UIT MINNO'S GESCHRIFTEN.

Zoo wanneer daar een man is dermate boos, dat hij onze naburen berooft,

doodslagen pleegt, huizen in brand steekt, maagden schendt, wat het

ook zij dat boos is, en onze landgenooten willen dat gewroken hebben,

dan is het recht, dat men den dader vatte en in hunne tegenwoordigheid

doode, opdat daar over geen oorlog kome, waardoor de onschuldige zoude

boeten voor den schuldige. Willen zij hem zijn lijf laten behouden

en de wraak laten afkoopen, zoo mag men dat gedoogen. Is de schuldige

een koning, grevetman, grevet, wie dat het zij, die over de zeden moet

waken, zoo moeten wij het kwaad herstellen, maar hij moet zijne straf

hebben. Voert hij een eernaam op zijn schild van zijne voorvaderen,

dan mogen zijne nabestaanden dien naam niet langer voeren, daarom

dat de eene bloedverwant zorgdragen zal over de zeden des anderen.

WETTEN VOOR DE STUURLIEDEN. STUURMAN IS EEN TITEL VOOR DE

BUITENVAARDERS.

1. Alle Fryas zonen hebben gelijke rechten, daarom mogen alle flinke

knapen zich als buitenvaarders aanmelden bij den olderman, en deze

mag hen niet afwijzen, ten ware dat er geen plaats is.

Thet Oera Linda Bok, Naar een Handschrift uit de Dertiende Eeuw · 第 22 / 118 题