't Was een vroolijk span, Tantes zestal.
Hugo was de oudste. Hij was veertien jaar, zat in de derde klas H.
B. S., werkte hard, en commandeerde de kleintjes.
Piet was een jaar jonger dan zijn broer, en nam het werken heel wat
luchtiger op. Hij was ook op de H. B. S., maar in de eerste klas, en
de andere jongens vonden hem "een leuke vent". Hij leerde heel
gemakkelijk, en vond het gewoonlijk niet de moeite waard, aan zijn
lessen veel tijd te besteden. Meestal keek hij ze even door, en
probeerde dan bij het overhooren zich er op de een of andere manier
handig uit te redden.
Dan volgde Lineke, een donker kind van tien jaar, die dol veel van
lezen hield, en die, wanneer ze in een boek verdiept was, niets meer
zag of hoorde van wat er om haar heen gebeurde. -- Ze was heel wat
rustiger dan zevenjarige Tommy, een ondeugende bengel, die zijn
Moeder en de kinderjuffrouw heel wat last bezorgde. -- Beppie was
een blond krulkopje met een vriendelijk snoetje en groote,
helderblauwe oogen, en dan volgde nog de benjamin, Broertje, een
stevige dikzak van drie, die zijn eigen willetje al graag deed
gelden, en in zijn koninkrijk, de groote speelkamer, onbeperkt
heerschte.
De jongens hadden hun stoelen aangeschoven, en Beppie had Eduard
meegetrokken naar haar eigen hooge kinderstoeltje, waar ze vlug
inklauterde. "Nu moet jij hier zitten, Eetje!" zei ze, op den stoel
naast zich wijzende.
Eduard lachte even tegen het grappige kleine ding, en keek toen
Tante aan, want hij begreep wel dat het niet de bedoeling was dat
hij op Oom Toms stoel ging zitten.
Tante Lina had zich naar hen toegekeerd. "Maar Bep," zei ze, "Edu
moet eigenlijk tusschen Piet en Lineke zitten, dat vindt hij
natuurlijk ook veel prettiger!" En van Beppie's teleurgesteld
gezichtje naar Eduard ziende: "Of wil je wel graag tusschen Oom en
Beppie inzitten, Edu?"
"Jawel Tante," antwoordde Eduard, om Bep plezier te doen, en Tante
zei haastig: "Nu, verzet de stoelen dan maar even en schuif die van
jullie wat dichter bij elkaar, dan zit Oom toch op zijn gewone
plaats."
De Kapitein was binnengekomen, en 't had Tommy, die aan zijn
verontwaardiging tegen Piet op handtastelijke wijze uiting gaf,
dadelijk doen bekoelen.
"Pa," begon hij, nog rood van kwaadheid, "Piet zegt, dat ik een uil
ben!" en met een triomfantelijken blik naar Piet: "en hij is er zelf
een!"
De Kapitein voelde niet veel roeping om uit te maken, wie van zijn
zoons een uil was. -- "Stil jongens!" zei hij, "wat moet je neef wel
van jullie denken!" en Eduard op den schouder kloppend: "Ben je niet
eerst bij vergissing naar huis geloopen, zeg?"
Maar Beppie liet hem geen tijd om te antwoorden.
"Paatje," vertelde ze, "Eetje wil liever tusschen Paatje en Beppie
zitten dan tusschen Piet en Lineke!"
De Kapitein begon hardop te lachen. "Zoo prul, dat is vleiend voor
ons, he?" zei hij, en met een komiek ernstig gezicht: "En Beppie wil
liever naast Eetje zitten dan naast Paatje!"
Beppie deed dadelijk haar best om 't weer goed te maken. -- "Beppie
wil ook wel tusschen Eetje en Paatje zitten!"
"Och, die arme juf!" zei Oom Tom hoofdschuddend. "Juf, hoort u 't,
dan hebt u bij Beppie afgedaan!"
Bep strekte haar handje naar juf uit. "Nee, heusch niet!" verzekerde
ze ernstig, en toen verlegen de tafel rondziende: "Beppie wil wel
naast allemaal zitten!"
Een uitbundig gelach volgde, en Bep keek verwonderd rond.
Broertje, die het niet geschikt vond dat er van zijn zusje zooveel
meer notitie werd genomen dan van hem, schoof met een boos gezicht
het bordje met de netjes in dobbelsteentjes gesneden boterham van
zich af, en verklaarde: "Ik wou niet meer eet."
Niemand lette op hem, behalve de juffrouw, die kalm het bordje weer
naar hem toeschoof, met een "dooreten, Broer."
Maar Broer liet zich niet gauw lijmen, en 't kostte de juffrouw veel
moeite, er nog een halve boterham in te stoppen. -- Broertje
mopperde hevig, maar niemand luisterde naar hem. Bep peuzelde met
een tevreden gezichtje haar bordje leeg, en Eduard keek vol aandacht
naar Hugo, die op school pas de electrische schel behandeld had, en
nu zijn Vader wilde overhalen het geheele huis van boven tot beneden
van electrische schellen te voorzien. De anderen zaten te ver van
Broer af om op hem te letten.
"Heusch Pa," zei Hugo, "'t zal zooveel niet kosten, en als u nu maar
goed vindt dat ik alles wat ik noodig heb voor uw rekening laat
opschrijven, dan zal ik het allemaal fijn in orde maken!"
"Zeker," antwoordde de Kapitein, "en dan op de manier van Piet, die
de tuin wel in orde zou maken toen we hier kwamen wonen; er werd
tuingereedschap gekocht, twee maanden bleef alles liggen, en ..."
"Nou ja Pa, maar dat kwam ..." begon Piet, en Hugo viel hem haastig
in de rede: "Maar ik zal dit nu heusch wel netjes doen, toe Pa, zegt
u nu maar dat het goed is, het zal heusch zoo gemakkelijk zijn!"
"Ja, heel gemakkelijk, dat denk ik ook; dan bellen de heeren boven
op hun slaapkamer: 'Keetje, wil je eens even aan Ma zeggen dat er
geen enkele knoop meer aan mijn broek zit!'"
Tante Lina lachte, en Hugo, half hopend dat hij het gewonnen zou
hebben nu Pa er gekheid over maakte, besloot: "Dus u vindt het goed,
Pa?"
"Tut, tut, dat zeg ik niet, ik zal er eens over ..."
"Ik wou niet meer eet!" klonk het opeens boven alles uit, en
Broertje gooide met een driftige beweging zijn melkkroesje, dat hij
juist had leeggedronken, op den grond, schuins naar zijn Vader
glurende om te zien, hoe deze nieuwe stoutigheid zou worden
opgenomen.
"Hei jongenheer, wat is dat? Wat wou je niet meer?" informeerde de
Kapitein streng.
"Ik wou niet meer eet!" herhaalde Broer, maar heel wat kalmer nu.
"Zoo? Waarom niet?"
"Och, Broertje is ondeugend," zei de juffrouw, "hij wilde eerst een
boterham alleen met gelei hebben, en nu wil hij niet eten omdat er
geen boter onder is!"
"Foei Broer," zei Tante Lina, "eet gauw op!" Maar Broertje hield
koppig vol: "Wou niet meer eet!"
Zijn Vader keek hem strak aan.
"Broertje, waarom heb je je kroes op den grond gegooid?"
[Illustratie - 09_kroes.jpg]
Broer wreef met zijn wijsvinger over de plek waar de kroes gestaan
had, toen draaide hij zich half om, boog zich over de zijleuning van
zijn stoel, en bleef zoo aandachtig kijken naar het bewuste voorwerp
op den grond.
Het was zoo'n vermakelijk gezicht, dat Eduard niet kon laten er om
te lachen.
"Nu, Broer?"
Broer had bedacht wat hij zeggen wilde. -- "Kroesje wou niet meer op
de tafel staan," verklaarde hij, "en daarom is kroesje op den grond
gaan liggen." En weer naar beneden kijkend: "Toute kroes, wil jij
wel eens gauw weer bij Broertje komen!"
Lineke en de jongens hadden dolle pret, en zelfs de Kapitein keek
gauw een anderen kant uit.
De juffrouw wilde 't nog eens probeeren, en hield weer een hap voor
Broers mond, maar hij liet zich niet foppen, en begon dadelijk weer
met zijn zeurig "wou niet meer eet!"
"Nu, dan laat je het maar," zei de Kapitein koeltjes, "en verdwijn
dan meteen maar gauw. Ga maar naar de leerkamer en blijf daar een
poosje."
Nu begonnen Broers tranen te vloeien. "Wou niet weg!" riep hij, en
hij klemde zich stevig aan zijn stoel vast.
"Broertje, moet ik je komen halen?" Een heftig nee-schudden was het
eenige antwoord.
"Vooruit dan; een, twee, drie, opgemarcheerd marsch!"
Nu liet de kleine jongen zich van zijn stoel afglijden en huilend
holde hij de kamer uit.
"Kinderen die nog niet weten, hoe ze zich behooren te gedragen,
moeten maar verdwijnen," zei de Kapitein.
Eduard dacht aan iets dat gisteren gebeurd was, dat hier zoo veel op
leek, en dat toch zoo heel anders was. Gewoonlijk was hij aan tafel
druk genoeg, maar nu was hij heel stil, niet thuis als hij zich
voelde in de roezige drukte om hem heen. Hij luisterde stil naar het
gepraat van zijn neefjes en nichtjes, die steeds doorbabbelden en
lachten; aan scènes als die van zooeven met Broer waren ze al lang
gewoon.
"Eet jij nu nog eens een boterham," zei Oom Tom.
Maar Eduard bedankte; hij had geen trek meer.
"Ik wel," zei Piet, en etend vertelde hij dat de ijsbaan Zaterdag
geopend werd als 't bleef vriezen. "Heb je ook je schaatsen
meegebracht?" vroeg hij.
"Nou of ik," zei Eduard dadelijk.
"Als hij open is, hol ik er Zaterdag na de koffie dadelijk naar
toe," verklaarde Piet "of ik ga op de fiets, dan ben ik er nog
gauwer. Mag dat Pa?"
"Eet nou eerst je boterham maar op," antwoordde de Kapitein, "we
zijn allemaal klaar." En tegen zijn vrouw: "Wanneer komen de van
Marens nu eigenlijk, vánavond of mórgenavond?"
"Vanavond."
"O ja, juist." -- Oom Tom keek op de klok en stond op. "Ik moet weg,
laat jij Broer meteen even uit de leerkamer? Tot straks dan. -- Dag
juffrouw, dag jongens!"
De Kapitein sloot de deur achter zich, en ook de juffrouw stond op,
om met Bep en Tommy naar de speelkamer te gaan.
't Gaf in eens een heele leegte.
"Edu," begon Tante Lina, "vertel eens, zit je in een prettige klas?"
"Jawel, Tante."
"En heb je aardige vrinden?"
"Theo de Beer is een leuke jongen, en Meertens ook wel, die zit
achter me."
"Is dat die jongen met die kalfsoogen?" vroeg Piet.
"Meertens heeft geen kalfsoogen!" begon Eduard verontwaardigd, maar
Tante Lina viel hem in de rede: "Och, hij plaagt maar wat, hij kent
die jongen niet eens!" En verder vragend: "Wanneer maak jij meestal
je huiswerk, Edu, óók 's avonds?"
"Ik begin haast altijd dadelijk als ik uit school thuis kom, en als
ik dan niet klaar kom maak ik 't 's avonds af!"
"Kijk eens aan, dat komt prachtig uit; Piet en Hugo werken altijd 's
avonds, dus als je dan om vier uur naar de leerkamer gaat heb je 't
rijk alleen, en dan kun je daar heel rustig en op je gemak werken."
"Graag Tante."
Tante Lina stond op en begon de bordjes in elkaar te zetten. --
"Willen jullie nu een van allen Edu zijn kamertje eens wijzen?"
Lineke was met haar boek bij het raam gaan zitten en Hugo keek zijn
les nog eens over. Piet was de eenige die niets deed. Toen hij geen
aanstalten maakte vroeg zijn Moeder nog eens: "Piet, wil jij 't
doen?"
"Graag Tante," zei Piet met een hooge stem, en Eduard een arm
aanbiedende: "Waarde neef, mag ik het genoegen hebben u naar boven
te begeleiden?"
In de gang liet hij zijn "waarde neef" los, en rende vooruit de twee
trappen op. -- "Je slaapt naast Huug en mij," vertelde hij. "Ben jij
's morgens nogal vroeg wakker?"
"Ja, meestal wel."
"Nou, bons dan eens flink tegen den muur en por ons op, wij zijn
echte slaapkoppen."
"Goed, maar roep mij dan ook als jullie eens vroeg bent!"
Piet had de deur van 't logeerkamertje opengedaan. "Betreed dit
heilige der heiligen met gepasten eerbied!" fluisterde hij.
Eduard lachte, en liep naar binnen.
"Nou, ik smeer 'm, hoor! 'k Heb om half twee school," verkondigde
Piet, die met zijn handen in zijn zakken op den drempel was blijven
staan. "Dag Eduardje!" en op zijn hielen draaide hij zich om.
"Da-ag!" zei Eduard.
Hij keek eens om zich heen. -- 't Was een klein, helderlicht
kamertje. -- Aan den eenen kant, tegen den muur die aan de kamer van
Hugo en Piet grensde, stond het bed met de geelkoperen knoppen, en
even streek Eduard zacht over de vouwen in 't schoone linnen.
Tegen den anderen muur stonden de waschtafel en een kastje, en voor
't raam op een klein tafeltje zag hij een kandelaar met een nieuwe
kaars, een doosje lucifers er naast.
Eduard keek naar de schoone handdoeken op de waschtafel en naar 't
nieuwe stuk zeep in 't zeepbakje; toen, aarzelend omdat hij niet
wist of 't wel mocht, trok hij de deur van 't kastje, die op een
kier stond, open. 't Was heelemaal leeg. -- Zeker voor hem, om
allerlei dingen in te leggen. -- Maar gauw deed hij de deur weer
dicht toen hij dacht dat er iemand naar boven kwam, en stil bleef
hij staan luisteren. -- Nee, hij hoorde nu niets meer, zeker was 't
dus verbeelding geweest.
Eduard liep naar 't raam om naar buiten te kijken, en daar opeens,
naast 't bed tegen de muur, zag hij een oude bekende staan. 't Was
zijn koffertje. De doos, die Rika 's morgens gebracht had, en zijn
vioolkist stonden er bij. Eduard verlangde er opeens naar, nu nog
meer bekende dingen te zien, en hij draaide den sleutel, die in het
slot stak om, en lichtte het deksel van den koffer op.
't Eerste wat hij zag was een klein pakje, dat hij zich niet
herinnerde gezien te hebben toen de koffer dicht ging. 't Was in
bruin papier gepakt, en met Vaders bekende letters stond er op
geschreven: "Voor Pepi."
Eduard trok aan het touwtje en ongeduldig scheurde hij het papier er
af. 't Was een doos chocola. Dat was nou net iets voor Vader, om zoo
iets te bedenken! Vader bedacht altijd van die aardige, echt leuke
verrassingen, waar je heelemaal niet op rekende!
Hij opende de doos, die gevuld was met groote flikken, en stak er
onmiddellijk een in zijn mond. -- Was Vader er nu maar, om ook mee
te eten! Om alleen chocola te eten was toch lang zoo gezellig niet!
Maar hij hoefde ook eigenlijk niet alleen te eten; straks, na het
eten bijvoorbeeld, kon hij de doos mee naar beneden nemen en al de
neefjes en nichtjes presenteeren, dat zouden ze zeker wel leuk
vinden!
Maar dan was 't ook eigenlijk ineens op! Was 't niet prettiger om de
doos maar hier te houden, en er alleen maar zelf een te nemen als
hij er erg veel trek in had? Dan kon hij hem later altijd nog eens
mee naar beneden nemen, dat hoefde toch ook niet dadelijk, en dan
eerst maar maken dat niemand hem vond. -- Maar waar zou hij hem dan
stoppen? In 't kastje? Dat durfde hij toch niet op slot te doen!
Besluiteloos keek Eduard naar de doos. Liever maar in 't koffertje,
dat was eigenlijk nog het veiligst! Hij raapte het papier op en
begon de doos weer in te pakken. -- Wat vreeselijk lief toch van
Vader, om daar met al die drukte nog aan te denken! Waar zou Vader
nu zijn? Om één uur zouden ze uit Arnhem gaan, dus Vader was zeker
nog wel in het land, maar wie weet hoe kort nog maar! En in eens
bedacht hij dat hij iederen keer als hij een flik uit de doos nam
daarbij aan Vader wilde denken; hij peuterde aan het touwtje om den
knoop los te krijgen, maar 't ging slecht met zijn koude vingers. 't
Was hier boven ook wel verschrikkelijk koud! Zou de ijsbaan heusch
Zaterdag open zijn? 't Zou leuk zijn! Gauw nog even zijn schaatsen
opzoeken, dat kon nog net voor hij naar school moest! Hij rommelde
in den koffer, maar vond ze niet dadelijk, zeker lagen ze heelemaal
onderin! Vlug gooide hij een paar dingen die hem in den weg lagen op
den grond, zijn schoenen, wat ondergoed, een paar boeken, een
blouse, ja, daar waren de schaatsen ook! Eduard bekeek ze even; ze
zagen er nog prachtig uit, verleden jaar was er heelemaal geen ijs
geweest, en het jaar daarvoor had hij ze pas nieuw gehad, en er ook
maar een keer of vier op gereden. -- Hij dacht aan den eersten keer
dat hij er toen op gestaan had, en aan al de buitelingen die hij
toen gemaakt had; 't zou nu zeker wel veel beter gaan!
"Edu, moet je niet naar school?" klonk het beneden.
Eduard keek verward naar den rommel om hem heen. "Ja Tante, ik kom!"
riep hij. Er was nu geen tijd meer om alles op te ruimen, dat moest
dan vanavond maar; haastig legde hij de schaatsen op een stoel en de
doos chocola in den koffer, toen klapte hij het deksel dicht en
draaide den sleutel om. -- Waar moest hij dat ding nu laten? Zoo
maar los in zijn zak? Niet erg veilig, beter aan zijn
horloge-ketting. -- Sleuteltje en horloge werden bij elkaar
weggestopt, toen liep Eduard vlug naar beneden.
Een verdieping lager stak Beppie haar krullebol om den hoek van de
speelkamerdeur. "Eetje!" riep ze, en naar hem toekomend: "Doe je na
het eten een spelletje met me?"
"Wat voor spelletje?"
"Een leuk spelletje!"
Eduard begon te lachen. "Ja, goed," beloofde hij. Toen holde hij
verder de trap af.