"Edu, toe, laat me er nou uit!"
Maar Edu bleef kalm op de rand van de keukentafel zitten en liet
zijn beenen heen en weer bengelen.
"Maak toch alsjeblieft de deur open, Edu! Toe, moet ik het je nu nóg
vriendelijker vragen?"
Edu hield zich doof.
"Ben je er nog?" klonk het vol ontzetting uit de provisiekast.
Nu kon Eduard zich niet langer goedhouden, en hij barstte in lachen
uit. Jammer, want anders had Rika bepaald gedacht dat ze tegen een
leege keuken had staan praten, en 't zou heusch grappig geweest zijn
om haar dat nog even te laten denken!
Zijn vroolijke jongenslach had de arme, opgesloten Rika wat haar
laatste vraag betreft tenminste gerust gesteld.
"Maak dan toch open, ondeugende bengel!" begon ze weer.
Edu sprong van de tafel en ging voor de kast staan.
"Vind je het daar dan niet plezierig?"
"Plezierig? Och, zeur toch niet en laat me er uit, zoo meteen brandt
mijn eten aan!" klonk het huilerig.
"Ik dacht 't zoo maar," zei Edu, die het goed vond om de kast nog
even dicht te laten. "Er zijn daar toch genoeg lekkere dingen!"
"Er zijn hier geen lekkere dingen. Doe open!"
"Niet?" vroeg Eduard, met de grootst mogelijke verbazing in zijn
stem. "Kom, je vergist je zeker! Ik laat je er niet uit als je niet
wat lekkers voor me meebrengt!"
"Ingemaakte snijboonen en augurken in 't zuur, anders is hier
niets!" En Rika morrelde van binnen aan de knop, want Edu had het
slot weer opengedraaid, en hield nu met al zijn twaalfjarige kracht
de knop aan de buitenkant in bedwang.
"Er is nog pruimengelei!"
Maar een gil van Rika maakte hem heusch even aan het schrikken.
"De appeltjes branden aan! Ik ruik het!" jammerde, ze.
Eduard snoof eens. "Maar niet heusch!" plaagde hij, en toen Rika's
wanhopige kreten niet ophielden: "Nou ja, dadelijk mag je er uit,
zal je dan niet boos op me zijn, beste Rika?"
"Nee, akelige jongen, gauw dan ook!"
"Daar dan!"
De deur vloog open en Edu stoof achteruit. -- Bij de deur bleef hij
staan, buigingen makend en gezichten trekkend tegen de arme Rika,
die op een holletje naar de kachel liep om van de appeltjes te
redden wat er nog te redden viel.
Eduard was op een stoof gaan staan en had zijn armen uitgestrekt; op
plechtigen toon begon hij nu: "Gegroet, o schoone keukenprinses"....
Maar verder kwam hij niet, want hier werd hij in zijn toespraak
gestoord door het omdraaien van den huissleutel in de voordeur. Op
't zelfde oogenblik stormde Edu de gang in, de keukendeur met een
harden slag achter zich dichtgooiend. -- Het dreunde nog even na in
de ruime keuken. -- "Hè, hè, dat lucht op," zuchtte Rika, en ze
zette de stoof weer onder de tafel.
Eduard was terecht gekomen in de armen van zijn Vader, die hem aan
't eind van de gang opving met een luid "Hallo!"
Een seconde lang was hij bijna geheel in Vaders donkere overjas
verdwenen, toen sprong hij achteruit en trok een vies gezicht. "Wat
bent u nat," zei hij, en hij wreef met zijn hand over zijn wang,
waarop Vaders baard een paar kleine druppeltjes had achtergelaten.
"Nat?" lachte Vader, "geen wonder, 't is nog altijd aan 't
motregenen! Help me maar eens gauw die natte overjas uittrekken!"
"En u bent zoo vreeselijk laat!"
"Heeft je maag je al gewaarschuwd dat 't etenstijd was? We zullen
gauw beginnen!"
Achter zijn Vader aan stapte Eduard de huiskamer binnen, waar een
prettige warmte de kilte van den regenachtigen Januaridag
buitensloot. De tafel was gedekt, en terwijl Vader de overgordijnen
dicht trok en de kachel opnieuw vulde, bij welke bezigheden Eduard
hem steeds in den weg liep, bracht Rika het eten binnen.
"En -- wat heeft Pepi vanmiddag uitgevoerd?" vroeg Vader, toen ze
tegenover elkaar aan tafel zaten en een gedeelte van den inhoud der
schalen naar de twee borden verhuisd was.
"Pepi" wachtte even voor hij een hap appeltjes in zijn mond stak.
"Wel, eerst had ik vioolles, en dat duurde nogal lang, want mijnheer
heeft een paar stukjes voorgespeeld, een zoo'n leuk ding was er bij,
zoo heel gauw ging 't, maar 't is wel heel moeilijk."
"En kende je al de oude stukjes al?"
"Ja, zoowat. Dat laatste, dat menuet, dat ik gisterenavond speelde,
u weet wel, ging nog niet zoo heel mooi, maar dat heb ik er nu bij
gehouden en dan wat nieuws."
"En was mijnheer tevreden?"
"Mijnheer vond wel dat ik vooruit ging, leuk dat hij dat zei, maar
hij vond ook dat ik te haastig was, ik moet niet net doen of ik blij
ben als een stukje haast uit is, en .... enne ...." Eduard wachtte
even, als was hij vergeten wat hij verder had willen zeggen, en
maakte toen haastig zijn zin af: "en rustig spelen." -- Bij de
laatste woorden had hij een kleur gekregen en strak keek hij op zijn
bord, maar 't was niet omdat hij aan de vioolles dacht. Hij had de
aangebrande appeltjes geproefd, en 't had hem er aan doen denken wat
hij dien middag nog meer had uitgevoerd.
Vader scheen er nog niets van gemerkt te hebben, hij at tenminste
kalm door; zeker dacht hij, dat Eduards vuurrood gezicht met de
vioolles in verband stond.
"En waarom doe je dat dan ook niet?"
"Wat, Vader?"
"Wel, rustig spelen!"
"O, ja ziet u, als ik iets goed ken dan speel ik graag vlug, en als
er dan weer een eindje komt dat niet zoo goed gaat dan doe ik dat
langzamer, en dan kom ik niet gelijk uit met mijnheer, die
natuurlijk precies in de maat er bij piano speelt. Kijk, 't was heel
wat anders als ik hier ook kon studeeren met de piano er bij, maar u
speelt geen piano en Rika natuurlijk ook niet." -- Even lachte hij
om het denkbeeld, dat Rika piano zou spelen, maar toen hij zag dat
Vader opeens heel ernstig keek: "Och, maar dat is ook eigenlijk mijn
eigen schuld; ik zal voortaan maar heel goed tellen, want daar komt
het toch eigenlijk door! Denkt u ook niet dat het dan wel beter zal
gaan, Vader?"
Zijn Vader gaf geen antwoord. Hij dacht er aan, hoe het altijd een
van de liefste wenschen van zijn vrouw geweest was dat hun jongen
viool zou spelen, en hoeveel plezier zij er nu in gehad zou hebben
zijn stukjes op de piano te begeleiden. -- In zijn verbeelding zag
hij haar weer op de rustbank in de zitkamer liggen, en daar opeens
klonken hem ook weer de luidruchtige stappen en de bekende hooge
jongensstem in de ooren, en hij zag Eduard, toen een ventje van
negen jaar, de kamer binnenstormen, met een kleur van
opgewondenheid, de vioolkist in de hand. 't Was zijn eerste vioolles
geweest, en druk pratend en vertellend had hij de viool te
voorschijn gehaald en aan zijn Vader en Moeder laten zien hoe hij
het instrument vast moest houden; toen had hij met den strijkstok de
snaren aangeraakt, en zij hadden geluisterd naar de eerste tonen die
hun jongen ten gehoore bracht; en tot slot had hij een soort
negerdans uitgevoerd, aldoor de viool vasthoudend en met den
strijkstok in het rond zwaaiend. Weer hoorde hij de stem van zijn
vrouw zeggen: "Voorzichtig, lieveling!", toen Eduard half tegen de
tafel aanviel, en weer hoorde hij zichzelf eindelijk zeggen: "Nu
niet te druk, vent, denk aan Moeder!" Toen had in minder dan geen
tijd de viool op een stoel gelegen, en een paar stevige jongensarmen
waren om Moeders hals geslagen. Weinig had hij toen vermoed, dat zij
nog geen jaar later haar stem nooit meer zouden kunnen hooren ...
Eduard, die zag dat Vader in gedachten verdiept was, durfde hem niet
meer te storen en at stil zijn bord leeg.
Toen, op een wenk van Vader, belde hij Rika, om de schalen te komen
verwisselen.
Half hoopte hij, dat Vader vergeten zou te vragen wat hij verder had
uitgevoerd, want hij begreep wel, dat bij dan over de plagerij in de
keuken moest beginnen, en het was hem ook heel duidelijk dat Vader
daar niet bizonder mee ingenomen zou zijn. En toen Rika
binnengekomen was en hij haar even aanzag kreeg hij opeens een heel
onplezierig gevoel, want Rika keek heelemaal niet vroolijk en haar
oogen waren rood. Haastig zag hij naar Vader, en haalde toen
verruimd adem, want Vader scheen nergens op te letten, en vroeg heel
gewoon: "Zoo Rika, druk gehad vanmiddag?"
"Dat schikt wel meneer," zei Rika, maar haar stem klonk wat vreemd,
en toen Vader naar haar keek draaide ze zich haastig om en verdween
met de leege schalen door de openstaande deur.
Vader bleef haar verwonderd nakijken. Vanwaar die plotselinge spoed?
Een blik naar Eduard scheen hem wel eenige opheldering te geven; de
jongen keek zoo verlegen en zette zoo'n schuldig gezicht dat hij
heusch even moeite had heelemaal ernstig te blijven. Bedaard wachtte
hij tot Rika de schoone borden neergezet had en de deur weer dicht
was; toen liet hij Eduard rijst nemen, en vroeg: "Wat heb je na de
vioolles gedaan, Eduard?"
"Na de vioolles, Vader? Toen ben ik naar huis gegaan, en toen heb ik
mijn sommen gemaakt, en één som kwam niet uit, en toen heb ik eerst
mijn Fransche les geleerd, en toen ik die zoowat kende heb ik die
eene som nog eens geprobeerd. Ik heb er heusch een heele tijd op
gezeten, Vader, maar hij wóu niet uitkomen!"
Vader knikte heel ernstig. "Wel gek toch, gewoonlijk komt een som
toch dadelijk uit als je er maar eerst eens een poosje op bent gaan
zitten, hè Pepi?" Vader begon te lachen, en Eduard wist niet of hij
boos moest kijken of meelachen.
"Wat flauw," zei hij eindelijk. "Ik bedoel niet echt zitten!"
"Niet echt zitten? Wat bedoel je dan?" en Vader lachte nog maar.
"U begrijpt best wat ik meen," zei Eduard kwaad.
Zijn Vader was opeens weer ernstig geworden. "Nou vrindje, bedaar
maar! Je kunt toch nog wel tegen een grapje, is 't niet? Je zet een
gezicht als een oorwurm!"
Eenige oogenblikken bleef 't heel stil in de kamer. Toen begon Vader
weer, want hij was nog niet waar hij op aan stuurde: "Nu, en verder,
wat heb je na dat probeeren van die som gedaan?"
"Toen? Ja, toen ben ik naar de keuken gegaan, en daar heb ik wat op
de tafel gezeten, enne ...."
"En toen heb ik wat kattekwaad uitgevoerd."
"Hè, Vader, hoe weet u dat?"
"Dat vertelt je arme zondaarsgezicht me," antwoordde Vader lachend.
"Wat was 't? Biecht maar eens op!"
Eduard had het opeens erg warm gekregen. "Och," zei hij, "ja, ziet
u, 't kwam heelemaal vanzelf, want Rika wilde iets wegzetten, en
toen ging ze in de provisiekast."
"En toen?"
"Toen deed ik de deur dicht."
"Welke deur?"
"Van de kast."
"Op slot?"
"Ja, Vader."
"En hoe lang duurde dat?"
"Een paar minuten, denk ik."
"En wat zei Rika?"
"Rika zei eerst dat ik haar er uit moest laten," even kwam er een
ondeugende flikkering in Eduards oogen, "en toen zei ze dat de
appeltjes aanbrandden."
"Dat deden ze ook. En liet je haar er toen uit?"
"Ja, tenminste bijna dadelijk."
Vader lachte nu heelemaal niet meer, en hij zweeg even.
Toen zei hij: "Kijk eens, ik vind dat nu eigenlijk niet zoo erg
prettig. Ik heb je nu al een keer of drie gevraagd om het Rika niet
lastig te maken, en telkens gebeurt het weer. Ik vind het heel goed
dat je gekheid maakt, maar dit is plagen."
Eduard keek heel sip. "Ik kon toch niet vooruit weten dat ze boos
zou worden," zei hij.
"Als je even nagedacht hadt, toen je die kast op slot deedt, had je
het wél geweten.
[Illustratie - 05_handdruk.jpg]
Rika heeft het druk en ze is wat zenuwachtig, en je weet nu eenmaal
dat ze niet tegen die plagerijen van jou kan. Jij hadt plezier, maar
Rika heelemaal niet, en dat merkte je heel goed, en vind je het dan
niet een beetje zelfzuchtig om alleen maar aan je eigen plezier te
denken, en kalm door te gaan?"
"Ja maar daar heb ik heelemaal niet over gedacht!"
"Dat begrijp ik wel," zei Vader terwijl hij opstond, "maar wil je
dan niet eens probeeren om daar voortaan wel aan te denken?"
"Ja Vader."
"Mooi. En ga dan nu maar met me mee en laat me die lastige som eens
zien."
Vader opende de deur om naar zijn eigen kamer te gaan.
Eduard volgde hem, maar eerst holde hij nog even naar de keuken.
"Rika, ben je nog boos op me?"
"Ik ben niet boos."
"Geef me dan een hand, Rika!" En hij schudde de uitgestoken hand zóó
lang en zóó krachtig, dat Rika "au" riep.