In vele opzichten draagt Amphioxus (de slakprik), de eenige levende
vertegenwoordiger der Cephalochorda, de sporen van af te stammen van
een hooger georganiseerden vorm. Ook zijn levenswijze en de aard van
zijn voedsel wijzen daarop. Toch stond die voorouderlijke vorm
waarschijnlijk ver beneden alle levende Craniata. Er is geen reden om
te onderstellen, dat deze voorouder een schedel of eigenlijk gezegde
hersenen bezat. Wel bezat die voorvader waarschijnlijk parige oogen,
gehoororganen (otocysten) en nieren (nephridia), welk alles Amphioxus
mist, en was ook grooter dan deze laatste. De epipleurale plooien, die
bij Amphioxus den kap van den bek, de opercula der kieuwen en de
daarmede samenvloeiende buikvin vormen, waren waarschijnlijk minder
ontwikkelde zijdelingsche lijsten, welke de kieuwspleten van voren en
van achteren beschermden, en door hun golving en de verplaatsing van
het lichaam in de ruimte hielpen tot stand brengen, terwijl de mediane
(onparige) vin en haar stralen goed ontwikkeld en hoofdorgaan voor de
verplaatsing waren.
Amphioxus en zijn larve zijn asymmetrisch gebouwd. Er is geen reden om
aan te nemen, dat dit ook met den voorvader het geval was.