22. Zijn hare burgtheeren medeplichtig, dan doet men even zoo met hen.

23. Is hare schuld twijfelachtig of bloot vermoeden, dan moet men

hier over beraadslagen en spreken, zoo het noodig is, eenentwintig

weken lang. Stemt het half deel schuldig, zoo houde men haar voor

onschuldig. Twee derde, zoo wacht men nog een vol jaar. Stemt men dan

ook nog zoo, dan mag men haar voor schuldig houden, maar niet dooden.

24. Bijaldien er onder het derde deel sommigen zijn, die haar voor

zoo onschuldig houden, dat zij haar willen volgen, zoo mogen zij dat

doen met al hunne drijvende en tilbare have en niemand behoort hen

daarom te minachten, aangezien de meerderheid even goed kan dwalen

als de minderheid.

Thet Oera Linda Bok, Naar een Handschrift uit de Dertiende Eeuw · 第 14 / 118 题