Wij reeden over verscheiden bergen door ysselijke slegte wegen, die mijn

arme Golikoff sterk deeden klaagen, dewijl hij half verbrijzeld was,

door het geduurig schokken van ons helsch rijtuig, waar van hij voor de

eerstemaal de proef had. Eindelijk, na dat wij het klooster van

Voznéssenskoï, van waar men Irkoutsk begint te ontdekken, aan onze

regterhand hadden laaten liggen, kwamen wij aan den kleinen arm van de

rivier, die onder de muuren van de stad heenloopt, en welke men

overtrekt zonder dat men van het rijtuig behoeft aftestappen. Daar,

wierd ik door een schildwagt aangehouden, die volgens zijne orders, de

Heer Commandant wilde gaan waarschuwen; dog zich vergenoegd hebbende met

mijn naam en qualiteit, het welk ik hem op schrift gaf, stond deeze

soldaat mij toe van hem voor uittegaan; het was omtrent des avonds ten

elf uuren wanneer ik in deeze hoofdstad binnen trad, hebbende zedert

mijn vertrek van Yakoutsk twee duizend vijfhonderd vierennegentig

wersten afgelegd.

Ik stapte bij den stadsopzigter (à la police) van mijn rijtuig, ten

einde daar een logement te vraagen; de _Kwartermester_ of wijkmeester

bragt mij in een huis, waar van den Heer, wel verre van aan het bevel te

gehoorzaamen, het geen hem wierd gegeeven om mij te ontfangen, zich niet

eens verwaardigde van optestaan, ten einde ons reden van zijne weigering

te geeven. Ik zag het oogenblik gebooren worden waar in den opzichter,

vergramd door eene zo onbeleefde wederstand, zijn gekrenkt gezag wilde

wreeken; echter gelukte het mij om hem tot bedaaren te brengen, en ik

verzogt hem dat hij voor mij een ander verblijf wilde uitzoeken.

Intusschen was de _Gorodnitsch_ of bevelhebber van de plaats, de Heer

Majoor Dolgopoloff onderricht van mijne aankomst, en van de kleine

onaangenaamheid die mij bejegend was; hij begaf zich dadelijk ter

plaatze, waar ik naauwlijks bezit van genomen had, verzogt verschooning

op verschooning wegens, dat men mij op eene onbeschofte wijze rondgeleid

had, om mij eindelijk zulk een slegt verblijf te geeven, en

niettegenstaande al het geen ik ten voordeele daar van wilde bijbrengen,

noodzaakte hij mij echter om het zelve te verlaaten en met hem te gaan.

Ik verloor geenzints bij deeze verandering, men kan zich geen

welgeschikter en cierlijker verblijf voorstellen dan dat, waar hij mij

bragt; het was eene reeks van verscheiden vertrekken, allen fraaij met

huisraad opgeschikt; en vercierd met schilderwerk in kalk; dog het geen

mij het meeste trof was den oplettenden iever waar meede men mij

bediende, en in alles voorkwam.

1788. _Augustus_ Den 7.

Bezoek bij de Gouverneur afgelegt.

De volgende morgen, kwam de Heer Dolgopoloff mij afhaalen, om mij aan

den Gouverneur, de Heer Generaal Majoor Arsénieff voortestellen; ik

overhandigde hem de brieven van de Heer Kaslof, uit hoofde van de

afwezendheid van den Gouverneur Generaal de Heer Jacobi, die zich als

toen te Petersburg bevond. Ik was bijzonder vergenoegt over de wijze

waar op de Heer Arsénieff mij ontfing; na mij met beleeftheden

overlaaden te hebben, vorderde hij dat ik van geene andere tafel dan van

de zijne zou gebruik maaken, en maakte mij met zijn gezin bekend,[215]

welkers eensgezindheid, verstand en vrolijkheid, van zijn huis een

waarlijk aangenaam verblijf vormt, en den toon aan het gezelschap

geeft, het welk door zoveel aangenaamheid derwaards gelokt word.

[215] Bijna alle zijne kinderen spreeken fransch; een zijner zoonen

schrijft het zeer wel, en deeld met zijn broeder duizenderleie

beminnelijke hoedanigheden: een suster van hun is met den Onder

Gouverneur getrouwd.

Te Irkoutsk. Belooning die ik voor Golikoff verkreeg.

Ik maakte van de goede geneigtheid en verplichtende aanbiedingen van den

Heer Gouverneur gebruik, om mijn Soldaat Golikoff met nadruk aan hem

aantebeveelen; de ontelbaare diensten welken mij deezen braave man

beweezen had, zijne getrouwheid, zijne verkleeftheid in alle

gelegenheden waaren nog meer voor hem pleitende dan ik zelf, en de Heer

Arsénieff wilde een zo goed voorwerp bij zich houden; dog de eerzucht

van den armen Golikoff[216] bepaalde zich om in de bezetting van

Yakoutsk ingelijfd te worden, werwaards hij door de hartelijke liefde

voor zijn Vader in die stad woonachtig, en door zijne genegenheid voor

de Heer Kasloff geroepen wierd, dewijl hij zich gelukkig achtte om onder

het bevel van dien Heer te dienen; diergelijke gevoelens vermeerderden

de belangneeming welke mijne verhaalen reeds hadden ingeboezemd, en

mijn begunstigde verkreeg dadelijk de gunst die ik voor hem verzogt had.

[216] Geduurende mijn verblijf te Okotsk, had de Heer Kokh op mijn

verzoek de goedheid gehad, hem tot corporaal te verheffen; deeze

onverwachte gunst maakte eene zo levendige indruk op zijn geest, dat

ik, bij de terugkomst van de wagtparade meende, dat hij zinneloos van

vreugde en erkentenis zou worden.

Ik ging vervolgens bij de Heer Poskatschinn, de bijzondere vriend van

den Heer Kasloff, een bezoek afleggen, wiens aanbeveeling mij allerleie

beleeftheden verzorgde. Ik vond daar een Roomsch priester, naar Siberien

gezonden om de hulp van zijne bediening aan de Christenen der Roomsche

kerk te verschaffen; hij houd deszelfs gewoonlijk verblijf te Irkoutsk.

1788. _Augustus_ Te Irkoutsk.

Beschrijving van de stad Irkoutsk.

Deeze stad, de hoofdplaats van de landvoogdij van Irkoutsk en

Kolivanien, is gelegen op den oever van de Angara en nabij de

uitwatering van de Irkout die haar deszelfs naam meededeelt; men ziet in

haare uitgebreide omtrek verscheide steenen huizen, en kerken met

tigchelsteenen gebouwd: de houte huizen zijn groot en gemaklijk

aangelegd, de bevolking is talrijk en de gezelschappen luisterrijk; de

meenigte van Officieren en regeerings perzoonen welke dezelve uitmaaken,

hebben daar de gebruiken en gewoontens van Petersburg ingevoerd. Er

bevinden zich aldaar geene lieden van aanzien of zij houden rijtuig; de

rang en de waardigheden bepaalen het getal der paarden welken men voor

deeze rijtuigen, die met de onzen overeenkomen, spant.

Ik heb reeds gezegt dat alle de rechtbanken der nabuurige provincien

onderhoorig zijn aan die geenen welken in deeze stad gevonden worden;

zij is ook de zetel van een Aartsbisschop, een zeer eerwaardig prelaat,

die de Opperpriesterlijke diensten in de geheele uitgestrektheid van dit

gedeelte des Russischen rijks uitoeffent.

Koophandel van Rusland met China.

Dog het is voornamelijk aan den handel dat deeze hoofdstad deszelfs

luister verschuldigt is; door haare ligging is zij de stapelplaats van

die, welke tusschen Rusland en China gedreeven word; het is bekend dat

deezen handel te land geschied; dan eens is dezelve zeer uitgebreid, dan

eens kwijnende en dikwils afgebroken geweest, ook heeft ze zo veele

veranderingen ondergaan, dat het volgens mijne gedagten, niet onvoeglijk

zal zijn om tot den oorsprong van deeze verstandhouding opteklimmen, ten

einde zich een denkbeeld te kunnen vormen van deszelfs tegenwoordig

bestaan, en van den aanwasch waar voor die vatbaar zou kunnen zijn.

De eerste betrekkingen zijn reeds in het midden der voorige eeuw

begonnen, omtrent het tijdstip van den inval der Mantchousche Tartaaren,

die, na dat zij een geruimen tijd de noordelijke provincien van het

Chineesche rijk hadden verwoest, eindigden met het zelve geheel te

overheeren. Het was aan een landvoogd van Tobolsk dat Rusland de eerste

denkbeelden verschuldigt was, over de geschiktste middelen om dien

handel te beginnen; dezelve waaren de vruchten van eene pooging te

Pekin, door eenige vertrouwde persoonen door hem derwaards gezonden,

ondernomen; wel verre van door den slegten uitslag deezer zendelingen

afgeschrikt te weezen, vereenigden zich eenige Russische en Siberische

Kooplieden, om van derzelver ontdekkingen, indien het mogelijk waare,

nut te trekken. In het jaar 1670 vertrok derzelver Caravaane, welke met

nieuwe inlichtingen en ondubbelzinnige bewijzen van voordeel terugkwam;

van toen af vermeenigvuldigden de maatschappijen, de togten wierden

meermaalen ondernomen en de stigtingen uitgebreid.

Zo veele vorderingen verwekten bij de Chineezen argwaan, die beslooten

daar aan paalen te stellen, sterktens wierden opgericht ten einde een

nabuur tegentehouden, die ieder dag voorwaards komende zo door de rivier

Amour, als door de oostelijke zee en de Selinga, ongevoelig de grenzen

van China naderde; Deeze verweerende maatregelen waaren de oorsprong van

zeer hevige verschillen, tusschen de twee rijken omtrent derzelver

grenspaalen; daar vielen eenige vijandelijkheden voor, en eindelijk eene

openbaaren oorlog; verscheidene jaaren wierden doorgebragt met het

belegeren van steeden, beurtelings ontmanteld en weder hersteld, tot dat

eindelijk in 1689, de twee hoven, door de bemiddeling van de Paters

Jesuiten Gerbillon en Pereira, van wegens de Keizer van China gemagtigt,

een verdrag van vreede en eeuwigduurende vriendschap[217] te Nertschinsk

slooten, het welk op twee steenen of paalen, op de grenzen van ieder

rijk geplaatst, moest gegraveerd worden.

[217] Dit verdrag het welk door deeze geestelijke onderhandelaars in

de latijnsche taal was zamengesteld, wierd wederzijds door de twee

souvereinen bekragtigt, na dat het zelve in de Russische en

Mantchousche taalen was overgezet; ziet daar het eerste voorbeeld,

zedert de stichting van het Chineesche rijk, van een vredens verdrag

door dit volk gemaakt, en van de vergunning aan vreemdelingen om in

deszelfs hoofdstad te komen. Omtrent dit tijdstip telde men te Pekin

verscheiden overgeloopene of krijgsgevangen gemaakte Siberische

geslachten, die door de weldaaden van Keizer Kamhie bekoord beslooten

om daar derzelver woonplaats te neemen, en zelfs om zich onder de

Chineezen intelijven.

Het zelve verzekerde wederzijds de vrijheid van den koophandel, aan alle

onderdaanen der beide mogendheden, welken van vrijgeleibrieven van

derzelver hoven voorzien waaren: echter wist China zich voor deszelfs

toegeevendheid zeer wel schadeloos te stellen, door de afstanden die 't

zelve van Rusland gevorderd had, het welk bij deeze gelegenheid, niet

alleen een aanzienlijk gedeelte van deszelfs bezittingen, maar ook de

scheepvaart op de rivier Amour tot aan de oostelijke zee, verloor.

Tot schadeloosstelling, of in de hoop van meer voordeel van deezen

handel te zullen trekken, gelastte de Tzar[218] Pieter de Groote in 1692

aan Ysbrand Yves, een Hollander van geboorte, die zich in zijn dienst

bevond, om aan het hof van Pékin voor de Caravaanen, het genot van de

voorrechten het welk het jongste verdrag aan de bijzondere persoonen

toestond, te verzoeken; den uitslag van het gezantschap beantwoorde aan

de verlangens van het hof van Petersburg; de Caravaanen wierden

toegelaaten, en dewijl het zelve aan zich het uitsluitend recht behield

om die te zenden, genoot het ook al het voordeel[219]; deeze reizen

duurden drie jaaren; de Russische Kooplieden welken de Caravaane

uitmaakten, waaren in een Caravensera opgeslooten; alwaar de ruilingen

geschiedden, en geduurende derzelver verblijf te Pékin, wierden ze ten

koste van den Keizer onderhouden.

[218] Dus schrijven en spreeken de Russen het woord Czar uit.

[219] Het duurde niet lang of bijzondere persoonen wisten zich van de

dwingelandsche beletselen van het Keizerlijk monopolie te ontdoen; zij

kwamen zo ver om geheime betrekkingen in China door de Mongolsche

Tartaaren te onderhouden, welken hun derzelver tusschenkomst zeer duur

verkogten.

Deeze eensgezindheid was tusschen de twee mogendheden van geen langen

duur; nieuwe onlusten door het slegt gedrag, de dronkenschap, en de

beledigende handelwijzen van eenige Russen, in het midden zelfs van de

Chineesche hoofdstad, verwekt, dreigden andermaal derzelver handel te

vernietigen; het gezantschap van Ismaëloff hield ze echter staande: door

de bekwaamheid van deezen onderhandelaar, Capitein van de lijfwagt van

den Tzar, wierden de wanordens hersteld, en de klagten gestild; het

misverstand wierd door het vertrouwen en de zekerheid opgevolgd: om

zodanige gelukkige geneigtheden te behouden, bleef Laurent Lange te

Pekin onder den titel van Agent der Caravaanen.

Na het vertrek van dien gezant, gingen de zaaken agterwaards, en de

buitenspoorigheden van de Russen vermeerderden; hier door wierd de

trotsheid en het wantrouwen, de Chineezen zo eigen, opgewakkerd; de

weigering om verscheide Mongolsche horden uitteleveren, die zich aan den

Tzar onderworpen hadden, voltooide verder, van de Keizer te verbitteren;

hij bande alle de Russen uit zijne staaten, en zedert dit oogenblik was

alle gemeenschap tusschen de twee volkeren afgebrooken.

In 1727, gelukte het de Graaf Ragouzinskoi, Russisch gezant bij den

opvolger van den wraakzugtigen Kan-hi, om de verbintenissen van

Koophandel door een verdrag te vernieuwen, dat onherroepelijk de paalen

van ieder rijk vaststelde,[220] en de Kooplieden aan een onveranderlijk

reglement onderwierp; gemaakt om voor altoos alle bronnen van

verdeeldheid te doen opdroogen.

[220] Ziet in Coxe, alle de bijzonderheden over de vaststelling deezer

grensscheiding.

Hier door wierd het aan het Hof van Petersburg vrijgelaaten om alle drie

jaaren eene Caravaane naar Pékin te zenden; het getal der Kooplieden

wierd op twee honderd bepaald; op derzelver aankomst aan de Chineesche

grenzen, moesten zij daar van aan den Keizer kennis geeven, ten einde

dat een Chineesch Officier hen zou komen af haalen, en tot aan de

hoofdstad geleiden, alwaar zij op kosten van den Keizer zo lang als

derzelver handel duurde, zouden onderhouden worden; men kwam nog overeen

dat de koopgoederen van bijzondere persoonen niet over de grenzen zouden

komen, en deeze het voorrecht niet genieten van in alle de Chineesche

en Mongolsche bezittingen te mogen handelen. Ingevolge daar van wees

men hun twee plaatsen op de grenzen van Siberien aan, de eene genaamd

_Kiakhta_, na eene beek die deszelfs omgelegen streeken bewaterd, de

andere _Zurukhaire_[221], gelegen op den linker oever van de Argoiin, en

zij waaren gehouden om derzelver koopwaaren in de magazijnen van deeze

twee steeden opteslaan.

[221] Dit is zo ik meen, dezelfde plaats, welke door de Russen

Naïmatschinn genaamd word.

Niettegenstaande de plegtige bekragtiging van alle de bedingen van dit

verdrag, ondervond de uitvoering van het zelve ongetwijffelt tegenstand;

de zuurdeessen van het misnoegen geraakte aan het gisten, of de kwaade

trouw hernieuwde de hairkloverijen: hoe dit ook zij, men zag in den tijd

van zeven en twintig jaaren niet meer dan zes Caravaanen uit Rusland

vertrekken; na de afzending van de laatste, geraakte deeze handel aan

het kwijnen, zijnde een noodzakelijk gevolg van het wantrouwen.

Ik gaa de opgaaf der bezwaaren voorbij, welke de Chineezen ten lasten

van de Russen meenden te hebben; verscheiden bekende geschiedschrijvers

hebben verslag van de klagten gegeeven, welken veroorzaakt wierden door

de agter elkander volgende verhuizingen van de Kalmouksche Tartaaren,

en van eene meenigte Toungoussers die allen door het hof van Petersburg

vriendelijk ontfangen wierden; men heeft deszelfs behendige staatkunde

zich beurtelings gemaatigd en bedreigende zien gedraagen, dog teevens

altoos ontwijkende om China genoegen te geeven.

Deeze twisten duurden tot op de komst van de regeerende Keizerin op den

throon; naauwlijks had Catharina II. de teugels der regeering in handen

genomen, of zij zag ten voordeele van haar onderdaanen, van den

uitsluitenden handel in pelterijen, en van het zenden der Caravaane naar

Pékin af; deeze daad van rechtvaardigheid en weldaadigheid, het verstand

en het hart van deeze souvereine waardig, was echter niet voldoende om

aan den handel deszelfs voorige werkzaamheid weder te verschaffen: de

vijandschap tusschen de twee rijken wierd nog meer aangezet door de

omstandigheid van die zelfde Toungoussers, die, geen behaagen meer

vindende in, en misnoegt over derzelver nieuwe verblijfplaats, zich

eensklaps aan de Russische heerschappij onttrokken, en naar hun

vaderland keerden, ten einde zich weder onder het Chineesche gebied te

stellen.

Zedert heeft men gezien dat de twee volkeren alle verbittering hebben

afgelegt, zich oprechtelijk vereenigt, en dat de goede verstandhouding

tusschen de kooplieden van dag tot dag meer toenam en belangrijker

wierd; naar maate dat de Russische comptoiren te Kïakhta, het welk

bevolkt, vergroot en versterkt is geworden, vermeenigvuldigden, begaven

ook de Chineezen zich naar hun vlek Zurukhaire of Naïmatschinn; door

wederzijdsche commissarissen wierden de ruilingen bestierd, en de

Mongolsche taal wierd in de onderhandelingen gebruikt, dewelken door

tolken geschiedde.

Het is 'er verre van daan dat de Russen het voordeel van den handel

zouden genieten; de Chineezen, die zich altoos in maatschappijen

vereenigen, zijn oneindig ijveriger omtrent het waarneemen hunner

belangens en veel omzichtiger in hunnen handel, ook weten zij altoos de

prijs der Russische Koopmanschappen te bepaalen, en deeze behendiglijk

daar heenen te leiden, om hunne Koopmanschappen, volgens de eerst

gestelde prijs, waar van zij nooit afgaan, te koopen, de Thee, bij

voorbeeld, verschaft hun een onnoemlijk voordeel[222]; zij verkoopen die

zo duur, dat de koopers vervolgens genoodzaakt zijn om zich daar van

met verlies weder te ontdoen; om zich deswegens schadeloos te stellen,

tragtten deeze derzelver pelterijen, waar van de Chineezen groote

liefhebbers zijn, in prijs te vermeerderen; dog derzelver loosheid doet

hen tegens die bedriegerij op hunne hoede zijn.

[222] Wanneer ik mij te Okotsk bevond, kostte het pond thee zestien

roubels, en nog was ze zeer schaars te bekomen; men zeide mij, dat ze

van Petersburg kwam, welke stad ze thans uit Engeland of Holland

trekt.

Ik zou te langwijlig worden indien ik hier alle de zaaken wilde optellen

die bij deeze ruilingen in aanmerking komen; Ik verzoek den

nieuwsgierigen leezer om het werk van Coxe of Pallas in te zien, die

beide dit onderwerp zeer breed hebben behandeld, volgens de naspooringen

welken zij omtrent den uit- en invoer in den jaare 1777 gedaan hebben,

begrootten zij het geheel van deezen handel op vier millioenen roubels;

dog zedert dien tijd, bevestigen verscheiden geloofwaardige verhaalen

dat dezelve aanmerkelijk is verminderd; tegenswoordig zelfs kan men

zeggen dat ze geheel te niet geloopen is[223].

[223] Bij mijne komst in Siberien, verzekerde men mij bij herhaaling,

dat de Russische Kooplieden de inkoopen die ze bij vooruitzicht op

vertrouwen van het laatste verdrag gedaan hadden, zich berouwden; en

ten bewijze dat ze daar van geene verwachting hadden, lieten

verscheidenen onder hun mij derzelver pakhuizen zien, ten einde mij de

groote meenigte pelterijen te toonen, die ze daar in opgeslooten

hadden, en kwamen allen daar in overeen dat zij met ongeduld naar het

tijdstip verlangden, waar in een nieuw verdrag hen in staat zou

stellen om zich van derzelver goederen te ontdoen.

Indien het mij geoorloft is mijne gedagten te zeggen, dan zou ik

durven verzekeren dat het mij voor Rusland en zelfs voor China van het

uiterste belang voorkomt, om dadelijk zodanige nieuwe verbintenis te

sluiten; dog om het zelve op eene duurzaamer en nuttiger voet voor den

wederzijdsche handel der twee rijken te vestigen, zou het mogelijk

eerst en voor al noodig zijn, dat dezelve gezamentlijk de zwaare

belastingen verligtten, en alle de beletzelen uit den weg ruimden die

den koopman bevreesd maaken en te rug houden; misschien zou het ook

Ruslands belang zijn, om van deszelfs natuurlijke voordeelen, welken

zijne ligging aan het zelve verschaft, gebruik te maaken, en van

Okotsk of Kamschatka, of zodanige andere haven als men het geschiktste

zou oordeelen, vaartuigen aftezenden, die regelregt indien het

mogelijk was te Macao of te Canton de Koopmanschappen konden

verhandelen, welken men nu met groote onkosten overland naar Kiakhta

overbrengt, als dan twijffel ik zeer, of de kosten tot derzelver

uitvoer en tot den invoer van de Chineesche waaren, wel zo hoog zouden

loopen; de gemeenschap tusschen Okotsk en Siberien is zo moeijelijk

niet te verkrijgen, en dat landschap zou ongetwijffelt meer bloeijen

zo dra deeze weg meer bezogt wierd; deeze aanmerkingen brengen mij

natuurlijk te rug op het geen ik in het I Deel van dit werk (noot

(_d_), bladz. 9. en bladz. 72.) gezegt heb, wegens een ontwerp van een

Engelsch Koopman te Macao; Om wat reden zouden de Russen dezelve weg

niet beproeven? bezitten zij niet veel meer voortbrengzelen dan de

Engelschen, om zich van den handel in pelterijen op China alleen

meester te maaken? Wanneer eenmaal deezen weg geopend was, zou het

gemaklijk vallen die gemeenschap ook tot andere zaaken uittestrekken;

Ik zal van het onschatbaar voordeel niet gewaagen, het welk Rusland

daar en boven uit deeze handeldrijvende scheepvaart zou trekken, die

namelijk, om in een groot aantal goede zeelieden te formeeren.

Toebereidzelen tot mijn vertrek.

De toebereidzelen tot mijn vertrek bestonden alleen in het koopen van

een Kibitk[224]. Ik was nu niet meer door het meedeneemen van

leevensmiddelen belemmerd, ook was ik zeker van op iedere wisselplaats

zo veel te zullen vinden als ik zou noodig hebben; de Heer Gouverneur

gaf mij een _poradojenei_ of vrijgeleibrief tot Petersburg. Er wierd

vastgesteld dat ik door een soldaat van de bezetting zou vergezeld

worden, wiens kloekmoedigheid en getrouwheid beproeft was, en dat een

der postbodens van het Cabinet van den Heer Gouverneur Generaal, door

wien deeze bijzonder aanbevolen was, zich met mij zou begeeven; ten

einde mij op mijn togt door zijn raad en ondervinding de behulpzaame

hand te bieden.

[224] Dewijl ik mijn reis zo spoedig mogelijk wilde voleindigen, liet

ik het grootste gedeelte mijner goederen in handen van een koopman de

Heer Medrédoff, die de beleefdheid had van de bezorging dier goederen

op Petersburg wel op zich te willen neemen.

Om hier aan de laatste hand te leggen, verzogt hij mij des avonds bij

hem ten eeten; terwijl wij aan tafel zaten, wierd de stad door eene

vrij hevige aardbeving getroffen, dezelve duurde twee minuuten, wij

wierden zulks aan het vallen der glaazen, en aan het waggelen van onze

tafel en stoelen gewaar, alle de klokken van de stad geraakten aan het

luijden, en verscheidene schildwagtshuisjes wierden omvergesmeeten. In

de eerste verbijstering, vormde men duizenderleie gissingen, over de

oorzaak van deezen schok, en daar ik had opgemerkt, dat de beweging of

luchtgolving van het zuiden naar het noorden deszelfs richting genomen

had, meende men de aanleiding daar toe in de nabuurschap van het meir

Baikal te vinden; ik laat dit ter oplossing aan de natuurkundigen

over.

1788. _Augustus_ Den 10.

Mijn afreize en laatste trek van de genegenheid van Golikoff voor mij.

Ik nam van den Heer Arsénieff afscheid; zijn zoon en de Heer Dolgopoloff

wilden mij volstrekt tot aan de eerste wisselplaats uitgeleide doen,

niettegenstaande alle mijne aangewende poogingen om zulks voortekomen;

wij stapten in het rijtuig, wanneer den braaven Golikoff geheel in

traanen zwemmende, mij smeekte dat ik hem de vrijheid wilde vergunnen om

mij even zo ver als die twee Heeren te mogen volgen, dit was voor hem,

zeide hij tot mij, de aangenaamste belooning die ik hem kon toestaan;

deeze jongste trek van genegenheid doorgriefde mij het hart, en ik

ontwaarde dat ik, wanneer ik hem zijn verzoek toestond, niet minder

gelukkig was dan hij.

Historisch dagverhaal der reize van den heer De Lesseps Zedert het verlaten van den Heer Graaf de la Perouse en zyne togtgenooten in de haven van St. Pieter & Paulus op Kamchatka, enz. · 第 28 / 31 段