II.

"Och, Vader, u luistert niet!"

"Jawel vent, ik luister, de man heeft rogge en tarwe."

"Een een vijfde maal zooveel rogge als tarwe!"

"Een een vijfde maal zooveel," herhaalde Vader geduldig.

"En nu verkoopt hij de helft van de rogge en een derde van de tarwe,

1 H.L. rogge voor f 10.--en 1 H.L. tarwe voor f 15.--, en nu

ontvangt hij voor de rogge f 75.-- meer dan voor de tarwe, hoeveel

heeft hij van elk gehad?" dreunde Eduard op, en toen: "Kijk, nu heb

ik zoo gedaan," en hij zocht in een hoek van zijn kladpapier

tusschen een menigte cijfertjes, waar hij zelf blijkbaar nog maar

met moeite uit wijs kon worden: "O ja, kijk, zoo ben ik begonnen"

.... Maar opeens hield hij midden in zijn zin op toen hij toevallig

Vader even aanzag. "Och, nu hebt u weer heelemaal niet geluisterd!"

zei hij ongeduldig.

Vader schrikte op. "Nee, ik heb ook niet geluisterd, ik zat aan iets

anders te denken. Leg het me nog maar eens uit, ik zal nu beter

opletten."

"Heusch?"

"Ja heusch," en Vaders donker hoofd boog zich over het sommenschrift

heen.

Eduard begon weer van voren af aan over zijn rogge en tarwe tot hij

eindelijk midden in zijn uitlegging bleef steken. "Maar nu kan ik

niet verder komen," zei hij, "ik begrijp niet wat ik nu doen moet."

"Je kunt er zoo ook nooit komen," verklaarde Vader. "Begin nu eens

van den anderen kant af, en reken uit hoeveel rogge hij verkoopt als

hij 1 H.L. tarwe verkoopt."

"Dat heb ik ook al gedaan," zei Eduard uit zijn humeur, "maar toen

ging 't ook niet!" en toen Vader zweeg: "Komt 't dan wel uit,

Vader?"

"Probeer 't maar eens," antwoordde Vader kort, terwijl hij de

courant openvouwde en begon te lezen.

Eduard beet besluiteloos op zijn potlood en streek met zijn hand

door het kortgeknipte blonde haar. Toen ging hij zuchtend weer aan

't cijferen.

Een minuut of tien bleef 't stil in de kamer.

"Vader!"

"Wat is er?"

"'t Komt niet uit!"

"Laat maar eens kijken!" en Vader verdiepte zich even in de som en

besloot: "Je hebt je vergist, reken 't maar eens over, dan vind je

de fout wel."

En weer was 't stil; alleen ritselde nu en dan de courant, wanneer

Vader een blad omsloeg, en telkens zuchtte Eduard, wanneer weer een

nieuwe poging om de fout te ontdekken mislukt was.

"Niet zoo zuchten!" zei Vader eindelijk, "gaat het niet?"

En Eduard keek even op, eerst heel nadenkend en met rimpels in zijn

voorhoofd, en toen glimlachend, en rekende weer verder. --

"Klaar!" 't Klonk als een juichkreet, en met een triomfantelijk

gezicht legde hij het sommenschrift op de opengeslagen courant.

Vader las 't even vluchtig door. "Mooi zoo," zei hij, toen klapte

hij het schrift dicht en gaf het aan Eduard terug.

De jongen ging naar een hoek van de kamer waar zijn schooltasch op

den grond lag, en stopte er zijn boeken en schriften in.

"Pepi, kom eens hier!" vroeg Vader, en toen Eduard tegen zijn knie

aanleunde en hem verwonderd aanzag: "Weet jij nog, wanneer ik het

laatst op reis ben geweest?"

"Op reis? Ja, was dat niet verleden week, toen u naar Arnhem was, of

bedoelt u dat niet?"

"Nee, dat bedoel ik niet, toen kwam ik 's avonds weer thuis; ik

bedoel voor langer tijd."

"O," zei Eduard; hij begreep niet goed wat Vader eigenlijk wilde

vertellen; "was dat niet twee jaar geleden, toen u naar Engeland

was?"

"Ik geloof het ook; ik vroeg 't maar, omdat ik nu weer op reis moet,

zie je."

Eduard Kerner · 第 8 / 42 题