23. Is hare schuld twijfelachtig of bloot vermoeden, dan moet men
hier over beraadslagen en spreken, zoo het noodig is, eenentwintig
weken lang. Stemt het half deel schuldig, zoo houde men haar voor
onschuldig. Twee derde, zoo wacht men nog een vol jaar. Stemt men dan
ook nog zoo, dan mag men haar voor schuldig houden, maar niet dooden.
24. Bijaldien er onder het derde deel sommigen zijn, die haar voor
zoo onschuldig houden, dat zij haar willen volgen, zoo mogen zij dat
doen met al hunne drijvende en tilbare have en niemand behoort hen
daarom te minachten, aangezien de meerderheid even goed kan dwalen
als de minderheid.