Toen werd er gebeld, Vader liep de gang in en zette zijn hoed op, en
opende toen de voordeur om den koetsier aanwijzingen te geven voor
het opladen van de koffers. Toen trok Vader zijn jas aan, nam die
van Eduard van den kapstok, en kwam weer binnen.
Eduard stond nog voor het raam, en Vader ging naar hem toe en heesch
hem in zijn jas. -- En toen .... "Vader, Vader!" snikte Eduard, en
hij klemde zijn armen om Vaders hals.
"Mijn kleine Eddy!" Even liet Vader zijn jongen nog tegen zich
aanleunen en klopte hij hem zacht op den rug. Toen maakte hij zich
los, en Eduards hoofd tusschen zijn handen nemende kuste hij hem
voor 't laatst.
Toen nam Vader de schooltasch van tafel op en hielp hem die op zijn
rug te hangen. En Eduard liet zich meenemen, de gang in, waar Vader
hem zijn pet aangaf, en verder naar buiten, waar de koetsier op
den bok al zat te wachten.
Vader sloot de huisdeur, en stak den sleutel in zijn zak.
[Illustratie - 08_afscheid.jpg]
"Denk er aan, als je soms iets noodig hebt, dat Tante Lina den
anderen sleutel heeft," zei hij. --
"En zul je nu gauw naar school toe gaan?"
Eduard knikte, en Vader stak zijn hand uit: "Dag Pepi, houd je
taai!"
"Dag Vader!"
Toen draaide Vader zich om, en wenkte den koetsier dat alles in orde
was. -- Vader stapte in; nog even knikte hij Eduard toe, toen klapte
het portier dicht en de wielen begonnen zich te bewegen. Eduard keek
het rijtuig na terwijl het verder en verder wegrolde, nog even zag
hij Vader wuiven, toen verdween het om den hoek.
Vader was weg.
Vreemd leeg en stil was de heele straat, en Eduard keerde zich om en
liep den anderen kant uit, naar school.
-----
"Kerner, hoe is 't? Let je nu weer niet op?"
Eduard schrikte op. Dat was de derde keer al vanmorgen, eerst had
hij bij 't lezen al niet geweten waar 't was, en dit was nu al den
tweeden keer dat mijnheer hem er met 't uit het hoofd rekenen op
betrapte dat hij er niet bij was.
"Nu," klonk het ongeduldig, "heb je geluisterd of niet?"
Eduard schudde van nee; hij voelde, dat de jongens allemaal naar hem
keken, en daar waren ook die akelige tranen weer. Hij knipte ze
haastig weg. Hij wilde in de zesde klas niet huilen.
"Dan wacht je om twaalf uur maar eens. -- En nu jij, van Effen, de
laatste som nog eens alsjeblieft."
Eduard probeerde te luisteren, maar hij hoorde er nog niet veel van.
Eerst, onder de leesles, was hij aldoor met zijn gedachten aan 't
station geweest, zag hij Vader afscheid nemen van Tante Lina en Oom
Tom, die nog even aan 't perron zouden komen. En verder had hij er
den heelen morgen telkens over zitten soezen waar Vader nu zou zijn,
of 't nog lang zou duren voor Vader in Arnhem zou aankomen, of Vader
daar mijnheer van der Zande gauw zou vinden ...
Nu was hij nog kwaad op zichzelf ook, had hij maar beter geluisterd!
Om twaalf uur schoolblijven, en dat juist nu het de eerste keer was
dat hij dadelijk uit school naar Oom en Tante moest! Wat zou Tante
Lina wel zeggen, als hij zoo laat kwam, en Oom Tom was altijd zoo
streng!
Weer spande Eduard zich in om op te letten. Dat was de zevende som
nu al, en hij had er pas twee goed! 't Ging nooit prachtig, uit het
hoofd rekenen, maar vandaag was 't al heel erg! Akelige, nare
dingen! Deze keer waren ze dan toch ook bizonder lastig!
Hij vond er van de drie laatste nog maar één, en toen om twaalf uur
de bel ging, kon hij er maar drie als goed opgeven.
De jongens stormden weg, en Eduard bleef in zijn bank zitten.
Mijnheer Snijders liep mee de gang in. Een paar minuten galmde het
drukke geroes nog na in het groote steenen gebouw, toen werd het
stiller en stiller, en mijnheer Snijders kwam weer binnen en deed de
deur van de klas dicht. Ongeduldig hing Eduard in zijn bank, vurig
verlangend om weg te komen uit 't ongezellige, leege lokaal.
De onderwijzer bleef rustig even staan schrijven aan zijn lessenaar,
en begon toen: "Kerner, dat gaat zoo niet, dat rekenen moet beslist
beter worden. -- Dat zijn nu vandaag maar drie van de tien sommen,
en je schriftelijk werk is tegenwoordig ook al niet schitterend, ik
sprak er de vorige week al met je Vader over, toen hij hier was, en
... is je Vader al weg?" viel hij zichzelf in de rede.
"Vader is vanmorgen weggegaan," antwoordde Eduard zacht.
"Zoo." -- Mijnheer Snijders zweeg eenige oogenblikken, en vervolgde
toen: "Nu, ik heb het je nu gezegd, als je op het volgende rapport
voldoende voor rekenen wilt hebben dien je deze maand terdege je
best te doen. En maak nu maar gauw dat je wegkomt."
Eduard holde de school uit, blij dat het niet langer geduurd had.
Tot Tantes huis toe bleef hij hollen, in de hoop dan nog niet zóó
laat thuis te komen dat het de aandacht zou trekken, en hijgend liep
hij de stoep op en belde aan. Het luidruchtige gepraat van zijn
neefjes drong vanuit de gang al tot hem door, toen trok Piet met een
ruk de deur open.
"Kijk, daar hebben we Eduardje ook!" riep hij, en toen met een
plechtig uitnoodigende handbeweging: "Treed binnen, mijn zoon, en
ontdoe uw schoeisel van het aanklevende stof opdat onze dierbare
Trinia u niet hooghartig tegemoet trede en u met één blik uit haar
vurige oogen vernietige, met andere woorden: veeg je voeten anders
is Trijntje kwaad."
"Doe nou niet zoo idioot," snauwde Hugo en hij deed de voordeur
dicht, en Eduard vroeg met een akelig gevoel van niet-thuis zijn:
"Moet ik mijn jas hier ophangen, zeg?"
"Zeker Eduardje, hang jij je jas hier maar op," zei Hugo, en tegen
Piet: "Nou, en wat deed Somers toen?"
En Piet: "Nou, eerst deed hij niks, en toen zei hij: 'Wie piept daar
zoo?' Maar toen gaf natuurlijk niemand antwoord, en toen vroeg hij
't nog eens en toen zei weer niemand iets, en eindelijk werd hij
nijdig en Jansen piepte altijd maar door, en we zaten allemaal te
schudden van 't lachen en op 't laatst snapte hij dat Jansen het
deed en toen vloog hij naar Jansen z'n bank toe en Jansen riep maar
aldoor: 'Ik deed 't niet, de bank deed het!'"
De jongens waren naar binnen gegaan, Hugo aandachtig luisterend,
zijn handen in zijn zakken, Piet druk pratend en gebaren makend.
Eduard volgde ze in de huiskamer. -- "Dag tante," zei hij, en hij
ging naar Tante Lina toe om haar een hand te geven.
"Zoo Edu, ben je daar," zei Tante, "dat is best. Hoe is 't er mee?"
"Goed, Tante."
"Vader is op tijd aan den trein gekomen, hoor! Oom en ik waren
allebei aan 't station, en Vader liet je nog de groeten doen en
vroeg of je vooral gauw schreef."
"Vroeg Vader dat?"
Tante knikte, maar haar aandacht was alweer op de jongere leden van
de familie gevestigd. "Stil Tommy, niet zoo'n leven maken, en
Broertje, laat je nu dadelijk zoet je slabbetje voor doen door Juf!"
En tegen de anderen: "Jongens, komen jullie gauw zitten, ik hoor Pa
al in de gang!"
Daar kwam kleine vijfjarige Beppie naar Eduard toe en duwde haar
vuistje in zijn hand. 't Gaf hem opeens een warm gevoel van
vriendelijkheid in de vreemde omgeving. En een hoog, overslaand
kinderstemmetje vroeg: "Mag Eetje naast mij zitten, Maatje?"