9. Is er geen hoofdman, dan moet men een kiezen.

10. Is daar geen tijd toe, dan werpe zich een tot hoofdman op, die

zich sterk gevoelt.

11. Heeft de koning een gevreesd volk afgeslagen, dan mogen zijne

nakomelingen zijnen naam achter hun eigen naam voeren. De koning

mag, zoo hij wil, op eene onbebouwde plaats eene plek uitkiezen tot

een huis en erf. Dat erf mag een ronddeel zijn, zoo groot, dat hij

naar alle zijden zeven honderd treden van zijn huis af loopen mag,

eer hij aan zijn grensscheiding komt.

12. Zijn jongste zoon mag dat goed erven, na hem diens jongste zoon,

dan zal men het terug nemen.

Thet Oera Linda Bok, Naar een Handschrift uit de Dertiende Eeuw · 第 20 / 118 题