DIT ZIJN DE RECHTEN DER MOEDER EN DER KONINGEN.

1. Zoo wanneer er oorlog komt, zende de Moeder hare boden naar den

koning, de koning zende boden naar de grevetmannen om de landweer.

2. De grevetmannen roepen alle burgtheeren te zamen en bespreken hoe

vele mannen zij zullen zenden.

3. Alle besluiten van dezen moeten dadelijk naar de Moeder gezonden

worden, met boden en getuigen.

4 De Moeder laat alle besluiten verzamelen en geeft het guldengetal,

dat is het middengetal van alle besluiten te zamen. Hiermede moet

men vooreerst vrede hebben, en de koning eveneens.

5. Is het leger te velde, dan behoeft de koning slechts met zijne

hoofdmannen te raadplegen, doch daarbij moeten altijd de drie

burgtheeren der Moeder vooraan zitten zonder stem. Deze burgtheeren

moeten dagelijks boden naar de Moeder zenden, opdat zij weten moge

of er iets gedaan wordt, strijdende met Fryas raadgeving.

6. Wil de koning iets doen, en zijne raden niet, zoo mag hij het

niet onderstaan.

7. Komt een vijand onverwacht, dan moet men doen, zooals de koning

gebiedt.

8. Is de koning niet op het pad, dan moet men zijn volger gehoorzaam

wezen, of die op dezen volgt, tot den laatsten toe.

Thet Oera Linda Bok, Naar een Handschrift uit de Dertiende Eeuw · 第 19 / 118 题