Eduard probeerde verder te leeren. Hij had zich zóó voorgenomen dat
al zijn werk uitstekend in orde moest zijn zoolang Vader weg was,
maar hoe kon hij nu opschieten op die manier? En nu had hij vanavond
nog aan een brief aan Vader willen beginnen ook, maar daar kwam hij
nu zeker niet aan toe. Nu eerst de les maar. En zacht bewoog hij
zijn lippen bij het telkens herhalen van de Fransche woordjes.
Opeens merkte hij dat Piet grinnekend naar hem keek.
"Waarom lach je?"
"Och, zoo maar; je zit zeker altijd alleen te werken?"
"Alleen? Ja, meestal wel; of bij Vader als Vader thuis is."
"Prettig voor Oom Eduard!"
"Waarom?"
"Nou, omdat je aldoor hardop leert."
"Ik leer niet hardop!"
"Wel waar, je doet aldoor zóó!" En zijn mond bewegend maakte hij een
zacht zoemend geluid.
Eduard was vuurrood geworden; met een "klets niet" begon hij weer
aan zijn les, en hij drukte zijn lippen stijf op elkaar.
Een poosje bleef 't stil in de kamer. Toen vond Piet 't weer lang
genoeg.
"Zeg!"
Eduard gaf geen antwoord.
"Ben je benauwd geworden voor dien schoolmeester daar?" met zijn
duim wees Piet naar zijn broer.