Ik oordeelde het van mijn plicht om de Heer de Lesseps te waarschuuwen

van het gevaar het welk daar in gelegen was, om voor en aleer dat dit

aanhoudende slegte wêer voorbij was, eene gevaarlijke en in zich zelfs

moeijelijke reis te onderneemen, en daar door misschien de brieven te

verliezen, waar meede hij voor het hof van Frankrijk gelast is; daar en

boven heb ik hem verzekerd, dat dewijl ik zelfs verplicht was om zo dra

mogelijk naar Okotsk terug te keeren, ik hem als dan onder mijne

bescherming meede zou neemen, en dat wij ons niet zouden ophouden dan

volstrekt onvermijdelijk was.

3. In die tusschentijd, is de Heer de Lesseps van eene zeer hevige

buikloop aangevallen, deszelfs ziekte heeft negen weeken geduurd en

heeft hem zeer verzwakt.

4. De hongersnood die onder de honden op de westkust van Kamschatka

geregeerd had, heeft ons genoodzaakt om verscheide omwegen te nemen, en

eenen langen tijd de oostkust te moeten volgen.

5. Wij wierden genoodzaakt om in een dorp of Ostrog genaamt

Poustaretsk, en zeshonderd wersten van de stad Ingiga afgelegen, stil te

houden; wij kwamen daar den 26 Februarij; Ik maakte van alle mogelijke

middelen gebruik om spoedig van daar te vertrekken, dog de honden, de

leevensvoorraad en de verdere onderstand die ik wachtende was, niet

komende opdagen, besloot ik de Heer de Lesseps op den 7/18 Maart met

kleine sleeden in dat land in gebruik, te laaten vertrekken. Ik wierd

hier toe in de mogelijkheid gesteld, door dat hij met weinig reisgoed

bezwaard was, en door het aanspoelen van een walvisch aan den zee oever,

waar van ik stukken deed afsnijden om zijne honden te voeden; en ten

einde hij geene beletzelen in het ostrog van Kaminoï door Koriaken

bewoond, op welken wij juist niet veel vertrouwen kunnen stellen, zoude

ontmoeten, heb ik de Heer Capitein Smaleff bewoogen om hem derwaards te

vergezellen; Ik heb hem aan alle de plaatzen waar hij doortrekken moest

aanbevolen, en hem zo veel hulp als in mijn vermogen was toegebragt om

zeker en spoedig voorttereizen; dog terzelver tijd heb ik niet kunnen

afzijn van hem te waarschuwen, dat hij zich veel zwaarigheden en

vermoeijenissen tot op zijn komst te Okotsk moest voorstellen; Ik heb

hem daar en boven verzekerd, dat hij het einde van dit jaargetij zou

moeten afwachten; eer hij zich van Okotsk naar Yakoutsk zou kunnen

begeeven, dewijl de wegen tusschen deeze twee steeden volstrekt

onbruikbaar, of ten minsten ten uitersten gevaarlijk geduurende de

winter zijn, uit hoofde van de zeer groote meenigte sneeuw waar meede

dezelve overdekt zijn.

In kennisse daar van heb ik deeze getekend, met het keizerlijk zegel van

mijn departement gezegeld, en meede door de Heer Smaleff, Capitein

Inspecteur van Kamschatka doen ondertekenen.

Gedaan in het Ostrog van Poustaretsk den 12/23 Maart van den jaare

duizend zeven honderd en agt en tagtig.

Het bovenstaande geschrift voorgelezen en goedgekeurd, en aan den Heer

Smaleff vertolkt. _Getekend_ Grégoire Kasloff Ougrenin, Colonel en

Bevelhebber van Okotsk en Kamschatka.

_Hier is in het Russisch gescbreeven_, VASSILI

SMALEFF, capitan ispravnik.

_Verklaaring van den Commandant van Okotsk._

De Heer de Lesseps is den 25 April (5 Maij) 1788 te Okotsk, zeer

vermoeid en ongesteld van zijne reis aangekomen; zijn voorneemen was

echter om dadelijk weer te vertrekken, en van de nog overige tijd waar

in de sledevaart kon geschieden, gebruik te maaken tot aan het kruis van

Yudoma, van waar hij bij de ontdooijing der rivier Yudoma, dezelve te

water kon afzakken; Ik wendde alle poogingen aan om hem daar in de

behulpzaame hand te bieden; de honden en alles wat hij voor de reis

nodig had was in gereedheid, dog het slegte weder hield ons te rug: het

zelve was door een hevige dooij die niet ophield, en die in weinig dagen

de wegen onbruikbaar maakte, veroorzaakt; Ik hoopte, niettegenstaande

dit toeval, dat de vorst nog eenige nagten zou aanhouden, en dat hij

daar van gebruik kon maaken, het welk in dit jaargetij zeer dikwils

gebeurt; deeze had geen plaats, en het was voor de Heer de Lesseps

onmogelijk om te vertrekken; zelfs ondernam hij om zich op weg te

begeeven, dog hij was, gelijk ik wel verwacht had, genoodzaakt te rug te

keeren, hebbende de wegen en rivieren verschriklijk en met water

overdekt gevonden; wij bedagten toen een ander middel, dog hier meede

moest gewagt worden tot dat de rivieren ontdooijt waaren, en de sneeuw

eenige plaatzen op de velden ontbloot had, ten einde een weinig voedzel

voor de paarden te kunnen bekomen; dit was het eenigste middel, waar

van hij gebruik kon maaken wanneer hij op den 25 Junij vertrok, terwijl

hij zich echter blootstelde om een gedeelte zijner paarden door gebrek

te zullen verliezen; hij stemde geenzints vrijwillig onder geen

voorwendzel hoe genaamd, om zo veel tijds hier te verblijven, en ik

besloot om de beste of om beter te zeggen de minst slegtste paarden te

doen opzoeken en uitkiezen, en om hem op het eerste gunstige tijdstip te

laaten vertrekken, namelijk wanneer het meeste water zou afgeloopen

zijn; Ik was over den spoed van zijnen togt zedert het Ostrog van

Poustaretsk verbaasd, alwaar hij de Heer Kasloff verliet die nog niet

aangekomen is, het zij dat die door de wegen of het jaargetij opgehouden

word, of dat de middelen om zijn reis te volbrengen, hem ontbreeken; het

besluit dat de Heer de Lesseps genomen had om hem te verlaaten, was het

verstandigste en het beste, hij zou die weg nog in korter tijd afgelegt

hebben; indien de stormwinden hem geduurende tien agtereenvolgende dagen

zulks niet belet hadden.

Ik heb deeze verklaaring, op verzoek van den Heer de Lesseps getekend en

afgegeeven, om ten bewijze te dienen zo van de noodzaaklijkheid zijns

verblijf in deeze stad; als van de onmogelijkheid om met meerder spoed

in dit land vooral in dit jaargetij, te kunnen reizen.

Gedaan te Okotsk, den zes en twintigsten Maij (5 Junij) van den jaare

duizend zeven honderd agt en tagtig. _Geteekend als het Bevelhebberschap

waarneemende_, JOHAN KOKH, Bijzitter.

Einde van het Tweede en laatste Deel.

WOORDENBOEK

DER

KAMSCHATSCHE, KORIAKSCHE,

TCHOUKTCHISCHE en LAMOUTSCHE

TAALEN.

~HOLLANDSCH.~ ~RUSSISCH.~ ~KAMSCHATSCH.~ ~KORIAKSCH.~

_God._ Bokh.[232] Douchtéakhtchitch, Kamakliou of

Kont & Koutka. Angag.

_Vader._ Otets. Epep. Empitch.

_Moeder._ Matt. Engatcha. Ella.

_Kind._ Dittia. Péétch. Kmouiguin.

_Ik._ Ja. Kimméa. Guiomma.

_Naam (van een Imea. Kharénétch. Ninna.

zaak.)_

_Cirkel of rond._ Kroug. Kill la Kil. Kamlell.

_De reuk._ Doukh. Tchekh outch. Vouï Voui.

_Een beest._ Zvér. Kazit Kenguiia. Alliougoullou.

_Een paal._ Koll. Outlept Kouitch. Oupouinpin.

_Rivier._ Reka. Kiig. Veiem.

_Het werk._ Rabota. Kazonem. Jakhitchat

guiguin.

_De dood._ Smért. Eranim. Veiaguiguin.

_Het water._ Voda. Azamkh of Ji. Mima.

_De zee._ Moré. Ezouk. Ankan.

_Berg._ Gora. Inzit. Guiéguéi.

_Het Kwaad._ Boll. Lodorum. Fatch guiguin.

_De luiheid._ Lénn. Kh-alacik. Kouloumgatomg.

_De zomer._ Léta. Adempliss. Alaal.

_Het jaar._ God. Tkhatkhass. Guiviguiv.

_Het Heelal._ Svétt. Atkhat. Khétchguikhei.

_Het zout._ Soll. Peipiem. Yamyam.

_Een os._ Bouik. Kezioung. Tchimga.

_Het hart._ Certsé. Guillioun. Lingling.

_De Sterkte._ Cila. Kekhkekh. Nikétvoukhin.

_De gezontheid._ Zdràva. Klouvesk. Tmelessvouk.

_Goed._ Kharacho. Klioubello. Nimélkhin.

_Kwaad._ Dourno. Keiel. Khatkin.

_De Hand._ Rouka. Tonno (of) Cettoud. Mouina Galguin.

_De voet._ Noga. Katkha (of) Tkada. Guit Galguin.

_Het oor._ Oukho. Aillo (of) Jioud. Vélioulguin.

_De neus._ Noss. Kekiou (of) Kika. Enguittaam.

_De mond._ Rott. Cekcé (of) Kissa. Ikniguin.

_Het Hoofd._ Glava. Khobel (of) Léout.

Tchouzgea.

_De keel._ Gorlo. Kouikh. Pilguin.

_Het voorhoofd._ Lob. Tchoutschel (of) Kitschal.

Tchikika.

_De tand._ Zoub. Kip khépp. Bannalguin.

_De tong._ Jazik. Ditchel. Lill.

_De elleboog._ Lokott. Tallotall. Nitschiouvétt.

_De vingers._ Paltsi. Tkida (of) kik- Télguit.

énn.

_De Nagels._ Nokhti. Koud (of) Kououn. Véguit.

_De wangen._ Choki. Aié ioud (of) Pr- Elpitt.

énn.

_De hals._ Chéia. Khaitt. Ennaïnn.

_De schouder._ Pletcho. Tanioud (of) Tenno. Tilpitt.

_De buik._ Brioukho. K-Khaïlita. Nannktiénn.

_De Neusgaten._ Nozdri. Kanngassounn. Innvalté.

_De wenkbraauwen._ Brovi. Talténn. Litchvétt.

_De oogleeden._ Réssnitsi. Khenng Illiatchiguit.

iatschourenn.

_Het aangezicht._ Litso. Gouénng. Liouigoulkhall.

_De rug._ Spina. Karo. Khaptiann.

_Natuurlyke deelen Kallkann.

van de man._

_Natuurlyke deelen Kouappa.

van de vrouw._

_Het bloed._ Krou. Bechlem. Moulliou moul.

_Groot._ Véliko. Tgolo. Niméankhin.

_Klein._ Malo. Outchinnélo. Ouppoulioukhin.

_Hoog._ Vouissoko. Kran-alo. Niguineguimakhen.

_Laag._ Nisko. Disoulo. Nwtokhin.

_De zon._ Solntzé. Koulletch. Tikiti.

_De maan._ Méeéts. Kirkh-kirkh. Yalguin.

_Een ster._ Zvezda. Ezeng-itch. Lillia Petschan.

_De Hemel._ Nebo. Kirkh-khell. Kh-igan.

_Een straal._ Loutch. Is-eiguilik. Tikakh-Mouinpen.

_Het vuur._ Ogonn. Briououmkhitch (of) Mouilguin.

Panitch.

_De hette._ Jarr. Kékak. Koutigué létonn.

_De stem._ Goloss. Khaélo. Koumguikoum.

_De deur._ Dvér. Onnotch. Téllitél.

_Een kuil in de Jama. Khiouép. Zolou ioulguin.

aarde._

_De dag._ Dénn. Taaje. Alvoui.

_De nagt._ Notsch. Kiounnouk. Nikinik.

_Stad._ Grad. Attéiim. Gouina.

_Het leven._ Tizu. Zoït Téném. Kioulgatnguin.

_Het bosch._ Leos. Ou out. Outitou.

_Het gras._ Trava. Chichtch. Biigai.

_De slaap._ Sonn. Caéksn. Miél Khaïtik.

_Boom (of) hout._ Drévo. Ou (of) Outé. Outouout.

_Slaapen._ Spatt. Oun ekleni. Kouel Khalangui.

_Snyden._ Rezatt. Lzinim. Koutch viguin.

_Knoopen, Vezatt. Tratak. Tién Mouiguin.

vastmaaken._

_De maat._ Mera. Tiakinioung. Tennmétén.

_Het goud._ Zoloto.   Elnipélvouitinn.

_Het zilver._ Srébo.   Elnipelvouition.

_Een haard._ Otchag. Ak kannim. Melguippioulguin.

_Een huis._ Domm. Kizd. Ja ianga.

_Het gehoor._ Sloukh. Joulloteliim. Tikovalaming.

_Het gezicht._ Zrenié. Eltchkioulnim. Tikila ounguin.

_De smaak._ Vkouss. Tal-tal.

_De reuk._ Obonamié. Kheisk. Kot keng.

_Het vel._ Koja. Salsa. Nalguin.

_Staa, Hou op._ Stoï. Khimikhtch. Khanni vouilgui.

_Een hond._ Sabaca. Kossa. Kh. attaau.

_Een ei._ Jaitso. Dilkhatch. Ligli.

_Een vogel._ Ptissa. Disskhilt. Gallia.

_Een pen._ Péro. Cissioie. Teguelguin.

_De man._ Mouje (of) Kiskoug. Ouiakhotch.

Mouch.

_De vrouw._ Géna. Tigensoutch. Nevgann.

_De broeder._ Bratt. Tig-a. Khaita kalguin.

_De zuster._ Séstra. Dikhtoung. Tehaa kiguit.

_De liefde._ Lioubov. Allokhtel anim. Kekmitcha angui.

_Beminnen._ Lioubitt. Tallokhtel azinn. Ekmoukoulniguin.

_Een brief._ Zémlia. Cimmit. Noutelkhen.

_Een gordel._ Poïass. Ciitit. Iguit.

_Een steen._ Kaminn. Kouall. Gouvién.

_Geeft._ Daï. Katkou. Khinéélgui.

_Ga, ga heen._ Padi, Téout. Khallikhatigui.

padipotsch.

_Neen._ Niétt. Biinakitlik. Ouinnié.

_Ja._ Da. Lébell. E.

_Drinken._ Pitt. Ekoss khoinim. Mouiv vouitschik.

_De tijd._ Vreméa. Tak khit (of) Khoulitik.

Takkhiiat.

_Dik._ Tolst. Khaoumouilli. Nooumkhiu.

_Een been._ Kost. Kotg amtch. Kh attaam.

_Zingen._ Pétt. Ang iéssonim. Kagannguiang.

_Ligt._ Légok. Dims khoulou. Ninnakhin.

_Koei._ Karova.

_Schaap (of) Baram. Koulem. Kitéb.

Argali._

_Varken._ Svinia. [233]

_Gans._ Gouss. Kissouiéss.

_Eendvogel._ Outka. Ditchimatch.

_Een Gragt (of) Rov. Aetchpouinnim. Nota guilguiguin.

Canaal._

_Vrugt._ Plod. Issgatessitch. Sévouinann.

_Hoorn._ Rov. Détténn. Innalguin.

_Goed._ Dobro. Klioubello. Malguiguin.

_Slegt._ Khoudo. K'kellello. Kh antkinn.

_Wortel._ Korén. Jaéngettsch. Nimmakin.

_Stam._ Pénn. Enni mellokol. Tattkhoub.

_De schors._ Kora. Treltch. Il khelguip.

_Wit._ Bélo. Guennkaio. Nilgakhin.

_Rood._ Krasno. Tchatch-alo. Neit Tschikhiu.

_Wyn (of) Vino. Koabkho-azang. Akhamimil.

Brandewyn._

_Zaaijen._ Séiatt.

Brood._ Khléb.

_Haver._ Oveuss. [234]

_Rogge._ Rosch.

_Dekken._ Seritt. Khankhlidinn. Khiniatchéiaguin.

_Brengen._ Nossit. Lénouiarenk. Khinéalguitati.

_Sleepen._ Vozit. Khéningekhich Kouénguinin.

_Eikenboom._ Doub.

_Schip._ Soudno, Tokh, khatim. Atviniakou.

karable.

_Huwelijk._ Brak. Ea ittipositch. Konaoutiguing.

_Vlakte._ Poléa. Ouskh. Kitilkhin.

_Veld._ Pachnéa.

_Ploegen._ Pakhatt.

_Ploeg._ Sokha.

_Egge._ Borona.

_Moeite, Ongemak._ Troud. Akhltipkonnim. Jakhitchatguiguin.

_Meisje._ Déva of Dévka. Oukhtchitch. Janguianaouv.

_Jongen._ Maltchik. Pekhatchoutch. Ak kapill.

_Duif._ Goloub.

_Wagt._ Storoje. Annatchourté. Koun oung.

_Wasdom._ Rost.

_Kraamen, in de Rodini. Jouss ass Kmigatalik.

kraam komen._ khénizatch.

_Magt, Wil._ Vlast. Inatch kékuaouv. Katvouguiguin.

_De avond._ Vétschér. Ettém. Anguivénguin.

_Paard._ Konn of Lochat.

_De morgen._ Outro. Moukoulass. Jakhimitiv.

_Nu._ Téper. Eéngou. Ettchigui.

_Eerder._ Préjedé. Koummétt. Inkilép.

_Laater._ Possé. Déméll. Javatching.

_Gij._ Tí. Kizé. Guitché.

_Wij._ Mouí. Bouze. Mouiou.

_Hij._ On. Tié. Enno.

_Zij._ Onna. Tschii. Ennonevitkhet.

_Hun._ Onni. Tié nakil. Joutschou.

_Gij lieden._ Voui. Souze. Touiou.

_Hier._ Zdéss. Tetchkh. Gouitkou.

_Daar._ Tamm. Ték koni. Nanko.

_Zie daar._ Vott. Tétk oun. Gout Tinno.

_Baard._ Boroda. Elloud. Lelou.

_Hairen._ Voloss. Tchérakhtcht (of) Nitchouvoui.

Koubid.

_Geschreeuw._ Krik. Orang torritch. Koukomgalag.

_Gedruis._ Schoumm. Oukh véchtchitch. Kouvitchiguitchi-

guétok.

_Baaren der zee._ Volni. Kéga. Kantchiguitang.

_Zand._ Péssok. Bezzalik. Tchiguéi.

_Klei-aarde._ Gliria. Kitt khim. Att ann.

_Het Groen._ Zélénn. Dokhle kralo. Touiévégaï.

_Groen._ Zélénoié.

_Aardworm._ Tschérf. Gepitch. Enniguém.

_Tak, loot._ Souk. Jousstiltch. Elligér.

_Bladeren._ Listi. Bouilt lell. Voutoo outo.

_Regen._ Dojede. Tchoukh tchou. Moukhémouk.

_Hagel._ Grad. Koutg atta. Nikbéout.

_Weerlicht._ Molnia. Kig Kikh. Kigui guilann.

_Sneeuw._ Snég. Korell. Gallag-all.

_Koude._ Stouja. K-ennétch. Khialguin.

_Slijk._ Gress. Tcha on esch. Ekékaguiguin.

_Melk._ Moloko. Doukh énn. Lioukhéi.

_Man._ Tschélovék. Krochtcho. Ouiémtevouilann.

_Oud._ Starr. Kizékh Kétlinn. Enn pann.

_Jong._ Molod. Linnétt lék. G-oïitchik.

_Gaauw._ Scoro. Dikh-ak. Innaéï.

_Zagtjes._ Tikho. Dikh-letchoull. Métchinné.

_Het volk, de Liudi. Krochtchorann. Toumgou.

menschen._

_Hoe?_ Kak. Libéch. Mintchi.

_Waar?_ Gdé. Binnié. G-aminna.

_Wanneer?_ Kogda. Ittia. Tité.

_Wat?_ Tchto. Enokitch. Inna.

_Aan wie?_ Kémm. Kiouliout. Méki.

_Aan wat, met Tchémm. Enok kaïell. Jouk-khé.

wat._

_Visch._ Riba. Ennitch. Innaénn.

_Vleesch._ Missa. Talt gall. Khostokvole.

_Oever._ Bérég. Khaïmim. Antchouimm.

_Diepte._ Gloubina. Amm-amm. Nimm Khénn.

_Hoogte._ Vouissota. Krann-all. Niguinéguillokhénn.

_Breedte._ Chirina. Ank lakill. Nalamkhinn.

_Lengte._ Dlina. Joulijel. Nivlikhinn.

_Byl._ Topor. Kouachou. Khaall.

_Hof._ Rouil. Tezitch. Guitkaouétché.

_Wervelwind._ Vikhr.

_Storm._ Bouréa. Tvetvi (of) pourga. Nouteguinn (of)

Pourga.

_Heuvel._ Kholm. Tek khoulitch. Ténoup.

_Grenzen._ Méja.

_Muis._ Mouich. Dekhouitch. Pipikhilguin.

_Vlieg._ Moukha. Khalimitch. G-alamit.

_Spyker._ Guozd.

_Twist._ Brann. Letch khalikalim. Kaouvtchiténg.

_Krijgsman._ Voïnn. Tesk koullou. Enn Khévlann.

_Oorlog._ Voïnn. Ar-rokhl-konim. Nonn Mitchélangui.

_Baterij._ Draka. Kotkinaoutché-

Loss-komozitch. laangui.

_Harnas._ Lati. Mitchiguév.

_Verdrag, Lad. Killiouch. Kovélevlangui.

Overeenkomst._

_Vréede._ Mir. Lomstach. Mitang étvéla.

_Vergenoegd, Rad. Khaiouk. Tiguinévok.

bekoord._

_Dief._ Tad vorr. Soukh atchoutch. Koutou lagaïténg.

_Kuil._ Dira. Palp gall. Khénpi.

_Schenken._ Litt. Lioussézitch. Koutag-annguinn.

_Kooken._ Varitt. Kokazok. Koukoukévong.

_Slaapen._ Létch. Kh-alitch, Matchégatik.

_Sexe._ Pol. Ozatitt. Tchétchaguing.

_Onder._ Pod. Cessko.

_Boven._ Nad.

_Zonder._ Béz. Innakineuke. Ekh-é.

_Ongeluk._ Béda. Titch Kéink. Tschémgaïkitcho-

guidinn.

_Overwinning._ Pobéda. Danntch- Mouitinntaouvnaou.

tchkitchétch.

_Het weekste en Béll. Guemkalo. Nivanngam.

het blankste

gedeelte van de

boom onder de

schors._

_Geweest._ Boultt. Dellitch. Khilléguil.

_Ys._ Léd. Kirvoul. Nilgaguinn.

_Slaan._ Bitt. Emill tchaliim. Ténnkiplénn.

_Walvisch._ Kitt. Dénn. Jounni.

_Gevallen (deelw. Pall. Etkhl khlinn. Vouiéguéi.

van vallen.)_

_De damp._ Par. Tchounéssétch. Kipil-ating.

_Geklag._ Volp. K-khanagtch. Kotéinn gatinng.

Jivo. Zountchitch. Koukioulgtinng.

_Het kwaad._ Jlo. Khakaitt hlézitch. Kh-antt kinn.

_Waar._ Ili. G-akka. Méttké.

_Aan hun._ Imm. Doué énkaldakioul. Euning.

_Een._ Jédin. Dizitt. Ennann.

_Twee._ Dva. Kaacha. Niiékh.

_Drie._ Tri. Tchook. Niikoah.

_Vier._ Tchétiré. Tchaak. Niiakh.

_Vijf._ Pétt. Kom étak. Mouillanguinn.

_Zes._ Schést. Kilik-okk. Ennann-

mouillanguinn.

_Zeven._ Sémme. Ettgatanok. Niiakh-

mouillanguinn.

_Agt._ Vossémm. Tchokh-otténokh. Niioukh-

mouillanguinn.

_Negen._ Dévétt. Tchak-attanokh. Khonnaï-tchinkinn.

_Tien._ Déssétt. Tchomkhotako. Mouinéguitkinn.

_Twintig._ Dvatsétt. Kaachatcho-khotako. Kh-alik.

_Dertig._ Trissétt. Tchook-tchom- Kh-

khotako. alikmouinéguitkinn.

_Veertig._ Sorok. Tchaak tchom- Niékh alik.

khotako.

_Vyftig._ Pettdéssétt. Kom-iétak-tchom- Niékh

khotako. alikmouinéguitkinn.

_Zestig._ Schésdéssétt. Kilk-ok-tchom- Niekh khalik.

khotako.

_Zeventig._ Sem desset. Etgatanokh-tchom- Nioukhalikmouiné-

khotako. guitkinn.

_Taggentig._ Vossém desset. Tchokhatténokh- Niakh-khalik.

tchom-khotako.

_Negentig._ Dévenosto. Tchakh-attanokh- Niak

tchom-khotako. alikmouionéguit-

kinn.

_Honderd._ Sto. Tchom-khotako- Mouilanguin khalik.

tcham-khotako.

_Duizend._ Tissétcha. Mouinéguitkinn

mouilanguin

kh-alik.

Historisch dagverhaal der reize van den heer De Lesseps Zedert het verlaten van den Heer Graaf de la Perouse en zyne togtgenooten in de haven van St. Pieter & Paulus op Kamchatka, enz. · 第 30 / 31 段