"Katje poesje nelle."
"Hè, wat flauw!"
"Doe er dan een beetje zout bij!" Lachend klapte Piet zijn
schoolboeken op elkaar, en met zijn ellebogen op de tafel ging hij
zitten lezen.
Eduard keek op de klok; 't was half negen. Eigenlijk tijd om naar
bed te gaan, hij had Vader beloofd nooit veel later dan gewoonlijk
te gaan! En zouden die jongens hier altijd den heelen avond blijven
zitten? Nu nog maar even leeren; dat afschuwelijke Fransch ook!
Een kwartier later deed hij zijn boek dicht.
"Zeg, hoe lang blijven jullie hier altijd?" vroeg hij aarzelend.
't Was deze keer Hugo, die opkeek.
"Waar?"
"Nou, hier. Ik bedoel, zitten jullie 's avonds nooit in de
huiskamer?" --
"O ja, soms wel, maar vanavond niet, want Pa en Ma hebben visite."
"En hoe laat gaan jullie dan naar bed?"
"Om half tien zoowat."
Hugo werkte weer door.
Eduard bleef nog even niets zitten doen en zei toen: "Ik wou nou
maar gaan."
"Hè?" vroeg Hugo, die weer een en al som was.
"Ik wou maar naar bed gaan."
"Zoo, nou, ga je gang, dank je voor de mededeeling."
Terwijl Eduard zijn tasch dichtgespte kwam in Hugo toch 't gevoel
van gastheer zijn op. -- "Je kunt alles boven toch wel vinden?"
vroeg hij.
"Ja, best." En zijn tasch naast de deur tegen den muur zettend:
"Nou, goeie nacht dan!"
"Slaap lekker, nacht Eduardje!" En Piet herhaalde werktuigelijk,
zonder van zijn boek op te zien: "Nacht Eduardje!"
Eduard sloot de deur en liep naar de huiskamer toe. Zou hij Oom en
Tante nog goeienacht zeggen? In de gang hoorde hij ze binnen al hard
praten en lachen, en toen hij door de kier van de deur keek zag hij
in de voorkamer allerlei vreemde menschen zitten. Liever maar niet
doen. --
En met een zucht ging hij de trap op.
't Was donker boven op 't portaaltje, en met vooruitgestoken handen
liep Eduard in zijn kamertje op 't tafeltje af, half struikelend
over den rommel op den grond. Toen scharrelde hij in 't donker de
lucifers op.
Even knipte hij met zijn oogen tegen 't felle vlammetje, en
ongeduldig streek hij een tweede lucifer af toen de nieuwe kaars
niet dadelijk wilde branden.
Eindelijk!
Eduard keek rond en wreef zijn handen. Wat was 't hier vreeselijk
koud! De bloemen stonden op de glazen! En wat een akelig vreemd
kamertje! Heel wat anders dan die gezellige slaapkamer thuis, en
daar was 't altijd dadelijk lekker als je maar even de gaskachel
aanstak! Eduard wond zijn horloge op en begon zich uit te kleeden.
Zou Vader nu al in Bazel zijn? Zeker wel. Nu was Vader net twaalf
uur weg. Gek, 't was net of 't veel langer was; er was ook
zooveel gebeurd vandaag! Even langer dan twaalf uur was 't; wat zei
Vader ook weer? "Dag Pepi, houd je taai!" Och, hij wou 't wel, zich
taai houden, maar wat wás 't hier akelig!
En een warme druppel viel op zijn hand toen hij zich klappertandend
bukte om met zijn koude vingers de sleutel in 't slot van 't
koffertje te steken.
"Houd je taai!" fluisterde hij, maar 't maakte hem opeens nog veel
ellendiger dan hij al was, en 't gaf niets meer of hij op zijn
lippen beet en zijn oogen met zijn mouw afveegde.
Als Vader hem zoo nu eens zag! Och, maar wat hinderde het ook! Zag
Vader het maar, kwam Vader nu maar ineens binnen, even maar, dan was
alles tenminste niet meer zoo vreeselijk! Maar Vader was ver weg, en
dit was nu pas de eerste avond! Had Vader hem toch maar meegenomen!
Eduard pakte Vaders doos uit en stak een flik in zijn mond, maar 't
hielp ook al niets, en telkens moest hij nog zijn zakdoek nemen, tot
hij eindelijk klaar was om in bed te kruipen.
Hij zette de kandelaar op den stoel en bleef nog even met
opgetrokken beenen in bed zitten, zijn hoofd op zijn knieën en zijn
handen onder zijn armen om ze wat te warmen.
Toen blies hij de kaars uit en kroop onder de dekens.