Toen de zeelieden in de Kreek lagen, was er een spotter uit Staveren
onder hun, die zeide Medea mag wel lachen, als wij haar uit hare burgt
redden. Daarom hebben de maagden die Kreek Medea mêilakkia genoemd. De
gebeurtenissen, die daarna geschied zijn, mogen iedereen heugen. De
maagden behooren die op hare wijze te verhalen en goed te laten
beschrijven. Daarom rekenen wij hiermede onzen arbeid volbracht. Heil.
Einde van het Boek.