HOE HET DEN MAGY VERDER GEGAAN IS.

Nadat de Moeder vermoord was, liet hij de lamp en de maagden naar zijn

schip brengen, benevens allen inboedel, die hem behaagde. Vervolgens

ging hij het Flymeer op, want hij wilde de maagd van Medeasblik of

van Stavoren rooven, en die tot Moeder aanstellen. Doch daar waren

zij op hunne hoede gebracht. De zeelieden van Staveren en Alderga

hadden zich gaarne tot Jon begeven, maar de groote vloot was op eene

verre tocht uit. Nu gingen zij heen en voeren met hunne kleine vloot

naar Medeasblik en hielden zich schuil achter de luwte der boomen. De

Magy naderde Medeasblik, bij helderen dag en schijnende zon. Evenwel

gingen zijne manschappen stoutweg op de burgt aanstormen. Maar als

al het volk met de booten geland was, kwamen onze zeelieden uit de

kreek weg en schoten hunne pijlen met brandende terpentijnballen op

zijne vloot. Zij waren zoo goed gericht, dat vele van zijne schepen

terstond in brand waren. Die op de schepen de wacht hielden, schoten

ook naar ons, doch zij raakten niets. Toen ten laatste een schip al

brandende naar het schip van den Magy dreef, beval hij zijn stuurman

af te houden; maar die stuurman was de Denemarker, die den Fin geveld

had; deze zeide: gij hebt onze Eeremoeder naar den bodem van de

zee gezonden om te melden, dat gij komen zoudt, dat zoudt gij door

de drukte wel vergeten; nu wil ik zorgen, dat gij uw woord gestand

doet. De Magy wilde hem afweren, maar de stuurman een echte Fries en

sterk als een jukos, klemde beide handen om zijn hoofd en tilde hem

over boord in de golvende zee. Vervolgens heesch hij zijn bruin schild

in top en voer recht toe recht aan naar onze vloot. Daardoor kwamen

de maagden ongedeerd bij ons, maar de lamp was uitgegaan, en niemand

wist, hoe het gekomen was. Toen zij op de onvernielde schepen hoorden,

dat de Magy verdronken was, trokken zij weg, want de zeelieden daarvan

waren meest Denemarkers. Nadat de vloot ver genoeg was, wendden onze

zeelieden en schoten hunne brandpijlen op de Finnen af. Toen de Finnen

dat zagen en hoe zij verraden waren, liep alles door elkander en er

was langer geen gehoorzaamheid noch bevel. Op dat tijdstip liep de

bezetting hen uit de burgt. Die niet vluchtte werd afgemaakt en die

vluchtte vond zijn einde in de poelen van het Krylinger woud.

Thet Oera Linda Bok, Naar een Handschrift uit de Dertiende Eeuw · 第 39 / 118 题