2. Cephalochorda.

In vele opzichten draagt Amphioxus (de slakprik), de eenige levende

vertegenwoordiger der Cephalochorda, de sporen van af te stammen van

een hooger georganiseerden vorm. Ook zijn levenswijze en de aard van

zijn voedsel wijzen daarop. Toch stond die voorouderlijke vorm

waarschijnlijk ver beneden alle levende Craniata. Er is geen reden om

te onderstellen, dat deze voorouder een schedel of eigenlijk gezegde

hersenen bezat. Wel bezat die voorvader waarschijnlijk parige oogen,

gehoororganen (otocysten) en nieren (nephridia), welk alles Amphioxus

mist, en was ook grooter dan deze laatste. De epipleurale plooien, die

bij Amphioxus den kap van den bek, de opercula der kieuwen en de

daarmede samenvloeiende buikvin vormen, waren waarschijnlijk minder

ontwikkelde zijdelingsche lijsten, welke de kieuwspleten van voren en

van achteren beschermden, en door hun golving en de verplaatsing van

het lichaam in de ruimte hielpen tot stand brengen, terwijl de mediane

(onparige) vin en haar stralen goed ontwikkeld en hoofdorgaan voor de

verplaatsing waren.

Amphioxus en zijn larve zijn asymmetrisch gebouwd. Er is geen reden om

aan te nemen, dat dit ook met den voorvader het geval was.

De afstamming van den mensch en de seksueele teeltkeus, deel 1 (van 2) · 第 72 / 111 题