Mijn naam is Beeden, zoon van Hachgane. Konereed mijn oom is nooit
getrouwd geweest en alzoo kinderloos gestorven. Mij heeft men in zijne
plaats gekozen. Adel, de derde koning van dezen naam, heeft die keuze
goedgekeurd, mits ik hem als mijn meester erkennen wilde. Behalve
het volle erf van mijn oom, heeft hij mij eene plek gronds gegeven,
die aan mijn erf paalde, onder voorwaarde, dat ik daarop menschen
zoude stellen, die zijne lieden nimmer zouden ...
daarom wil ik dit hier eene plaats vergunnen.