10. Is daar geen tijd toe, dan werpe zich een tot hoofdman op, die
zich sterk gevoelt.
11. Heeft de koning een gevreesd volk afgeslagen, dan mogen zijne
nakomelingen zijnen naam achter hun eigen naam voeren. De koning
mag, zoo hij wil, op eene onbebouwde plaats eene plek uitkiezen tot
een huis en erf. Dat erf mag een ronddeel zijn, zoo groot, dat hij
naar alle zijden zeven honderd treden van zijn huis af loopen mag,
eer hij aan zijn grensscheiding komt.
12. Zijn jongste zoon mag dat goed erven, na hem diens jongste zoon,
dan zal men het terug nemen.