"En je zoo flink mogelijk houden als ik weg ben?"
En weer knikte Eduard van ja, half hopend dat Vader nu maar over
iets anders zou gaan praten, want hij voelde dat hij zich nu niet
lang meer goed zou kunnen houden.
"Mooi!" en zacht streek Vader over het kortgeknipte haar. "Heusch,
't zal zoo lang niet duren, in 't begin van Juni ben ik weer bij
je!"
"Maar ik vind het juist zoo vreeselijk lang!"
"Ja, maar dat valt wel mee; kijk, 't is niet eens vier heele
maanden, we gaan den achtsten Februari uit Genua; morgen over drie
weken ga ik weg, 's ochtends vroeg, en dan over land naar Genua. En
daar ligt de Willem II dan al op ons te wachten, en die brengt ons
naar Indië toe."
"Wie gaat er nog meer mee?"
"Mijnheer van der Zande gaat mee; hij heeft de machines gekocht voor
zijn fabrieken in Indië en nu gaat hij zelf mee om ze te brengen, en
dan maken we samen de reis."
"En blijft u dan eerst nog in Genua?"
"Blijven? Welnee! We komen er 's avonds aan, en ja, dan blijven we
er één nacht, en den volgenden morgen gaan we weg." --
"Maar u kent toch geen Italiaansch?"
Vader glimlachte even; "Nee, dat ken ik ook niet, maar ze verstaan
in Genua wel Fransch ook! Zoo zie je al weer, doe op school maar
goed je best met Fransch, anders kun je later nooit in Italië
reizen!"
"En ik vind Fransch juist zoo'n naar vak," zuchtte Eduard. "Fransch
en sommen vind ik 't akeligste dat er bestaat, maar sommen toch
eigenlijk nog 't allerakeligste!"
"Juist een reden om er heel goed je best op te doen; heusch, als je
iets goed kent vind je het niet akelig meer, geloof je dat ook
niet?"
"Misschien niet," zei Eduard voorzichtig, "maar sommen zal ik toch
wel altijd naar blijven vinden, denk ik."
Vader lachte, en kneep zijn jongen in de wang. "Pepi!" zei hij; --
en toen: "Maar kijk eens op de klok! Vraag aan Rika een glas melk en
maak dat je naar bed komt!"
"Ja, maar ik wou nu juist nog zoo'n boel vragen, en ik wou nog veel
meer hooren over Indië!"
"Goed Pepi, morgen. Nacht Pepi!"
"Maar Vader, ik ...."
"Nacht Pepi!"
En lachend nam Vader zijn tegenstribbelenden jongen bij een arm om
hem de kamer uit te zetten.
"Luister dan nog even, Vader!"
"Nu, wat is er?"
"Komt u dan zoo meteen nog even boven als ik roep?"
"Ja, voor dezen keer."
"En, Vader, ik zal heusch denken aan wat ik beloofd heb, maar ik" --
Eduard slikte even -- "ik wou toch wel dat u niet weg ging, Vader!"
"Ik ook," antwoordde zijn Vader.