HIER ZIJN DE RECHTEN ALLER FRIESEN OM VEILIG TE WEZEN.

Zoo wanneer er wetten gemaakt worden, of nieuwe inzettingen

zamengesteld, alsdan moet het ten gemeenen nutte geschieden, maar

nimmer ten bate van enkelde menschen, noch van enkelde geslachten,

noch van enkelde staten, noch van iets dat enkeld is.

2. Zoo wanneer er oorlog komt en daar worden huizen vernield of

schepen, hoedanig het ook wezen mogen, hetzij door den vijand, hetzij

bij gemeenen rade, zoo behoort de gemeene gemeente, dat is al het volk

te zamen, dit weder te vergoeden, daarom opdat niemand de algemeene

zaak zal helpen verliezen, om zijn eigen goed te behouden.

3. Is de oorlog voorbij gegaan, en zijn er sommige zoodanig verminkt,

dat zij niet langer werken kunnen, dan moet de gemeene gemeente hen

onderhouden, bij de feesten behooren zij vooraan te zitten, opdat de

jeugd hen zal eeren.

4. Zijn er weduwen en weezen gekomen, dan moet men haar ook

onderhouden, en de zonen mogen de namen hunner vaderen op hunne

schilden schrijven tot eere van hun geslacht.

5. Zijn er sommigen door den vijand gevangen genomen en komen zij

terug, dan moet men hen verre van het kamp wegvoeren, want zij mochten

vrij gelaten zijn onder kwade beloften, en dan mogen zij hunne beloften

niet houden en toch eerlijk blijven.

6. Indien wij zelve vijanden gevangen nemen, dan voere men die diep

in het land weg, en leert hen onze vrije zeden.

7. Indien men hen naderhand vrijlaat, dan laat men dat met goedheid

door de Maagden doen, opdat wij makkers en vrienden winnen in plaats

van haters en vijanden.

Thet Oera Linda Bok, Naar een Handschrift uit de Dertiende Eeuw · 第 21 / 118 题