"Kom," zei Karibo, terneer geslagen. "We moeten weer gaan zoeken. Hij
kan nu toch niet ver weg zijn... 'n Jongen in z'n hemd moet toch ook
iedereen gezien hebben..."
"Geen mensch heeft hem gezien," zei de secretaris zacht. "Ik heb
vanmorgen dadelijk overal nasporingen laten doen. Door de heele
stad heb ik laten navragen. Niemand wist er iets van. 't Geval is
onbegrijpelijk."
"'t Geval is onbegrijpelijk heeren," zei de burgemeester die wat
begon bij te komen. "En als er een is die er niemendal van begrijpt
dan ben ik 't."