"Is er een brief van Vader voor me gekomen?"
Tante Lina keek verwonderd op van haar naaiwerk. -- "Een brief van
Vader? Welnee! Hoe kom je daar zoo bij?"
"Ik dacht het zoo maar," zei Eduard teleurgesteld. Vanmiddag onder
de aardrijkskundeles had hij er ineens aan gedacht: "Misschien is er
straks als ik thuis kom wel een brief van Vader!" En nu was er
niets!
"'t Zal nog wel een dag of wat duren voor je een brief krijgt,"
vervolgde Tante Lina. "'t Is vandaag Dinsdag -- laat eens zien --
nee, voor Donderdag kan er toch geen brief zijn. -- Zou Vader uit
Port Saïd schrijven?"
"Ja, dat heeft Vader beloofd," verzekerde Eduard. Maar Tante ging er
niet verder over door. "In de maat spelen," zei ze tegen Lineke, die
piano studeerde, "Een twee drie vier, een twee drie vier!"
Eduard ging voor 't raam staan en trommelde tegen 't glas. Alles was
ook zoo vervelend! Op school en thuis, overal was 't even akelig, en
iedereen deed zoo vervelend, en hij was verkouden, en hij had zoo'n
naar gevoel in zijn hoofd, en 't regende aldoor. -- En was er nu
maar een brief van Vader geweest!
[Illustratie - 13_verkouden.jpg]
Dat was tenminste iets prettigs!
Donderdag pas. -- Dat duurde nu nog zoo'n eeuwige tijd! -- En was
't hier nu maar niet zoo ongezellig! Dat vervelende getjingel op die
piano, en Tante Lina die verder maar niets meer zei! En waar zaten
de anderen toch allemaal? Zeker boven ergens, maar 't kon hem
eigenlijk ook niet schelen, hij had toch geen zin om iets te gaan
uitvoeren! En stil bleef hij door het raam naar buiten kijken, in
den tuin, waar alles er ook al zoo nat en saai uitzag.
Op school was 't al even ellendig tegenwoordig. 't Was vandaag nu al
de tweede keer geweest sinds Vader weg was, dat hij had moeten
schoolblijven omdat hij zijn Fransche les niet kende. Wat zou Vader
er wel van zeggen als hij 't wist! Hier vertelde je 't natuurlijk
niet, niemand vroeg er naar, 't ging ook niemand iets aan! Als Vader
er geweest was had hij 't ook zeker die tweede keer wel gekend!
Vader zou wel gemaakt hebben dat hij 't wist, maar als je hier aan
Hugo vroeg om je te overhooren zei hij dadelijk: "'k Heb wel wat
anders te doen!" en Piet wou wel, maar die vroeg zulke gekke dingen
dat je er heelemaal niets mee opschoot. En Oom Tom wou hij 't niet
vragen, want Piet en Hugo's lessen werden ook niet overhoord.
Lineke hield op met studeeren, vertelde dat ze niet meer kon zien.
"'t Is nog licht genoeg," zei Tante Lina, "ik kan ook nog wel zien
te naaien. En anders speel je maar gamma's en vingeroefeningen, die
heb je toch ook nog niet gehad."
"Die hoeven niet elken dag," zeurde Lineke.
"Nu, gisteren heb je ze ook niet gestudeerd."
"Toen had ik les!" En na een halve minuut, want haar Moeder naaide
rustig verder: "Moeten ze nu toch?"
"Ja natuurlijk."
't Pianokrukje piepte toen Lineke zich weer omdraaide, en ze begon
met haar loopjes.
Zuchtend stopte Eduard zijn handen in zijn zakken en duwde zijn
voorhoofd tegen 't koude glas. Dat afschuwelijke eentonige
pianospelen maakte hem nog ellendiger dan hij al was, en was er nu
tenminste maar eens iemand die iets vriendelijks tegen hem zei, maar
't was net of alle menschen hem even naar vonden.
"Edu!"
"Ja Tante."
"Waarom ga je zelf niet eens een brief aan Vader schrijven? Vader
vroeg nog of je vooral gauw schreef, weet je wel?"
Eduard kwam bij de tafel staan. "'k Weet niet wat ik schrijven
moet." Tante Lina keek hem verbaasd aan.
"Weet je niet wat je schrijven moet? Je kunt toch vertellen over 't
schaatsenrijden, en hoe 't je hier bevalt, en over school, en ...."
"Ik heb geen zin in schrijven ook," viel Eduard in de rede. In ieder
geval hoefde Tante Lina hem niet te vertellen wat hij zetten moest!
Als hij schrijven wou schreef hij toch wat hij zelf wilde!
"Nu, ga dan viool studeeren, dat heb je van de week bijna niet
gedaan en morgen heb je immers les?"
"'k Heb Vrijdag pas les."
"Ik dacht dat je verteld hadt dat je 's Woensdags les hadt."
"Och ja, dat had ik vroeger ook," zei Eduard ongeduldig, "maar
verleden week kon mijnheer Hofman niet, en daarvóór had Ik gevraagd
of ik 't verzetten mocht omdat 't toen Woensdag Vaders laatste dag
was, en nu heeft Mijnheer Hofman gevraagd of we nu vooreerst maar
altijd op Vrijdag wilden komen. En studeeren kan 'k niet als hier
piano gespeeld wordt."
Eduard schrikte zelf toen hij 't gezegd had, maar Tante Lina gaf hem
heelemaal geen antwoord meer en liet hem stil staan. -- Had Tante nu
toch maar iets prettigs bedacht! Dat vervelende taallesje maakte hij
nu ook niet; 't was nogal kort, en dat kon best na het eten, maar
wat moest hij nu dan doen?
Eentonig klonken de vingeroefeningen.
Tante Lina stond op om 't licht aan te steken en deed de gordijnen
dicht. -- Toen nam zij zonder op Eduard te letten haar naaiwerk weer
op.
"Tante."
"Wat is er?"
"Hebt u ook een velletje postpapier voor me? Ik wou toch maar aan
Vader gaan schrijven."
"In 't schrijfbureau op Ooms studeerkamer, 't bovenste laadje
rechts, haal daar maar een velletje uit en daar liggen de couverten
ook."
"En waar moet ik dan gaan zitten?"
Tante Lina's geduld was eindelijk uitgeput. "Hé, jongen, zeur zoo
niet, in de leerkamer niet natuurlijk, want daar is Keetje nog niet
klaar met schoonmaken, maar je kunt toch wel ergens anders zitten!
Hier, of boven, op je eigen kamertje, of blijf in Ooms studeerkamer,
Oom komt toch pas laat thuis, en dan mag je 't gas optrekken, 't kan
mij verder heusch niet schelen!"
Eduard liep naar boven; in Ooms studeerkamer leek hem nog 't
aanlokkelijkste.
Even duwde hij de deur van de speelkamer open toen hij er langs
liep; de kleintjes waren met den trein aan 't spelen en de grond was
in een spoorwegnet herschapen. In 't midden van de kamer stond Piet,
die zichzelf voor deze gelegenheid tot Directeur van de
Spoorwegmaatschappij bevorderd had, zijn bevelen uit te deelen. --
"Chef!" riep hij tegen Tommy, "wie heeft de nachtdienst voor de
Bazelexpres?"
"'t Is Beppie's beurt," vertelde Tom, en Piet vervolgde: "Nou,
machinist, wil je dan alsjeblieft eens dadelijk een beetje gang in
je locomotief brengen? Hij is al twee minuten over zijn tijd!"
"Ja maar de menschen zijn nog niet allemaal ingestapt!" beweerde
Bep.
"Die moeten dan maar met de volgende mee, denk je soms, dat we daar
op kunnen wachten? Allo, wind op, vlug een beetje!"
"Nou, Piet!" waarschuwde de juffrouw, die vanuit haar hoekje bij 't
raam een oogje in 't zeil hield.
"Och drakement, hou je mond," mompelde Piet binnensmonds, en tegen
Bep: "Vooruit nou!"
Beppie had de locomotief opgewonden en de machine rolde over de
rails, achtervolgd door Broertje, die de trein nasprong met een
luid: "Wou nog mee, wou nog mee!"
"Edu, kom je ook hier?" vroeg Tommy.
"Wel ja," zei Piet genadig, "we kunnen nog wel een wisselwachter
gebruiken; heb jij daar soms liefhebberij voor, Eduardus?"
Maar Eduard antwoordde dat hij geen tijd had, een brief moest
schrijven, en ging toen naar Ooms studeerkamer, waar hij 't licht
optrok.
Gek, anders vond hij de spoor altijd leuk, maar hij had er vandaag
evenmin plezier in als in iets anders; ze speelden ook precies even
prettig, of hij er bij was of niet.
Uit het laadje nam hij een velletje papier en een couvert; toen
zocht hij een penhouder op, ging aan Ooms hooge bureau zitten en
begon te schrijven.
"Lieve Vader!"
Wat een ellendige pen! Eduard stond weer op om een inktlap te
zoeken. Maar die was er niet, en daarom trok hij de pen er maar zóó
uit, waarbij hij zijn vingers natuurlijk vol inkt maakte. -- Wel
vond hij een nieuwe pen, maar toen hij dat ding in de penhouder
wilde steken liet hij het in zijn haast op den grond vallen.
Ongeduldig bukte hij zich om 't op te rapen, ging er bij op
zijn knieën liggen tot hij 't eindelijk vlak bij de kachel vond
-- en met de pen in zijn hand bleef hij even languit voorover op den
grond liggen, zijn armen onder zijn hoofd, en zijn oogen dicht.
-- Kon hij zich maar verbeelden, dat hij hier in Vaders kamer was!
Dat hij hier bij 't gezellige open haardje lag, op 't harige kleed!
Kon hij zich nu maar eens even verbeelden, dat Vader zoo meteen
binnen zou komen, en hem overeind zou trekken, en met hem in de
leunstoel zou gaan zitten, zooals die keer, toen Vader hem vertelde
dat hij naar Indië zou gaan!
Maar dat kon natuurlijk niet. Vader was weg, heel ver weg, en het
zou nog heel lang duren voordat Vader weer terug was. --
Als Vader nu eens heelemaal niet meer terugkwam? Als Vader nu eens
dood ging in dat akelige Indië? Dan zou hij Vader heelemaal nooit
meer zien; dan zouden ze nooit meer samen in die gezellige kamers
thuis zijn; nooit meer in de huiskamer, of in de slaapkamer, of in
Vaders eigen kamer, en nooit zouden ze meer samen in de groote stoel
zitten, bij Vaders schrijftafel. -- En dan zou hij zeker wel altijd
hier moeten blijven, bij Oom en Tante, waar niemand zich met hem
bemoeide, en waar hij aldoor voelde, dat hij er toch eigenlijk niet
bij hoorde!
Als Vader hem hier zoo alleen zag liggen, zou Vader dan medelijden
met hem hebben, en willen, dat hij niet was weggegaan? En opeens
hoorde hij Vaders stem weer: "Wil je probeeren Vaders moedige jongen
te zijn?" -- Ja, dat had hij Vader beloofd. -- Toen dacht Eduard er
aan, dat Vader hem nu, op dit oogenblik, zeker niet moedig zou
vinden. Wat moest hij zeggen, als Vader weer terug was? Dat hij 't
maar heelemaal niet geprobeerd had, om moedig te zijn? O, Vader kwam
zeker terug, natuurlijk kwam Vader terug! En nu wist hij ook opeens
wat Vader zeggen zou als Vader hem hier zag, 't was hetzelfde dat
hij misschien wel honderd keer van Vader gehoord had: "Kom Pepi, zou
je nu niet eens aan het werk gaan?"
Eduard stond op, en schoof de pen in de penhouder. Hij hield niet
van brieven schrijven, maar Vader zou 't zeker prettig vinden iets
van hem te hooren.
Toen ging hij weer aan 't bureau zitten en begon opnieuw, en ijverig
schreef hij deze keer verder, alleen zoo nu en dan even wachtend om
te bedenken, wat hij verder zetten zou.
"Lieve Vader!
Hoe is 't met u? Ik dacht dat er vanmiddag een brief van u zou
zijn, maar er was niets, en Tante Lina zei dat 't nog niet kon.
Ik vond het niets leuk en wist heelemaal niet wat ik moest gaan
doen, en daarom schrijf ik nu maar. 't Is hier soms nogal erg
vervelend. Piet en Hugo vind ik nog niets leuk. U zei dat u 't
prettig zou vinden als ik goede vrienden met ze werd en ik
probeer soms wel eens om ze aardig te vinden maar dan zijn ze
meestal juist vervelend. Hugo is een beetje aardiger dan Piet
maar hij doet zoo geleerd. Hij wil electrische schellen maken.
Oom Tom lacht er wat om. Hij zou er over slapen. Beppie is
aardig. Ik heb haar ook van de chocola gegeven. 't Is erg
lekker. Ik was erg blij toen ik de doos vond. We hebben
schaatsen gereden op de ijsbaan. Eerst ging 't heelemaal niet
maar nu ken ik 't wel zoowat. Oom Tom zei dat 't niet meer mocht
want we kwamen te laat thuis. 't Dooide toen ook hard. Ik wou
zelf ook juist niet meer want omdat ik me zoo haastte had ik
bijna al mijn sommen fout en Bep huilde zoo omdat ik geen
spelletjes met haar deed. Theo was er ook. We hadden veel pret
samen. Ik vind brieven schrijven een naar werk maar doe 't toch
maar omdat 't aan u is. Ik ben erg verkouden geweest maar 't
gaat nu weer een beetje over. De briefkaarten waren heel leuk.
Is het prettig op zee? Mijn lessen worden hier nooit overhoord.
Tante Lina heeft het altijd erg druk. Oom Tom is soms vreeselijk
streng. Als Piet je overhoort vraagt hij allerlei gekke dingen.
Voor viool studeeren heb ik zoowat heelemaal geen tijd. Ik wou
dat u maar weer terug was. U komt toch zoo gauw mogelijk, he
Vader? Ik vind vier maanden toch verschr...."
De etensbel luidde, en Eduard hield op met schrijven. 't Papier was
bijna vol, en straks zou hij wel even eindigen.
Hij stak de brief in 't couvert, stopte hem in zijn zak en veegde de
pen aan zijn kous af.