VIII.

"Eetje, doe je na 't eten weer een spelletje met me?"

Geen antwoord.

Eduard zat of liever hing op den stoel naast de kachel, en hield

zijn doornatte laarzen tegen 't gloeiende ijzer aan. 't Maakte een

hard sissend geluid. Een minuut of vijf geleden was hij met Hugo en

Piet thuisgekomen, moe en nat, want ze waren den heelen

Woensdagmiddag op de ijsbaan geweest, en 't dooide nu hard. 't IJs

leek wel borstplaat, en voor de groote tent was 't op 't laatst één

groote waterplas, een meer bijna, waar je telkens doorheen moest

waden en dat hoe langer hoe dieper werd, want op verschillende

plaatsen borrelde 't water naar boven. -- Van half vier af had 't

gemotregend, maar toch hadden de jongens voor 't laatst nog maar

geprofiteerd, en ze waren gebleven totdat eindelijk om vijf uur de

ijsbaan gesloten werd. -- Eigenlijk hadden ze om kwart voor vijf

thuis moeten zijn, maar ze waren nu al drie keer te laat gekomen, en

geen enkele maal had iemand er iets van gezegd, en toen Hugo en

Piet kalm door bleven rijden had Eduard 't ook niets noodig gevonden

om ze te waarschuwen. -- Al was 't ijs niet mooi meer, toch was 't

nog niet zoo goed gegaan als juist vandaag.

"Eetje!"

"Wat is er?"

"Doe je na 't eten een spelletje met me?"

"'k Weet nog niet hoor," zei Eduard gapend, "'k heb nog een

heeleboel te doen."

"Ik dacht dat je iederen avond spelletjes met ons zou doen!" pruilde

Bep, die den heelen dag al zeurig geweest was van verkoudheid.

"Ik zeg je immers dat ik 't nog niet weet!" herhaalde Eduard

knorrig. -- Vijf lastige sommen lagen nog op hem te wachten en een

lange Fransche les, en hij had van de week nog heelemaal niet viool

gestudeerd ook. -- Er was ook heusch geen tijd voor geweest, want ze

hadden tot nu toe eigenlijk iederen dag schaatsen gereden. --

Zaterdag den heelen middag, Zondag, toen 't zulk prachtig helder

weer geweest was en Tom en Lineke ook mee gegaan waren, en Maandag

en Dinsdagmiddag ook al, want ze hadden die twee dagen om drie uur

vrij gekregen, voor 't ijs. -- Heel veel huiswerk hoefde er die

dagen ook niet gemaakt te worden, maar doordat ze telkens na 't eten

nog spelletjes deden had het Eduard toch nog moeite genoeg gekost om

't op tijd klaar te krijgen, en dan zag 't er nog alles behalve

netjes uit. -- Van vioolspelen was natuurlijk heelemaal niets

gekomen, en Vrijdag had hij les!

"Ma, gaan we nu nog niet eten?" vroeg Lineke. Ze moest vanavond op

visite bij een van de vriendinnetjes en ze had met Mientje

afgesproken vroeg te komen.

"Ja, dadelijk, bel de anderen maar vast."

Een halve minuut lang stond Lineke om den hoek van de kamerdeur de

tafelschel heen en weer te zwaaien, en langzamerhand kwamen ze

allemaal opdagen. De juffrouw met Tom en Broertje, die in de

speelkamer een Indianengevecht hadden gehouden, en nu met

luidruchtig krijgsgeschreeuw de trap afdaalden, Piet, die in de

keuken zijn schaatsen had staan afdrogen, want hij had zijn Vader

een paar nieuwe afgebedeld en had daar nu nog bizonder veel zorg

voor, Hugo, die naar boven was gegaan om zijn natte laarzen uit te

gooien en pantoffels aan te trekken, en eindelijk ook Oom Tom, die

even eerder dan de jongens was thuisgekomen en zijn uniform voor

politiek verwisseld had.

"Edu, moet je je handen niet wasschen?" vroeg Tante Lina.

Eduard bekeek zijn vingers eens. Hij vond ze eigenlijk niet eens erg

vuil, maar toch liep hij naar de keuken om ze onder de kraan te

houden, en bood meteen Trijntje aan haar eens nat te spuiten.

"Met Sintjuttemis, als de kalveren op 't ijs dansen," zei Trijntje,

die heel wat steviger was dan Rika, en die vandaag ook al niet

bijster in haar humeur was, "en je handen ga je voortaan maar boven

wasschen, dat geklieder in m'n keuken wil 'k niet hebben."

"En Bakker heeft zoo op z'n kop gehad!" vertelde Hugo, toen Eduard

weer binnengekomen was en zijn stoel tusschen Oom Tom en Beppie

ingeschoven had, want dat was zijn plaats gebleven, "van Leeuwen was

woedend!"

"Ja, maar Wouters zei dat hij toch niets over dat overgeschreven

werk gezegd had!" vulde Piet aan.

"Nou, dat zullen ze toch wel gesnapt hebben!"

"Och, dat weet je niet!" merkte Piet wijsgeerig op, "in ieder geval

is er niets te bewijzen!"

"Praat toch niet zoo'n onzin, hoe kun jij nu bewijzen dat er niets

te bewijzen is!"

"Je bent niet wijs! Als je nu toch ...."

"Jongens, houd op met dat gezanik," viel de Kapitein hen in de rede.

-- Hij had al de halve week verhalen over die kwestie te hooren

gekregen en had er nu zoo langzamerhand volkomen genoeg van. "Doe me

nu 't plezier en verschoon me van verdere mededeelingen over die

Bakker, ik wil er nu geen woord meer over hooren!" en om een ander

onderwerp aan de orde te brengen vroeg hij aan Eduard of 't

schaatsenrijden al wat beter ging.

"O, ik geloof heusch wel dat het beter gaat," zei Eduard, "veel

beter dan Zaterdag tenminste, vond je ook niet Huug?"

Hugo haalde zijn schouders op en beweerde dat hij er Zaterdag niet

geweest was. "'t Ging wel beter dan Zondag, je kwam nu heel wat

vlugger vooruit!"

"Pa, weet u wie hier op de ijsbaan kampioen is?" vroeg Piet.

"Jij zeker!" antwoordde zijn Vader droogjes.

"Nee, Eduardje."

't Was een mop zooals Piet ze altijd verkocht, en waarmee hij

gewoonlijk nogal succes had. -- Eduard vond 't dezen keer machtig

flauw.

"'k Heb nog een vers gemaakt ook," zei Piet, die nog meer

geestigheden in voorraad had.

"Zeg 't dan maar niet op," raadde Lineke aan, "'t zal wel niet veel

soeps zijn!"

Maar Piet vond 't veel te jammer om Eduard, die hij nu eens tot

mikpunt van zijn aardigheden gekozen had, niet nog wat te plagen, en

van een oogenblik dat zijn Vader en Moeder met de juffrouw aan 't

praten waren maakte hij gebruik om zijn vers half hard op te zeggen:

"Ik heb een aardig neefje,

Dat op zijn schaatsen _rent!_

Zijn naam is Eduardje,

'k Wed dat je hem wel kent!"

"En jij bent een vervelend mispunt," viel Eduard nijdig uit.

Opeens voelde hij een krachtige hand op zijn schouder. "Bedaar

jongen, bedaar!" kalmeerde Oom Tom, die van het vers alleen iets

over "Eduardje" opgevangen had, en tegen Piet: "en dat steeds

herhalen van 'Eduardje' moet nu uit zijn, daar is de aardigheid nu

wel zoowat af. We noemen jou toch ook niet 'Pietje!'"

De Kapitein had het niet als een grap bedoeld, maar toch lachten ze

allemaal, en Lineke knikte haar broer dadelijk toe met een "Dag

Pietje!"

"Dag juffrouw bemoeial!" zei Piet, die zich niet gauw van zijn stuk

liet brengen, en voor wie het hooren wilde deelde hij nog mede dat

je 't zingen kon ook op de wijs van "Ik wou dat jij van was was."

"Spaar ons dat alsjeblieft maar," verzocht Tante Lina, "'t is hier

al drukte genoeg!" Want Broer maakte nog steeds Indianen geluiden,

en Tommy schopte aanhoudend tegen de tafelpoot.

"Ja, 't is of 't ijs ze in 't hoofd zit," verklaarde de Kapitein

zuchtend. "Waarom kwamen jullie eigenlijk zoo laat thuis, jongens?"

En toen het drietal zweeg: "He?"

"Nou," zei Hugo, "ik had haast nog niet gereden, en 't was vandaag

de laatste dag," en Piet mompelde iets van "wist niet hoe laat het

was."

"En waarom ging jij dan niet eerder naar huis?" vroeg Oom Tom aan

zijn neefje.

"Omdat Hugo en Piet nog niet gingen," antwoordde Eduard, half

verlegen, want hij vond zelf dat het klonk als: "Waarom lach je?"

"Omdat _hij_ lacht."

"'t Zijn me de verontschuldigingen wél!" merkte de Kapitein op.

"Hadt u ons dan ook op de fiets laten gaan, dan waren we veel eerder

thuis geweest," waagde Piet. Maar nu werd zijn Vader werkelijk boos

en verklaarde dat ze verder van 't jaar heelemaal van 't ijs thuis

konden blijven.

"'t Dooit nu ...." begon Piet, maar toen hij zijn Vader aankeek

oordeelde hij het toch wijzer de rest maar voor zich te houden.

En Oom Tom vervolgde brommend: "Dat rent maar naar de ijsbaan en al

het werk lijdt er onder ..."

Dat ellendige werk ook! En Eduard bedacht hoe door 't haastige

schrijven zijn sommen Maandag zoo slordig waren geweest, dat hij er

twee moest overmaken. -- En dat moest nu ook al vanavond! --

"Nu gaan we Lineke aankleeden voor de visite, en dan zullen we

meteen Bep en die twee Indianen in bed stoppen!" zei de juffrouw na

het eten, want zij ging zelf ook uit, en dan zorgde ze altijd dat de

kleintjes eerst onder de wol lagen.

"Beppie gaat nog niet mee," vertelde 't kleine meisje, "Beppie gaat

eerst spelletjes doen met Ee."

Piet begon te lachen; Eduard zag het toen hij zijn stoel opnam om

die tegen den muur te zetten. Zijn humeur werd er niet beter op,

want Piet had hem al eenige malen met die kinderachtige spelletjes

geplaagd, en 't klonk dan ook onvriendelijker dan hij zelf wel

bedoelde toen hij kortaf zei: "Op mij hoef je niet te rekenen, ik

doe vanavond niet mee."

"En daarnet zei je dat je 't nog niet wist?"

"Toen wist ik 't ook nog niet, maar nu weet ik 't wel."

De tranen kwamen bij Bep voor den dag. "Maar ik wou spelletjes

doen!" huilde ze.

"Kind, zeur niet zoo, ik heb geen tijd." En Tante Lina voegde er

bij: "Maar Bep, wat is dat nu, je begrijpt toch wel dat Edu niet

altijd zin heeft om spelletjes met jou te doen! Kom, droog gauw je

tranen af."

"Ik heb geen zakdoek," snikte Bep, "en ik vind Ee een nare jongen!"

"Dank je voor 't compliment!" zei Eduard, maar Tante Lina wenkte hem

dat hij nu maar liever verdwijnen moest.

Eduard ging naar de leerkamer, gooide met een ontevreden gezicht

zijn boeken en schriften op tafel, schoof met een ruk een stoel aan

en begon te rekenen. En hij keek zelfs niet op toen Hugo en Piet

even later ook binnen kwamen en aan 't werk gingen.

Van uit de huiskamer drong nog het huilen en dwingen van Beppie tot

Eduard door; dan weer hoorde hij Tante Lina's stem; en terwijl hij

haastig voortschreef aan zijn sommen, verstond hij opeens toen de

huiskamerdeur openging: "Beppie is stout!" Daarna hoorde hij de

juffrouw, die met Lineke en de kleine jongens naar boven was gegaan,

weer beneden komen; hij hoorde haar praten in de kamer en met Bep de

trap weer oploopen; 't kleine meisje snikte nog steeds, en "Ee was

ook niets lief!" meende hij nog te verstaan. -- Toen werd het stil

in de gang.

En Eduard schreef weer verder, telkens gapend, met een akelig stijf

gevoel in zijn armen en ijskoude voeten.

Lineke vertrok naar het partijtje, en Eduard hoorde de stem van den

oppasser, die haar zou brengen. -- Met een slag viel de huisdeur

achter hen dicht.

Heel stil was 't in de leerkamer, en half soezend luisterde Eduard

naar 't suizen van 't gas en 't krassen van Hugo's pen, en even keek

hij naar Piet, die vanavond bij uitzondering ook zoo heel rustig

doorwerkte. -- En weer ging hij aan 't rekenen, totdat eindelijk om

kwart over acht de twee oude sommen overgeschreven en vier van de

nieuwe afwaren. -- Eén zou wel fout zijn, en de vijfde kende hij

niet, maar er was geen tijd meer om langer te probeeren. -- Waar was

dat vervelende Fransche boek nu? Eduard zocht op tafel en in zijn

tasch, maar 't was niet te vinden, en toen bedacht hij dat 't boven

was blijven liggen. -- In een vlijtige bui had hij 's ochtends onder

't aankleeden woordjes willen leeren, maar 't was bij 't goede

voornemen gebleven, en hij had vanmorgen 't heele boek vergeten.

En Eduard liep naar boven om 't te halen. -- 't Zou zeker wel ergens

op zijn kamertje liggen, op tafel of zoo. Maar hij vond het niet

dadelijk, en toen hij licht wilde maken schenen de lucifers ook al

verdwenen te zijn. Waar waren die lamme dingen nu toch? 't Maakte

hem woedend, dat gezoek voor niets in 't donker, en eindelijk liep

hij 't portaal weer over naar de meisjeskamer, om daar 't brandende

nachtlichtje te halen.

Bij de deur bleef hij opeens staan. Wat was dat voor een geluid? Hij

luisterde even. -- Was dat Bep die daar huilde?

Op zijn teenen liep hij naar binnen, zijn oogen op Beppie's

ledikantje gevestigd. Bij 't flauwe schijnsel van 't nachtlichtje

was van zijn kleine nichtje niets anders te ontdekken dan een

verwarde blonde krullebol. Maar toen hij voor 't bed stond, waar de

dekens half uithingen, hoorde hij heel duidelijk dat ze huilde.

"Beppie, slaap je niet?" vroeg Eduard, fluisterend om de kleine

jongens in de kamer er naast niet wakker te maken.

Een hevig gesnik volgde.

"Bep, lieve kleine Bep, wat is er toch?" en Eduard boog zich over

zijn nichtje heen.

Bep draaide zich half om, en even keken de groote blauwe oogen hem

aan.

"Ik heb 't zoo vreeselijk warm," snikte een schor stemmetje, "en

mijn dekens zijn aldoor weg!"

"Wil ik ze dan weer goed leggen?"

"Dat geeft toch niets, ze zijn telkens wéér weg!"

Eduard begreep niet wat hij met haar beginnen moest. -- Arme kleine

Bep! Had hij maar met haar gespeeld, of was hij tenminste maar niet

zoo onvriendelijk geweest! En wat moest hij nu toch doen? Hij kon nu

toch maar zoo niet weer naar beneden gaan! En heel zacht vroeg hij:

"Wil ik je dan even uit bed nemen, Bep, en alles weer over

instoppen?"

"Ja," huilde Bep, en voorzichtig sloeg Eduard een deken om haar

heen. -- Ze was eigenlijk te zwaar voor hem, maar met veel moeite

tilde hij haar toch op den stoel naast 't bed.

"Ik wou wat drinken!"

Eduard ging naar de waschtafel en schonk een glas half vol water,

telkens schrikkend als hij tegen iets aanstootte. En toen Bep

gedronken had begon hij aan 't bed; eerst gooide hij de dekens er

af; hij legde het laken recht en stopte het aan de kanten zoo stevig

mogelijk in, en daarna zwoegde hij met de dekens tot zijn vingers er

pijn van deden. Maar eindelijk was 't toch klaar. En voor dat hij

Bep weer in bed tilde ging hijzelf nog even op den stoel zitten, en

zijn kleine nichtje voorzichtig op zijn knieën nemende vroeg hij

zacht dicht bij Beppie's oor, -- "Vind je me nu nog zoo'n nare

jongen, Bep?" en even streek hij met zijn wang over het zachte haar.

"Nee, maar vanmiddag was je niets lief!"

"Dat weet ik wel, het spijt me erg." En stil bleef hij met haar

zitten tot ze heelemaal bedaard was, toen hielp hij haar weer in bed

kruipen en dekte haar toe.

"Nacht Bep!"

"Nacht Eetje!" klonk 't heel slaperig; "ik houd nu weer heel veel

van je!"

[Illustratie - 12_slaperig.jpg]

Eduard draaide zich om, zijn oogen vol tranen, en met de lucifers in

zijn hand liep hij op zijn teenen 't portaal weer over; 't

nachtlichtje wilde hij nu liever maar niet meenemen.

In zijn kamertje stak hij de kaars aan; 't Fransche boek lag op zijn

bed en zijn lucifers waren op de waschtafel verzeild geraakt. -- En

voor hij de kaars weer uitblies maakte hij zijn koffer nog even

open, en nam uit de chocola-doos van Vader een flik, die hij bij Bep

bracht en met een zacht "mond open!" in Beppie's mond duwde.

"Lekker!" fluisterde Bep half slapend, "hoe kom je daaraan?"

"Van Vader gekregen voordat Vader wegging," legde Eduard uit, "ga nu

maar gauw slapen!"

Toen holde hij de trap weer af. 't Was over half negen toen hij weer

op zijn stoel in de leerkamer zat en op de klok keek.

"Wat heb je toch uitgevoerd?" vroeg Hugo, "ik dacht dat je al naar

bed was!"

"Ik had jullie toch nog niet goeienacht gezegd!"

"Nee, maar je bleef zoo lang weg."

"Kon m'n Fransche boek niet vinden, en m'n lucifers waren weg, en

...."

"Och," viel Piet hem in de rede, "hij heeft natuurlijk vast een

dutje gedaan! Heb je niet gezien dat hij de heele avond al heeft

zitten gapen? En kijk z'n oogen eens raar staan!"

Eduard Kerner · 第 20 / 42 题