ik gevraagd

of ik 't verzetten mocht omdat 't toen Woensdag Vaders laatste dag

was, en nu heeft Mijnheer Hofman gevraagd of we nu vooreerst maar

altijd op Vrijdag wilden komen. En studeeren kan 'k niet als hier

piano gespeeld wordt."

Eduard schrikte zelf toen hij 't gezegd had, maar Tante Lina gaf hem

heelemaal geen antwoord meer en liet hem stil staan. -- Had Tante nu

toch maar iets prettigs bedacht! Dat vervelende taallesje maakte hij

nu ook niet; 't was nogal kort, en dat kon best na het eten, maar

wat moest hij nu dan doen?

Eentonig klonken de vingeroefeningen.

Tante Lina stond op om 't licht aan te steken en deed de gordijnen

dicht. -- Toen nam zij zonder op Eduard te letten haar naaiwerk weer

op.

"Tante."

"Wat is er?"

"Hebt u ook een velletje postpapier voor me? Ik wou toch maar aan

Vader gaan schrijven."

"In 't schrijfbureau op Ooms studeerkamer, 't bovenste laadje

rechts, haal daar maar een velletje uit en daar liggen de couverten

ook."

"En waar moet ik dan gaan zitten?"

Tante Lina's geduld was eindelijk uitgeput. "Hé, jongen, zeur zoo

niet, in de leerkamer niet natuurlijk, want daar is Keetje nog niet

klaar met schoonmaken, maar je kunt toch wel ergens anders zitten!

Hier, of boven, op je eigen kamertje, of blijf in Ooms studeerkamer,

Oom komt toch pas laat thuis, en dan mag je 't gas optrekken, 't kan

mij verder heusch niet schelen!"

Eduard liep naar boven; in Ooms studeerkamer leek hem nog 't

aanlokkelijkste.

Even duwde hij de deur van de speelkamer open toen hij er langs

liep; de kleintjes waren met den trein aan 't spelen en de grond was

in een spoorwegnet herschapen. In 't midden van de kamer stond Piet,

die zichzelf voor deze gelegenheid tot Directeur van de

Spoorwegmaatschappij bevorderd had, zijn bevelen uit te deelen. --

"Chef!" riep hij tegen Tommy, "wie heeft de nachtdienst voor de

Bazelexpres?"

"'t Is Beppie's beurt," vertelde Tom, en Piet vervolgde: "Nou,

machinist, wil je dan alsjeblieft eens dadelijk een beetje gang in

je locomotief brengen? Hij is al twee minuten over zijn tijd!"

"Ja maar de menschen zijn nog niet allemaal ingestapt!" beweerde

Bep.

"Die moeten dan maar met de volgende mee, denk je soms, dat we daar

op kunnen wachten? Allo, wind op, vlug een beetje!"

"Nou, Piet!" waarschuwde de juffrouw, die vanuit haar hoekje bij 't

raam een oogje in 't zeil hield.

"Och drakement, hou je mond," mompelde Piet binnensmonds, en tegen

Bep: "Vooruit nou!"

Beppie had de locomotief opgewonden en de machine rolde over de

rails, achtervolgd door Broertje, die de trein nasprong met een

luid: "Wou nog mee, wou nog mee!"

"Edu, kom je ook hier?" vroeg Tommy.

"Wel ja," zei Piet genadig, "we kunnen nog wel een wisselwachter

gebruiken; heb jij daar soms liefhebberij voor, Eduardus?"

Maar Eduard antwoordde dat hij geen tijd had, een brief moest

schrijven, en ging toen naar Ooms studeerkamer, waar hij 't licht

optrok.

Gek, anders vond hij de spoor altijd leuk, maar hij had er vandaag

evenmin plezier in als in iets anders; ze speelden ook precies even

prettig, of hij er bij was of niet.

Uit het laadje nam hij een velletje papier en een couvert; toen

zocht hij een penhouder op, ging aan Ooms hooge bureau zitten en

begon te schrijven.

"Lieve Vader!"

Wat een ellendige pen! Eduard stond weer op om een inktlap te

zoeken. Maar die was er niet, en daarom trok hij de pen er maar zóó

uit, waarbij hij zijn vingers natuurlijk vol inkt maakte. -- Wel

vond hij een nieuwe pen, maar toen hij dat ding in de penhouder

wilde steken liet hij het in zijn haast op den grond vallen.

Ongeduldig bukte hij zich om 't op te rapen, ging er bij op

zijn knieën liggen tot hij 't eindelijk vlak bij de kachel vond

-- en met de pen in zijn hand bleef hij even languit voorover op den

grond liggen, zijn armen onder zijn hoofd, en zijn oogen dicht.

-- Kon hij zich maar verbeelden, dat hij hier in Vaders kamer was!

Dat hij hier bij 't gezellige open haardje lag, op 't harige kleed!

Kon hij zich nu maar eens even verbeelden, dat Vader zoo meteen

binnen zou komen, en hem overeind zou trekken, en met hem in de

leunstoel zou gaan zitten, zooals die keer, toen Vader hem vertelde

dat hij naar Indië zou gaan!

Maar dat kon natuurlijk niet. Vader was weg, heel ver weg, en het

zou nog heel lang duren voordat Vader weer terug was. --

Als Vader nu eens heelemaal niet meer terugkwam? Als Vader nu eens

dood ging in dat akelige Indië? Dan zou hij Vader heelemaal nooit

meer zien; dan zouden ze nooit meer samen in die gezellige kamers

thuis zijn; nooit meer in de huiskamer, of in de slaapkamer, of in

Vaders eigen kamer, en nooit zouden ze meer samen in de groote stoel

zitten, bij Vaders schrijftafel. -- En dan zou hij zeker wel altijd

hier moeten blijven, bij Oom en Tante, waar niemand zich met hem

bemoeide, en waar hij aldoor voelde, dat hij er toch eigenlijk niet

bij hoorde!

Als Vader hem hier zoo alleen zag liggen, zou Vader dan medelijden

met hem hebben, en willen, dat hij niet was weggegaan? En opeens

hoorde hij Vaders stem weer: "Wil je probeeren Vaders moedige jongen

te zijn?" -- Ja, dat had hij Vader beloofd. -- Toen dacht Eduard er

aan, dat Vader hem nu, op dit oogenblik, zeker niet moedig zou

vinden. Wat moest hij zeggen, als Vader weer terug was? Dat hij 't

maar heelemaal niet geprobeerd had, om moedig te zijn? O, Vader kwam

zeker terug, natuurlijk kwam Vader terug! En nu wist hij ook opeens

wat Vader zeggen zou als Vader hem hier zag, 't was hetzelfde dat

hij misschien wel honderd keer van Vader gehoord had: "Kom Pepi, zou

je nu niet eens aan het werk gaan?"

Eduard stond op, en schoof de pen in de penhouder. Hij hield niet

van brieven schrijven, maar Vader zou 't zeker prettig vinden iets

van hem te hooren.

Toen ging hij weer aan 't bureau zitten en begon opnieuw, en ijverig

schreef hij deze keer verder, alleen zoo nu en dan even wachtend om

te bedenken, wat hij verder zetten zou.

"Lieve Vader!

Hoe is 't met u? Ik dacht dat er vanmiddag een brief van u zou

zijn, maar er was niets, en Tante Lina zei dat 't nog niet kon.

Ik vond het niets leuk en wist heelemaal niet wat ik moest gaan

doen, en daarom schrijf ik nu maar. 't Is hier soms nogal erg

vervelend. Piet en Hugo vind ik nog niets leuk. U zei dat u 't

prettig zou vinden als ik goede vrienden met ze werd en ik

probeer soms wel eens om ze aardig te vinden maar dan zijn ze

meestal juist vervelend. Hugo is een beetje aardiger dan Piet

maar hij doet zoo geleerd. Hij wil electrische schellen maken.

Oom Tom lacht er wat om. Hij zou er over slapen. Beppie is

aardig. Ik heb haar ook van de chocola gegeven. 't Is erg

lekker. Ik was erg blij toen ik de doos vond. We hebben

schaatsen gereden op de ijsbaan. Eerst ging 't heelemaal niet

maar nu ken ik 't wel zoowat. Oom Tom zei dat 't niet meer mocht

want we kwamen te laat thuis. 't Dooide toen ook hard. Ik wou

zelf ook juist niet meer want omdat ik me zoo haastte had ik

bijna al mijn sommen fout en Bep huilde zoo omdat ik geen

spelletjes met haar deed. Theo was er ook. We hadden veel pret

samen. Ik vind brieven schrijven een naar werk maar doe 't toch

maar omdat 't aan u is. Ik ben erg verkouden geweest maar 't

gaat nu weer een beetje over. De briefkaarten waren heel leuk.

Is het prettig op zee? Mijn lessen worden hier nooit overhoord.

Tante Lina heeft het altijd erg druk. Oom Tom is soms vreeselijk

streng. Als Piet je overhoort vraagt hij allerlei gekke dingen.

Voor viool studeeren heb ik zoowat heelemaal geen tijd. Ik wou

dat u maar weer terug was. U komt toch zoo gauw mogelijk, he

Vader? Ik vind vier maanden toch verschr...."

De etensbel luidde, en Eduard hield op met schrijven. 't Papier was

bijna vol, en straks zou hij wel even eindigen.

Hij stak de brief in 't couvert, stopte hem in zijn zak en veegde de

pen aan zijn kous af.

Eduard Kerner · 第 21 / 42 题