[165] Dit was waarlijk veel gevergt; indien men in aanmerking neemt de

bijzondere zwakte van deeze arme dieren, die den geheelen winter geen

ander voedzel genieten dan takken van wilgen of berkenboomen, wat voor

dienst kan men van dezelven na het genieten van zulk een voedzel

verwachten! Om een zo langduurig vasten te kunnen doorstaan, hebben ze

zeer de rust benoodigt, die men dezelve geduurende dit jaargetij

toestaat; en zelfs kan men hen in het begin van de lente nog tot geen

arbeid van belang gebruiken, voor en aleer de krachten door eene

betere weide hersteld zijn geworden; naauwlijks zijn de velden door

den dooij ontbloot, of zij verspreiden zich daar om het zeerst. Met

welk eene graagte vallen zij op de eerste grasscheuten die de lente

doet ontluiken, niet aan! zij bespieden, om dus te spreeken, die,

welke beginnen uittespruiten; dog hoe spoedig de groeijing ook

voortgaat, begrijpt men echter, dat 'er nogtans veel tijd verloopt,

eer zij derzelver voorige krachten weder bekomen.

Beleeftheid van Mevrouw Kasloff.

Mevrouw Kasloff, van mijne terugkomst onderricht, had de beleeftheid mij

dagelijks van deszelfs lusthuis een overvloedigen voorraad van melk te

zenden, die zij wist dat de Heer Allegretti mij ten gebruike aangeraaden

had, als het eenigste voedzel, waar door mijn borst hersteld kon worden.

Ik was hier over des te gevoeliger, dewijl het onmogelijk was die te

Okotsk te bekomen, al wilde men dezelve tegens goud betaalen.

Bericht wegens de aankomst van den Heer Kasloff te Ingiga.

Eenige dagen daar na vernam ik eene tijding, die een waar genoegen in

mijn hart verspreide. Een boode, komende van Ingiga, bragt naricht, dat

de Heer Kasloff in die stad was aangekomen; dog hij bragt geene brieven

van dien bevelhebber meede, en onze blijdschap wierd welhaast door

ongerustheid vervangen. In welk een staat zal hij te Ingiga gekomen

zijn? Waarom schrijft hij niets? Mogelijk heeft het zijne gezondheid

niet toegelaaten. En dit was reden genoeg om beurtelings den courier te

ondervraagen, die niettegenstaande zijne verzekeringen bij niemand

geloof vond. Uit hoofde van de waarschijnlijkheid van zijn verhaal, het

geen altoos op het zelfde neerkwam, en meer nog door ons eigen

vertrouwen, zo natuurlijk, wanneer het dat geen betreft, het geen wij

vuurig verlangen, wierden wij langs hoe meer overtuigt, dat onze vrees

kwalijk geplaatst was; niettegenstaande de treurige ondervinding, die ik

wegens de moeijelijkheid van den weg, en het ongunstige jaargetij

ondergaan had, zogt ik echter, verblind door mijne verkleeftheid aan het

voorwerp onzer bekommernis, voor mij zelfs alle die zwaarigheden te

verbergen, ten einde mij met de hoop te vleijen van hem nog voor mijn

vertrek wedertezien.

Historische bijzonderheden wegens den handel van Okotsk.

Okotsk de zetel van het bestier, en de voornaamste stapelplaats voor den

Koophandel der Russen in deeze streeken zijnde, vond ik mij inderdaad

aan de bron, om over deeze stof eenige kundigheden te verkrijgen; het

gezelschap, waar onder ik verkeerde, verschafte mij ten dien opzichte zo

veel onderricht, dat het niet missen kon, of ik moest daar voordeel van

trekken; ik onderzogt eerst alles, wat den koophandel betrof, ik spoorde

de oorzaken op, welken de onderneemingen der Russische volkplantingen in

deeze zeestreeken voorbereid, bevestigd en vermeenigvuldigt hebben. Ik

verzogt hier toe de hulp der verstandigste persoonen en der bekwaamste

kooplieden; en om verzekert te zijn, dat mijne berichten echt waaren,

vergeleek ik dikwerf het eene met het ander als meede met de opgaave van

Coxe. Het zij mij geoorlooft hier de aantekeningen afteschrijven, welke

ik omtrent dit onderwerp ter mijner eigene onderrichting heb opgezamelt.

Indien men daar onder eenige belangrijke bijzonderheden aantreft,

genoegzaam om deezen uitstap te billijken, als dan zal ik mijnen arbeid

genoeg beloond rekenen, en mijn oogmerk bereikt hebben.

Door de overwinning van het westelijk gedeelte van Siberien hadden de

Russen zich in bezitting gesteld van zeer rijke mijnen, welken dit

landschap in haaren schoot verborgen hield, en waar van deszelfs

inwoonders weinig werk scheenen te maaken: de overwinnaars vergenoegden

zich niet alleen met de uitgraaving van het ijzer, maar voegden daar ook

zilver, goud en andere kostbaare metaalen bij, welke altoos het voorwerp

der menschelijke winzucht waaren. De ontdekking van deeze nieuwe bronnen

van rijkdom vuurde de begeerte der overwinnaars aan; hier uit vloeide de

zucht voort om derzelver heerschappij verder uittebreiden, en hunne

begeerlijke vooruitzichten strekten zich tot aan geene zijde van

Irkoutsk uit, het welk als toen van dien kant tot eene grensscheiding

van dit rijk kon dienen.

Bij de eerste invallen in de nabuurige landen wierd men niet zonder

leedweezen gewaar, dat aldaar dezelfde voordeelen niet te verwachten

waaren: overal vertoonde de natuur zich als eene stiefmoeder: de

onvrugtbaarheid van den grond, evenredig aan de gestrenge

luchtsgesteldheid, de verbaazende werkeloosheid van deszelfs woeste

bewoonders, voor het grootste gedeelte uit jaagers, veehoeders, en

visschers bestaande, beloofden geene aanzienlijke bronnen van welvaart;

alles scheen veel eer ingericht te zijn om alle denkbeelden van een goed

vooruitzicht te laaten vaaren. Echter wist de vindingrijke gierigheid

zich daar evenwel schatten ten nutte te maaken; op het zien van de

kleeding deezer volkeren bedagt zij oogenbliklijk om dezelve daar van te

berooven, tevens berekenende de moogelijkheid om daar in door eene

verleidelijke ruiling wel te slaagen, als meede het onmeetelijk

voordeel, het welk deeze tak van koophandel zou aanbrengen, indien het

haar gelukte denzelven te vermeesteren.

Wanneer men zich meer oostwaards in Asia verspreide, bevond men de

pelterijen hoe langer hoe fraaijer; dit was genoeg om de Russen te doen

begrijpen, dat het met derzelver belang en roem overeenkwam, om alle de

gedeeltens van deezen wijd uitgestrekten oord aan hun gezag te

onderwerpen. Tot hier toe waaren deeze landschappen het toneel der

strooperijen van een opgeraapten hoop Cosakken en Tartaaren geweest,

waar bij zich eenige Russen, door dezelfde zucht na roof gedreeven,

gevoegt hadden; de goede uitslag hunner onderneeming verspreide zich al

verder en verder; het lokaas van voordeel deed een veel grooter getal

emigranten derwaarts komen, wier stoutmoedigheid aanwies naar maate van

den tegenstand, welken de inboorlingen hen booden. Te vergeefs had de

natuur deeze in onvruchtbaare woestenijen, en in het midden der bosschen

geplaatst, alwaar derzelver onafhangelijkheid voor allen aanval gedekt

scheen te zijn; te vergeefsch verstrekten de onguure nevels, de bergen

en bevroozene zee-en hen tot bolwerken; voor de heerschzucht, voor de

ontembaare begeerte na overwinningen, en voor den dorst na rijkdommen

zijn geene gevaaren onoverkomelijk; De kloekmoedigheid der inlanders

veroorzaakte dagelijks gevegten, dog dit kon hen van de onderdrukking

niet bevrijden; de overwinnaars kwamen om zo te spreeken meer en meer te

voorschijn, naar maate 'er meer in deezen bloedigen strijd omkwamen;

door veelvuldige versterkingen, bij de regeering goedgekeurd, wierden

deeze verliezen hersteld; zij zogten daar door te voorkomen, dat de

overwonnenen den tijd niet hadden, om zich van derzelver verbaastheid en

schaamte te ontdoen, namelijk dat zij voor een hoop vreemdelingen hadden

moeten bukken, wier overheersching zich bij iedere overwinning al verder

verspreide. Reeds hadden zij door het geweld hunner wapenen zich van het

geheel land tot aan Okotsk meester gemaakt, en zich in het noorden tot

aan de rivier Anadir verspreid.

Om van zo veel aanwinst zeker te zijn, moest men tot de grondregelen van

bestier en koophandel toevlucht neemen; dadelijk bouwde men sterktens,

en steeden vertoonden zich; hoe ellendig deeze inrichtingen ook waaren,

nogtans verschaften deeze aan de handeldrijvende Russen en anderen,

welken het reizen door deeze landschappen ondernamen, eene schuilplaats;

door den togt of door hunne gevaarlijke onderneemingen afgemat, konden

zij derwaarts de wijk neemen of hulpmiddelen vinden tegens de

beleedigingen der oorsprongelijke inwoonders, welken zich altoos bereid

betoonden om het juk afteschudden, en weerwraak te neemen.

Behalven de kwellingen van allerhanden aart, die men, ongetwijffelt

buiten kennis van het hof, waar aan zij zich onderworpen hadden, tegens

hen pleegde, hadden zij daar en boven dikwils veel te lijden van de

verraderijen, wreedheden, en alle de buitenspoorigheden, waar toe woeste

overwinnaars, die door den goeden uitslag, het misbruiken der rijkdommen

en des gezags, en door de hoop op straffeloosheid weggesleept worden,

kunnen vervoerd worden. In het bedrijven deezer onmenschelijkheden,

wierden de bijzondere persoonen gesterkt door het voorbeeld der

opperhoofden, en zelfs van de officieren, derwaards gezonden om deeze

ongeregeltheden te stuiten; eindelijk wierd dit kwaad zo groot, dat het

zich de gestrengheid van den souverein op den hals haalde; de inkomsten

der tollen kwamen niet in denzelfden overvloed in de schatkist, de

schattingen gingen verlooren of verminderden in handen van hen, die met

den ontfangst belast waaren; van daar die menigvuldige veranderingen der

opperhoofden, wier ondeugden en ongerijmde handelingen te recht

beschuldigt waaren, en ten minsten een spoedig opontbod verdienden; van

daar de ongeoeffendheid der krijgsbenden, de ongehoorzaamheid onder de

volkplantingen, de dagelijksche aanklagten, moordenarijen en alle die

misdaaden, welken door de regeeringloosheid voortgebragt worden.

Het zelfde lot trof Kamschatka, na dat één opperhoofd der Cosakken[166]

de inwoonders van dit schiereiland genoodzaakt had om zich zelfs aan het

Russische juk te onderwerpen. Hoe vreesselijk wierd het zelve op hunne

hoofden verzwaard! hoe veel onlusten, beroovingen, en opstanden

ontstonden daar niet uit! Deeze inlandsche en verwoestende oorlog

eindigde niet, voor en aleer men in een beter bestuur voorzien had.

[166] Ziet _Coxe_, het 1. Capittel.

Als toen wierd 'er een nieuwe staat van zaaken gebooren; de voorrechten

der landzaaten wierden meer geëerbiedigt, de belastingen minder

willekeurig ingevordert, en de verplichtingen beter waargenomen; de

koophandel, van de beletzelen ontheven, waar meede die omringd was,

begon wel te slaagen, de inkoopen op vooruitzicht (speculations)

vermeerderden; vermoogende Russische Kooplieden zonden derzelver

factoors naar Okotsk, en deeze stad wierd de hoofdplaats der andere

koopsteden, welken in vervolg van tijd opkwamen; deszelfs voordeelige

legging in het middenpunt der overwonnen landschappen verschafte haar

deeze voorkeur, en deed de kleinheid van haare haven over het hoofd

zien: dog de scheepvaart bepaalde zich bijna alleen tot de vaart op

vragt; het waaren grootendeels galjooten, die den handel op Kamschatka

dreeven.

De ladingen, welke dezelven aanbragten, namelijk de kostbaare

pelterijen, die men aan de inwoonders door middel van ruiling of

belasting onttrok, wierden vervolgens in het hart van het rijk gezonden,

alwaar de verkoop daar van onder het oog van het Hof, en grootendeels

voor deszelfs rekening geschiedde, de eigenzinnigheid der inlandsche of

buitenlandsche koopers bepaalde alleen den koopprijs; de kunst der

verkoopers bestond daar in om de waarde hunner koopmanschappen te doen

rijzen; dog de behendigheid van den een, en de naiever van den ander

verschaften geen wezentlijk voordeel, dan alleen aan de regeering door

de verbaazende rechten, welken zij vordert van het geen gekogt word.

Ondertusschen bloeide Okotsk; het getal der Koopvaardijscheepen, de

welken op deszelfs ree af en aanvoeren, vermeerderde dagelijks: meer

uitgebreide verbintenissen deeden ook grooter uitzichten gebooren

worden.

De Russische caravanen, die van Siberien afreisden, waaren van woestijn

tot woestijn, van rivier tot rivier, tot op de grenzen van China

gekomen. Na zeer hevige verschillen, en verscheiden geschonden en

verbrooken verdragen, wierd eindelijk vastgesteld, dat de twee natien

te zamen op de grenzen zouden handelen. Dit voorrecht, het welk nog aan

geen der nabuuren van het Chineesche Keizerrijk was toegestaan, was

geschikt om aan den Russischen Koophandel[167] eene oneindige

uitgebreidheid te verzorgen.

[167] Het zou hier mogelijk de plaats zijn, om melding te maaken van

de berichten, die mij ter zelver tijd gegeeven wierden, over den

oorsprong, den voortgang en den aart der verbintenissen van deeze twee

rijken; dan dewijl de caravaanen door de Russen naar Kiatka gezonden,

zich gewoonlijk te Irkoutsk verzamelen, scheen het mij voeglijker, van

deezen handel melding te maaken bij mijn komst in de laatstgemelde

stad, alwaar ik mogelijk nog naauwkeuriger berichten deswegens zal

kunnen bekomen.

Ook was den Kooplieden deeze nieuwe deur tot het verhandelen van

derzelver pelterijen zo dra niet geopend, of zij waaren reeds op de

middelen bedagt om 'er zich in een grooter menigte van te voorzien;

derzelver vaartuigen, aan stuurlieden toebetrouwd, welken van de

scheepen, aan de kroon toebehoorende, genoomen waaren, begaven zich ten

oosten van Kamschatka; deeze zeelieden, meer onderneemend dan bekwaam,

verkreegen een geluk, het geen ze zich nimmer hadden kunnen voorstellen;

niet alleen ontdekten zij onbekende eilanden, maar daar en boven

keerden zij van derzelver togten met zulke aanzienlijke ladingen, in

zeer fraaije pelterijen bestaande, te rug, dat het hof van Petersburg

het nodig oordeelde, om zich meer in het bijzonder met deeze

ontdekkingen bezig te houden.

Beslooten hebbende om dezelve voorttezetten, in de hoop van eenmaal

deeze eilanden onder het getal haarer bezittingen te stellen, stelde de

regeering de uitvoering haarer ontwerpen in handen van meer bevaaren

zee-officieren, als van eenen Behring, Tchirikoff, Levacheff, en andere

niet minder vermaarde mannen; sommigen wapenen en scheepen zich te

Okotsk in, anderen vertrekken uit de haven van Avatscha of St. Pieter &

Paulus, aan den uithoek van Kamschatka gelegen; een ieder doorkruist op

het ievrigste den ruimen archipel, die zich aan deszelfs oog opdoed, en

gaat van de eene ontdekking tot de andere; de Koper, de Behring, de

Vossen, de Aleutische Eilanden worden beurtelings opgespoord; en de

schatkist van de kroon word op nieuw verrijkt. Na dat deeze gelukkige

Argonauten een geruimen tijd op deeze zee-ën gedwaald hadden, landen zij

op de Americaansche kust. Een schiereiland (Alaxa) vertoond zich aan

hen; aan land gegaan verneemen zij daar, dat het zelve een gedeelte van

een uitgebreid vast land uitmaakt; alles kondigt hen aan, dat het de

nieuwe waereld moet zijn, en verrukt van blijdschap, neemen zij den weg

na hun vaderland.

Naauwlijks hadden zij verslag van den gelukkigen uitslag hunner reis

gedaan, welke te meer bevestigt wierd door de nuttige waarneemingen, die

zij meede bragten, of de uitzichten des koophandels wenden zich met

allen iever na een gewest, alwaar men dezelve van onuitputtelijke

bronnen verzekerde; Russische comptoiren wierden te Alaxa

opgericht[168], en de onnoemelijke voordeelen hebben zedert altoos,

niettegenstaande den verren afstand, de werkzaamste verstandhouding

tusschen de factoors en derzelver lastgeevers onderhouden: ziet hier,

hoe de handel te Okotsk geschied, van waar een aantal scheepen jaarlijks

naar America afvaaren.

[168] Ik zal in geene bijzonderheden treden over de wijze, waar op

deeze inrichtingen gemaakt zijn. Ongelukkig betoonden de Russen zich

aldaar geenzints braaver nog menschlievender, dan men hen in derzelver

voorgaande overwinningen zich heeft zien gedraagen, en ik wenschte

wel, dat het van mij af hing om voor altoos een gordijn te schuiven

voor die ijsselijke vertooningen, welken zij bij derzelver aankomst

alhier herhaalden; dog de onrechtvaardigheid en ontrouw der

bevelhebbers, stuurlieden, handelaars en matroozen, hebben gelegenheid

gegeeven tot zo veele klagten en rechtsgedingen, en zo veele

schrijvers hebben daar van gesprooken, dat ik dit alles te vergeefs

met stilzwijgen zou voorbijgaan; vooral is het bekend, dat verscheide

scheepelingen, tot deezen togt gebruikt, beschuldigt zijn geworden van

veel eer de pelterijen ontvreemd dan gekogt te hebben, welken zij zich

bij derzelver terugkomst dubbel lieten betaalen; niet te vreden met de

ongelukkige inboorlingen van de vrugten van derzelver moed en arbeid

te berooven, noodzaakten zij die dan eens om onder derzelver oog en

tot hun voordeel, de otters, beevers, zeekoeijen, de vossen enz. te

vangen, en dan wederom gingen zij zelfs ter jagt, door een overdreeven

mistrouwen of roofzucht bestierd. Na een zodanig gedrag is men niet

vreemd, om hen nog van meer afschuwelijker buitenspoorigheden verdagt

te houden. Hoe kan men ook vooronderstellen, dat op zulk een

verbazenden afstand, de voorschriften en de bedreigingen van den

souverain altoos de misdaaden zouden hebben kunnen voorkomen? de

ondervinding heeft voor al in de uitgestrektheid van het Russische

rijk maar al te veel doen zien, dat het gezag verzwakt, naar maate het

zelve van deszelfs middelpunt verwijderd is. Hoe veel jaaren van

waakzaamheid en gestrengheid zal het niet nodig hebben om zich beter

te doen gehoorzaamen, en de misbruiken te verbeteren! Hier aan arbeid

het tegenwoordig bestier reeds zedert lang, en het is waarschijnlijk,

dat deszelfs poogingen niet te vergeefsch geweest zijn.

Wanneer een koopman voorneemens is om deeze reis in persoon, of door een

van zijn gemagtigden te doen, vraagt hij de goedkeuring van den

Commandant, en zeldzaam word hen zulks geweigert; de laading van het

schip word in acties verdeeld; ieder, die wil, kan dezelve koopen: het

getal der acties gaat de bepaalde som der kosten van de uitrusting, en

verkrijging der goederen, die tot ruiling moeten dienen, niet te boven,

welken in stoffen, yzerwerk, coraalen, doeken, brandewijn, tabak en

andere zaaken, bij de wilden in achting, bestaan; de officieren en

matroozen genieten geene bezolding, dog zij hebben een deel in de

laading, het welk men _paï_ noemt; de togten duuren drie, vier tot zes

jaaren, en altoos geleid de winzucht hen naar de minst bezogte plaatsen,

of tragt nog anderen te ontdekken[169].

[169] Zodanig was zelfs het ontwerp van een mij bekend handelaar, die

daarvan de grootste voordeelen verwachtte; met de kaart der reize van

Cook in de hand, dacht hij de rivier, welke na deezen vermaarden

zeebouwer genaamd is, te gaan opzoeken, en vervolgens zijn togt tot in

de nabuurschap van de baaij _Nootka_ voorttezetten. Indien hij zijn

voornemen kan uitvoeren, is het zeer mogelijk, dat hij zich niet

geheel in zijne hoop zal bedroogen vinden; en mogelijk zullen deszelfs

landsgenooten eenmaal aan zijn vernuft en kloekmoedigheid de

ontdekking van nieuwe bronnen van welvaart verschuldigt zijn.

Bij derzelver terugkomst zijn de scheepen aan een gestreng onderzoek

onderhevig, volgens de factuur van de lading moeten de uitrusters aan

den Fiscaal de rechten betaalen, die hij zich van alle de zaaken, welken

de lading uitmaaken, toeeigent; ze word vervolgens gewaardeert, en door

eene gelijke deeling ontfangt iedere houder der actien in _Natura_ of

anders, het beloop van zijn inleg (behalven de zee-schade en de

goederen, die van geene waardij zijn) en deszelfs gedeelte in het

voordeel, indien 'er gewonnen is. Men begrijpt, dat de kans bijna alleen

beslist over de hoeveelheid van het geen, dat gedeeld moet worden, of

over het te kort komende; en eindelijk, een gedeelte der koopmanschappen

word te Okotsk verkogt, en een ander gedeelte naar Yakoutsk en van daar

naar Irkoutsk overgebragt, van waar ze naar Kiakhta vervoerd worden, om

de begeerte der Chineesche koopers optewekken.

Bestier.

De regeeringsform zou geen minder onderzoek dan de koophandel verdienen;

dan geduurende mijn verblijf in Kamschatka welkers rechtbanken allen aan

die van Okotsk onderhevig zijn, zo als ik reeds opgegeeven heb, ben ik

reeds in staat geweest van omtrent dit onderwerp vrij uitgebreide

aantekeningen[170] optezamelen; mij blijft nog overig, wat van nader bij

de krijgstucht van de bezetting, en het bestier van de stad, het welk

beide eveneens mijne verwondering trok, te beschouwen.

[170] Ziet het eerste deel, _Bladz._ 119. enz.

Ik meende een tomeloos krijgsvolk, gelijk het eertijds was, te zullen

zien, namelijk eene bende van woeste Cosakken, in den aart roovers, en

geene andere wetten eerbiedigende dan hunne eigenzinnigheid of belang.

Er ging geen dag om, of eenigen liepen met geweer en wapenen weg;

dikwils wierden de magazijnen door deeze onbeschaamde krijgsknegten

geplunderd. Te vergeefsch wapenden de uitvoerders van het oppergezag

zich met strengheid om dit overloopen en rooven te beletten; te

vergeefsch ondergingen alle de schuldigen, die men kon agterhaalen, de

straf van de _Battogues_ of dunne stokjes, en de andere gebruikelijke

kastijdingen onder de Russische krijgsbenden; men vond 'er onder deeze

ongelukkigen, die zodanig gehard waaren tegen de slaagen, of zo

onverbeterlijk, dat zij den volgenden dag op nieuws gestraft wierden,

zonder dat immer zwaarder strafoeffeningen dezelve konden wederhouden,

nog aan anderen ten afschrik verstrekken; deeze bezetting is echter

tegenswoordig aan eene gestrenger krijgstucht onderworpen, en de

voorbeelden van ongehoorzaamheid zijn veel zeldzaamer; zonder

tegenspraak is men aan de hervormers hier van, wier geduld en

bekwaamheid ook dit goede reeds uitgewerkt hebben, allen lof

verschuldigt.

Het burgerlijk bestier vereischt van deszelfs kant dezelfde voorzorgen;

het was niet gemaklijk hetzelve in een stad te vestigen, die onder

deszelfs inwoonders een groot getal bannelingen telt; de meesten van

deeze hebben de onuitwischbaare schandvlek verdiend, welke de hand der

gerechtigheid op derzelver misdaadige hoofden drukte, en de overigen,

tot de galeijen verweezen, zoeken onophoudelijk, onder het geketend

werken aan de haven, middelen uittedenken om straffeloos deeze boeijen

te verbreeken; somtijds ontkomen 'er eenigen en ongelukkig is als dan de

plaats, waar heen zich deeze galeiboeven begeeven! Dog de onophoudelijke

waakzaamheid van den Commandant doed hun niet lang van deeze gevaarlijke

vrijheid genot hebben; welhaast worden ze op nieuw gevangen en gestraft;

alsdan belaad men ze met zwaarder ketenen, die aan de eerlijke burgers,

welken onder deeze booswichten leeven, de openbaare veiligheid

verzekeren; het gedrag van den Heer Kokh scheen mij in diergelijke

gelegenheden even zo verstandig als standvastig te zijn; bij de

gemaatigdheid, welke zijn hoofdhoedanigheid uitmaakt, voegt hij de

onverzettelijkste gestrengheid.

De Lamouters, Toungoussers en de Yakouters verschaffen insgelijks veel

bezigheids aan de regeering, het zij door derzelver klagten, het zij

door hunne menigvuldige muiterijen, voor al bij den ontfangst der

belastingen; dit belangrijke werk is aan den Heer Loftsoff, Capitan

Ispraunick toevertrouwd: door zijne arbeidzaamheid en voorzigtigheid

weet hij de onlusten te stillen, de verschillen bijteleggen, en zonder

geweld de beveelen van zijne souvereine te doen uitvoeren. Ik ben in

staat geweest om te beoordeelen, hoe zeer de inwoonders over zijn

bestier voldaan waaren.

Het is in deezen voorspoedigen staat, dat ik dit departement gevonden

heb; mogt het getuigenis, het geen ik met het grootste vermaak ten

zijnen voordeele afleg, tegen de voorige verhaalen worden overgesteld,

en den leezer op zijne hoede doen zijn tegens den indruk, welken het

nadeelig vooroordeel, opgevat uit de voorstelling der misbruiken van de

oude regeeringsform, op hem mogt gemaakt hebben! Men is ten minsten dit

getuigenis aan de nieuwe inrichting verschuldigt, dat, indien er nog

eenige abuizen in het bestier plaats hebben, dezelve onophoudelijk zich

toelegt om die te verbeteren, naar maate dat ze ontdekt worden.

Ontwerp om de inwoonders van Okotsk elder te verplaatzen.

Zedert kort liep het gerugt (op welken grond is mij onbekend) dat het

hof voorneemens zou zijn, om de inwoonders van Okotsk of naar Oudskoï,

of naar eenige andere nabuurige plaats overtebrengen. Indien dit

waarlijk deszelfs voorneemen is, verbeeld ik mij, dat het zelve de

noodzaaklijkheid zal begreepen hebben, om op deeze kusten eene

aanzienlijker stad te bezitten, welker gemaklijke gelegenheid, grootte

en veiligheid van de haven, in deszelfs keus ter verplaatzing zal in

aanmerking komen.

Historisch dagverhaal der reize van den heer De Lesseps Zedert het verlaten van den Heer Graaf de la Perouse en zyne togtgenooten in de haven van St. Pieter & Paulus op Kamchatka, enz. · 第 23 / 31 段